De verleiding van de ethiek

boek vrijdag 20 februari 2004

Ignaas Devisch & Gert Verschraegen

Was ethiek vroeger vooral een academisch specialisme en een abstracte aangelegenheid, vandaag speelt ze ook een belangrijke rol in maatschappij en politiek. Dat lokte tot nu toe weinig commentaar uit. Toch kan men heel wat vragen stellen bij de toenemende invloed van ethische argumenten in het publieke debat. Vanwaar die opkomst van de ethiek? Laten recente ontwikkelingen, zoals de toenemende invloed van de technologie en de voortschrijdende mondialisering zich eigenlijk wel vatten binnen een traditioneel ethisch kader? Kan de ethiek eigenlijk wel omgaan met het pluralisme van de huidige gefragmenteerde maatschappij, waarin diverse en soms tegenstrijdige normen en waarden hun plaats opeisen?

Onder redactie van doctor in de wijsbegeerte Ignaas Devisch en postdoctoraal onderzoeker Gert Verschraegen buigen twaalf auteurs zich vanuit verschillende disciplines over de plaats van de ethiek in onze maatschappij. Het boek De verleiding van de ethiek biedt zo niet alleen een overzicht van de verschillende hedendaagse opvattingen over ethiek, maar vormt tevens een veelkleurige staalkaart van de ethische problemen waarmee de huidige maatschappij wordt geconfronteerd. Dat ethiek hoog op de maatschappelijke en politieke agenda staat blijkt ondermeer uit de programma’s van diverse partijen die opkomen voor een herstel van normen en waarden. Maar ook partijen die dat niet in hun programma schrijven verdedigen allerlei vormen van ethische commissies en gedragscodes. De vraag naar meer ethiek is bijgevolg niet het monopolie van één, doorgaans christelijke groepering omdat ons (westers) moreel en ethisch referentiekader tegenwoordig wordt gevormd door een grote verscheidenheid aan wereldbeschouwingen, ook buiten de relgieuze sfeer.

Aan de hand van de denkwijzen van de Franse filosoof Emmanuel Levinas gaat hoogleraar moderne wijsbegeerte Rudi Visker in op de ethische verantwoordelijkheid voor de ander. “Ethiek is een kracht die het pantser van mijn onverschilligheid kan doorboren.” Voor Levinas blijkt dit al uit de ‘kleine goedheid’ zoals het openhouden van een deur voor een ander. Deze handeling is geen afspraak of wet maar een sociale rite waarbij men respect betoond tegenover de ander. Dat respect voor de ander leidt ogenschijnlijk tot de evidente aanvaarding van de multiculturaliteit. Visker vraagt zich, naar mijn oordeel terecht, af of multiculturaliteit niet ook een ideologie is die de echte tegenstellingen – uitbuiting, achterstand, onderdrukking – maskeert. Dat het daar kan toe leiden kan men afleiden uit het levinassiaans ethisch beginsel van de ‘Ander als gelaat erkennen’ waaruit voortvloeit dat men de Ander steeds als een unieke persoonlijkheid ziet en niet als een inwisselbare pion van een groep.

In zijn bijdrage over De verloren eer van de ethiek verwijst filosoof Marc De Kesel dan weer naar de Franse psychoanalyticus Jaques Lacan om aan te duiden dat de mens zijn identiteit maar kan vormen door zich te spiegelen aan anderen. Dit gegeven is belangrijk om te weten of iemand tot ethisch handelen in staat is. “Op het meest fundamentele niveau zijn het anderen die ons ertoe hebben verleid te zijn wie we zijn”, aldus De Kesel. Dit is het licht van het opkomende religieus fanatisme geen gerustellende gedachte. In de film Kandahar van Mohsen Makhmalbaf zie je een scène waarin jonge knapen les krijgen van een godsdienstleraar, de enige leraar die ze kennen. Dagelijks zeggen ze luidop de verzen van de Koran op en leren ze van buiten als absolute waarheden. Dat de Franse Revolutie plaatsgreep, dat E gelijk is aan mc², dat ooit een mens op de maan stond, dat leren ze niet. Ze leren niets over filosofie, wetenschap of geschiedenis. Alleen het woord van de profeet zoals het ooit werd geïnterpreteerd en neergeschreven. De verleiding tot identiteitsvorming blijft aldus problematisch en toont aan dat ondanks alle aandacht die tegenwoordig gaat naar ethiek er ook een omgekeerde beweging bezig is die de mens als autonoom en ethisch wezen wil terugdringen en ondergeschikt maken aan het groepsbelang.

Dat neemt niet weg dat in onze samenleving, Vlaanderen en Nederland, de filosofie als zingeving aan belang wint. Dat blijkt uit de bijdrage van doctor in de wijsbegeerte Ignaas Devisch die vaststelt dat de humanisering en individualisering van de zingeving nu hun voltooiing lijken te bekomen. Dat klopt ook als we zien vanwaar we komen. Tot ver in de vorige eeuw werden we geconfronteerd met systemen als religieus dogmatisme, fascisme en communisme die het individu ondergeschikt maakten aan het collectieve. “De individualisering van de zingeving is niets anders dan een bevrijding, een emancipatie van een tijd van onderdrukking”, aldus Devisch. Eigenlijk is de ‘verleiding van de ethiek’ sindsdien wonderlijk snel gegaan want was handelen onder een morele alweter niet veel eenvoudiger? Mensen die geloofden in het monopolie van de moraal die uitgaat van de collectiviteit, de Führer of een heilige tekst konden elk moreel dilemma uit de weg gaan. De ‘gelovige’ moest immers niet kiezen tussen goed en kwaad. Hij kon vluchten in de onverschilligheid waartoe het systeem hem de kans bood door te leven volgens de ethiek van het systeem.

Maar is die onverschilligheid ook vandaag niet aanwezig onder de vorm van het cultuurrelativisme? Hoogleraar Rudi Laermans stelt een toenemend cultureel en dus ook moreel pluralisme vast, een moreel pluralisme dat vaak culmineert in een permissieve moraal van ‘anything goes’. Klopt deze vaststelling en zo ja is ze wenselijk? Het moreel pluralisme is sinds eind jaren zestig verheven tot norm. Niemand mocht de superioriteit van het eigen morele gelijk nog verdedigen. Dit kan inderdaad leiden tot onverschilligheid en zelfs naar een nieuwe vorm van intolerantie. Het leidt bij docent Theo de Wit tot de intrigerende vraag of tolerantie olie of zand in de machine is? Mogen we nog praten over problemen met migranten en asielzoekers? Over hoge werkloosheid en dito criminaliteitscijfers onder sommige allochtone groepen? Over de vaak explosieve etnische en relgieuze verschillen?

Kijk naar de bakken kritiek die Pim Fortuyn en Silvio Berlusconi over zich uitgestort kregen toen ze het hadden over de islam als een inferieure cultuur. Het politiek correcte denken waarover zowel intellectuelen als de massamedia angstvallig waken is doorgeschoten tot een vorm van indirecte censuur. Een van de gevolgen is dat de gewone burger dan maar in de beslotenheid van het stemhokje zijn echte mening zegt. In elk geval is het begrip tolerantie verkeerd geëvolueerd van het ‘zich neerleggen bij niet kerkelijk denken’ tot een soort ‘evidente evenwaardigheid van culturen’. In feite is tolerantie geen onverschilligheid of het ‘zich neerleggen bij een feitelijke situatie’. Het is juist de (publieke) uiting dat de ander zich ernstig vergist maar tegelijk de erkenning dat die ander het recht heeft zijn mening te uiten. Tolerantie is dus geen dulden (zo stelde Goethe) maar wel een erkennen. Ik zou er wel aan willen toevoegen dat dat erkennen evenwel alleen kan als fundamentele grondrechten in de praktijk niet wordn geschaad. Indien dit zo zou zijn dan kunnen we het mijn inziens niet alleen niet erkennen, maar ook niet dulden. Zoals Kolakowski zou ik durven stellen dat op die manier tolerantie verenigd kan worden met ‘democratische superioriteitsaanspraken’.

In De heilige mens. Over de mensenrechten als laatste ethiek van postdoctoraal onderzoeker Gert Verschraegen komt het essentiële belang van de mensenrechten als basis voor een universele ethiek aan de orde. Het individualisme is de moderne religie geworden aldus Emile Durkheim, een godsdienst waarvan de mens tegelijkertijd god en gelovige is. In die zin worden universele rechten algemeen aanvaardt alhoewel ze in de praktijk nog steeds meer geschonden dan nageleefd worden. Elke persoon heeft een unieke en onvervangbare waarde. Waarin schuilt die universaliteit dan? Volgens Umberto Eco omdat elke mens een lichaam heeft en gevoelig is voor pijn en lijden. In die zin lijkt de sharia, waarbij de handen van dieven worden afgehakt alsook de doodstraf, me niet verschoonbaar omwille van de culturele tradities die we als ‘tolerante’ mens moeten accepteren, maar gewoon barbaars en onaanvaardbaar.

Hoe is men tot die universele moraal kunnen komen, vraagt Verschraegen zich verder af. Het antwoord op die vraag is belangrijk om te weten waarom nog niet iedereen en elk land dit principe aanvaardt. In de eerste plaats is er de toenemende individualisering waardoor groepen en collectiviteiten minder iemands identiteit kunnen bepalen. Ten tweede is er het mondiaal medianetwerk: zeg maar de televisie en nu ook internet die ‘de morele betrokkenheid van de mens tot mondiale proporties heeft opgerekt’. Ten derde zijn er de internationale organisaties die concreet actie voeren. Ten slotte is er sinds de voorbije eeuw ook sprake van een nieuw soort misdaad, nl. de misdrijven tegen de menselijkheid, en een nieuw soort slachtoffer, nl. het individu ontdaan van elke maatschappelijke identiteit.

Verschraegen onderzoekt tenslotte het probleem van de rijkwijdte van de mensenrechten. Alhoewel ze in theorie universeel zijn en dus voor iedereen van toepassing, blijkt in de praktijk dat die enkel voorbehouden en afdwingbaar zijn voor de burgers van een staat. Dit vormt vooral een probleem voor de vluchtelingen, illegalen en statenlozen. Zolang er geen wereldwetgever en wereldrechter bestaat zal dit een probleem blijven. De auteur vermeldt hierbij niet dat de eerste aanzetten tot dergelijke universele rechtspraak reeds bestaan en werden toegepast. De Belgische genocidewet heeft ondanks alle kritiek in de praktijk bewezen te kunnen werken. En het Internationaal Strafgerechtshof in Den Haag kan het eerste, nog onvolmaakte want niet door iedereen erkende, instrument zijn om de universele humanitaire ethiek finaal af te dwingen zodat geen enkele mens nog als rechteloze door het leven moet.

Dit boek levert een uitstekende bijdrage tot de omschrijving en het belang van een universele ethiek. De volgende stappen zijn de inhoudelijke begrenzing en de afdwingbaarheid ervan. Is het bijvoorbeeld zinvol om alle bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van Mens, waaronder ook de economische, sociale en culturele rechten als één en ondeelbaar te beschouwen of moeten we ons in eerste instantie richten op enkele fundamentele grondwaarden zoals de gelijkwaardigheid van alle mensen, de scheiding van Kerk en Staat en de vrijheid van meningsuiting? En tenslotte is er de afdwingbaarheid. Wat met staten en culturen die zich niets aantrekken van die ‘universaliteit’? Kunnen we ondanks al onze kennis over grove schendingen van mensenrechten verder lijdzaam toezien hoe mensen nog steeds onderdrukt worden? Of hebben we als mens de plicht om tussenbeide te komen en onze medemensen te bevrijden? Het zijn belangrijke thema’s voor een volgende boek over de noodzaak van de ethiek.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)


Ignaas Devisch & Gert Verschraegen, De verleiding van de ethiek, Boom, 2003

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be