Dieren eten

boek vrijdag 11 juni 2010

Jonathan Safran Foer

Aanleiding voor het schrijven van Dieren eten was de geboorte van Foers zoontje en de vraag wat hij het uk te eten zou geven eens het van de fruitpapjes af was. Zelf twijfelde hij al zijn hele leven of het eten van vlees wel door de beugel kon, net als zijn vrouw trouwens, de al net zo succesvolle schrijfster Nicole Kraus. Foer achtte zichzelf best in staat om een objectief portret te geven van de industrie omdat hij geen extremist was en geen overdreven dierenvriend. Meer zelfs, als geboren New Yorker was zijn ervaring met dieren quasi onbestaande. Katten vond hij maar niets en honden vond hij laf of maf, tot er op zijn zesentwintigste een vondelingetje voor de deur lag en hij dat tegen zijn zin opvoedde tot ene George, daarmee zijn gezinnetje toevoegend aan de 63% andere die een huisdier bezitten, waar jaarlijks ongeveer 34 miljard dollar aan opgaat.

U merkt het, cijfers, het boek staat er vol van, en alhoewel Foer schrijft dat de keuze voor een bepaald soort voedsel niet op rationele gronden gebeurt, is hun overtuigingskracht toch bijzonder groot. Wist u bijvoorbeeld dat de bijdrage van de veeteelt aan het broeikaseffect 40% groter is dan die van de gehele wereldwijde transportsector samen, en dat die teelt daarmee de grootste boosdoener is? Of dat hij zorgt voor 37% van de antropogene methaanuitstoot en 65% van de stikstofmonoxide-uitstoot?

Foer laat zijn oog vallen op de kweek van varkens, koeien, zalm, kalkoenen en kippen, en dat allemaal in een Amerikaanse context waarin van dierenwelzijn praktisch geen sprake is, zeker niet in de wetgeving. En van een mestbank hebben ze daar ook nog niet gehoord. Smithfield, de multinational die ook in België actief is, produceert een kwart van alle Amerikaanse varkens, 31 miljoen per jaar, wat per Amerikaan 127 kilo mest oplevert. De totale mestproductie van de veeteelt is in de V.S. trouwens 130 keer zo groot dan die van de bevolking, wat neerkomt op 43 ton per seconde. Al die stront wordt uitgereden of verneveld, wat bijzonder ongezond is.

Wanneer Foer het over de kippensector heeft is hij op zijn hallucinantst. Vooreerst moet er een onderscheid gemaakt worden tussen leg- en vleeskippen. De eerste zitten in kooitjes van vier vierkante decimeter acht hoog boven elkaar - in Japan gaat dat zelfs tot achttien hoog - en worden chemisch gestimuleerd om onophoudelijk te leggen. Vleeskippen daarentegen zitten op een vloer, maar veel meer ruimte hebben ze niet, zo’n 7,4 vierkante decimeter per kip. Ze krijgen een mengsel van voer en antibiotica, zitten twintig uur per dag in het licht en worden door specifiek op bepaalde eigenschappen te fokken 65 procent zwaarder dan vroeger en dat in 60% minder tijd. De volwassen kip die u thuis in de oven laat glijden zat zes weken eerder nog in een ei. Dat kweekprocédé heeft ook zo zijn nadelen natuurlijk. Zo sterft 4% van de kippen aan ‘sudden death syndrome’, wat betekent dat ze gewoon doodvallen en bezwijkt 5% aan ‘ascites’, een ziekte waarbij zich vocht ophoop in de lichaamsholtes. 75% van de kippen heeft last bij het lopen en een kwart heeft daar ook duidelijk pijn bij. 93% is besmet met ‘E. coli’, 8% met ‘salmonella’ en 70 à 90% met de dodelijke ‘campylobacter’.

Regelgeving omtrent diervriendelijk slachten is er niet in de V.S. en voor kippen is dat een sneue zaak. Op weg naar de slachterij loopt een derde van de dieren bijvoorbeeld botbreuken op door de ruwe manier waarop ermee omgesprongen wordt. Het slachten gebeurt niet alleen bijzonder wreed - soms worden levende kippen afgebrand - maar ook weinig hygiënisch, waarbij darmen doorgesneden worden en de uitwerpselen in het rond vliegen. Nadien gaan de besmeurde kippen de waterkoeling in - een procédé dat in Canada en de EU verboden is; daar wordt luchtkoeling gebruikt - waarbij de ‘uitwerpselensoep’ zoals de koelvloeistof ook wel genoemd wordt het vlees impregneert en het tot groot jolijt van de groothandel 10% zwaarder maakt. 83% van het verkochte kippenvlees is daardoor in feite ongeschikt voor consumptie.

Na drie jaar onderzoek eindigt Foer als een overtuigde vegetariër die, omdat hij weet dat niet iedereen bereid is zijn biefstuk of kippenbout achterwege te laten, opkomt voor de duurzame en kleinschalige veehouderij die momenteel in de V.S. nog goed is voor 1% van de totale veeteelt. Voor hem is het een principezaak, net zoals het dit was voor zijn joodse oma die als kind tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgehongerd door Centraal-Europa zwierf en een aangeboden stuk varkensvlees weigerde. “Als niets er meer toe doet, is er niets meer om voor te leven”, zei ze daarover.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze tekst verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage van De Morgen

Jonathan Safran Foer, Dieren eten, Ambo/Manteau, 335 p., 19,95 euro

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be