De kleuren van Amerika

boek vrijdag 23 december 2011

Bert De Vroey

Elk land is een caleidoscoop die je van vele kanten kan bekijken. Een groot land is dat in het kwadraat. Dat blijkt ten overvloede uit het laatste boek van Bert De Vroey over Amerika. Er werden en er worden vele boeken geschreven over Amerika. Maar ik ken er geen waarin culturele, religieuze en sociale diversiteit zo centraal staat. Of liever, de manier waarop Amerika met diversiteit omgaat. Amerika en in veel mindere mate ook Europa. Want ook de Europese tegenhanger van deze Amerikaanse diversiteit komt in dit boek aan bod.

Deze Amerikaanse invalshoek boeit mij. Ieder land heeft in steeds toenemende mate met diversiteit te maken heeft. Minstens in zijn steden. Altijd al waren steden oorden van diversiteit en tegenspraak. Nauwelijks honderd jaar geleden woonde hooguit vijf procent van de wereldbevolking in steden. Vandaag is dat vijftig procent. Alle prognoses wijzen er op dat het stedelijke karakter van deze wereld nog zal toenemen, tot minstens 70 procent in 2050. En van steden kwamen er staten. Zoals er geen stad is, ken ik evenmin een staat met een monoculturele bevolking.Of we dat nu graag horen of niet.

Steden en staten zijn gangmakers van een multiculturele wereld. Over het wel en wee van die multiculturele wereld, kunnen we van mening verschillen. Maar een terugkeer naar een mono- culturele wereld lijkt me uitgesloten. En maar goed ook. Het romantische droombeeld, waarbij volk en staat samenvallen, had zelden betrekking op de realiteit. Staten verenigen wie op een bepaald grondgebied woont en maken abstractie van de culturele, sociale of levensbeschouwelijke diversiteit van de betrokken burgers. Pogingen om dat anders te organiseren, zijn steeds uitgemond in tragedie, oorlog en genocide.

De auteur stelt dat Amerika veel beter omgaat men z’n diversiteit dan Europa. Ik denk dat hij gelijk heeft. Al is het moeilijk die twee op dit punt te vergelijken. Zoals de auteur het ook opmerkt, is Amerika één land en is Europa tot nader order een unie van 27 – erg verschillende – staten. Bovendien is Amerika, in tegenstelling tot de oudste Europese staten, een nog redelijk jong land. En zoals iedereen weet is en blijft Amerika een immigratieland. Abstractie makend van zijn Indiaanse autochtone bevolking werd Amerika bevolkt en opgebouwd door miljoenen immigranten.

Die immigranten kwamen niet meteen ‘vanuit de hele wereld’. Tot diep in de 20ste eeuw, alweer abstractie makend van ingevoerde Afrikaanse slaven, waren dat vrijwel uitsluitend Europese immigranten. Zo blijven vele Europeanen zich vergissen als ze denken dat Ellis Island, in de baai van New York, gewoon ‘alle verworpenen der aarde’ opving. Daar werden van 1890 tot 1954, op basis van een wet van 1790, uitsluitend Europese immigranten opgevangen. Free white persons. De meest opvallende tegenhanger van Ellis Island was vele jaren het minder bekende Angel Island, in de baai van San Francisco. Alleen was Angel Island van 1910 tot 1940 een detentie- en deportatiecentrum voor Aziatische en vooral Chinese asielzoekers. Die werden uitsluitend als ‘gastarbeiders’ binnengelaten, het eerst om er de Amerikaanse spoorwegen aan te leggen. Amerikaanse staatsburgers konden ze niet worden en dus konden ze er ook geen grond bezitten en geen eigen zaak stichten. Tot in de jaren 1960 kende de Amerikaanse naturalisatiewet slechts twee kleuren, blank en zwart. Daar hoorden geen Aziaten en geen latinos bij. En zelfs geen Indianen.

Zoals de Afro-Amerikanen, veelal afstammelingen van de voormalige slaven, moesten ook de Aziaten – Chinezen, Japanners, Koreanen, Indiërs, Filipinos – wachten op de jaren 1960 om als volwaardige Amerikaanse burgers erkend te worden. De jaren 1960 ! Voor de Afro-Amerikanen was dat honderd jaar na de Burgeroorlog die hen principieel al in de jaren 1860 alle burgerrechten beloofde. De verslagen zuidelijk Amerikaanse staten bleven nog honderd jaar lang hun voet dwars zetten. Bert De Vroey heeft een sterk punt waar het de Amerikaanse actualiteit betreft. Vandaag tellen de VS de meest gekleurde bevolking, onder vergelijkbare grootmachten, ter wereld. Zoals ook Amerika’s omgang met z’n diversiteit sinds de jaren 1960 onherkenbaar veranderde.

Toch telt Amerika nog altijd 63 tot 72 procent Amerikanen van blanke of Europese afkomst. 63 à 72 procent, al naargelang de Spaanssprekende latino’s – thans de grootste groep onder de immigranten – bij die bevolkingsgroep geteld worden of niet. Maar ook nu nog heeft een groot deel van blank Amerika het lastig met de diversiteit van het land. Zeker onder Amerika’s fundamentalistische christenen, Amerika’s neoconservatieve oppositie en de fameuze Tea Parties, is er slechts een beperkte aanvaarding van die diversiteit. Het aantal Amerikanen dat ’s lands eerste Afro-Amerikaanse president hartgrondig haat, is bijna even groot als het aantal dat Obama op handen draagt. Een haat die voor de Tea Parties recht evenredig is met Amerika’s diepe wantrouwen tegenover de federale regering in Washington. Dat bleek overduidelijk het voorbije jaar, toen de Tea Parties en hun extreem-Republikeinse vrienden de midterm-verkiezingen van november 2010 wonnen. Zodat Obama geen meerderheid meer heeft in het Huis van Afgevaardigden.

Ik ben iets minder optimistisch dan Bert De Vroey. Ik ben er lang niet van overtuigd dat 'de idee dat de VS blank moeten zijn, al definitief begraven is’. Die begrafenis telt hooguit voor ‘het halve Amerika’. Want die andere helft, thans geïnspireerd door de Tea Parties, willen weer een blank en Europees Amerika. Daarover laten ze weinig twijfel bestaan. Minstens in alle leidinggevende posities. Alleen wie zich aan hun heerschappij wil onderwerpen, mag aan hun project meewerken. Als ze hun plaats maar kennen op Amerika’s politieke en sociale ladder.

Onmiskenbaar vertoont Amerika’s omgang met diversiteit sterke punten. Zoals het inburgeringsbeleid dat De Vroey er terecht uithaalt. Amerika doet er iets aan om legale immigranten behoorlijk in te burgeren, veel meer dan menige Europese staat. Maar de Amerikaanse retoriek, dat ‘burgers van zoveel verschillende landen’ (die naar Amerika emigreren) hun inburgering verlaten als ‘burgers van één en dezelfde natie’, is natuurlijk slechts een slogan. Wat betekent ‘burgers van één en dezelfde natie’ voor zoveel miljoen Amerikaanse werklozen of voor de 40 miljoen Amerikanen – van vrijwel alle kleuren – die uitsluitend overleven op basis van voedselpakketten en gaarkeukens?

Ik stel me dezelfde vragen bij de zo geroemde Amerikaanse burgerzin en bij het ontbreken van een behoorlijke sociale zekerheid. Wat De Vroey schrijft over die burgerzin klopt zeker. Amerikanen lijken wel van nature geneigd om de handen uit de mouwen te steken, om verenigingen te vormen en om zichzelf te organiseren. Alleen vinden ze het geen taak van de overheid om een sociale zekerheid te funderen, zo b.v. op het vlak van pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en de ziekteverzekering. Als liberaal zou me dat moeten verheugen. Maar Europese liberalen zijn geen Amerikaanse conservatieven. Natuurlijk willen ook wij de burgerzin aanwakkeren en moet de overheid niet alles willen organiseren. Maar de overheid moet wel de grondregels uitvaardigen om de basisbehoeften van alle burgers – qua werk, gezondheid, pensioen – te kunnen garanderen.

Amerika met Europa willen vergelijken, is niet makkelijk. Vergelijkbaar is natuurlijk ons niveau van welvaart en onze sociale en economische ontwikkeling. Maar Europa zit anders in elkaar, is anders gegroeid en legt andere accenten dan Amerika. Eigenlijk is de diversiteit in Europa misschien nog veel groter dan in Amerika, gelet op de ouderdom en op het overleden van onze aloude staatsvormen. In Europa heeft elke staat zijn eigen mix van sociale, etnische, levensbeschouwelijke, culturele of economische diversiteit. Zijn eigen tradities, zijn eigen gevoeligheden, zijn eigen agenda en zijn eigen verwachtingen.

Maar die diversiteit werd grotendeels met de grond gelijk gemaakt in de 20ste eeuw door de Holocaust en de terugkeer van de Volksduitsers. Sindsdien is Europa een verzameling van monoculturele eilanden geworden. Natuurlijk ijver ik voor een Europa met een even sterk federaal gezag als de Amerikaanse federatie. Maar het uitgangspunt is verschillend. Tot slot, qua diversiteit, en hoe we daarmee omgaan, kunnen we veel van elkaar leren. Dat heb ik van Bert De Vroey onthouden.


Recensie door Guy Verhofstadt

Bert De Vroey, De kleuren van Amerika. Spiegel voor Europa, Houtekiet, 2011

Links
mailto:info@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be