Erfenis zonder testament

boek

Hans Achterhuis en Maarten Van Buuren

Zijn de ongeveer duizend zeshonderd jaren oude tien geboden aan een revival begonnen? De Spaanse filosoof Fernando Savater en de Vlaamse filosoof Dirk Verhofstadt wijdden er allebei een boek aan en thans worden ze vervoegd door de theoloog Hans Achterhuis en filoloog Maarten van Buuren. Zij onderwerpen deze vroege regels aan een hedendaagse kritiek om te bepalen welke betekenis ze thans nog hebben, in het licht van de betekenis die ze eertijds hadden. Voor Verhofstadt is God overbodig en soms zelfs moreel contraproductief. Wat denken Van Buuren en Achterhuis?

Ik ben de Here uw God. - Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. - Gij zult u geen gesneden beeld maken. - Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.

Van Buuren vangt zijn vertoog, in de trant van de hedendaagse Bijbelexegese, kritisch aan, namelijk door de verhalen uit het Oude Testament met de nodige relativering aan te bieden en hun ware betekenis te onthullen. Zo is de uniciteit van God een functioneel maatschappelijk bindmiddel. De vorm waarin de tien geboden werden gepresenteerd correspondeert met historische gebruiken, namelijk als een verbond tussen een vorst en zijn vazallen, met de bedoeling een maatschappelijke eenheid te smeden. De transcendentie van de oppergod zorgde ervoor dat Hij boven de vele plaatselijke als dieren voorgestelde goden verkozen werd. Hij diende derhalve uniek te zijn en niet te worden aanbeden als één van die voorstellingen. Het verbod op het ijdel gebruiken van zijn naam garandeerde zijn onaantastbaarheid. Het doel was: één volk onder één wet.

Van Buuren ontleedt het goddelijke aan de hand van Spinoza's pantheïsme. Achterhuis stelt na een grondige analyse vast dat de monotheïstische godsdiensten naar gewelddadigheid neigen wanneer ze ook de wereldse macht in handen hebben, terwijl, via een omweg met Spinoza, Marx, Althusser, Geertz en een persoonlijke ervaring, Van Buuren tot de conclusie komt dat 'beelden een dynamische en vitaal element vormen' als krachtbron voor het leven. Het verbod om de naam van God uit te spreken is niet zo maar een verbod. Het houdt in, zegt Achterhuis, dat de mens niet het recht heeft om Hem verantwoordelijk te stellen voor wat dan ook, maar dat de mens zelf voor zijn daden verantwoordelijk is, maar God functioneert wel als garantie dat de mens zich aan zijn woord houdt. Voor dat laatste doet Achterhuis een beroep op de Joodse filosofie Hannah Arendt en de Duitse schrijver Thomas Mann om het duidelijk te maken.

Er is evenwel een contradictie: voor de eed wordt een beroep gedaan op God, maar de naam van God mag niet ijdel gebruikt worden. Achterhuis klaart de zaken op met een taalanalyse van de oude Bijbelteksten met verregaande consequenties. Hij laat evenmin na om de effectiviteit van de eed na te gaan en komt tot de conclusie dat dit afhankelijk is van enerzijds de cultuur van vertrouwen, maar anderzijds ook van de duidelijkheid waarin die eed geconcipieerd is.

Gij zult de sabbat in ere houden.

De sabbat dat in het christendom zondag werd, is in feite een voortzetting van reeds bestaande gebruiken in het Midden-Oosten, maar krijgt haar betekenis vanuit God of de noodzaak om te rusten. De sabbat was en is ook een middel om zich van de anderen te onderscheiden in een eigen levensstijl. De joodse traditie gaat terug tot de bevrijding uit de Egyptische slavernij, een visie dat voortgezet wordt in de praktijk van de vrijspraak van de slavernij genererende schuldenlast in een sabbatjaar.

De zondagsrust is finaal de kers op de taart van een werkweek en heeft bijgevolg ook te maken met wat werken is. Op een erudiete wijze, kenmerkend voor het gehele boek, verklaart Achterhuis de verschuiving die zich voordeed in de appreciatie van arbeid. Hij plaatst met Weber de arbeidzaamheid aan de bron van het kapitalisme. Thans is de rustdag niet langer een dag van rust, doch een dag van consumptie dat nog meer arbeid noodzaakt. Indien de rustdag zou afgeschaft worden en de vrije dag volledig aan het individu zou worden over gelaten, dan wordt volgens Achterhuis een aspect moderniteit compleet gerealiseerd en de traditie uitgeschakeld, een toestand dat hij niet aanbeveelt.

Eer uw vader en uw moeder.

De vorige geboden waren specifiek op God gericht. Vanaf dit gebod gaat de aandacht naar de mens, hoewel God ook hier nog de centrale figuur blijft. Voor zover herinneringen betrouwbaar zijn, stelde ik mij het gebod voor als een hoogachten van je ouders, waarmee ik wellicht in de juiste religieuze richting dacht, gezien de interpretatie van Achterhuis. Er valt evenwel nog wat meer over te zeggen. In de joodse traditie functioneren de ouders als het doorgeefluik voor de religieuze waarden en gebruiken. Ze vormen derhalve een cruciaal moment in de geschiedenis. Ook hier weer, zoals op andere plaatsen in het boek, refereert Achterhuis aan 'Jozef en zijn broers', de hervertelling van een Bijbelverhaal, door Thomas Mann.

Het vijfde gebod is voor Achterhuis een gelegenheid om het culture-nature-debat aan de orde te brengen. Is er bij de dieren ouderzorg en houdt een eventueel positief antwoord op die vraag consequenties in voor de mens? De wereldliteratuur, van oud naar nieuw, wordt er bij gehaald om het vader-zoon-conflict te illustreren. Ouderen zijn echter de dragers van het verleden, dat men niet kan negeren zonder het risico fouten ter herhalen.

Gij zult niet doden.

De doodslag situeert Van Buuren in de tegenstelling tussen de contracttheorie van Hobbes, met een absolute vorst die de garantie vormt voor orde in een natuurstaat waarin de wet van de sterkste speelt, en de politieke opvatting van Spinoza, dat steunt op zin voor samen werken. Hij haalt de antropoloog Frazer aan die etnografisch materiaal verzamelde over het ritueel van de koningsmoord en de zondebok en zijn theorie toepaste op de kruisiging van Christus, om uit te monden in Batailles visie van het leven als een strijd tussen levens- en doodsverlangen.

Gij zult niet echtbreken.

Van Buuren vestigt er de aandacht op dat het huwelijk van nu niet te vergelijken valt met het huwelijk van vroeger. In de Oudheid was de vrouw de eigendom van de man en maakte de huwelijksverbintenis deel uit van de orde in de maatschappij. Het huwelijk was een overeenkomst tussen twee families van ongeveer gelijke sociale rang. Dat had met liefde niets te maken. Het huwelijk als de bezegeling van liefde is historisch te situeren in de hoofse liefde van de twaalfde eeuw. Het nieuwe model van gelijkwaardigheid tussen partners, mogelijk geworden door de uitvinding van de pil en de culturele en economische onafhankelijkheid van de vrouw, maakt het gebod van het echtbreken minder dwingend als ordenend maatschappelijk principe.

Gij zult niet stelen.

Achterhuis waarschuwt er voor om het begrip stelen uit de Oudheid vanuit het hedendaagse eigendomsconcept te interpreteren. Eigendom werd bijvoorbeeld niet verhandeld, maar maakte deel uit van een van generatie op generatie overgedragen middel om in het levensonderhoud te voorzien. Wat nog overbleef na een oogst, mocht niet minutieus opgeruimd worden maar diende als voedsel voor zij die niet over eigendom beschikten. Als iemand zijn schulden niet kon vereffenen, diende hij spandiensten te verlenen. Maar die verplichting ten overstaan van stamgenoten bleef niet eeuwig gelden. In een sabbatjaar werd de schuld kwijtgescholden.

Van Bijbelse tijden gaat Achterhuis over naar de laatmiddeleeuwse theoloog Thomas van Aquino en vervolgens naar de Verlichtingsfilosoof John Locke om het eigendomsrecht te verklaren, waarbij hij het privébezit afzet tegen het gebruik in gemeenschap. Hij wijdt tenslotte een hoofdstuk aan de nieuwe meenten. In dit gemeenschappelijke beheer van eigendom speelt de verantwoordelijkheid van de participanten een belangrijke rol.

Gij zult geen valse getuigenis spreken.

Mag men liegen? Van Buuren weegt de deugdenethiek af tegen de utilitaristische benadering. In het perspectivisme van Nietzsche echter zijn er waarheden waarvan we beter worden en deze waarvan we zwakker worden. Dat is een houding die Sartre als ter kwader trouw zou bestempelen. Sartre is niet altijd een gemakkelijk auteur, maar Van Buuren slaagt er in, om via het vertellen van persoonlijke ervaringen en sprekende voorbeelden, zoals het vangen van een aapje in Indonesië, het denken van Sartre levensecht te schetsen.

Gij zult niet beheren.

Voluit heet het verbod: 'Gij zult niet beheren het huis van uw naaste, noch zijn akker, noch zijn vrouw, zijn knecht, dienstmaagd, zijn rund, zijn ezel, noch iets anders wat van uw naaste is.' De vrouw kwam blijkbaar na het huis en de akker. Dat is nochtans niet wat Achterhuis de lezer duidelijk wil maken, wel dat de joodse wet twee unieke elementen bevat die elders ontbreken, namelijk dat het tiende gebod gericht is op het verhinderen van onderlinge stammentwisten en dat het niet gaat om een geestelijk aspect, maar om het materieel beheren. Met de steun van het concept mimesis van René Girard, duidt Achterhuis niet enkel het beheren, maar ook andere geboden. De nabootsing ligt immers aan de basis van afgunst en nog meer conflicten tussen mensen. Zelfs God blijkt niet vrijuit te gaan. Hij past zijn bevindingen toe op de hedendaagse consumptie-economie en schudt nog wat goede raad uit zijn mouw.

Soms had ik bij het lezen van zowel bij Achterhuis als Van Buuren, de indruk dat zij hopeloos afweken van hun onderwerp, maar na enkele alinea's werd een wending in het relaas gemaakt dat opnieuw bij het onderwerp aansloot. Het werd mij daarbij gaandeweg duidelijk dat nieuwe, maar ook niet zo nieuwe ideeën in een ongewone context werden geplaatst waardoor ze aan de studie van de tien geboden een echt nieuwe dimensie verleenden. De auteurs zijn niet over één nacht eis gegaan en hebben met verve de tiengebodentocht afgelegd. Dat de tien geboden nog enkel voor moreel minder ontwikkelde mensen nuttig kunnen zijn, was voor mij reeds een vaststaand feit, maar de vele commentaren door beide auteurs naar voor gebracht duidt er nog maar eens op dat niets zo duidelijk is als de onduidelijkheid van een gebod.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove, Ph.D

Hans Achterhuis en Maarten Van Buuren, Erfenis zonder testament: Filosofische overwegingen bij de tien geboden, Rotterdam, Lemniscaat, 2015, 253 p.

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be