En toen moest ik mijn broer doodbijten

boek vrijdag 04 mei 2007

Els De Temmerman

Afrika blijft het meest problematische continent op de wereld. In zowat alle landen van de wereld stijgt de gemiddelde levensverwachting en daalt de kindersterfte, maar niet zo in Afrika. Daar kampen ze nog steeds met honger, met steeds meer gevallen van AIDS en met een schrijnend gebrek aan gezondheidszorg. Het zorgt er voor dat kinderen in Afrika minder kans maken om de eerste levensmaanden door te maken en dat zieken en ouderen er sneller dan elders overlijden. Nochtans gaat het om oorzaken en aandoeningen die met eenvoudige en goedkope geneesmiddelen bestreden kunnen worden. Volgens allerlei studies zou men de meest essentiële nood in Afrika kunnen lenigen met 60 miljard euro. Een relatief klein bedrag voor al die westerse landen die in rijkdom leven. Hoe komt het dat we dit bedrag niet ophoesten, waarom volstaat alleen ontwikkelingshulp niet om de armoede in dit continent op te heffen, en wat zijn de ware oorzaken voor de enorme ellende op het zwarte continent?

Enkele antwoorden staan in het aangrijpende boek En toen moest ik mijn broer doodbijten van de Vlaamse journaliste Els De Temmerman. Daarin verhaalt ze over de problematiek van de kindsoldaten in Noord-Oeganda, maar bij uitbreiding over de problemen in zowat alle Afrikaanse landen: het geweld tussen de diverse etnische groepen, de enorme corruptie bij de machthebbers, de desinteresse van de internationale gemeenschap, de uitbuiting van de grondstoffen van dit continent door machtige groepen, en de schandelijke importheffingen en landbouwsubsidies van rijke landen die maken dat boeren in het arme zuiden geen kans hebben om zich te ontwikkelen. Alhoewel De Temmerman zich focust op de problematiek van de kindsoldaten grijpt ze haar kans om de structurele problemen van Afrika in beeld te brengen. Ze doet dit aan de hand van een dagboek, een persoonlijke getuigenis van haar twee jaren als medeverantwoordelijke voor een opvangtehuis voor gewezen kindsoldaten. Kinderen die op jonge leeftijd ontvoerd werden door rebellen van het zogenaamde Lord's Resistance Army onder leiding van Joseph Kony en die opgeleid werden tot moordmachines in hun strijd tegen de regering van president Museveni.

De auteur is niet aan haar proefstuk toe. In de jaren negentig maakte ze van nabij verslag van de gruwelen van de genocide in Rwanda. Als Afrika-correspondente voor De Volkskrant en VRT had ze haar standplaats in Nairobi en Kampala, waarna ze twee jaar in Zuid-Afrika woonde. Ze publiceerde verschillende boeken over Afrika maar kreeg pas echte bekendheid na de publicatie van De meisjes van Aboke waarin ze de lotgevallen beschrijft van twee meisjes die als seksslavinnen werden misbruikt door rebellenleider Joseph Kony en zijn medestanders. Het is een scherpe aanklacht tegen het misbruiken van kinderen in gewapende conflicten en kreeg na vertaling in het Engels, Frans, Spaans en Italiaans grote internationale weerklank. Dit dagboek is het relaas van de jaren 2005 en 2006 in het door De Temmerman opgerichte opvangtehuis voor ex-kindsoldaten in Lira, in Noord-Oeganda. Het beschrijft de moeizame pogingen om de mentaal en fysiek zwaar gehavende kindsoldaten opnieuw te integreren in de samenleving en de frustrerende strijd om een einde te maken aan deze extreme vorm van machtsmisbruik. Tegelijk schetst de auteur een beeld van de internationaal gezochte rebellenleider Kony en dit aan de hand van interviews met zijn moeder, zijn broer, enkele gewezen medestanders, een klasgenoot en zijn favoriete seksslavin.

Eigenlijk vormt de problematiek van de kindsoldaten een onderdeel van het grote drama dat zich afspeelt in de regio van de Grote Meren in Centraal Afrika waarbij ondermeer Oeganda, Soedan, Rwanda-Burundi en Congo betrokken zijn. De strijd tussen allerlei geregelde en ongeregelde legereenheden, krijgsheren en rebellengroepen veroorzaakte reeds miljoenen doden en vluchtelingen. Het conflict is een van de grootste humanitaire drama’s van onze tijd en werd door de voormalige Amerikaanse adjunct-staatssecretaris voor Afrikaanse Zaken Susan Rice gecatalogeerd als ‘de eerste Afrikaanse wereldoorlog’. De VN probeert dit onder controle te krijgen, maar De Temmerman klaagt over het totaal gebrek aan belangstelling van de rijke landen, want ‘er zijn geen politieke, economische en geen strategische belangen met dit conflict gemoeid’. Nochtans heeft men het in diverse rapporten over de strijd tussen de diverse protagonisten net omwille van de natuurlijke rijkdommen. Voeg daarbij nog een interne strijd tussen de moslimgezinde regering in het Soedanese Karthoum (die Kony steunt in zijn strijd tegen Musevedi) en het Zuid-Soedanese bevrijdingsleger van SPLA, en men beseft hoe kwetsbaar de lokale bewoners, en in het bijzonder de kinderen, zijn.

Dat de situatie schrijnend is, blijkt uit dit ooggetuigenverslag. Talloze dorpen werden compleet vernield, vluchtelingen leven opeengestapeld in vluchtelingenkampen zonder water en elektriciteit, en duizenden kinderen worden ontvoerd om mee te vechten. Daartegenover staan hulporganisaties die met allerlei middelen proberen de situatie dragelijker te maken. Zo probeert Els De Temmerman vooral het onderwijs op gang te houden of op te starten. Daarbij geven ze financiële steun aan scholen. Omdat het banksysteem niet functioneert – te wijten aan de wijdverbreide corruptie – is ze verplicht het geld rechtstreeks naar de dorpen en kampen te brengen over wegen die regelmatig het doelwit zijn van aanvallen door de rebellen van Kony. ‘Corruptie houdt de armoede in stand’, aldus de auteur, het zorgt ervoor dat er geen belastingen geheven worden, dat het milieu verwoest wordt, dat er geen investeerders komen. Die corruptie komt volgens de auteur uit de tijd van Idi Amin waarin geen morele waarden bestonden. Men stelen en doden zonder gevolg. Op de vraag hoe men dit kan keren antwoordt de vrouwelijke minister voor Parlementaire zaken dat ze de salarissen voor de politie moeten verhogen, voor meer controle op de provinciale administraties en de aanstelling van een nieuwe generatie rechters. Het wordt alvast een werk van heel lange adem.

Die problemen zijn niet eigen aan Oeganda. Ook een land als Somalië heeft te leiden aan een gebrek aan staat. In Mogadishu stelt ze vast dat er sinds 1992 geen echte regering meer bestaat. Dus ook geen geregeld leger, geen politie, geen rechtssysteem, geen gevangenissen, geen staatsziekenhuizen en geen staatsscholen. De ganse binnenstad is kapotgeschoten, leeggeplunderd en vervallen. De bevolking is volledig overgeleverd aan private milities en aan religieuze fundamentalisten. Die laatsten springen in het gat dat overblijft nadat alle fundamenten van de klassieke staat zijn weggevallen. Terwijl Amerikaanse vliegtuigen op grote hoogte spioneren naar activiteiten van Al Qaeda valt Somalië ten prooi aan de islamisering: met vrouwen die zich in burka’s moeten hullen, private scholen waar men enkel de Koran leert en de installatie van steeds militantere shariarechtbanken. En ook hier groeit de problematiek van de kindsoldaten.

Maar Afrika kampt met nog een meer fundamenteel probleem, aldus Els De Temmerman. Ze hekelt de constante stroom van consultants die naar de regio komen, er dikke rapporten schrijven en plannen voorstellen. Maar dan zijn de budgetten op. De rijke landen zouden iets veel substantiëler kunnen doen. Namelijk het stopzetten van hun protectionisme. ‘De armste landen verliezen dertien keer meer door de oneerlijke wereldhandel – de landbouwsubsidies en de handelsbarrières in de rijke landen – dan ze krijgen aan ontwikkelingshulp.’ Voor haar is dat misschien nog het meest frustrerende aan werken in Afrika. ‘Je kunt de mensen wel helpen overleven, maar je kunt ze niet uit de vicieuze cirkel van armoede en geweld halen. Zelfs als er een eind komt aan de oorlog en de corruptie, sta je voor de onoverkomelijke hindernis dat ze verwaarloosbare prijzen krijgen voor de producten die ze verbouwen, of geen markten vinden.’ Waarna ze fel uithaalt naar de praktijken van de Wereldhandelsorganisatie die gewoon de belangen van rijke landen verdedigen ten koste van de arme landen.

Die passage in haar dagboek staat net voor de ontdekking van een doodgeschoten kind van tien, hooguit twaalf jaar, dat door Kony ontvoerd werd en gedwongen om te moorden. In haar strijd tegen de rebellen maakt ze vaak gebruik van de radio, blijkbaar het enige nuttige communicatiemiddel om massaal mensen te bereiken, waarbij de rebellen wordt opgeroepen om zich over te geven. Aangrijpend zijn de confrontaties tussen commandanten die zich overgaven en hun jonge slachtoffers die gered konden worden. Opvallend, men streeft daarbij naar vergeving en amnestie. Dat leidt tot bizarre situaties zoals de aanwezigheid in hetzelfde hotel van een amnestiecommissie en vertegenwoordigers van het Internationaal Strafhof. De enen willen Kony en de zijnen amnestie verlenen, de anderen willen hem vervolgen. In oktober 2005 werden uiteindelijk de internationale arrestatiebevelen tegen Kony en vier mededaders uitgevaardigd. Ze worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden maar de VN-troepen in Congo – waar Kony intussen naartoe vluchtte – pakken hem niet op. Blijkbaar is hij een onmisbare pion in een grotere strijd. In een reeks getuigenissen met mensen die hem goed kenden blijkt dat Kony op een dag een religieuze openbaring kreeg. Hij zou van de Heilige Geest de opdracht hebben gekregen om de ‘tien geboden’ toe te passen en de regering te bestrijden en dat doet hij met alle middelen, zo liet hij zijn eigen broers vermoorden. Dan begon hij met zijn Verzetsleger van de Heer.

Intussen vingen ze in Lira steeds meer ex-kindsoldaten op en gaven ze nadien ondersteuning – een fiets, wat handelswaren, het aanleren van een vak – een kans voor de toekomst. Bijzonder gelukkig maakt het Els De Temmerman echter niet. ‘Werken met de armste mensen heeft niets romantisch of heldhaftigs. In werkelijkheid is het een uitputtende strijd, een achterhoedegevecht dat je eeuwig met een onvoldaan gevoel achterlaat en dat je verschrikkelijk moe maakt’, schrijft ze in een moedeloze bui. Vreugde kan ze alleen putten uit de individuele gevallen waarbij het met die kinderen beter gaat. Zo staan in het boek verschillende foto’s van jongeren die er na de opvang merkelijk beter uitzien. Het lijken druppels op een hete plaat, maar dat klopt niet. Elk gered kind heeft de potentie om iets ten goede te veranderen, om anderen mee te slepen om uit het dal te klimmen. Uit een evaluatie blijkt dat meer dan de helft van de geholpen kinderen succes heeft geboekt. Van duizenden wrakken hebben ze weer kinderen gemaakt.

Eind augustus 2006 werd een vredesverdrag gesloten tussen regering en rebellen. Het kamp in Lira werd opgedoekt en Els De Temmerman ging aan de slag als hoofdredacteur van de krant The New Vision in Oeganda. Intussen liep het bestand af, zijn er nog steeds 10.000 kinderen vermist in Noord-Oeganda en zouden er nog 1.500 in handen zijn van de rebellen. Hopelijk krijgt dit boek veel belangstelling zodat de internationale gemeenschap écht gaat optreden, Kony en de zijnen voor het Internationaal Strafhof brengt en eindelijk Afrika de kans geeft om zich vredevol te ontwikkelen. De rijke landen dragen hierin een verpletterende verantwoordelijkheid.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Els De Temmerman, En toen moest ik mijn broer doodbijten, Houtekiet, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be