Denkers die de wereld veranderden

boek vrijdag 11 januari 2013

Fernando Savater

Voor wie Fernando Savater (°1947) nog niet zou kennen, hij is één van de vooraanstaande filosofen van onze tijd. Thans is hij professor in de filosofie aan de universiteit van Madrid. Deze agnosticus heeft reeds talrijke publicaties op zijn actief onder andere in het domein van de ethiek en de politiek. Als geboren Bask, is hij sterk geëngageerd en gekant tegen het Baskisch terrorisme en nationalisme. Het boek, Het avontuur filosofie. Denkers die de wereld veranderden, is ontstaan uit een serie van afleveringen voor de televisie. De zesentwintig hoofdstukken stemmen overeen met de zesentwintig afleveringen, waarin telkens één filosoof voor het voetlicht werd gebracht. Van hen zegt Savater in de inleiding dat ze, volgens hem, het meest bepalend zijn geweest voor het wereldbeeld van deze tijd. Het ligt dan ook voor de hand dat bij iedere filosoof nagegaan wordt waaruit nu juist die bijdrage bestaat.

Bij elke bespreking wordt een vast stramien gevolgd: vooreerst wordt de filosoof en zijn denken voorgesteld, vervolgens worden enkele relevante biografische gegevens verschaft en zijn denken verder besproken om te eindigen met de erfenis die hij heeft nagelaten. Voor kenners van de filosofie is een eerste aanwijzing voor de betekenis van Savaters keuze te vinden in de rij van namen die bovenaan elk hoofdstuk prijken: Plato, Aristoteles, Thomas van Aquino, Thomas Hobbes, René Descartes, John Locke, Baruch Spinoza, Gottfried Leibniz, David Hume, Immaniel Kant, G.W.F. Hegel, Arthur Schopenhauer, Søren Kierkegaard, Karl Marx, Freidrich Nietzsche, Henri Bergson, John Dewey, George Santayana, Miguel de Unamuno, Bertrand Russell, José Ortega y Gasset, Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger, Theodor Adorno, Jean-Paul Sartre en Michel Foucault.

Een tweede aanwijzing is te vinden in het legertje van filosofen dat niet door Savater besproken wordt. Hoewel uiteraard niet alle filosofen aan bod konden komen en keuzes onvermijdelijk waren, vertellen die afwezige namen evenveel over Savaters keuzecriterium als de aanwezige. Wat opvalt is, met uitzondering van Thomas van Aquino, dat geen enkele filosoof aanwezig is uit de tijd tussen Aristoteles en de moderne filosofen. Er is dus niets te vinden uit de Hellenistische periode; niets over het cynisme, het scepticisme, het epicurisme, het stoïcisme en neoplatonisme; niets over het denken van de christelijke Kerkvaders en de scholastici, met uitzondering van de reeds vermelde Thomas van Aquino, die, via het thomisme, tot op de dag van vandaag een plaats verdient in het rijtje van grote filosofen. Ook geen enkele filosoof van voor Socrates komt aan bod. Aan het postmodernisme wordt helemaal geen aandacht besteed. Wellicht is Savater daarvoor een te groot aanhanger van de Verlichting.

Van de presocraten, dus van voor de periode van Socrates-Plato-Aristoteles, zegt Savater zelf dat hij deze denkers nog niet als echte filosofen beschouwt. Dat hangt samen met wat voor hem filosofie is. Dat wil concreet zeggen dat deze presocraten zich enkel met het zoeken naar de essentie in de fysieke wereld bezig hielden en niet zoals Plato met ethiek, politiek en esthetica. Wat de andere afwezigen betreft kan gerefereerd worden naar het fijnzinnig onderscheid dat Savater maakt tussen theologische en niet-theologische filosofen en mythische auteurs. De laatste groep onderscheidt zich van de twee eerste door de irrationaliteit, terwijl de theologen wel rationeel te werk gaan, maar zich afwenden van de waarneming van de fysieke werkelijkheid om te zoeken naar diepere fundamenten. Grosso modo zijn de filosofen die in Savaters boek ontbreken voornamelijk theologische filosofen, althans vanaf het neoplatonisme tot en met de middeleeuwen. Thomas van Aquino is dat ook, maar kenmerkend voor hem is dat hij terugvalt op Aristoteles, die veel aandacht besteedde aan de waarneembare werkelijkheid.

Wat de hellenistische periode betreft, kan verwezen worden naar de woorden van C.F. Agnus (geciteerd in Bertrand Russell, 1995:238): ‘Philosphy is no longer the pillar of fire going before a few intrepid seekers after truth: it is rather an ambulance following in the wake of the struggle for existence and picking up the weak and wounded.’ (1) Het cynisme, het scepticisme, het epicurisme en het stoïcisme zijn vooral filosofische stromingen, en Savater meent misschien dat daarin eveneens geen filosofen voorkomen die als evenknie van de besproken filosofen kunnen gelden. De functie van de filosofie is voor Savater het ordenen, plaatsen en waarderen van de enorme stroom van informatie die op ons afkomt, waarbij de schok van een gebeurtenis ons heeft wakker geschud.

Om dan terug te keren tot de filosofen die door Savater wel worden besproken, de filosofen van de Verlichting zijn ruim aanwezig, zowel de Nederlander Spinoza, als de Engelsen Hobbes en Locke, de Schot Hume, en de Duitsers Leibniz en Kant. De Franse verlichtingsdenkers ontbreken dan weer. De Duitse filosoof Hegel kan aan dit rijtje toegevoegd worden, hoewel hij aan de Verlichting de Romantiek toevoegde en in het verlengde van Hegel, zij het op een eigengereide wijze, Karl Marx. Deze laatste kon niet ontbreken in een boek dat de nadruk legt op de invloed van de betrokken filosofen. Het Marxisme drukte immers een stempel op de internationale politiek gedurende een groot deel van de 20e eeuw.

Dat Savater ook twee Spanjaarden opneemt, namelijk Manuel de Unanumo en José Ortega y Gasset, kan hem als Spanjaard niet kwalijk genomen worden; temeer omdat het dan toch filosofen zijn die ver buiten de Spaanse grenzen een renommee opbouwden. Ook George Santayana, die bij ons misschien wat minder bekend is, mag, als Spaanse Amerikaan, gerust zijn plaats in het rijtje innemen.Henri Bergson is op het eerste gezicht wellicht een buitenbeentje in de rij van besproken filosofen, maar, bij nader toezien, kan er inderdaad niet aan voorbijgegaan worden dat hij in zijn tijd een grote invloed uitoefende en door zijn evolutionistisch en spiritueel vitalisme nog steeds op enige aanhang kan rekenen.

Van Schopenhauer, Kierkegaard en Nietzsche kan gezegd worden dat ze beslist een plaats verdienen in Savaters boek. Schopenhauwer is blijven nazinderen bij ‘amateurs met wijsgerige interesses, veel meer dan (bij) specialisten’; Nietzsche heeft de christelijke moraal als een moraal van slaven ontmaskerd, die, als ‘twijfelaars en zwakkelingen (Nietzsche noemt ze nihilisten)’ ‘sterke, vrije mensen’ willen onderwerpen; en Kierkegaard, de ware vader van het existentialisme, heeft de weg geplaveid voor aandacht ‘voor persoonlijke vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit’. Die andere existentialist, Jean-Paul Sartre, krijgt terecht van Savater een plaats in zijn pantheon van filosofen. Ondanks foute beslissingen, is er, volgens Savater, ‘bij Sartre sprake van een zekere grootmoedigheid, een zekere kracht die hem acceptabel maakt, zelfs als je veel van zijn filosofische ideeën en politieke standpunten niet deelt. Naast het Verlichtingsdenken maakt de Angelsaksische denkwereld deel uit van Savaters repertorium. Het typisch Amerikaanse pragmatisme wordt vertegenwoordigd door John Dewey, en Ludwig Wittgenstein, met zijn ongeëvenaarde invloed op de Angelsaksische filosofie, past ongetwijfeld in het plaatje.

Dat Savater er in slaagt in een notendop een filosofisch spanningsveld weer te geven, blijkt uit zijn behandeling van Heidegger. Dan gaat het niet alleen over zijn band met het nazisme, maar ook over de afwijzing door andere eminente filosofen wat de inhoud van zijn geschriften, of moet men zeggen schrijverij, betreft. Theodor Adorno, die eveneens door Savater besproken wordt en lid was van de linkse Frankfurter Schule, wees Heidegger sterk af en heel wat Angelsaksische filosofen hadden scherpe kritiek op hem. Volgens Bertrand Russell gebruikte hij een op hol geslagen taal. Deze houdingen ten overstaan van Heidegger passen perfect in de vooronderstellingen aangaande het domein van de metafysica, dat door heel wat van die filosofen afgewezen wordt als een foute manier van denken. Kan de mens immers buiten zichzelf treden om zijn eigen denken te aanschouwen? En, is Heideggers metafysica uiteindelijk geen psychologie dat zichzelf miskent? Zijn bewondering voor Michel Foucault, waarmee hij het rijtje van filosofen afsluit, steekt Savater niet onder stoelen of banken. Hij noemt hem een ‘groot denker’, een verfijnd stylist en een meeslepend activist. Er bestaat overigens geen twijfel over de impact van Foucaults denken op onder meer de geschiedschrijving van en het denken over van sociale voorzieningen.

Geschiedenis schrijven is vaak niets meer dan herhalen wat reeds eerder werd aangebracht, maar Savater verstaat de kunst om van een filosoof kernachtig zijn ware aard bloot te leggen, zonder de draad met het geheel te verliezen. Daardoor komt hij verassend fris over, zelfs voor doorwinterde kenners van de geschiedenis van de filosofie. Het stramien waarop hij borduurt is het aanduiden van het belang van elke filosoof uit het verleden, voor het hedendaagse denken en voor de verdere ontwikkeling van de filosofie. Om het lezen te bevorderen heeft hij heel wat historische informatie naar de voetnoten geloodst, daardoor kan hij vlotter zijn vertoog ontplooien en tegelijk onontbeerlijke informatie toevoegen.

Af en toe onderbreekt hij de loop van zijn vertoog om er expliciet een eigen oordeel aan toe te voegen, bijvoorbeeld over het bewuste handelen van de mens bij Aristoteles. Bij de bespreking van Aristoteles komt ook naar voor hoe Savater met aandacht voor detail de sprong kan maken naar een meer algemeen oordeel. Wanneer Aristoteles stelde dat er vissen zijn die nesten bouwen, meende men dat hij zich had vergist, tot aan het begin van de twintigste eeuw een dergelijke vissoort, die tewerk ging zoals beschreven door Aristoteles, werd ontdekt. Daarvan zegt Savater: ‘Na al die tijd bleek dus dat Aristoteles ons nog steeds kan verrassen. En bovenal blijft zijn meesterschap op het gebied van begripsomschrijving onomstreden.’ Bertrand Russell mag Aristoteles dan wel misprijzend een catalogiserende schoolmeester genoemd hebben, blijkbaar zijn daar toch ook verdiensten aan verbonden.

Savater heeft een grote bewondering voor de moed en de oorspronkelijkheid van Thomas van Aquino, ook al stelt hij terecht dat deze in de eerste plaats een theoloog was, maar wel een die de rede een nieuwe plaats verleende. Als voorbeeld voor de aandacht die Savater heeft voor de context waarin ideeën ontstaan en zich ontwikkelen, kan de politieke filosofie van Thomas Hobbes gelden. Hobbes had zelf erg te lijden van de conflicten van zijn tijd en dat is terug te vinden in zijn grondvesting van de politieke macht als behoeder van de maatschappelijke orde. Elke filosoof heeft iets aan onze cultuur toegevoegd, waardoor de bedenking kan gemaakt worden of onze wereld er anders had uitgezien indien die denker er niet was geweest. Hoe dan ook, de contingentie van onze cultuur wordt maar al te duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Savater zijn boek de titel Het avontuur filosofie heeft meegegeven. Avontuur refereert inderdaad aan het contingente. De ondertitel Denkers die de wereld veranderden kan dan gezien worden als een uitleg bij de hoofdtitel.

Hoe complex de filosofische problemen ook zijn, Savater weet ze kernachtig te duiden en te verklaren. Zo besteedt hij ruim aandacht aan het begrip natuurrecht zoals het door Hobbes is gedefinieerd en citeert hij een passage uit diens werk om het gevat te illustreren: ‘Een natuurwet (lex naturalis) is een voorschrift of algemene regel, door de rede aan het licht gebracht, op grond waarvan het iemand verboden is te doen wat zijn leven te gronde richt of hem de middelen ontneemt het te behouden, en datgene na te laten waardoor het, naar zijn mening, het beste bewaard blijft.’ (tekst uit de Leviathan (Amsterdam 2002: 168)). Soms kadert Savater zijn kennis van de filosofie in de persoonlijke sfeer. Zo schrijft hij dat hij kennis nam van de Ethica van Spinoza gedurende zijn verblijf in de ziekenboeg van de gevangenis van Madrid, waarin hij belandde na kritiek op het bewind van Franco.

Savater sluit zijn boek af met een nawoord, waarin hij de filosofie relativeert, en haar tegelijk tot haar echte waarde herleidt. Zo raak zijn beschrijving van de zesentwintig filosofen is, zo onberispelijk is zijn eigen waardering van de filosofie.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove

(1) Filosofie is niet langer de vuurzuil die enkele onverschrokken zoekers naar de waarheid voorop gaat. Ze is eerder een ziekenwagen die, in de nasleep van de strijd voor het bestaan, de zwakken en gewonden opneemt (eigen vertaling). De ‘vuurzuil’ is een beeld uit de Bijbel (Exodus 13:21-22).

Fernando Savater, Het avontuur filosofie. Denkers die de wereld veranderden, Bijleveld, 2012

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be