Bakens in niemandsland

boek vrijdag 30 maart 2007

Abram De Swaan

Sinds de aanslagen van 11 september hebben we de indruk dat het geweld in de wereld gevoelig is toegenomen. De dagelijkse beelden over zelfmoordacties in Irak, gevechten in Afghanistan en de strijd tussen Israël en de Palestijnen versterken dat beeld. Toch is dit allemaal relatief tegenover de enorme moordpartijen die gebeurden in de loop van de twintigste eeuw. De Russische revolutie en het daaropvolgende terreurbewind van Stalin, de twee wereldoorlogen met de uitroeiing van de joden, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, het moorddadige bewind in China eerst onder Chiang Kai-shek en later Mao Tse-tung, de strijd tussen de twee Korea’s, de oorlogen tegen de koloniale heersers in zowat alle minder ontwikkelde landen, de oorlog in Vietnam, de strijd tussen Irak en Iran, de Russische inval in Afghanistan, de genociden in Cambodja en Rwanda en de vele andere nationale en regionale conflicten zorgden voor een record aantal doden, zowel onder soldaten als onder gewone burgers. Het huidige geweld is dus niet uitzonderlijk of uniek. Over die vormen van massaal geweld schreef de Nederlandse socioloog Abram de Swaan een reeks essays die hij bundelde onder de titel Bakens in niemandsland. Daarin bespreekt hij de problematiek van grootscheeps geweld en de onderliggende oorzaken daartoe.

Een essentiële oorzaak is alvast elke vorm van ‘wij’ tegenover ‘zij’ denken. In de twintigste eeuw maakten overheersende bewegingen en politici een onderscheid tussen mensen op basis van ras of klasse. Dat zorgde uiteindelijk tot een massale moordzucht tegenover zogenaamde ‘mindere mensen’. Eenzelfde afkeer voor de ‘Ander’ zien we nu bij de opleving van godsdiensten die zich vijandig opstellen tegenover ongelovigen. ‘Alle groepsvorming impliceert aaneensluiting en uitsluiting’, aldus de auteur, en daarmee geeft hij goed aan hoezeer conformisme kan leiden tot een vorm van exclusivisme en moord. Tijdens de vorige eeuw verloren miljoenen mensen hun leven. Zowat al die mensen, zowel soldaten als gewone burgers, kwamen om onder dictatoriale regimes. Dat op zich is al een pleidooi voor de rechtstaat, maar ook een oproep om zich te verzetten tegen fanatici die zich verzetten tegen elke toenadering tussen groepen met een diverse achtergrond. Geweldpleging gaat doorgaans gepaard met gevoelens van identificatie jegens de eigen mensen en van desidentifatie tegenover anderen die uitgesloten moeten worden. In moderne tijden hebben die groepsgevoelens een veel breder bereik gekregen, en omvatten ze rassen, klassen, naties en ook geloofsgroeperingen.

Een dergelijke identificatie gaat misschien in tegen vormen van ‘sociale’ identificatie. In elk geval botst dit met de idee van een identificatie met alle mensen op aarde, zeg maar het kantiaanse idee van het ‘wereldburgerschap’. Volgens sommige filosofen als Peter Singer, Paul Cliteur en Martha Nussbaum zou die identificatie zelfs nog ruimer moeten zijn en zich uitbreiden tot alle diersoorten. De toenemende impact van de media, de televisie en het internet maken het voor mensen steeds moeilijker om hun verschillen te benadrukken. Toch blijft het tribalisme een sterke motor tot desidentificatie. Een gruwelijk voorbeeld was de massale moord in Rwanda van Hutu’s op Tutsi’s. De Swaan toont aan dat die genocide goed was voorbereid en gepropageerd werd door de media die de Tutsi’s afschilderden als achterbakse mensen die belust waren op de ondergang van de Hutu’s. Hij spreekt van een ‘genocidale haatcampagne’ waarbij men de laagste instincten van de mens aansprak, niet in het minst hun verlangen om zich de eigendommen, huizen en bezittingen van de slachtoffers eigen te maken. Het was ook voor veel Duitsers een drijfveer om zich in te schakelen in de nazi-propaganda tegen de joden: gewoon om er zelf beter van te worden.

Na de val van de Sovjet-Unie konden afscheidingsbewegingen rekenen op sympathie in het Westen. Die zagen het vaak als ‘bevrijdingsbewegingen’. In feite waren het criminele groepen en krijgsheren die niet zozeer het behoud van het eigen volk op het oog hadden maar wel de vernietiging van het andere volk, in de vorm van etnische zuiveringen. Denk aan de dramatische gebeurtenissen in Bosnië, Somalië en later in Soedan en Kongo. Meer theoretisch vraagt De Swaan zich af of we in de loop van de twintigste eeuw, met de Endlösung als dramatisch dieptepunt kunnen spreken van ‘een ineenstorting van de civilisatie’ zoals Norbert Elias voorstond of eerder van ‘een toppunt van moderniteit’ zoals verdedigd door Zygmunt Bauman in zijn befaamde werk Modernity and the Holocaust. Volgens de auteur gaan de twee stellingen samen, namelijk een civilisatieproces dat plots een dysfunctionele route – zeg maar dyscivilisatie volgt. Daarbij staat één zaak vast: ‘De staat is de grootste mensendoder in deze wereld’. En de meeste slachtoffers zijn gewone, weerloze mensen. Hij citeert veelvuldig uit het boek Statistics of Democide: Genocide and Mass Murder Since 1900 van Rudolph Rummel waaruit blijkt dat in de twintigste eeuw 35 miljoen soldaten en 170 miljoen ongewapende burgers hun leven verloren bij oorlogen en conflicten (1).

De grootste moordpartijen gebeurden door dictaturen met in kwantitatieve volgorde de Sovjet-Unie van 1917 tot 1987, Communistisch China van 1949 tot 1989, het Duitse nazi-regime van 1933 tot 1945 en Nationalistisch China van 1928 tot 1949 (met niet minder dan 10 miljoen doden). Maar in verhouding tot de totale bevolking was het bewind van de Rode Khmers in Cambodja met twee miljoen doden het meest moorddadige van de vorige eeuw (Noam Chomsky bleef dit jarenlang hardnekkig ontkennen). Al die mensen werden vermoord door andere mensen, vaak vanop afstand zoals de bombardementen op de Duitse steden, maar evenzeer in situaties van mens tot mens zoals de Einzatsgrüppe die joden en communisten uitschakelden in het door de Wehrmacht veroverde gebied tijdens de Operatie Barbarossa, en in Rwanda waar gebruik gemaakt werd van sikkels en machetes om in te hakken op de Ander. De Swaan gaat daarbij in op de bijzonder moeilijke kwestie van het daderschap. In zijn boek Daders legt Harald Welzer uit dat de meeste daders vriendelijke huisvaders en doorsneeburgers waren – eigenlijk heel normale mensen. Wat hun moordzucht ‘eenvoudiger’ maakte was volgens De Swaan de ‘emotionele compartimentering’ waarbij het moorden ‘op afgeschermde plaatsen’ gebeurden, en dit ‘binnen duidelijk gemarkeerde tijdsperioden’.

‘De afzondering van het beulswerk uit de omringende samenleving maakt het de overige burgers mogelijk het op hun beurt uit hun eigen gevoelswereld te sluiten. Zij komen daar niet, ze zien het niet, ze weten niet wát daar gebeurt, maar wel dát er iets gebeurt en dat het verschrikkelijk is. Zo kunnen zij geterroriseerd worden zonder dat ze geïnformeerd hoeven te worden’, schrijft De Swaan, en hij voegt eraan toe dat die compartimentering ook op wereldschaal werkt, waarbij op massale wijze gemoord wordt in gebieden die onbereikbaar zijn voor buitenstaanders. Het is een interessante hypothese omdat ze tegelijk een oplossing aanreikt, namelijk het bekend maken, het schrijven over, het in beeld brengen via televisie en internet van wat er gaande is. Toch knaagt de vraag of dit voldoende is om de barbarij tegen te houden. Zo werden onder de ogen van Nederlandse blauwhelmen 8.000 Bosnische moslims uit Srebrenica afgevoerd. Men kon redelijkerwijze weten wat met hen zou gebeuren, en het moorden gebeurde ook. We zijn laf, aldus het harde oordeel van de auteur over de houding van de Nederlandse soldaten in het bijzonder, en de Nederlandse visie tegenover geweld in het bijzonder. Ook België maakte die conclusie toen het zijn soldaten hals over kop terugtrok uit Rwanda na de moord op tien paracommando’s waarna de slachtpartij pas goed begon.

De Swaan waagt zich ook aan het schijnbaar onoplosbare conflict in het Midden-Oosten. Als jood geboren onder de nazi-bezetting doet hij dat met een zekere schroom. Hij wijst er terecht op dat de oplossing al jaren gekend is, namelijk de oprichting van twee afzonderlijke staten, maar dat fanatici van beide kanten elke stap in die richting dwarsbomen waardoor men terecht is gekomen in een perpetuum mobile van wraak en weerwraak. Tegelijk ontwaart hij in Europa een anti-Israëlisch enthousiasme en zelfs een hernieuwd antisemitisme. ‘Die Juden sind unser Unglück’, zo staat het weer op stickers. Hij verwijst naar de postmoderne Franse filosoof Gilles Deleuze die stelde dat de joden de Holocaust ongeldig gemaakt hebben, ‘omdat ze zelf genocidale verdelgers geworden zijn’, naar de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago die schreef dat de joden hun eigen wond steeds opnieuw openkrabben, en naar prominente negationisten als Roger Garaudy en Robert Faurisson. Het zijn stellingen die gretig worden opgepikt door antiglobalisten die Israël steevast tot bron van alle kwaad veroordelen en sympathiseren met regimes die tribale regimes.

De auteur staat met zijn vaststelling niet alleen. Ook de Franse filosoof Alain Finkielkraut ziet deze bizarre houding van heel wat antiglobalisten. ‘Het lijkt alleen maar of zij zich zorgen maken om die zwakken en verschoppelingen. Maar ze interesseren zich absoluut niet voor de Tibetanen, de Zuid-Koreanen, de Koerden, de Tsjetsjenen… Alleen het kwaad telt dat de joden de Palestijnen aandoen’, zo vertelde hij in een interview met Ralf Bodelier (2). Volgens De Swaan zijn veel van die ‘bevrijdingsbewegingen’ vastgelopen in tirannie en kleptocratie. Men zou er kunnen aan toevoegen dat ze zich in hun onvermogen om welvaart te creëren voor hun inwoners, richten tegen landen die een democratische en liberale politiek voeren en succesvol blijken te zijn, de VS voorop. Dat betekent niet dat de auteur kritiekloos blijft tegenover ondermeer de VS. ‘De Amerikaanse hegemoon bedient zich van marionetten en satrapen om in het Midden-Oosten de olie omhoog te pompen en de mensen eronder te houden’. Het islamitisch radicalisme is deels te verklaren als een bevrijdingsstrijd tegen die tirannieke marionettenregeringen, maar tegelijk beseft hij het grote gevaar ervan, in het bijzonder voor vrouwen.

De Swaan eindigt opvallend hoopvol: ‘Mensen staan elkaar steeds minder toe dat zij zich openlijk verheffen boven hun medemensen.’ Het zijn nog enkel de godsdiensten die de ongelijkwaardigheid cultiveren – al vergeet hij hier extreemrechts dat teert op een superieur gevoel van het eigene tegenover de Ander. Toch is er ook in de Arabische wereld een forse afname van analfabetisme en het groeiend zelfbewustzijn bij vrouwen, en dan zeker bij moslimvrouwen in het Westen. Tegenover die positieve trend ontwaart De Swaan een groeiend slecht humeur onder de Nederlanders zelf, in het bijzonder tegenover nieuwkomers. Dat bleek ook duidelijk bij het ‘neen’ tegen de Europese Grondwet en dat terwijl Nederland op alle vlakken zoveel te danken heeft aan de Europese eenwording. Volgens de auteur heeft een en ander te maken met het wegvallen van de ideologieën die vroeger zoveel steun gaven aan mensen, en die het nu zelf maar moeten uitvissen. Hij heeft gelijk. Laat de strijd tussen de ideologieën maar opnieuw losbarsten. Het geciviliseerd debat tussen ideeën werkt alleen maar versterkend voor de democratie en biedt mensen houvast in tijden van onzekerheid.


Recensie door Dirk Verhofstadt



Voetnoten:



(1) Rudolph Rummel, Statistics of Democide: Genocide and Mass Murder Since 1900, University of Virginia, 1997



(2) http://www.wordsunlimited.nl/journalistiek/interviews/Finkelkraut/body_finkelkraut.html

Abram De Swaan, Bakens in niemandsland, Bert Bakker, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be