Denken over de twintigste eeuw

boek vrijdag 20 april 2012

Tony Judt & Timothy Snyder

Er is nog een postuum boek van historicus Tony Judt uitgekomen, een bundeling gesprekken. Ze vertrekken van zijn eigen levensloop en waaieren van daar uit naar de hele geschiedenis van de 20ste eeuw. Een mooie samenvatting van zijn denken, maar er valt weinig nieuws te rapen voor wie zijn werk volgde. Tony Judt stierf aan de gevolgen van ALS, een ziekte die zijn lichaam verlamde maar zijn geest onaangetast liet. In de laatste zes maanden van zijn leven praatte hij vanuit zijn rolstoel en zijn ziekbed met een jonge collega-historicus, Timothy Snyder, dagen lang over zijn eigen leven en werk. Dat bood aanknopingspunten te over om het over zowat alles te hebben. Judt was de zoon van uit Oost-Europa gevluchte Joden, en dus is de Tweede Wereldoorlog nooit veraf. Als vijftienjarige was hij een overtuigd socialistisch zionist.

Zijn doctoraal behaalde hij in Parijs met een studie over het vroeg- Franse socialisme in het begin van de eeuw. Gaandeweg ging hij steeds meer Midden-Europa bereizen en bestuderen, tot hij in Amerika zijn eigen onderzoeksinstituut kreeg en zich daar als publiek intellectueel tegen de oorlog in Irak uitsprak. Langs dat rijk gevulde en alle richtingen op meanderende levenspad praten de twee vooral over de rol van intellectuelen en de ideeŽngeschiedenis in de twintigste eeuw, en wat hen als het boeiendste verhaal van de vorige eeuw voorkomt: "Hoe konden zo veel intelligente mensen zichzelf de verhalen wijsmaken die zulke verschrikkelijke gevolgen zouden hebben?" Hoe kon het dat zo vele vooraanstaande geesten zich, terwijl ze beter hadden kunnen weten, lieten verleiden door het communisme en het fascisme? Het is haast een wonder te noemen dat onze samenleving zich uiteindelijk toch ontwikkeld heeft tot een open en democratische verzorgingsstaat, voor het eerst bedacht door de liberale en sociaaldemocratische denkers uit de 19de eeuw.

Antisemitisme

Tony Judt heeft geen probleem met duidelijke uitspraken. Als intellectueel wonderkind ging hij op zijn vijftiende in de kibboets werken, en toen had hij al een halve bibliotheek marxistische en andere literatuur achter de kiezen. Maar iets in hem maakte hem tot buitenstaander. Hij was altijd degene die als eerste de mythes en de verhalen die anderen gebruiken om zich te verrechtvaardigen, doorprikte. Van zionist werd hij zo een hartstochtelijk criticus van de staat IsraŽl: "Dit is een land dat zijn buren verachtte en op het punt stond zich in een catastrofaal, generaties durend conflict te storten door grondgebied van die buren in te pikken en te bezetten. Ik vind dat men als Jood de verantwoordelijkheid heeft IsraŽl hevig en onomwonden te bekritiseren - op een manier die niet-Joden zich niet kunnen permitteren vanwege de de dreiging van de valse, maar doeltreffende beschuldiging van antisemitisme. (...) Je moet onderscheid mogen en kunnen maken tussen de staat IsraŽl en de Holocaust, omdat die laatste geen dienst mag doen als een kaartje 'Verlaat de gevangenis zonder te betalen'."

Dat thema, de strijd tussen de opdracht van de historicus om de feiten boven te spitten en de mythes die latere generaties van deze feiten maken, loopt als een rode draad door de gesprekken. Of het daarbij over de Spaanse Burgeroorlog gaat, de oorlog in Irak, de vraag of stalinisme dan wel nazisme het ergste systeem was: steeds weer zorgen de verhalen errond ervoor dat ook verstandige mensen reisgenoten worden van abjecte machtssystemen, en daar ook in blijven geloven. De ideeŽnstrijd tussen Camus en Sartre staat model voor de intellectuele strijd van die twintigste eeuw. "Begrijpen is voor mij gaandeweg belangrijker geworden dan gelijk hebben," zegt Tony Judt ergens, want zelden zijn de echte geschiedenisverhalen die van een strijd tussen goed en kwaad, zwart en wit. Meestal is er alleen plaats voor nuance en grijstinten.

Maar met de regelmaat van een klok wordt het evenwicht in de samenleving op het spel gezet omdat de ťťn of andere denkrichting een soort waarheidsabsolutisme claimt en uitgroeit tot het meerderheidsdenken. Het laatste voorbeeld daarvan is de ideeŽnstrijd tussen de denkbeelden van Keynes, verantwoordelijk voor de grootste economische ťn sociale ontwikkeling van de afgelopen eeuw, en de herauten van de Chicago School, die het absolute vrijemarktdenken omarmen. Het resultaat zien we nu: een ongereguleerd financieel systeem is gecrasht, volgens de aloude marxistische these dat het kapitalisme uiteindelijk aan zijn eigen excessen ten onder zal gaan. Wenend zijn de bankiers dan maar terug naar de overheid gelopen om hun faillissement te vermijden, de rekening doorschuivend naar de staatsbegrotingen en dus de belastingbetaler. Judt argumenteert vrij overtuigend dat de cultus van de hebzucht, de miljardenbonussen en het primaat van de markt relatief jonge fenomenen zijn. Het was de gezamenlijke aanval van Ronald Reagan en Margaret Thatcher op de staat die het begin van deze periode inluidde. Pas sinds die leiders werd de overheid niet langer als een oplossing van maatschappelijke problemen beschouwd, maar als het probleem zelf.

Judt maakt de interessante analyse dat hun economische goeroes allemaal van de universiteit van Chicago kwamen, en dat die op hun beurt gevoed werden door een groep denkers zoals Friedrich Hayek, Karl Popper en Joseph Schumpeter. Al deze mensen kwamen uit het Oostenrijk van het interbellum, waar ze diep getroffen werden door het onvermogen van de toenmalige socialistische leiders en hun poging tot planeconomie om het nazisme tegen te houden. Daarop kwamen ze tot de conclusie dat de enige manier om een open en liberale samenleving te behouden erin bestond de overheid zo ver mogelijk buiten het economische leven te weren. Het is eigenaardig, betoogt Judt, dat een daarom niet eens onterechte analyse van een specifieke nationale situatie in 1930 in de jaren tachtig zou uitgroeien tot een wereldwijd gepromoot model van anti-etatisme. Zeker omdat de rest van de geschiedenis eigenlijk het omgekeerde bewijst.

Onzichtbare hand

De glorieuze dertig jaren van economische ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog kwamen er immers niet door een socialistische planeconomie, maar werden wel degelijk mee gecreŽerd door sterke overheidsbemoeienis. Van de 'New Deal' van Lyndon Johnson, via het Marshallplan, tot het Wirtschaftswunder in Duitsland: overal kwam de vooruitgang tot stand doordat de overheid ingreep, en overal ging die economische ontwikkeling hand in hand met het ontstaan van een socialezekerheidsstelsel dat de grootste ongelijkheden moest uitschakelen. Planning, progressieve inkomstenbelasting, hoge publieke uitgaven en zelfs genationaliseerde sectoren brachten na de verschrikking van WOII een samenleving tot stand met een gelijkmatige economische groei voor iedereen, met toenemende gelijkheid en sociale harmonie. Keynes, de econoom die dat systeem uitdacht en verkoos boven de onzichtbare hand van de markt, is voor Judt dan ook zowat de meest geniale mens van de afgelopen eeuw.

Het voordeel van dit boek is dat je het nog eens allemaal handig op een rijtje krijgt, het nadeel is dat je het bijna allemaal al eerder had kunnen lezen. Een groot deel van de ideeŽnstrijd werd al behandeld in zijn standaardwerk Na de oorlog, zijn voorliefde voor de sociaaldemocratische verzorgingsstaat in het pamflet-essay dat net voor zijn dood verscheen, Het land is moe, en zijn persoonlijke biografie komt ook al ruim aan bod in het postuum uitgegeven De geheugenhut.

Angst

Wie die drie werken al gelezen heeft, kan zich de aankoop van dit boek besparen, ook al omdat het tegen een redelijk onwaarschijnlijk hoge prijs wordt aangeboden. Bovendien is Judt zelf stukken interessanter dan zijn medeauteur Timothy Snyder, die via vaak ellenlange vragen voornamelijk probeert te bewijzen dat hij in de lessen filosofie veel academisch taalgebruik heeft opgestoken. Voor wie Tony Judt nog moet ontdekken, is het dan weer een goede inleiding.

Denken over de twintigste eeuw leert bovenal dat deze samenleving, toch de beste die in de wereldgeschiedenis tot stand is gekomen, geen natuurwetmatige vanzelfsprekendheid is, maar haast bij wonderlijk geluk is kunnen ontstaan, en nog steeds niet onbedreigd is. Zoals het een paar weken voor zijn dood werd opgetekend: "De keuze waar wij de komende generatie voor staan, is dus niet kapitalisme of communisme, dan wel het einde van de geschiedenis of de terugkeer naar de geschiedenis, maar wel die tussen de politiek van de sociale cohesie op basis van collectieve doelstellingen en voorzieningen of de erosie van de sociale welvaartsmaatschappij door de politiek van de angst."


Tony Judt & Timothy Snyder, Denken over de twintigste eeuw, Uitgeverij Contact, 480 p., 55 euro.

Recensie door Yves Desmet

Deze recensie verscheen eerst in ĎUitgelezení, de boekenbijlage van De Morgen van 4 januari 2012.

Links
http://www.demorgen.be/
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be