Free to work

boek vrijdag 11 juni 2010

Jan Denys

De hervorming van de arbeidsmarkt wordt één van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren. Door de vergrijzing en de technologische revolutie zal het belang hiervan alleen maar toenemen. In zijn laatste boek Free To Work schetst Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige bij Randstad en columnist in De Tijd en De Morgen, een zeer interessante visie over hoe een open en moderne arbeidsmarkt eruit ziet en met welke maatregelen men tot dergelijke arbeidsmarkt kan komen. Met recht merkt hij op dat een belangrijk obstakel het fundamenteel wantrouwen tussen de Belgische sociale partners is. In wezen is zijn boodschap positief, optimistisch en ‘bevrijdend’: door hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren kunnen werknemers zelf meer vat krijgen op hun loopbaan en zich autonomer opstellen tegenover hun werkgevers. Wel is het jammer dat de auteur niet grondiger is ingegaan op de impact van de globalisering en geen concrete tips geeft voor lagergeschoolden om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Dat er veel schort aan de arbeidsmarkt in België, is een open deur intrappen. Zo gingen er in 2009 volgens het Planbureau in totaal 23.000 jobs verloren in België. Tegelijkertijd konden in hetzelfde jaar, dat niet bepaald economisch rooskleurig was, 27.000 vacatures niet ingevuld worden in Brussel en Wallonië, regio’s die niet gekend zijn voor een florissante arbeidsmarkt.

De ‘luxe’ van een slecht werkende arbeidsmarkt kunnen we ons niet langer permitteren, merkt Jan Denys op. Daarvoor komen er veel te veel uitdagingen op hetzelfde ogenblik op ons af. Er is natuurlijk op de eerste plaats de vergrijzing. Die doet niet alleen de kosten voor pensioenen en gezondheidszorg toenemen. De beroepsactieve bevolking zal eveneens krimpen en vergrijzen. Daarnaast kan ervoor gevreesd worden dat door de vergrijzing minder zal worden gespaard, geconsumeerd en vernieuwd in de economie. Een voorbeeld van deze laatste tendens is Japan. Door de vergrijzing die daar veel meer om zich heen heeft gegrepen, zijn de consumptiebestedingen, de autoverkoop, vakantie-uitgaven en huis- en grondstofprijzen al aanmerkelijk gedaald, wat mede de tegenvallende economische prestaties van Japan tijdens de twee voorbije decennia verklaart.

Een andere belangrijke trend waar de arbeidsmarkt verder mee af te rekenen krijgt, is de nog steeds groeiende impact van technologie. Het voornaamste gevolg hiervan is dat processen die voorheen duidelijk van elkaar afgescheiden waren (research, design, ontwerp, productie, administratie, verkoop, diensten na verkoop) nu geïntegreerd zijn en onderwerp zijn van eenzelfde proces. Bovendien worden meer en meer processen over verschillende bedrijven verdeeld, waarbij ieder bedrijf voor één of meer onderdelen (research, productie, administratie enz.) instaat. De uitbesteding van ICT naar een onderneming in India is hiervan een goede illustratie.

De technologische revolutie betekent zowel goed als slecht nieuws voor de arbeidsmarkt. Enerzijds creëert ze meer mogelijkheden voor werknemers om zelf het productieproces geheel of gedeeltelijk te regelen. Denk bijvoorbeeld aan projectteams of zelfsturende groepen die bestaan uit leden die uit verschillende departementen of bedrijven komen en waaraan de concrete uitwerking van een project of zelfs van een heel productieproces wordt overgelaten. Het werk zelf wordt er ook uitdagender door. Ga er maar eens aanstaan als je de opdracht krijgt om een heel productieproces op de schop te gooien en compleet te herdenken.

Anderzijds zal de beroepsbevolking steeds beter opgeleid moeten zijn. De eisen waaraan men moet voldoen zullen immers steeds hoger liggen. Voor een land als België, waar nog steeds een relatief groot deel van de beroepsbevolking, 30% laaggeschoold is, betekent dit dat nog meer aandacht zal moeten gaan naar onderwijs, opleiding en levenslang leren. Voorts zullen werknemers steeds sneller op de bal moeten kunnen spelen en steeds meer informatie moeten zien te verwerken. Het risico bestaat dan ook dat een deel van de beroepsbevolking onder druk van deze ‘versnelling’ de rol zal moeten lossen. Die groep zo beperkt mogelijk houden zal één van de grootste maatschappelijke uitdagingen vormen, zoals Jan Denys terecht aanstipt.

Daarentegen zou de globalisering maar een beperkte directe impact op de Belgische arbeidsmarkt hebben. Hooguit 5% van de collectieve ontslagen zou in Europa te wijten zijn aan delokalisering. Toch roepen delokaliseringen veel negatieve emoties op. Volgens Jan Denys heeft dit veel te maken met de media voor wie een collectief ontslag van 2000 werknemers nu eenmaal groot nieuws is. Hoe valt het dan echter te verklaren dat zelfs in de ogen van vele specialisten, die toch beter zouden moeten weten, delokalisering de grote boosdoener is? Zo wijst Alain Supiot, één van de bekendste Franse professoren arbeidsrecht, in zijn recentste boek L’esprit de Philadelphie de delokalisering aan als een belangrijke ondergraver van de welvaartsstaat.

Tevens besteedt Jan Denys in Free to Work jammer genoeg geen aandacht aan de indirecte impact die de globalisering op de Belgische arbeidsmarkt kan hebben. Daarvan is de huidige financieel-economische crisis nochtans een voorbeeld. Door het faillissement van een bank in de VS, Lehman Brothers, stortten bijna het financiële systeem en de economie in. Die instorting kon maar door grote staatsinterventies ternauwernood vermeden worden, maar nu moeten die grote staatsschulden weggewerkt worden, wat onder andere zal moeten gebeuren door besparingen in de sociale zekerheid.

Hoe het ook zij, de schommelingen in de economie zullen er alleen maar groter op worden. Wat vandaag in is, kan de volgende dag al niet meer hot zijn. Bijgevolg is de zekerheid dat men gedurende zijn hele beroepsleven dezelfde functie voor dezelfde werkgever kan uitoefenen nu definitief een illusie geworden. De zekerheid dat de werknemer nooit zal worden ontslagen kan een werkgever niet meer bieden. Getuige daarvan de belofte qua werkzekerheid die General Motors in 1999 maakte aan de werknemers in de VS. We weten allemaal wat er van die belofte in huis is gekomen. Werknemers zullen meer van baan en van werkgever moeten veranderen. Dit is echter een perspectief dat veel werknemers nog altijd weinig bevalt. De arbeidsmarkt is een plaats waar men enkel komt als het echt niet anders kan. Niettemin zal het zich vlot kunnen bewegen op de arbeidsmarkt om de omschakeling naar een nieuwe baan en een nieuwe werkgever zo goed mogelijk te kunnen maken steeds meer aan belang winnen.

Het arbeidsmarktbeleid zal de komende jaren hiervan werk moeten maken. Het beleid moet het de werknemers makkelijker maken om van baan of werkgever te veranderen. In hoofdstuk 9 van Free To Work formuleert Jan Denys zestig voorstellen voor een open en moderne arbeidsmarkt. Deze voorstellen zullen evenwel pas in daden kunnen worden omgezet, als eerst een ander probleem wordt aangepakt, met name het fundamenteel wantrouwen tussen de sociale partners in België. De auteur heeft mijns inziens overschot van gelijk wanneer hij stelt dat het basisprobleem in ons sociaal overleg is dat er geen onderling vertrouwen is tussen de sociale partners. De sociale partners hebben geen gemeenschappelijke visie over de toekomstige ontwikkeling van onze economie en de rol van onze arbeidsmarkt. Als de analyse al niet gemeenschappelijk kan zijn, dan is het natuurlijk lastig om te praten over oplossingen of over een toekomstproject.

Om het vertrouwen binnen het sociaal overleg aan te zwengelen, zal allereerst de angstcultuur eruit moeten. De angst regeert. Denk maar aan het discours van de ‘verworven rechten’ waaraan niet mag worden geraakt. Is het echter niet veeleer zo dat hierachter de vrees schuilgaat dat in ruil voor de afschaffing van de ‘verworven rechten’ de werknemers niets in de plaats zullen krijgen? Meer vertrouwen in eigen kunnen, meer zelfvertrouwen, zal eveneens helpen om de zaken in beweging te krijgen. Zoals Jan Denys terecht opmerkt, zorgt gebrek aan zelfvertrouwen voor meer onderling wantrouwen, niet alleen tussen individuen, maar ook tussen groepen zoals werkgevers en werknemers. Groepen gaan zich dan in een slachtofferrol wentelen en gaan actief op zoek naar zondebokken in plaats van samen te speuren naar oplossingen en strategieën.

Deze oplossing kan misschien gevonden worden in een nieuw psychologisch contract tussen werkgever en werknemer. In het oude psychologische contract beloofde de werkgever werkzekerheid aan de werknemer in ruil voor diens arbeid. In het nieuwe psychologische contract belooft de werkgever loopbaanzekerheid aan de werknemer in ruil voor diens arbeid. Die belofte omvat op de eerste plaats dat de werkgever garandeert dat hij, zolang de arbeidsverhouding duurt, zal investeren in het vakmanschap en de competenties van zijn werknemers. Hierdoor worden de mogelijkheden voor de werknemers om snel nieuw werk te vinden, hun inzetbaarheid (employability) verhoogd. Daarnaast zou minstens een deel van de opzeggingsvergoeding omgezet moeten worden in een actieve begeleiding naar een nieuwe job. Zo kan de periode dat men werkloos is en de competenties op de arbeidsmarkt achteruitgaan zo kort mogelijk gehouden worden.

Ten slotte geeft Jan Denys in het laatste hoofdstuk van Free to Work een aantal concrete tips aan werknemers om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en hun eigen loopbaan meer in eigen handen te nemen. Zo zou men regelmatig een uurtje over zijn werk moeten nadenken. Daarnaast zou men minstens één keer in zijn loopbaan grondig de balans moeten opmaken. In de beide gevallen zou men zich door de volgende vragen moeten laten leiden: Wie ben ik, waar sta ik voor, wat wil ik, wat kan ik en wat zijn mijn drijvende waarden? Blijkt bij de grondige analyse dat de carrière op een dood spoor dreigt te lopen, dan zou men als werknemer niet mogen aarzelen om aan zijn loopbaan een nieuwe wending te geven. Na de familie is werk het belangrijkste levensdomein in Vlaanderen. Werk is belangrijker dan vrienden en kennissen, vrije tijd, religie en politiek. Zich goed op zijn werk voelen draagt dan ook in aanmerkelijke mate aan het levensgeluk bij.

Kortom, de ideeën van Jan Denys mogen niet gereduceerd worden tot een karikatuur dat een werknemer blij zou moeten zijn dat hij wordt ontslagen. De boodschap die het boek Free To Work uitdraagt is daarentegen positief en optimistisch. Het gaat er eerder om ontslagen te vermijden. Immers, door te anticiperen kun je een ontslag door je werkgever voor zijn door zelf een einde aan de arbeidsovereenkomst te maken en dit kan je des te makkelijker doen als je sterk staat op de arbeidsmarkt. Zo een sterke positie op de arbeidsmarkt kun je verkrijgen, als je steeds aan je competenties hebt gewerkt. Door voortdurend je competenties bij te schaven zul je eveneens makkelijker een nieuwe baan vinden. Kortom, het komt er als werknemer op aan om de carrière meer in eigen handen te nemen en daar een grotere greep op te krijgen in plaats van je afhankelijk op te stellen van je werkgever. De arbeidsmarkt als middel voor de werknemer om een grotere professionele vrijheid te verkrijgen dus.

Dit neemt evenwel niet weg dat toch een paar kanttekeningen kunnen worden gemaakt omtrent Denys’ loopbaantips. Zo wordt aangeraden om twee jobs te combineren. Door de tweede job leert men immers andere competenties aan die op de arbeidsmarkt goed van pas kunnen komen. Hoe verhoudt het combineren van twee banen zich echter met de hierboven al genoemde “versnelling”, het gevoel niet meer mee te kunnen omdat de ontwikkelingen te rap gaan? Is er hier geen tegenspraak met de bekommernis om te vermijden dat de groep die de rol moet lossen als gevolg van de “versnelling” zo beperkt mogelijk moet zijn?

Bovendien kan men zich toch niet van de indruk ontdoen dat de loopbaantips vooral nuttig zijn voor hogergeschoolden die beter in staat zijn om hun loopbaan te sturen. De vraag hoe lagergeschoolden meer vat op hun carrière kunnen krijgen, wordt niet echt beantwoord. Zo onderkent Jan Denys wel dat geen of een lagere scholing de kansen op de arbeidsmarkt vermindert. Hij geeft echter niet echt aan hoe deze handicap in concreto kan worden omgebogen. Hij verwijst wel naar het systeem van Elders Verworven Competenties (EVC’s) waar men probeert door ervaringsbewijzen een officieel attest uit te reiken voor competenties die men op de werkvloer heeft opgebouwd. Dit systeem is echter nog te pril om op zijn resultaten te worden geëvalueerd. Naar andere mogelijkheden voor lagergeschoolden om zich op de arbeidsmarkt op te werken wordt niet verwezen.

Daardoor ontstaat de indruk dat de loopbaantips eerder mikken op mensen die het sowieso al beter stellen op de arbeidsmarkt. Voor lagergeschoolden lijkt de boodschap de volgende te zijn: door je lagere scholing bouw je een te grote achterstand op de arbeidsmarkt op en die achterstand zal je in de loop van je carrière zelfs niet gedeeltelijk kunnen verkleinen. Koppel dit aan bijvoorbeeld de suggestie om een specifiek arbeidsmarktbeleid te voeren voor de kenniselite en dan krijgt Free to Work gauw een elitair etiket. Misschien moet hierin de reden gezien worden waarom het boek soms krachtige negatieve reacties heeft gekregen, waardoor de letterlijk ‘bevrijdende’ boodschap niet wordt gehoord. Misschien moet de auteur zich toch eens in een volgend boek over opwaartse sociale mobiliteit tijdens de beroepsloopbaan buigen?


Recensie door Lieven Monserez

Jan Denys, Free To Work, Houtekiet, 2010, 357 blz.

Links
mailto:lieven.monserez@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be