Op de loop. Een Letse familiekroniek

boek vrijdag 05 mei 2006

Modris Eksteins

De twintigste eeuw was zonder twijfel de meest gruwelijke in de geschiedenis. Twee wereldoorlogen en de Holocaust zorgden voor een absoluut dieptepunt in de beschaving. En opmerkelijk, die drama’s en verschrikkingen kenden hun oorsprong en grepen vooral plaats in Europa, het deel van de wereld dat beschouwd werd als het meest beschaafde. Het drama van de vorige eeuw begon in Sarajevo met de moord op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Frans Ferdinand door de Servische nationalist Gavrilo Princip. De Eerste Wereldoorlog vormde de aanzet voor alle latere conflicten, revoluties en gewelddaden. Over die oorlog schreef de Canadese historicus Modris Eksteins in 2003 het indrukwekkende boek Lenteriten. Anders dan bijvoorbeeld Eric Hobsbawn in zijn boek Een eeuw van uitersten concentreerde Eksteins zich hierbij niet zozeer op de economische en politieke factoren maar wel op culturele en technologische gebeurtenissen die een grote indruk maakten op de westerse mens.

In Lenteriten zoomt Modris Eksteins in op historische evenementen zoals de opvoering van Stavinsky’s ballet Le Sacre du Pintemps in 1913 uitgevoerd door de Ballets Russes van Sergej Diaghilev, de legendarische transatlantische vlucht van Charles Lindbergh in 1927 en de publicatie van het boek Van het westelijk front van Erich Remarque in 1929. Elk van deze schijnbaar los van elkaar staande gebeurtenissen zorgde voor grote opwinding bij het publiek. Intellectuelen en kunstenaars uit het begin van de vorige eeuw riepen op tot vernieuwing en tot een zuivering van de wereld. Het rationalisme van de 19de eeuw moest plaats maken voor alles wat snel, nieuw en vluchtig was en voor de drang naar risico, schepping en vernietiging. De Eerste Wereldoorlog kostte het leven aan negen miljoen mensen met daarnaast 21 miljoen gewonden. Wat volgde was berusting, vertwijfeling maar vooral gevoelens van wraak. “Het oude morele gezag en de traditionele waarden bezaten geen geloofwaardigheid meer”, schrijft Eksteins. Hij verwijst ook naar Paul Valéry die reeds in 1922 een profetische uitspraak deed. “De storm is geluwd en toch zijn we nog steeds rusteloos, voelen ons niet op ons gemak, alsof de storm ieder ogenblik kan losbarsten.”

Dat die storm opnieuw zou uitbarsten bleek nadien. Het nationalisme, het communisme, het fascisme en het religieus fanatisme vormden het vergif voor de rest van de eeuw. In zijn boek Op de loop. Een Letse familierubriek laat Mordis Eksteins zien hoezeer dit gif zijn Letse landgenoten beïnvloedde. Het resultaat is een verpletterend en tragisch relaas van wreedheid, haat en moord in een van de meest getroffen Europese regio’s in die vreselijke eeuw. Het Balticum – de drie Baltische staten Letland, Estland en Litouwen – vormde immers het toneel van dramatische gebeurtenissen. Aan de hand van zijn familiegeschiedenis beschrijft de auteur sereen maar met oog voor detail de groeiende wederzijdse wrok tussen nationalisten, communisten en fascisten. Een wrok die leidde tot een van de grootste drama’s in de wereldgeschiedenis en er bijna voor zorgde dat een gans volk, een ganse cultuur en een ganse taal ten onder ging. Het boek bestaat in feite uit twee delen: een chronologische beschrijving van de gebeurtenissen in Letland van het einde van de negentiende eeuw tot 1945 en een terugblik vanaf het heden naar datzelfde jaar. In die zin spreekt de auteur over 1945 – het jaar van de Duitse overgave – als het Stunde Null, het keerpunt in de vorige eeuw. Het jaar waarop miljoenen mensen, daders, slachtoffers, vluchtelingen, gewone burgers gebroken, verbijsterd en hulpeloos op zoek waren naar een houvast en naar een nieuw begin.

In feite begint Eksteins zijn relaas halverwege de 19de eeuw met zijn overgrootmoeder Grieta en het ontluikende Lets zelfbewustzijn (in die periode gebeurde hetzelfde in Vlaanderen). Ze was een eenvoudige boerendochter die verleid werd door een Baltisch-Duitse graaf, zwanger werd en nadien verstoten. De auteur gebruikt dit drama doorheen gans zijn boek als een soort verantwoording voor de mentaliteit en het gedrag van de Letten doorheen de vorige eeuw. Zelf kwam de auteur ter wereld in 1943, toen zijn moeder gevangen zat tussen de Duitse en Russische frontlinies. En in eenzelfde beweging probeert hij te duiden waarom in 1998 vijfhonderd bejaarde veteranen van het Letse Legioen die destijds meevochten met de Duitse SS in Riga paradeerden met goedkeuring van enkele hoogwaardigheidsbekleders. Het lijkt in het begin nogal confuus maar Eksteins legt bladzijde na bladzijde geduldig de onderlinge verbanden uit. Het grote wantrouwen, de onverdraagzaamheid en zelfs regelrechte wraak die ook vandaag nog bestaan onder heel wat Balten heeft zijn wortels in het verleden toen de bewoners van die kleine staatjes letterlijk de speelbal waren van de grote machten Duitsland en Rusland die elk op hun beurt de lokale bevolking terroriseerden en mismeesterden.

De oorzaak van die spanningen is niet eenduidig maar Eksteins wijst op de inspanningen van de kerk om in de loop der eeuwen het christelijk geloof op te dringen. In de twaalfde eeuw was er zelfs een heuse Baltische kruistocht nodig om de lokale bevolking te kerstenen en zoals elders gebeurde dit met het zwaard. De 18de eeuwse predikant en dichter Johann Herder vergeleek die kerstening met de Spaanse verovering van Peru waarbij de plaatselijke bevolking quasi werd uitgeroeid. Tegelijk vestigde zich toen een belangrijke Duitse elite in de Baltische staten die het Lets en Ests beschouwden als boerentalen. Tegelijk probeerden de Russische tsaren hun invloed op de regio te vergroten. Gewrongen tussen de grootmachten Duitsland, Rusland, Zweden en Polen hielden de Letten zich ondanks alle wreedheden tegen hun volk staande. Wat in de twintigste eeuw volgde, was een opeenstapeling van bezettingen, represailles en moorden tegenover de lokale bevolking, opeenvolgend door de Duisters en de Russen. Om hun voortbestaan te verzekeren vormden de Letten eigen militaire eenheden en stelden die nogal naïef ten dienste van diegenen die hen onafhankelijkheid beloofden. Keer op keer werden ze bedrogen en streden Letse nationalisten voor de ‘verkeerde’ partij, waardoor ze zichzelf voortdurend bloot stelden aan de wraak van de uiteindelijke overwinnaars.

De Baltische staten kregen het al hard te verduren in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Het Rode Leger bezette de gebieden waarna Duitse nationalistische vrijkorpsen terugsloegen. De Rode Terreur zorgde ervoor dat de bevolking een afkeer kreeg voor het bolsjewisme maar na de Duitse wraak keerde de bevolking zich weer af van het Herrenras. In feite waren de Letten, net zoals de andere Baltische volkeren, voortdurend het slachtoffer van de paranoia van de bezetters die zich wilden wreken op de lokale bevolking. Het was het lot van veel Oost-Europese volkeren en steden. Zo kwam Kiev, de hoofdstad van de Oekraïne, tussen 1918 en 1920 zestien keer in andere handen terecht. De stad werd de inzet van een meedogenloze strijd tussen Oekraïense nationalisten, Polen, Duitsers, de anti-communistische Russische generaal Denikin en de bolsjewisten. Lees hierover de ervaringen van Isaak Babel die verslag deed van de Russisch-Poolse oorlog in zijn meesterwerk De Rode Ruiterij. In 1920 erkende de Sovjet Unie de ‘eeuwige onafhankelijkheid’ van de Baltische Staten maar dat bleek achteraf een zoveelste valse belofte.

Letland raakte in de jaren dertig net als de andere Baltische Staten ongewild in de maalstroom van de internationale spanningen. In 1934 slaat het land de weg van dictatuur in en groeit een nationalistische groep met de strijdkreet ‘Letland voor de Letten’ die vijandig staat tegenover de Duitsers, de Russen en de joden. Dat laatste komt omdat men het bolsjewisme als een door de joden geleide groep aanzag, eenzelfde zienswijze als de nazi’s. Over de hoofden van de Baltische Staten heen werd in 1939 een akkoord gesloten tussen Moskou en Berlijn. Litouwen zou onder Duitse invloedssfeer komen en Letland en Estland onder die van de Sovjets. Het Russisch-Duitse ‘vriendschapsverdrag’ zou later een dramatische impact hebben op het leven van miljoenen Balten. Eerst rollen de Sovjettanks binnen in Riga en worden er ‘volksparlementen’ geïnstalleerd. Anticommunistische elementen als bourgeois en rijke boeren worden vervolgd en gedeporteerd. De grootvader van de auteur verliest zijn boerderij die opgaat in een collectieve eigendom. Maar na het begin van de operatie Barbarossa in juni 1941 keren de Duitsers terug als ‘bevrijders’ en dan is de leuze ‘Dood aan de communisten en joden’. Tal van Baltische Duitsers die daarvoor hadden moeten vluchten keren nu terug, met haat tegenover de Russen maar ook en vooral tegenover de ‘onbetrouwbare Letten’.

Het is in die periode, in die ‘woeste strijd die al eeuwen broeide tussen Teutoon en Slaaf’ dat het grote drama met de joden in Letland gebeurde. Voor de Grote Oorlog woonden nog 200.000 joden in Letland, in 1935 zijn er nog nauwelijks 100.000. Communisten en joden worden in hoofde van de Letten synoniemen en als de Duitsers de Sovjets verdrijven breekt de volkswoede uit. Nog voor de Duitse Einzatsgruppe kunnen beginnen met hun vreselijke werk worden al tienduizenden joden vermoord door de Letten zelf. Duitse functionarissen spreken van een ‘monsterlijke’ houding van de Letse plattelandsbevolking. ‘De holocaust is bij lange na geen zuiver Duits-Joodse aangelegenheid’, zo schrijft Eksteins terecht. Ook de getto’s in Riga worden in de loop van 1943 zonder al te veel moeite opgedoekt. Letland kent het hoogste vernietigingspercentage van Joden in heel Europa, zo schrijft de auteur, en dat zegt veel. Begrijpelijk is dan ook dat de Duitsers na Stalingrad gretig gebruik maken van niet-Duitse manschappen om de oorlog te voeren tegen de Sovjets. Meer dan 30.000 Letse soldaten zullen aan de zijde van de SS strijden. ‘Niet zozeer voor nazi-Duitsland’, aldus Eksteins, maar ‘tegen het bolsjewistische Rusland’. Deze zin zegt alles over de dubbelzinnige positie waarin de Letten zich bevonden.

In 1944 slaat de slinger van de geschiedenis weer in de andere richting en veroveren de Sovjets opnieuw de Baltische Staten. Bij de verovering van het dorp waar de ouders van Eksteins leven wordt hevig strijd gevoerd en een granaatstuk schampt de slaap van de auteur. Daarop slaat de familie op de vlucht, eerst naar Riga, dan noordwaarts naar Tallinn, dan naar Danzig – een van de laatste steden die de nazi’s onder controle hielden – en tenslotte naar Berlijn waar ze drie maanden vast zaten. Over die periode schrijft de auteur bloedstollende verhalen al kan hij die gezien zijn leeftijd enkel uit tweede hand hebben. Zo heeft hij het over een treintransport van Duitse kinderen naar de hoofdstad die bij aankomst allemaal bevroren blijken en over Berlijners die enorme sommen geld bieden voor gele jodensterren om zo te ontkomen aan de wraak van de Russen. Maar tegelijk maakt Eksteins ook melding van de krankzinnige bombardementen op de Duitse steden en op de verkrachting van twee miljoen Duitse vrouwen door Russische soldaten. Niemand blijft onschuldig. Uiteindelijk bereiken de Eksteins met een overvolle trein de stad Flensburg, het meest noordelijke puntje van Sleeswijk vlakbij Denemarken waar de nazi’s onder leiding van grootadmiraal Karl Dönitz als laatste stand hielden.

‘Het jaar 1945 markeert het absolute dieptepunt, het nadir van de westerse beschaving’, zo schrijft Eksteins. Terecht trouwens want het einde van de oorlog betekende voor miljoenen Duitsers ook het finale einde van een droom of waanvoorstelling. Tegelijk was het voor miljoenen anderen het begin van een nieuw leven, in het bijzonder voor de talloze gevangenen in de diverse kampen en de krijgsgevangenen. In feite ging het toen over miljoenen mensen die ver van huis aan hun lot werden overgelaten en toen essentiële keuzes moesten maken die bepalend waren voor de rest van hun leven. Ook voor de Letten begon toen een nieuwe fase. Bijna 140.000 hadden gevochten met de Duitsers terwijl 65.000 streden aan de kant van de Russen. Velen onder hen zijn door de Sovjets onder dwang afgevoerd naar de Goelagkampen. Daarna volgde het IJzeren Gordijn. Meer dan veertig jaar werden de Baltische Staten bezet en bestuurd door de Sovjets, maar na de val van de Muur kregen Letland, Estland en Litouwen eindelijk hun zwaar bevochten vrijheid. In een referendum in 1991 stemden 73 procent van de Letten voor de onafhankelijkheid van hun land, in 1994 trokken de laatste Russische troepen zich terug en sinds 2004 zijn de Baltische Staten leden van de Europese Unie.

Eksteins beëindigde zijn boek in 1999 en kon niet vermoeden dat zijn geboorteland zo snel deel zou uitmaken van de grote Europese familie. Waarschijnlijk is hij thans een tevreden man die weet dat zijn landgenoten in goede handen zijn. Zijn persoonlijke familiegeschiedenis heeft daar gewild of ongewild toe bijgedragen. De gruwelijkheden die gebeurden in de Baltische Staten moeten ons meer de waarde van de Europese Unie doen beseffen. Na tweeduizend jaar van strijd en geweld zijn we erin geslaagd om een succesvol en geweldloos project voor Europa te ontwikkelen. Misschien is het boek van Eksteins wel het meest overtuigende argument waarom we met de Europese Unie moeten doorgaan. Europa verenigt niet zozeer landen maar wel personen. Personen die elk op zich beschikken over unieke rechten en vrijheden. Dat en alleen dat is de essentie van de Europese Unie.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Modris Eksteins, Op de loop, Manteau/Mets & Schilt, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be