Schreckens Männer

boek vrijdag 01 december 2006

Hans Magnus Enzensberger

In zijn pamflet Schreckens Männer, Versuch über den radikalen Verlierer, trekt de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger een directe lijn van de gescheiden vader die zijn kinderen en zichzelf ombrengt naar de extremisten die zich wereldwijd hebben verenigd in de islamistische terreur. Een poging tot verklaring van de ziel van de radicale verliezers.

Toen ik enkele maanden terug eindelijk de Duitse film Downfall (Der Untergang) zag, werd ik opnieuw getroffen door de parallellen tussen het instortende Duitse rijk en de militante islam. Frau Goebbels ziet geen uitweg meer. Voor zij en haar man zichzelf van het leven beroven, dient ze haar kinderen vergif toe, want 'een leven zonder Nationaal-Socialisme is geen leven'. Hitler stelt het nog duidelijker: geen genade voor zijn landgenoten. Ze zullen strijden tot de laatste man en vrouw, van capitulatie kan geen sprake zijn. 'Deze verliezers verdienen het niet te leven!'

Enkele maanden terug verscheen in Duitsland het pamflet Schreckens Männer, Versuch über den radikalen Verlierer van de schrijver Hans Magnus Enzensberger. Ook Enzensberger haalt de parallel aan tussen de islamitische extremisten en de ondergang van het Duitse Rijk. Hij stelt dat het Hitler van begin af aan niet om de eindoverwinning te doen was; een blik op de wereldkaart was daarvoor voldoende. Waar het om ging was het herstel van de aangetaste trots, in combinatie met een collectieve zelfmoord die zoveel mogelijk slachtoffers moest meeslepen.

Afgezien van de vraag of deze stelling volledig kan worden onderschreven, is het zeker interessant deze vergelijking door te trekken naar het islamitisch extremisme van vandaag. De term islamofascisme wordt vaak aangehaald en daar is alle reden toe. Nog deze week vergeleek de Britse schrijver Martin Amis op de Australische televisie het islamisme met het Nazisme en het Bolsjewisme; zogenaamd idealistische, maar in wezen nihilistische bewegingen die zijn vervallen tot een graad van abstractie waarin iedere vorm van rede is weggevallen. De beweging wordt doel op zich, het in het wilde weg moorden heeft geen echte legitimatie meer nodig. Terecht wijst Enzensberger erop dat de islamitische wereld het grootste slachtoffer is van de extremisten. Dat geldt zowel direct, in aantallen slachtoffers, als indirect in de vorm van schade aan toerisme, schade aan imago en het uittentreure aangehaalde argument van de stigmatisering van de moslimgemeenschappen overal ter wereld. Onderwijl is de westerse wereld geen echte klap toegebracht door 9/11. De maandag na de aanvallen was Wall Street alweer open.

Het brengt diezelfde moslimgemeenschappen in een vreemde spagaat. 'Geen haan kraait ernaar en geen fatwa wordt ertegen uitgesproken als Arabische moslims in Irak, in Tsjaad, in Darfur of in Afghanistan moslims doden.' En ondanks het feit dat de islamitische gemeenschap zelf het grootste slachtoffer is van de extremistische terreur, wees een onderzoek in 2004 uit dat 60% van de Britse moslims voorstander was van invoering van de sharia.

Enzensberger ziet een direct verband tussen de verliezers die we elke dag in de kranten tegenkomen, de gescheiden vaders die eerst hun kinderen ombrengen, voordat ze zichzelf van het leven beroven, en de grotere bewegingen van 'radicale verliezers'. De beweegredenen zijn dezelfde; de eer is aangetast en met de ultieme daad in de vorm van zelfmoord wordt tegelijkertijd nog eenmaal een macht uitgeoefend die groter is dan welke macht ook die men tijdens het leven had. Die macht wordt nog vergroot omdat men met de zelfmoord meester is over zijn eigen oordeel.

De radicale verliezers worstelen volgens Enzensberger diep van binnen met een minderwaardigheidscomplex, maar ze gaan niet over tot zelfreflectie. Hij legt daarbij ook een verband met het lot van de Indiërs, Chinezen en Koreanen. Die hebben niet minder geleden onder vreemde overheersing, maar ze delen het lot van de Arabische wereld niet. Integendeel, ze hebben zich weten te ontwikkelen tot belangrijke deelnemers aan de internationale ontwikkelingen. De zondebok moet voor moslims extern worden gevonden, in de boze buitenwereld. Zie het bekende rijtje van Amerika, Israël en alle Joden ter wereld, het decadente Westen. Zie alle beschuldigingen, zie de wildgroei aan samenzweringstheorieën.

Ik kom nog een keer terug op Martin Amis, die naar aanleiding van zijn verhaal The last days of Mohammed Atta terecht stelde dat veel moslimmannen het decadente Westen de schuld geven van het feit dat ze zich aangetrokken voelen tot de Westerse vrouwen, dat het ze moeite kost niet toe te geven aan hun lustgevoelens. Terecht benadrukt Enzensberger dat het in deze internationale beweging bijna altijd om relatief jonge mannen gaat, die weten dat hun door de eeuwen heen vanzelfsprekend geachte superieure positie aan het wankelen is gebracht. Martin Amis ziet in het islamisme de doodsstrijd van wat hij noemt 'imperial islam'.

Die bedreiging verklaart ook mede de lichtgeraaktheid en de eenzijdigheid. Iemand die zeker van zijn zaak is, laat zich tenslotte niet zo snel van zijn stuk brengen door een vermeende belediging. Moslims zijn om het minst beledigd, althans in onze ogen. Daarnaast is het portretteren van Ariël Sharon als een bruut die het laatste bloed uit Palestijnse kinderen perst een dagelijkse aangelegenheid in de Arabische pers. De onbeperkte bouw van moskeeën wordt als een onvervreemdbaar recht afgedwongen, maar de positie van religieuze minderheden is miserabel in de Arabische wereld. Saoedie-Arabië financiert de bouw van vele moskeeën in het Westen, maar alleen al het in bezit hebben van een Bijbel is strafbaar in het land zelf.

De Koran heeft de moslimwereld voorbestemd voor de beste van alle werelden. Enige zelfreflectie is daarom uit den boze. Maar zeker die moslims die de kans krijgen in het Westen te studeren, worden met eigen ogen geconfronteerd met het feit dat de westerse wereld helemaal niet inferieur is, integendeel. Het Westen loopt voorop, niet alleen wat betreft persoonlijke vrijheid, maar ook wat betreft wetenschappelijke ontwikkeling. Het winnen en verwerken van olie zou niet mogelijk zijn zonder Westerse technologie. In het dagelijks leven, bij het openen van de ijskast of het kijken naar de televisie, wordt men geconfronteerd met de superioriteit van Westerse technologische ontwikkelingen. Na de uitvinding van de boekdrukkunst heeft het 350 jaar geduurd voordat het in de islamitische wereld was toegestaan een drukkerij te beginnen, want er mocht maar één boek zijn en daar stond alles al in. Het gevolg is een achterstand in de wetenschap die tot op de dag van vandaag merkbaar is. Sinds de hoogtijdagen van de islam 800 jaar geleden, is het langzaamaan misgegaan. Het bekende Arab Human Development Report, dat in opdracht van de VN door wetenschappers uit de Arabische wereld zelf is samengesteld, maakt melding van de vele desastreuze gevolgen van deze ontwikkeling. Het aantal boeken dat per jaar wordt gepubliceerd in de Arabische wereld, bedraagt 0,8% van de wereldproductie. Het aantal vertalingen dat sinds de tijd van Kalief Al Mamun (813-833) is uitgegeven, is evenveel als het aantal vertaalde boeken in Spanje binnen één jaar. De gevolgen voor de wetenschap laten zich raden.

Een ander desastreus gevolg is de brain drain. De beperkingen die de wetenschappelijke wereld worden opgelegd, hebben ervoor gezorgd dat 15% van alle natuurwetenschappers, 23% van alle ingenieurs en 50% van alle Arabische artsen naar het buitenland zijn vetrokken. Hoe desastreus die ontwikkelingen zijn, spreekt voor zich. Maar omdat zelfonderzoek uit den boze is, moet alle woede op de Westerse zondebok worden geprojecteerd.

Het leger van extremisten wordt wereldwijd op 7 miljoen aanhangers geschat. Daarmee win je geen oorlog, maar de schade die kan worden aangericht is immens. Het gaat de extremisten volgens Enzensberger ook niet om de eindoverwinning, maar in hun ondergang willen zij een zo groot mogelijk aandeel van de wereldbevolking meeslepen. Dat dat een enorme slachting onder de moslimbevolking tot gevolg heeft, laat ze koud, evenals het Hitler koud liet dat de bevolking van Duitsland zware verliezen leed bij de ondergang. Kapitulatie is tenslotte geen optie. De leiders weten dat het om losers gaat en daarom hebben zij uiteindelijk alleen maar verachting voor ze. Enzensberger beweert daarbij dat de radikale verliezer in een continu innerlijk proces is verwikkeld waarbij een minderwaardigheidscomplex wordt afgewisseld met de schuld bij de ander zoeken. Ik vind dit punt aanvechtbaar, maar dat neemt niet weg dat Schreckens Männer een interessant pamflet is, dat op feitelijke wijze de zaken die we al zo vaak hebben gehoord afwisselt met enkele zaken die mogelijk nieuw zijn (althans voor mij) om zo een inzicht proberen te krijgen in de geest van de radicale verliezers.


Recensie door Kees Bakhuyzen



Deze bespreking stond eerst op de weblog Hoei Boei

Schreckens Männer, Hans Magnus Enzesberger: Versuch über den radikalen Verlierer. Suhrkamp, 2006.

Links
http://hoeiboei.web-log.nl/
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be