Dus ik ben. Een zoektocht naar identiteit

boek vrijdag 26 maart 2010

Stine Jensen en Rob Wijnberg

Tot tien jaar geleden werd over het begrip (groeps)identiteit nauwelijks gediscussieerd. De meeste westerlingen, zeker in de Lage Landen, voelden zich enthousiaste Europeanen en kosmopolitische wereldburgers die overeenkomstig Fukuyama geloofden dat de liberale democratieën stilaan maar zeker de hele wereld zouden veroveren. Het optimisme dat rond de eeuwwisseling zo breed gedragen werd, heeft het voorbije decennium echter plaatsgemaakt voor een diepgaand pessimisme en dat hoeft ook niet te verwonderen. De terreuraanslagen van 11 september 2001 in de VS en later in Madrid en Londen, de globalisering, de opmars van China en India, het herstel van de autocratie in Rusland, de stijgende energieprijzen, de toenemende migratie, de effecten van de multiculturele samenleving, de verwoestende effecten van de opwarming van de aarde, het toenemende euroscepticisme, en de wereldwijde financiële en economische crisis hebben intussen een vloedgolf van angst en onzekerheid door de samenleving gejaagd. Tal van extreme en populistische partijen spelen daarop in en geven de indruk dat we opnieuw aandacht moeten geven aan onze eigen groepsidentiteit. Ze brengen een discours van specificiteit, nationalisme en protectionisme. Ze willen vooral dat we met zijn allen ‘terugvallen op de eigen waarden en tradities’ en de mens terugbrengen tot één enkele identiteit die als een vijandbeeld tegenover de Anderen staat.

Het hele identiteitsdebat speelt zich in Nederland vooral af ‘in het spanningsveld tussen de seculiere, liberale staat enerzijds en de aanwezigheid van moslims anderzijds’. Het gaat echter over veel meer. Over die hedendaagse zoektocht naar identiteit schreven Stine Jensen en Rob Wijnberg een interessant boek Dus ik ben. Aan de hand van wat grote denkers in de geschiedenis hierover zegden, gaan ze in op de vraag ‘Wie zijn wij?’. Na jaren van secularisering is de opmars van religies daarin opnieuw sterk bepalend. ‘Hoe sterker het geloof, des te directer de relatie met iemands identiteit. Een overtuigd moslim, christen of andersgelovige is wat hij denkt’, schrijven de auteurs, en dat wordt aangewakkerd door populisten die deze stelling zo ongenuanceerd overbrengen. In feite gaat het om generalisaties die bijzonder negatief kunnen zijn. Door mensen terug te brengen tot één identiteit, bijvoorbeeld tot uitsluitend ‘moslim’ of ‘christen’ versterkt men een vijandsbeeld waarbij elke handeling van één lid van de groep als vanzelf wordt toegekend aan een hele groep. Dat was het geval toen een imam principieel de hand weigerde te schudden van een vrouwelijke minister en moslima’s weigeren zich te laten behandelen door mannelijke dokters.

Het is een beangstigende evolutie waarvoor Amartya Sen in zijn boek Identity and Violence voor waarschuwde. Net de opdeling en opsluiting van mensen in één specifieke identiteit leidt tot gevoelens van meerderwaardigheid en geweld. Heel wat barbaarse conflicten die in de loop van de geschiedenis gebeurden, kwamen voort uit de veronderstelling van het bestaan van een unieke en superieure identiteit. Daarvoor hoeft men zelfs niet ver terug te gaan in de tijd. Amartya Sen haalt het voorbeeld aan van de genocide in Rwanda waarbij Hutu’s talloze Tutsi’s afslachtten met machetes, de conflicten tussen de Serviërs en de moslims in de Balkan en recent de toenemende conflicten tussen militante islamieten en het Westen. Door mensen te herleiden tot lid van één specifieke groep vallen morele barrières weg. De stelling dat we maar één identiteit zouden hebben is dus gevaarlijk.

Het lidmaatschap van een groep kan belangrijk zijn, aldus Amartya Sen, maar nog belangrijker is het recht van elke mens om zelf zijn identiteit te bepalen. Het gaat niet om groepen, maar om mensen. Om fundamentalisme te voorkomen is het dus noodzakelijk dat men beseft en aanvaardt dat mensen diverse identiteiten en loyaliteiten (kunnen) hebben, en dat ze die zelf kunnen kiezen. Stine Jensen en Rob Wijnberg tonen dit op hun eigen manier aan. Ze wijzen erop dat veel van de voorvallen rond moslims door de media veralgemeend worden. Het gaat om nauwelijks vijf procent van de bevolking en de geloofspraktijk onder volwassen moslims loopt, net zoals in andere godsdiensten, terug. Ze keren zich dan ook duidelijk tegen Geert Wilders die de Koran wil verbieden, de grenzen sluiten en staatsburgers hun paspoort ontnemen. ‘Verzet tegen dit soort ongrondwettelijke en bovendien praktisch onuitvoerbare maatregelen kan niet groot genoeg zijn: ze staan immers haaks op de verlichtingswaarden die wij zeggen voor te staan.’ Dat neemt natuurlijk niet weg dat heel wat burgers zich terecht afkeren tegen het obscurantisme dat uitgaat van orthodoxe gelovigen die hun bedenkelijke waarden en tradities willen opleggen aan anderen. Het is dan ook de taak van de traditionele partijen om begrijpelijk ongenoegen te kanaliseren en oplossingen voor te stellen en door te voeren die daaraan kunnen verhelpen.

Dat mensen veel meer zijn dan één identiteit volgt uit de rest van het boek. De auteurs behandelen tal van politieke, maatschappelijke en psychologische factoren die hun diverse deelidentiteiten mee vorm geven, soms ten goede, maar soms ook ten kwade. Zo zorgde het principe ‘ik voel dus ik ben’ via het romantisme en nationalisme van de negentiende eeuw voor enorme drama’s. In De wereld van gisteren beschrijft Stefan Zweig hoe een golf van eng nationalisme het Avondland overspoelde. Niemand kon eraan weerstaan: niet de socialisten die hun Internationale al snel inruilden voor een nationalistisch discours, niet van de paus die zich verkeek op de gebeurtenissen, niet van de schrijvers. Vooral dat laatste intrigeert Zweig. Ook de voordien kosmopolitische intellectuelen leken aangestoken door de pest van het nationalisme en bestookten met woorden hun collega’s in het andere kamp. De massa bezweek onder de nationalistische retoriek en de haatcampagnes tegenover de ‘Ander’. De auteur verhaalt over een bioscoopbezoek in Frankrijk waarin een fragment werd getoond van keizer Wilhelm II waarop het publiek begon te schreeuwen en fluiten. ‘Het was maar één seconde geweest, maar wel één die mij liet zien hoe gemakkelijk het zou zijn, de mensen aan beide kanten als de nood echt aan de man kwam op te hitsen, ondanks alle pogingen begrip te wekken, ondanks onze eigen inspanningen’.

Een ander belangrijk deelaspect van ieders identiteit is de job die men heeft. Maar hier is de voorbije jaren iets fundamenteels veranderd. Vroeger had men vaak een job voor het leven, nu is dat niet langer het geval. Het zorgt voor onzekerheid en het sterkt of verzwakt ons zelfbeeld. Ook onze naam zelf speelt een belangrijke rol. Je naam onderscheidt je van anderen, maar in sommige gevallen verbindt het ook, zo noemen heel wat moslimjongeren Mohammed, waardoor men al snel in een hokje wordt getopt. Nochtans blijkt uit namen juist ook een enorme diversiteit, zoals duidelijk werd toen Ayaan Hirsi Ali in 2006 een persconferentie gaf over haar naam: ‘Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan, de zoon van Isse, de zoon van Guleid, die de zoon was van Ali, die de zoon was van Wai’ays, die de zoon was van Muhammed, van Ali, van Umar, van het geslacht Osman, de zoon van Mahamud.’ Daarmee demonstreerde ze in één zin de enorme complexiteit van elke mens, en tegelijk zijn uniciteit. Het is juist een omkering van Wilders stompzinnige visie dat alle Mohammeds tot hetzelfde worden gereduceerd. In zekere zin doet de populist aan een soort taalkundige frenologie en fysiognomie zoals Cesare Lombroso die een fysiek en erfelijk determinisme verdedigde, en mensen op uiterlijkheden criminele eigenschappen toeschreef.

‘Ik hoor erbij dus ik ben’, is een andere belangrijke vorm van identificatie. Zo sluiten we graag aan bij ‘gelijksoortige anderen’. Maar evenzeer bestaat ‘ik lijd dus ik ben’, waardoor bijvoorbeeld arme Afrikanen die in nood zijn worden opgemerkt. Dit leidt immers tot een andere vorm van identificatie. ‘We worden moreel aangespoord om het lijden, dat on-menselijk is, te stoppen’, aldus de auteurs. Hiermee raken ze aan de kern van ons menszijn. Vanuit een Kantiaanse visie is er immers één identiteit die niemand kan en mag ontkennen en die steeds als belangrijkste zou moeten gelden, namelijk dat alle mensen gelijkwaardig zijn, dat elke mens een wereldburger is, en dat elke mens beschikt over onaantastbare rechten en vrijheden. Maar blijkbaar zien veel intellectuelen en politici dat anders en hechten ze uitermate belang aan een soort gedeeld verleden waartoe sommigen behoren en anderen niet. Vandaar het toenemende belang dat wordt besteed aan ‘een nationale identiteit’ in de poging ‘om een historisch bewustzijn te kweken’, een discussie die we de voorbije jaren vooral in Frankrijk en Nederland bezig zien. Zo heeft men in Nederland een canon van de vaderlandse geschiedenis samengesteld, een lijst van vijftig thema's die chronologisch een samenvatting geeft van de Geschiedenis van Nederland. Het lijkt me een krampachtige en kunstmatige manier om een soort gemeenschapsgevoel te vormen.

Misschien is nog de belangrijkste kracht tot identiteitsvorming de zucht van elke mens naar erkenning, of zoals de auteurs het mooi omschrijven, ‘het verlangen om verlangd te worden’. In die zin zijn er heel wat mensen die bij gebrek eraan een bijzonder laag zelfbeeld hebben met soms negatieve, zelfs destructieve gevolgen van dien tegenover diegenen die men daar verantwoordelijk voor acht. Hierbij sluit het consumentisme aan waarbij mensen via hun koopgedrag proberen ergens bij te behoren. De auteurs wijzen hier op de paradox van de hedendaagse consumptiecultuur: ‘dat die enerzijds massaproducten levert en anderzijds geheel gericht is op de cultivering van het individu’. Een ander aspect van die erkenning wordt eenvoudigweg gevormd door het uiterlijk dat vaak bepalend is voor iemands kansen in de maatschappij. Die hang naar erkenning blijkt ook uit het succes van virtuele netwerken zoals Facebook waar mensen zich zo gunstig mogelijk voorstellen om aantrekkelijk gevonden te worden. Het valt op dat wie daarop actief is juist een zo rijk mogelijke schakering van deelidentiteiten beklemtoont, want pas dat is aantrekkelijk. Dit boek is alvast een antidotum tegen het generaliserend identiteitsdenken dat overal de kop opsteekt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Jensen Stine & Wijnberg Rob, Dus ik ben. Een zoektocht naar identiteit, Be Bezige Bij, 2010

Links
http://weblogs.hollanddoc.nl/dusikben/
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be