De mythe van de parlementaire democratie. Een Belgische analyse.

boek vrijdag 11 oktober 2002

Wilfried Dewachter

De basisstelling van Dewachter, professor emeritus van het Departement Politieke en Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven, luidt dat de Belgische democratie van vandaag nog maar een zwak afschijnsel is van die van 1830. Oorspronkelijk waren parlementairen onafhankelijke vertegenwoordigers van het ganse volk, dus niet alleen van hun eigen kiezers zoals velen verkeerdelijk veronderstellen. Ze waren opgevat als een elite die in eer en geweten en op basis van argumentatie en debat over de wetten en het bestuur van het land besliste. Vandaag hebben ze in meerdere opzichten de gedaante aangenomen van 'werknemers' van hun partij. De impact van partijen en de partijvoorzitters is mettertijd zeer groot geworden en staat toch niet omschreven in de grondwet. Een reeds langgehoorde klacht vormt ťťn van de rode draden van Dewachters studie: met de parlementaire macht is ook de transparantie van onze democratie afgenomen. Meteen rijst hier de vraag of Dewachter (en hij niet alleen) het parlementarisme van eertijds niet teveel idealiseert. Zijn probleemstelling is echter pertinent.

Deze politologische studie zet de kloof tussen de theorie en de praktijk, met haar eigen wetmatigheden, in de verf. Alleen al een maatschappelijke problematiek op de politieke agenda krijgen, stuit op een hoge drempel. Meestal lukt zoiets slechts als het past in de bestaande en taaie partijconstellaties. Dť grote breuklijnen die het politieke leven van BelgiŽ gedurende meer dan een eeuw hebben bepaald waren de tegenstelling tussen economisch liberalisme en socialisme, tussen vrijzinnigen en gelovigen en tussen Vlamingen en Walen. Dewachter is dan ook pessimistisch over de mogelijkheden van de 'velddemocratie': deze wordt geneutraliseerd en afgebogen door de politieke elite, geŽnt op de grote partijen, die wegens de dikwijls hoge moeilijkheidsgraad van een probleem dit liever omzeilt en die eigen machtsverlies wil vermijden.

Grote strijdpunten konden wel worden beslecht via de 'pacificatiebesluitvorming': het conflict werd afgebouwd door een compromis tussen alle betrokken partijen. Het leveren van een adequate oplossing was daarbij secundair. Over het Schoolpact van 1958, die de verhouding tussen officieel en vrij onderwijs tot op vandaag regelde, zei PVV-voorzitter Omer Vanaudenhove in 1971, dat het wel een conflict van de baan had geruimd, maar dat met het morsen met kredieten als gevolg daarvan de kwaliteit van het onderwijs er niet op vooruit was gegaan.

De overlegbesluitvorming en met name het neocorporatisme, dat zijn hoogtij kende in de jaren '60-'70, boden als voordelen stabiliteit en vrede op sociaal en economisch gebied. Belangenvermenging, verdere uitholling van het parlementarisme, oncontroleerbaarheid van de besluitvorming en het niet altijd centraal stellen van het algemeen belang, behoorden er echter niet minder toe. Verzuiling, volgens levensbeschouwelijke criteria, en neocorporatisme, volgens socio-economische, gingen hand in hand in het 'onderaannemen' van de overheid.

Die overheid zelf wordt in BelgiŽ sinds de Eerste Wereldoorlog door coalitieregeringen geleid, die door verdere partijverkaveling en de ontdubbeling in Vlaams en Waalse partijen alsmaar groter werden. Zulke regeringen vergen overleg, dat niet zozeer in het parlement maar wel binnen de regering zelf gevoerd wordt. Het zwaartepunt ligt bij de premier en het kernkabinet. Door de 'open-debat-cultuur' van paars-groen kan het publiek de onenigheid in de regeringsploeg nog duidelijker volgen dan voorheen, maar het parlement blijft erbij staan en ernaar kijken.

Bureaucratie, technocratie en onderhandse besluitvorming zijn andere wegen waarlangs het 'politieke forum' verder ondergraven wordt. Een frappant staaltje van onderhandse besluitvorming was de invoering van de kernenergie in de jaren zestig, waarover nooit een parlementair debat is gevoerd en waarbij men zich steunde op een de facto tot stand genomen beslissing om verdergaande maatregelen te nemen. Niemand kan echt zeggen wanneer nu eigenlijk officieel het licht op groen werd gezet voor atoomenergie, want kennelijk is dat ook nooit duidelijk gebeurd.

Dewachter somt elf elementen op van de elitaire consensus in BelgiŽ: de Belgische staat en maatschappij, het grondwettelijk koningschap, de parlementaire democratie, het levensbeschouwelijk pluralisme, de vrijheidsrechten, de positie van de vrouw, Brussel als machtscentrum van de staat, de Franstalige dominant, een Europees integratiebeleid en een Atlantisch defensiebeleid, de welvaartsstaat langs de overlegeconomie in crisistijd, de aanvaarding van de sociale stratificatie. Hoezeer je als liberaal een aantal van deze elementen ondubbelzinnig kan onderschrijven, staan er een aantal bij die niet zo evident zijn en waarvan het voortbestaan ook allerminst verzekerd is. Zo hoort dat ook in een dynamische democratie: alles wordt op zijn actualiteit en juistheid getoetst en zo nodig opgegeven. Hoe taai iets ook is, hoeveel belangen er ook mee gemoeid zijn, niets is eeuwig. Maar de macht van een stilzwijgende consensus is natuurlijk groot.

Toch is de parlementaire oppositie in het politieke systeem machtiger dan meestal gedacht. Een partij als de Volksunie, en zij niet alleen, heeft een deel van haar programma vanuit de oppositiebanken kunnen doordrukken. Die oppositionele slag om de arm valt te verklaren doordat ofwel de grotere partijen ook in de oppositie de consensus niet doorbreken en op langere termijn deelnemen aan de besluitvorming, ofwel omdat zweeppartijen die consensus net wel doorbreken, de 'gesettelde' politieke partijen bedreigen en hen daardoor tot bijsturing van hun programma aanzetten. Zweeppartijen leunen vaak aan bij tendenzen die in andere partijen ook wel leven, maar daar niet zo op de voorgrond staan: de VU bij de CVP, het FDF bij de PRL, het Rassemblement Wallon en de Kommunistische Partij van BelgiŽ bij de de Franstalige vleugel van de BSP. Een goede oppositie voorziet in CKO: controle, kritiek en ontwerp tot alternatief. Voor elk liberaal is die rol van de oppositie elementair. Een waarachtig democratisch bestel hoort haar oppositie te koesteren. John Stuart Mill stelde al terecht in Over vrijheid dat vrije meningsuiting eveneens een noodzaak is voor degenen die een leidende mening aanhangen: zij mogen niet verstoken blijven van de mogelijkheid tot bijschaven van die opvatting, tot het vernemen van andere invalshoeken. Claude Lefort legt terecht grote nadruk op democratie als geÔnstitutionaliseerde onenigheid. In de Britse traditie heeft men het over 'Hers Majesty's opposition' als een onmisbaar onderdeel van het parlementair systeem.

Maar, zo kan je je afvragen na het lezen van het werk van Dewachter, bestaat dat systeem sowieso nog wel? De auteur antwoordt eerder ontkennend en pleit ervoor om tenminste de besluitvormingstypes die het doorkruist hebben te institutionaliseren. En de burger, waar staat die in deze wirwar van decision making? Bestaat hij wel, die burger? Op die vraag ontkennend antwoorden, zou neerkomen op het opdoeken van de basis van heel onze democratie. Ook al gaat het deels om een abstract begrip, Dewachter wijst er zelf op dat een 'mythe' (laat ons misschien eerder spreken van een ideaaltype) ook als is dat niet tastbaar voorhanden, nodig is voor het doen functioneren van een systeem. Die burgers - dat is misschien een iets meer adequate manier van uitdrukken dan 'de' burger - bestaan wel degelijk als het erop aan komt mee te wegen op de programma's van de partijen (tenminste van die bewegingen die het ernstig menen met de burgerdemocratie), toe te zien op welke richting het uitgaat met politiek en samenleving, hun stem te laten horen in het stemhokje.

Dat het politiek bedrijf in de 21ste eeuw niet meer zo eenvoudig is als in de 19de eeuw, dat er in een ingewikkeld land als BelgiŽ extra veel compromissen, structuren en evenwichten van tel zijn, doet bovendien niets af aan de plicht van de politieke klasse om op tijd aan institutionele ontbossing te doen. Transparantie is gebaat bij een heldere staatsstructuur waarbij instellingen hun actualiteitswaarde kunnen bewijzen en duidelijk blijkt waar de verantwoordelijken te vinden zijn. Daarom is niet zozeer depolitisering gewenst maar juist meer politisering. Primaat van het politieke houdt immers in dat de politiek verantwoordelijkheden beslissen. Daarin worden ze soms niet altijd gevolgd door bureaucratie en technocratie. Een aartsgevaarlijk misverstand ligt in de illuzie als zouden er perfect neutrale tecnhische oplossingen bestaan of als zou er een niets dan uitvoerende klasse zijn, de ambtenarij, en een beslissende politieke klasse. Die twee betreden in werkelijkheid voortdurend elkaars terrein en daarom zou ook de toplaag van de ambtenarij beter politiek verantwoordelijk worden gemaakt. Het spoil sytem zoals in Amerika, waarbij een president zijn hele topadministratie meeneemt en daarmee naderhand ook terug vertrekt, kan hier van inspiratie zijn. Zo wordt niet de foute indruk gecreeŽerd alsof neutrale uitvoering en techniciteit niets met keuzes en maatschappelijke verantwoordelijkheden heeft te maken. Het zou de feitelijke macht van technocratie en bureaucratie ook naar verhouding responsabiliseren.

In weerwil van alle fatalisme en ontmoediging, die een soms ontluisterende maar realistische analyse als die van Dewachter kan teweegbrengen, blijft de democratie iets wat je moet verdienen, elke dag. De kwaliteit ervan hangt af van die van de burgerzin en het initiatief van haar deelnemers.



W. Dewachter, De mythe van de parlementaire democratie. Een Belgische analyse, Leuven-Leusden (Acco), 2001.

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be