Draaikonten en haatblaffers

boek vrijdag 09 december 2011

Guus Kuijer

Guus Kuijer (1942) is een Nederlandse jeugdschrijver die de voorbije jaren ook hoogst interessante non-fictie boeken schreef over de verhouding tussen staat en religie. In zijn pamflet Hoe een klein rotgodje God vermoordde uit 2006 keerde hij zich niet alleen tegen de door goden uitgesproken waarheden, maar vooral tegen de menselijke interpretaties ervan. Het vormt een deconstructie van het godsbegrip en de zogenaamd authentieke openbaringsteksten. Het zorgde voor ophef en kende in korte tijd dan ook drie herdrukken. In zijn boek Het doden van een mens verhaalt hij over de ideeënstrijd van Miguel Serveto of Michel Servet die in 1553 op aanstoken van Johannes Calvijn levend werd verbrand. Aan de hand van dit voorbeeld laat Kuijer zien dat zowat elke – op basis van religieuze motieven – uitgevoerde moord het gevolg is van een logische gedachtegang: wie niet gelooft moet uitgeschakeld worden. Die ‘logica’ heeft in de loop van de geschiedenis talloze slachtoffers gemaakt.

In zijn laatste boek Draaikonten & haatblaffers heeft hij het over de moeizame geboorte van de tolerantiegedachte in Europa. Die gedachte is er natuurlijk niet gekomen door één enkele persoon maar wel in een periode waarin het bij heel wat intellectuelen begon te dagen dat de onderwerping aan dogma’s en het vermoorden van andersdenkenden niet conform Jezus’ boodschap was. Een van de eerste intellectuelen die dat besefte was Desiderius Erasmus die met zijn Lof der zotheid de weg vrijmaakte voor de Reformatie en voor de eerste religiekritiek. Kuijer stelt Benito Arias Montano centraal in de strijd voor de tolerantie en daar heeft hij een goede reden voor. In de jaren 60 en 70 van de zestiende eeuw bestond er een hevige strijd tussen orthodoxe calvinisten en katholieken die beide even onverdraagzaam waren. Montano staat model voor iemand die weigerde om de manifeste intolerantie van een van beide groepen te volgen. Dat werd hem niet in dank afgenomen. De universele waarde van zijn houding is het waard om er vandaag opnieuw aandacht voor te besteden, zeker nu intolerante gelovigen elkaar en ongelovigen weer letterlijk te lijf gaan.

“Tolerantie betekent dat je mensen moet verdragen tegen wie je bezwaren hebt”, zo luidt de stelling van Kuijer. Dat heeft dus niets te maken met begrippen als ‘flink’ of ‘trots’, zoals sommige politici beweren. Even belangrijk is de waarde die men hecht aan de wetenschap. Die is immers gezagsondermijnend en dat is dan ook de reden waarom godsdiensten er zoveel problemen mee hebben. Die twee elementen hebben Benito Montana, die vanuit Spanje naar Antwerpen afreisde, beïnvloed. Hij was een priester die door Filips II in 1568 naar de beruchte havenstad werd gestuurd, het eerste jaar van de Tachtigjarige Oorlog. Oorspronkelijk werd hij er gehaat, want hij was een vertegenwoordiger van de Spaanse koning en zijn wrede hertog Alva, en Montana zelf was onder indruk van de beeldenstorm die in heel wat katholieke kerken had huis gehouden. Door zijn contacten met de Antwerpse drukker Christoffel Plantijn en de Nederlandse kunstenaar Dirck Coornhernt kwam hij echter in contact met het humanisme en veranderde stilaan maar zeker zijn wereldbeeld.

Montana zag immers de uitwassen van het orthodoxe katholicisme. “De soldaten beroofden kerken van hun relieken, altaarkleden, priestergewaden, miskelken en zelfs van de garderobe van de Heilige Maagd. Zij moordden, verkrachtten en castreerden, zonder enig onderscheid te maken tussen vriend en vijand.” Zo gingen de katholieke soldaten van de hertog van Alva tekeer in Vlaanderen, iets wat grandioos beschreven staat in Het Geuzenboek van Louis Paul Boon. Voor Kuijer was Montano een ‘draaikont’. Hij was voorstander van de terreur van Alva maar verzette er zich ook tegen. Waarop Kuijer stelt dat ‘een tolerante samenleving bestaat uit draaikonten. Samenleven is onmogelijk wanneer je niet in staat bent van mening te veranderen’. Dat oordeel over Montano lijkt me te streng. In die periode was het uiten van een andere mening immers levensgevaarlijk. ‘Draaikonten’ nemen doorgaans geen enkel risico, Montano deed dat juist wel. En Kuijer beschrijft zelf hoe Montano tegen de stroom inging. Zo temperde hij de heksenvervolging, een moedige houding in die tijd, en keerde hij zich tegen de minachting van de religieuze leiders tegenover vrouwen.

Montano was (en is) echter de kerk niet. De kerk leeft nog steeds volgens dogma’s die gewoon waanzinnig zijn. Zo keert de huidige paus zich tegen het moderne denken dat de waarheid in pacht zou hebben. Dat klopt niet, al is het maar omdat waarheden vanuit de wetenschap absoluut zijn (al werd dat door Karl Popper bestreden). Maar belangrijker is natuurlijk dat de kerk zoveel mensen heeft vervolgd omdat ze juist een religieus dogma in vraag stelden en er een natuurwetenschappelijke waarheid tegenover plaatsten. Nog erger was de strijd om de mens zelf. Volgens de theologen kon de mens zijn lot niet zelf bepalen, tot Pico della Mirandola het tegendeel beweerde. In Over de waardigheid van de mens stelde hij dat de mens zich kon verheffen tot het meest goddelijke, of zich verlagen tot het meest dierlijke. Dat laatste is lang bestreden door de paus en de Kerk, maar zonder succes. Niemand kan nog zeggen dat een mens van bij zijn geboorte tot iets voorbestemd is. Wie dat toch denkt is niet alleen reactionair, maar zelfs medeschuldig aan de kans om kinderen een beter bestaan te geven.

Een van de opdrachten die Montano vanuit Spanje kreeg was de supervisie van de uitgave van de Biblia Polyglotta, of de meertalige Bijbel dat gedrukt zou worden door Christoffel Plantijn. Hij was immers een talenknobbel die niet alleen de ‘moderne’ talen uit die tijd beheerste zoals het Spaans, Italiaans en Frans, maar ook de oude talen Latijn, Grieks en Hebreeuws. Toen die Bijbel klaar was stuurde zijn opdrachtgever Filips II het resultaat naar de paus, iets wat veel zegt over de onderdanige houding van de Spaanse vorst voor de geestelijke leider. Uit de reactie van de paus zien we hoe diep het antisemitisme toen verankerd zat. “Zolang er joden bestaan zullen de christenen nooit de baas worden over een Heilige Schrift die zij als de hunne beschouwen”, zo redeneerde men, dus moesten de Joden worden opgeruimd. Kuijer springt dan naar de tegenwoordige tijd om het hedendaagse anti-islamisme aan te klagen (antisemitisme en anti-islamisme zijn voor de auteur eeneiige tweelingen). Ook nu zijn er leiders die mensen oproepen om anderen te haten, zogenaamde haatblaffers. En hij komt op voor de twijfelaars die nauwelijks opgewassen zijn tegen de zekerweters.

In die zin meent Kuijer dat vrijzinnigheid vandaag te stil en te zachtaardig is om een vuist te kunnen maken tegen de orthodoxen. En bij die laatste hoort ook de huidige paus. Kuijer stoort zich aan de door de Spaanse bisschoppen georganiseerde demonstraties tegen de socialistische premier Zapatero die het homohuwelijk in Spanje mogelijk maakte. “We hebben dus midden in West-Europa te maken met een absolute vorst die middels zijn kroonprinsen en prinsen zich op ongecontroleerde wijze bemoeit met interne aangelegenheden van andere landen.” Montano besefte dit al in zijn tijd en pleitte onder meer voor onderwijs dat niet door priesters wordt gegeven, maar door lieden onafhankelijk van de kerk teneinde de kinderen ‘een persoonlijke toegang naar de geletterde wereld te verschaffen’. En vrijheid betekende voor hem ‘de vrijheid te bestuderen wat hij wilde en te schrijven wat hij meende’. Dat waren gevaarlijke gedachten, toch zeker van iemand die voordien nog (tussen 1569 en 1571) onder toezicht van Alva het opstellen van de Index van de verboden boeken had moeten coördineren.

Het leven van Montana speelt zich af in die sfeer van religieus fanatisme waardoor Spanje vanaf Filips II ook ten onder zou gaan, zowel economisch, militair als cultureel. En dat gebeurde destijds ook met Antwerpen, een stad waar mensen met de meest uiteenlopende ideeën en nationaliteiten rondliepen maar die ten onderging door een strijd op leven en dood tussen orthodoxe gelovigen en uiteindelijk tot stilstand kwam. Hieruit trekt Kuijer lessen naar het heden. Het fundamentalisme van christenen en moslims moeten we bestrijden, maar tegelijk keert hij zich tegen ‘de politicus die het gedrag van vervelende moslimjongetjes toeschrijft aan de islamitische godsdienst’ en de vele Nederlanders die hem daarin volgen. Er moet dus niet gestreden worden tegen dé moslims, maar ‘tegen de intolerantie in alle godsdiensten en ideologieën’, aldus Kuijer.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Guus Kuijer, Draaikonten en haatblaffers, Athenaeum, 2011

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be