De dramademocratie

boek vrijdag 17 januari 2003

Mark Elchardus

De politieke vernieuwing is een mislukking. Erger nog, ze liet de politiek verworden tot theater. Beleid wordt gebabbel, en alles wordt hoogdravend 'communicatie' genoemd. In zijn laatste boek betoogt socioloog Mark Elchardus dat onze democratie steeds meer een 'dramademocratie' wordt. De burgers worden niet meer vertegenwoordigd. De media scheppen een beeld of voorstelling van de burger. De politici leggen zich daarbij neer. Zij acteren naar best vermogen in de reality soap die aldus ontstaat. Daardoor slinkt de macht van de burger, ten voordele van die van rechters, technocraten en individuen en groepen zonder represantatieve waarde. De ontwikkeling onze dramademocratie kan niet worden toegeschreven aan de slechte wil van politici. De samenleving en de mensen zelf zijn grondig veranderd. De politiek en de democratie hebben zich daar nog niet aan aangepast. Tegelijk zorgt een eenzijdige economische globalisering ervoor dat staten en collectiviteiten verschrompelen. Burgers worden consumenten. De globale economie ontwricht en verplaatst mensen als vee of koopwaar. Met het ongenoegen en de verzuring die daaruit voortvloeien, mag de dramapolitiek op haar theatrale en mediagenieke wijze omgaan. Een betere weg naar het populisme is haast niet te plaveien, aldus een bijzonder kritische en zelfs pessimistische Elachardus die met De dramademocratie zijn derde boek in één jaar tijd uitgeeft.

Mark Elchardus vertrekt van het wantrouwen van de mens ingevolge de groeiende macht van de media, de secularisering, het onbehagen bij laaggeschoolden en de crisis van de verzorgingsstaat. Zijn centrale stelling is dat sterk gemediatiseerde crisissen zoals de zaak Agusta, Dutroux en de dioxinecrisis voorstellingen zijn van die vertrouwenscrisis. Maar vooral dat dat gebrek aan vertrouwen een gevolg is van onverwerkte maatschappelijke veranderingen. Hij beklemtoont dat de vrijheid waarover mensen beschikken in feite een valse vrijheid is en dat het gedrag van mensen steeds meer wordt bepaald via scholen, media, reclame en de marktwerking. "De samenleving geeft het individu meer keuzevrijheid, maar probeert de gemaakte keuzes tevens te controleren via de vorming in gewenste kennis, vaardigheden, opvattingen, houdingen en emoties", aldus Elchardus.

Voor Elchardus komt het individualisme - waarbij mensen zich kunnen losmaken van invloeden - neer op manipulatie van hun denken. Het individualisme werkt zelfs ronduit debiliserend. Hiermee demonstreert hij een enorm wantrouwen tegenover de mens die los van traditionele en georganiseerde structuren zijn eigen wil volgt. In de symbolische samenleving is de mens volgens Elchardus niet vrij maar wordt hij gedwongen de richtlijnen van de levensbeschouwing en de onderwijsvorm te volgen. In plaats van individualisering maken we een toenemende standaardisering mee, waarbij de media consumenten kunnen richten tot een bepaalde behoefte. Elchardus haalt daarbij fel uit naar de ideologie van het individualisme waarbij individuen zich weliswaar kunnen losmaken van invloeden op hun denken maar zich onderwerpen aan nieuwe vormen van manipulatie. Scholen, massamedia en reclame bepalen de wil van het individu.

Deze stelling rust op drijfzand en staat haaks op de dagelijkse praktijk. Nog nooit beschikten individuen over zoveel keuze inzake literatuur, muziek, films, plastische kunsten, reizen, raadplegen van informatie als vandaag. De bemerking van Elchardus dat het vrijheidsstreven slechts zinvol is 'als het zich richt tegen concentraties van macht' klopt wel maar stemt juist overeen met het liberaal gedachtegoed dat via het individualisme de rechten van het individu boven die van de gemeenschap stelt. Juist omwille van het individu en zijn keuzevrijheid verzetten liberalen zich tegen monopolies, kartels, prijsafspraken, vestigingswetten, beperkingen op de mededinging en andere ingrepen die de markt verstoren. Verschillende keren beweert Elchardus dat de burger een consument is geworden, maar of dit zo is en welk gevaar dit inhoudt voor de samenleving blijft onduidelijk. Burgers zijn inderdaad consumenten, maar ook méér dan dat. Zo vormen ze de basis voor de democratie die via inspraak greep hebben op het beleid. Wie zegt dat die inspraak fictief is moet maar kijken naar de verkiezingsuitslagen in Frankrijk waar vanuit een diep aangevoeld democratisch denken een massale uitspaak gebeurde tegen extreem rechts. Of de verkiezingen in Nederland waar het non-beleid van de tweede paarse regering door een populist werd afgestraft. Een vanuit democratisch standpunt gezonde zaak omdat het nieuwe zuurstof in de Nederlandse politiek heeft gebracht. Of de verkiezingen in Oostenrijk waar de populistische partij van Haïder een pandoering kreeg. Of zoals in ons land bij de verkiezingen van juni 1999 waarbij de CVP die veertig jaar aan de macht was, aan de kant werd geschoven, een gebeurtenis die vanuit democratisch oogpunt alleen maar kan toegejuicht worden. In al die gevallen is bewezen dat de burgers méér zijn dan alleen consumenten.

Naast essentiële deelnemers aan het politieke debat zijn burgers als consumenten ook hoofdrolspelers over het lot van bedrijven. In tegenstelling tot wat Elchardus beweert hebben burgers ook daar macht. Het feit dat steeds meer bedrijven ethische codes aanvaarden uit vrees voor een slecht imago bewijst dit. Multinationals als Shell, Nike en Ikea plooien snel voor een dreigende of effectieve boycot van hun producten ingevolge hun dubieuze praktijken in ontwikkelingslanden. Het feit dat bedrijven via advertenties fouten in hun producten bekendmaken en aansturen op teruggave of revisie bij hun verdeelpunten toont aan hoezeer ze beducht zijn voor de macht van de consument. Niet de bedrijven zelf, maar de burgers als consumenten en, niet te vergeten, ook steeds meer als aandeelhouders, hebben de sleutel in handen voor het succes of niet van een bedrijf. De bewering dat onze eetcultuur in handen is van de fastfoodketens zoals McDonalds is een mythe die niet klopt. De gebruikers ervan vormen slechts een klein percentage van de massa verbruikers. Nog nooit is er in steden een dermate aanbod van gastronomische diversiteit geweest. Zoveel eethuizen en restaurants uit diverse culturen en met uiteenlopende smaken. En met welk recht worden fastfoodrestaurants en hun gebruikers veroordeeld? Moeten ze dan verboden worden? Individualisme leidt niet tot standaardisering, integendeel. Het is juist de belangrijkste motor tot trendbreuken, vernieuwing en originaliteit. Juist de vrije markt leidt tot een voortdurende prikkeling van de creativiteit.

Elchardus poogt de burgers opnieuw te vangen binnen duidelijk afgebakende collectieve identiteiten, een term waarvoor men vroeger het woord 'klasse' gebruikte. Dit blijkt in de praktijk onhoudbaar. Door de toenemende individualisering zijn mensen steeds moeilijker te vangen in dergelijke opdelingen. Collectieve identiteiten brokkelen gelukkig af. Steeds meer mensen, vooral jongeren, slagen erin om zich te ontrekken aan de uniformiserende tendenzen van de verzuiling en bouwen een persoonlijke identiteit op in functie van hun favoriete muziek, boeken, reizen, vrienden en contacten. Zo is ook de bewering dat het systeem van publieke en private omroepen leidt tot een tweedeling in de samenleving absurd. Het overgrote deel van de kijkers trekt zich weinig of niets aan vanwaar de beelden komen. De programmatie van TV1 verschilt nauwelijks van die van VTM. Uit diverse studies blijkt dat ze nagenoeg dezelfde items brengen in hun journaals.

"De kans is groot dat de ongestuurde beïnvloeding van individuen ongeremd verder zal gaan en dat de bastions van de burgercontrole, zoals het onderwijs en de openbare omroep, verder gesloopt zullen worden en aan de controle van de burger zullen worden onttrokken", schrijft Elchardus die wijst op het gevaar van de privatisering van de publieke omroep en het onderwijs. Nochtans stelt geen enkele politieke partij dit voor. Hij wil dat de burgers evenveel impact krijgen op de reclame en de media, als op scholen. Dat klinkt misschien goed, maar wat betekent dit in de praktijk? Moet reclame verboden worden? Moeten de media door een instantie gecontroleerd of gecensureerd worden? Moet ondernemerschap door de overheid gestuurd worden? Moet de vrije markt worden opgedoekt? De oplossingen die Elchardus aanreikt voorspellen alvast niet veel goeds. Zo wil hij 'de krachten beheersen die de samenleving vorm geven' (hij bedoelt ondermeer de media). Hij wilt dat de overheid subsidies geeft aan persgroepen die een door een 'Raad' bepaalde kwaliteit halen. Dergelijke systemen hebben in de geschiedenis geleid tot censuur en pure onvrijheid.

In het deel De crisis als podiumkunst stelt Elchardus dat we niet langer in een 'vertegenwoordigende democratie' leven. Politici laten zich eerder leiden door de media en hun voorstelling van de werkelijkheid. Het gevolg is een 'dramademocratie' en voor Elchardus het grote gevaar van het 'opkomende' populisme. Hij vergeet dat populisme in de politiek altijd heeft bestaan en dat het woord in feite 'verstaanbaar maken' betekent (wat eerder schrijft hij dat populisme zich vaak beroept op het 'gezond verstand' en dat was nu juist de slogan van de SP van Louis Tobback en een van de vuurbakens voor Steve Stevaert in zijn politiek handelen). Hij wijst op de trend dat mensen minder lid worden van politieke partijen en hij noemt het 'verrassend' dat vooral partijen die verbonden zijn met belangenorganisaties daaronder lijden (de VLD blijkt als enige juist leden te winnen). Zo verrassend is dat niet. Hun aantal leden (en kiezers) daalt omdat ze aanvoelen dat die partijen niet zozeer zorgen voor het algemeen belang van de burgers maar eerder voor het belang van die drukkingsgroepen. Elchardus zet zich af tegen de voorstellen voor meer directe democratie en keert zich dan ook tegen de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, het verminderen van het gewicht van de kopstem en het referendum omdat die de macht van de media nog zullen vergroten. Opnieuw demonstreert hij hier zijn wantrouwen tegenover de burger. Want dit zijn juist middelen om te beletten dat partijen en hun drukkingsgroepen de democratie omzeilen zoals decennialang gebeurde. Neem de kopstem die ertoe leidde dat niet de kiezers maar wel partijen en drukkingsgroepen bepaalden wie in het parlement terecht kwam. De auteur zegt dat van de verzuiling niet veel meer rest, maar wie de houding van de PS, Caritas Catolica, Boerenbond, het VBO en van drukkingsgroepen in de NMBS, de Post en het onderwijs ziet beseft dat dit niet klopt.

Individualisme en autonomie leiden logischerwijze tot populisme aldus de auteur. Het tegendeel lijkt me waar. Juist de bevrijding van het individu tegenover tradities, zuilen en geloofovertuiging zorgen voor een groter zelfbewustzijn en kritischer houding. Elchardus vergeet gemakshalve dat het succes van populisten als Haïder en Fortuyn vaak het gevolg zijn van de afkeer die mensen hebben van de pure machtspolitiek van de traditionele partijen. Vooral christen-democraten en socialisten hebben met hun benoemingspolitiek in het overheidsapparaat, hun ideologische verwatering en voorrang aan groepsbelangen een klimaat geschapen waarin populisten kansen kregen. Ook zijn stelling dat het individualisme volkomen ongeschikt is om de huidige samenleving te begrijpen omdat ze incompatibel is om mensen meer welvaart en welzijn te geven is onhoudbaar. Individualisme en zorg voor medemensen zijn niet tegengesteld. Dat wordt overtuigend bewezen door liberale denkers als Adam Smith, John Rawls en Amartya Sen. Misschien moet de auteur zich meer zorgen maken over het calculerend gedrag van mensen wanneer de 'collectiviteit' voorziet in welvaart. Elchardus beseft de morele waarde van het individualisme niet. Zoals Wislawa Szymborska stelde is het individualisme juist noodzakelijk om de mens te verheffen uit de anonimiteit, de statistieken en het autoritarisme.

"De greep van de politieke correctheid werd zo beklemmend dat elk genuanceerd debat over fundamentele samenlevingskwesties was uitgesloten", aldus Elchardus. Het lijkt op een schuldbekentenis. In feite is dit juist een belnagrijke reden waarom het populisme thans zo trendy is. En na alle kritiek op het individualisme en de toegenomen macht van de burger in het beslissingsproces stelt hij in het deel Verantwoordelijkheid dat de kiezer niet irrationeel en wispelturig is, maar duidelijke standpunten inneemt over gelijkheid, solidariteit, migranten, veiligheid, pensioenen en gezondheidszorgen. De politiek moet dan ook duidelijker worden in wat ze wil bereiken door duidelijk verifieerbare en gekwantificeerde doelen te stellen en ze aldus uit het evenementiële, emotionele en persoonlijke debat te houden. Hij pleit dan ook voor een permanente instantie die de 'zorgen en verlangens van de bevolking, alsook de maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen volgt'. Dit is een piste die door de huidige Vlaamse regering met het Pact van Vilvoorde en het toekomstdebat van Kleurrijk Vlaanderen gevolgd wordt.

In het slot Terug naar de democratie stelt de auteur het volgende. "Het nu dominante vertoog over politieke vernieuwing, dat vooral wordt gedragen door de VLD, steunt op het individualisme en bevordert het populisme en de dramademocratie. Met die tendens moet niet alleen worden gebroken; de vernieuwing moet ook radicaal de tegengestelde richting uit." Deze uitspraak geeft goed weer waar Elchardus niet voor staat, maar blijft onduidelijk over zijn alternatief. Een radicaal tegengestelde beweging betekent immers het herstel van de invloed van de drukkingsgroepen in het politieke debat. Een afwijzing van het individualisme betekent een pleidooi voor de-individualisering. Consequent doorgetrokken betekent dit een terugkeer naar een ondergeschiktheid van de rechten van het individu aan de gemeenschap. Een toestand die we zowat vijftig jaar geleden gekend hebben en waarin de pastoor in de parochie, de onderwijzer in de klas en de man in het gezin, de scepter zwaaiden. Met waarden en normen die ons werden opgelegd door groepen die de mens in naam van een hoger belang onder de knoet hielden.

De grote verdienste van Elchardus is dat hij in dit boek op zoek gaat naar de oorzaken van heel wat maatschappelijk ongenoegen. Hij dwingt de lezer tot nadenken over essentiële zaken als de democratie en de rol van de media. Hiermee toont hij zich nogmaals als een scherp en eigenzinnig analist van het maatschappelijk gebeuren in Vlaanderen. Alleen vervalt hij te snel in simplistische beoordelingen over trends en ideeën die niet in zijn politieke gedachtenwereld thuis horen.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Mark Elchardus, De dramademocratie, Lannoo, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be