Markies de Sade

boek

Lode Lauwaert

In het Musée d’Orsay loopt op dit ogenblik een tentoonstelling over de beruchte markies de Sade. Zowel de tentoonstelling op zich als het promofilmpje hebben enige ophef veroorzaakt. ‘Le divin Marquis’ staat alom bekend als een geperverteerde man en een scabreus auteur. In zijn grote oeuvre worden immers mensen, soms tot ter dood, gemarteld voor niets anders dan het genot van de persoon die de pijn toebrengt. Althans, dat is de gepopulariseerde versie. Lode Lauwaert probeert met zijn boek enige nuance aan te brengen door te beweren dat niet het aanbrengen van pijn Sades drijfveer is en dat Sade de meest uiteenlopende thema’s onderzoekt: verlangen, extase, transgressie, het bizarre, de zuiverheid en de apathie.

De auteur heeft psychologie gestudeerd in Gent en filosofie in Leuven. Hij is momenteel verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven en is gepassioneerd door twintigste-eeuwse Franse filosofie. In Markies de Sade is het zijn uitdrukkelijke bedoeling om een inleiding te geven tot het naoorlogse denken van enkele grote filosofen, te weten Klossowski, Blanchot, Bataille, Lacan, Barthes en Deleuze. Zijn insteek is de libertijnse markies de Sade. De genoemde Franse filosofen hebben tenslotte allen nagedacht en geschreven over de man die zijn naam heeft gegeven aan het ‘sadisme’. Op zich is dat vreemd omdat zowat iedereen het ermee eens is dat het werk van Sade vervelend is door de oeverloze herhalingen. Wat trouwens niet heeft verhinderd dat Sades werk, zoals dat van Diderot en Voltaire, opgenomen werd in de prestigieuze Bibliothèque de la Pléiade.

Door de vrijzinnige lezer kan deze recensie misschien worden gezien als een provocatie. Lauwaert begeeft zich immers, zoals dat bij Leuvens geschoolde denkers wel meer het geval is, op het terrein van het postmodernisme en de humanismekritiek. Op het einde van het boek schrijft hij daar heel expliciet over en verbindt beide begrippen. Onder postmodernisme verstaat hij immers niet zozeer het einde van de grote verhalen of het idee dat dé waarheid niet bestaat, maar de gedachte dat ‘(…) de mens – in casu de sadist, en Sade als persoon of schrijver – als soevereine drager van de werkelijkheid ‘sterft’ en uit het centrum van de werkelijkheid verdwijnt.’ Filosofen spreken in dit geval, met een moeilijk woord, over de decentrering van het subject.

Volgens mij moet het postmodernisme en de bijhorende decentrering van het subject niet negatief worden bekeken. Ook binnen het humanisme hebben veel filosofen, gedurende al meerdere tientallen jaren, de klemtoon gelegd op de positieve aspecten van de modernismekritiek. De cartesiaanse cogito en het totaliteitsdenken hebben binnen een modern humanisme hun grondslag verloren. Lauwaert verwoordt het mooi wanneer hij schrijft over Klossowksi: ‘(…) voluit in de moderniteit gaan staan betekent het assumeren en affirmeren van de instabiliteit, onstandvastigheid en vloeibaarheid van het leven.’ Volgens Klossowski is de autonome rede volledig verdwenen in het denken van Sade.

Een ander aspect, dat met het bovenstaande verband houdt, is de klemtoon op de tekst en niet zozeer op de auteur. Volgens Blanchot moeten we Sades teksten niet intellectualistisch begrijpen, en moeten we geen inzicht of boodschap zoeken in zijn teksten, maar moeten we Sades oeuvre begrijpen als het afsterven van de inhoud van de woorden. Blanchot is daarom een voorloper van ‘het ‘antihumanistische’ structuralisme uit de twintigste eeuw dat stelt dat de mens geen drager is van de werkelijkheid, maar dat hij zelf door iets anders wordt gedragen, namelijk de taal.’ Dit komt uiteraard ook aan bod in het hoofdstuk over de structuralist Barthes.

Lode Lauwaert heeft een interessant boek geschreven over markies de Sade en meteen ook een kennismaking met zes Franse filosofen. Misschien had hij aan het begin van elk hoofdstuk een ruwe schets kunnen geven van het denken van elke filosoof opdat de lezer die filosoof beter zou kunnen kaderen binnen de Franse filosofie van de twintigste eeuw. Niet iedereen kent Klossowski of is vertrouwd met het begrippenapparaat van Lacan. Zelf was ik ook het noorden kwijt toen ik over het denken van Deleuze las omdat ik de moeilijke Freudiaanse begrippen niet altijd kende. Niettemin verstaat Lauwaert de kunst om in redelijk begrijpelijke taal te schrijven over enkele moeilijkere filosofen.


Recensie door Kris Velter

Deze tekst verscheen eerst in De Geus van januari 2015

Lode Lauwaert, Markies de Sade, Essays over ethiek en kliniek, literatuur en natuur. Uitgeverij Pelckmans, 2014, 269 p.

Links
http://www.geuzenhuis.be/magazinedegeus
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be