De prijs van de vrijheid

boek vrijdag 29 april 2011

Joep Dohmen en Maarten van Buuren

In De Prijs van de vrijheid bespreken Joep Dohmen en Maarten van Buuren de vrijheidsopvatting van tien vooraanstaande schrijvers en denkers. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de wijze waarop de vrijheid evenzeer een last als lust blijkt te zijn in de geschriften van deze filosofen en literatoren. Vrijheid mag dan wel hét modewoord van de moderne westerse democratie zijn, die vrijheid is allerminst vanzelfsprekend. Dat er aan de moderne Westerse vrijheid ook een keerzijde hangt, is al langer geweten. Maar een antwoord op deze ‘paradox van de vrijheid’ – zoals de Russische filosoof Nikolaj Berdjaev dat noemde – krijgen we in de essays van Dohmen en van Buuren echter niet. Waar komt die ambivalentie van de vrijheid vandaan? Is de vrijheid inderdaad de bron van goed en kwaad en zo ja, hoe komt dat? Waarom boezemt de vrijheid soms angst in? Waarom knielt de mens soms liever in groep dan alleen rechtop te staan? En hoe hebben totalitaire regimes die angst voor de vrijheid in het verleden kunnen uitbuiten? Dat zijn heel belangrijke maatschappelijke en filosofische vragen die echter in zeker opzicht onbeantwoord blijven in De prijs van de vrijheid, een boek dat nochtans net deze vragen tot thema lijkt te maken.

Angst voor vrijheid: theoretische achtergrond

Een aanzet tot een antwoord op bovenstaande vragen vergt, mijns inziens, op zijn minst een bespreking van het verschil tussen de positieve en negatieve vrijheidsopvatting. De angst voor de vrijheid is immers vooral eigen aan de negatieve vrijheidsopvatting. Negatieve vrijheid wordt immers bepaald door de afwezigheid van externe inmenging, bemoeizucht en restrictie. Zo ontstaat een domein waarin je vrij bent om te doen en te laten wat je wil. Dat is soms heerlijk, maar soms ook moeilijk. Soms staat het individu heel alleen in dat domein en weet hij niet eens wat hij doen of laten wil. Dan besluipt hem een angst voor de vrijheid. Daardoor kan de vrijheid, als dusdanig opgevat, zowel bekoorlijk als beangstigend zijn.

Dit brengt ons dan automatisch tot de vraag of een andere, positieve vrijheidsopvatting niet de betere is. Daarin heerst er immers helemaal geen angst voor de vrijheid. Aanhangers van een positieve vrijheidsvisie stellen dat een afwezigheid van restricties en inmengingen niet volstaat om echt vrij te zijn. Echt vrij ben je pas als je je vrijheid ten goede kan aanwenden. Een mens is pas vrij in het goede leven, wanneer hij zijn vrijheid benut om daden te stellen die hem en/of anderen ten goede komen. Een vrij mens is volgens de positieve opvatting steeds een goed, gelukkig, rationeel mens. Volgens die opvatting is de vrijheid dus helemaal niet zo irritant als onder andere Houllebecq beweert, één van de auteurs die van Buuren bespreekt.

Dit is natuurlijk een erg vluchtige schets van de theoretische achtergrond van de spanningsrelatie tussen vrijheid en geluk en de wijze waarop die spanningsrelatie kenmerkend is voor deze of gene vrijheidsvisie. Uiteraard bestaat er een erg levendig en rijk debat over deze twee (en ook andere) vrijheidsvisies. Maar het is een feit dat de angst voor de vrijheid als argument ingeroepen kan worden tegen de negatieve vrijheidsvisie. Helaas blijkt dit in zijn geheel niet aan de orde in het boek van de Nederlandse professoren en zo laten ze toch een kans liggen om het debat verder te verrijken.

Toegankelijkheid en diepgang

Uiteraard betekent dat niet dat Dohmen en van Buuren soms niet heel wat interessants te vertellen hebben over de besproken schrijvers en denkers. Van Buurens analyse van de idee van eigenliefde bij La Rochefoucauld en de idee dat moraliteit niet zozeer om goed en kwaad als wel om sterk en zwak draait, verdient bijzondere vermelding. Bovendien beschikken beide professoren over het vermogen om soms heel complexe dingen in erg heldere taal te verwoorden. Het boek leest dan ook erg vlot en biedt vaak een interessante, toegankelijke inleiding op de besproken auteurs. Toch lijkt de inhoud vaak wat afgevlakt ten voordele van de toegankelijkheid. En soms lijkt het alsof de auteurs het boek vooral snel af wilden hebben en dat diepgang en originaliteit het soms moesten afleggen voor de haast. Zo valt op dat de bespreking die Dohmen biedt van het werk van Peter Bieri al grotendeels terug te vinden is in Dohmens vorige boek. En voor wie vertrouwd is met het werk van Dohmen zullen ook bepaalde passages over enkele andere auteurs niet helemaal nieuw in de oren klinken.

Bovendien wordt het thema van de vrijheid bij Dostojevski wel erg kort en onvolledig besproken. Van Buuren biedt een bondige bespreking van Misdaad en straf en De gebroeders Karamazov, maar de bespreking van Misdaad en straf zet niet zoveel zoden aan de dijk als het gaat om het thema van de last van de vrijheid. Van Buuren had ongetwijfeld beter geopteerd voor een bespreking van Herinneringen uit het ondergrondse, dat zich veel beter leent tot een bespreking van de vrijheidsproblematiek bij Dostojevski. De ondergrondse mens buigt zich namelijk uitvoerig over de spanningsverhouding tussen de vrijheid en het geluk. Hij vraagt zich af of het niet beter zou zijn om in een kristallen paleis te leven zonder vrijheid, dan in een wereld vol verdriet en verderf, maar waarin de (negatieve) vrijheid welig tiert. Het sluit perfect aan bij de wijze waarop dit thema later in De gebroeders Karamazov uitgewerkt wordt. Het thema van de vrijheid is bij Dostojevski natuurlijk immens. Je kan er hele bibliotheekrekken mee vullen. Maar de afwezigheid van Herinneringen uit het ondergrondse en ook van het thema van het determinisme en de vrije wil, dat ook doorheen heel Dostojevski's oeuvre loopt, is een lacune in van Buurens bespreking.

Meer potentieel

Wat evenwel nog meer opvalt bij lezing van de essays van De prijs van de vrijheid, is dat het thema van de vrijheid zelf soms helemaal zoek is. In het essay over Musil en La Rochefoucauld gaat het niet meer over de vrijheid en al helemaal niet meer over de last van de vrijheid. Het woord vrijheid komt in die essays zelfs amper of niet voor. Dat is jammer en het wekt de indruk dat het boek vooral een erg losse bundeling is van essays die met haken bij elkaar worden gehouden.

Uiteraard kan men over dit soort werken ook steeds discussiëren waarom deze denker wel en een andere er niet in wordt opgenomen. Die discussies en kritieken zijn soms onterecht, want je kan uiteraard niet alles optekenen. In het geval van De prijs van de vrijheid kan je natuurlijk wel alleen maar vaststellen dat het boek essays bevat over denkers die zich helemaal niet zo uitvoerig met het vraagstuk van de menselijke vrijheid hebben bezig gehouden; terwijl andere denkers veel beter aansluiten bij het thema dat Dohmen en van Buuren aansnijden. Waarom geen bespreking van één van de grote anti-utopische literatoren, zoals Huxley (Brave New World), Orwell (1984) of Zamjatin (Wij)? In hun romans, zeker in die van Zamjatin, gaat het expliciet om de spanningsverhouding tussen vrijheid en geluk en de last van de vrijheid. Of waarom geen essay over Erich Fromm die de visie van Dostojevski integreert in zijn belangrijke filosofische analyse van de last van de vrijheid? Dat Fromm’s The Fear of Freedom in zijn geheel ontbreekt in het werk van Dohmen en van Buuren is jammer.

De prijs van de vrijheid behandelt verschillende interessante auteurs en een erg interessant onderwerp, maar helaas mist het soms de nodige diepgang om een echt maatschappelijk fenomeen aan te kaarten en het debat over de betekenis van de moderne vrijheid verder te verrijken. Dat laatste neemt echter niet weg dat het boek leuk leest en zeker een aanrader is voor een eerste inhoudelijke kennismaking met de besproken auteurs.


Recensie door Alicja Gescinska


Joep Dohmen en Maarten van Buuren, De prijs van de vrijheid: denkers en schrijvers over moderne levenskunst, Ambo, 2011, 286 blz.

Links
mailto:Alicja.Gescinska@UGent.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be