Manifest van een cultuurpopulist

boek vrijdag 15 april 2005

Gust De Meyer

Nog voor het in de boekhandel te verkrijgen was, heeft Manifest van een cultuurpopulist al heel wat stof doen opwaaien in kranten, tijdschriften en praatprogramma's. In het boek haalt professor Gust De Meyer namelijk zwaar uit naar de gesubsidieerde cultuursector, alsook naar het onderzoek van verschillende sociologen verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel.

Het is niet de eerste keer dat Gust De Meyer, zelf werkzaam op het departement communicatiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven, van zich laat horen. In 2001 wekte hij veel belangstelling naar aanleiding van zijn uitspraken over de tweede reeks van Big Brother. Terwijl sommigen van zijn collega’s spraken over de vervlakking van de cultuur, omschreef Gust De Meyer het programma Big Brother als kunst: “Kunst vandaag leeft van spektakelwaarde. Kijk maar naar de cloaca van Wim Delvoye of de hamzuilen van Jan Fabre. Als Big Brother gelijkaardige vragen oproept als een conceptueel kunstwerk waarbij een vrouw in een glazen huis wordt opgesloten, namelijk over de vervaging tussen private en publieke ruimte, dan is het in die context evengoed kunst. Dat John de Mol [producent van Big Brother] niet de intentie heeft een kunstwerk te maken, lijkt me logisch.” (De Standaard, 1 september 2001)

Gust de populist

Aanleiding tot het neerpennen van zijn cultuurpopulistisch manifest waren de theorieën verwoord door een aantal academische boegbeelden in Vlaanderen, die stellen dat de massamedia een kwalijke impact hebben op de samenleving. De televisie zou het middenveld kapot maken en zo de weg vrij maken voor een verzuurde maatschappij met irrationele bewegingen, waarvan het Vlaams Blok dan de voorhoede vormt.

Zo legt socioloog Marc Hooghe (VUB) expliciet de band tussen het ontberen van lidmaatschap van verenigingen, het onveiligheidsgevoel en commerciële televisie. De onderliggende gedachtegang is duidelijk: wie VTM kijkt, stemt op Vlaams Blok. Volgens Mark Elchardus, eveneens socioloog én huisideoloog van de SP.A, heeft de burger geen vertrouwen meer in de politiek en zijn instellingen ten gevolge van processen als vergrijzing, secularisering, de VTM-isering en de angst dat onze verzorgingsstaat niet standhoudt. “Heel belangrijk is de groeiende invloed van de media en van de dualisering van het medialandschap in publieke en commerciële zenders. Wie veel televisie kijkt en vooral wie een voorkeur heeft voor commerciële zenders, voelt zich onbehaaglijk en onveilig, en staat daarom wantrouwig tegenover de instellingen.”, schrijft Elchardus in zijn boek De dramademocratie (Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2002). De enige manier om de verzoeting van de maatschappij te bewerkstelligen is ‘Cultuur’ met een grote C.

Met zijn boek tracht Gust De Meyer deze intellectualistische constructies aan een grondige analyse te onderwerpen, om vervolgens de contouren te tekenen van “een waarlijk populistisch cultuurbeleid”, met een kleine c.

Bij wijze van inleiding legt De Meyer eerst uit waarom hij zich zo graag als een populist omschrijft. Volgens hem is de populist in de eerste plaats iemand die de waarden gehuldigd door de elites of het ‘establishment’ verwerpt. Die anti-elitaire houding is slechts een onderdeel van een algemene argwaan tegenover (volks)vertegenwoordigers: hij wantrouwt wie namens iemand spreekt en gelooft slechts in zijn eigen analyse. De populist heeft een hekel aan intellectualistische prietpraat, en beroept zich liever op gezond boerenverstand.

Massamedia en democratie

Gust De Meyer is het niet eens met Elchardus’ stelling dat de media de oorzaak is van het wantrouwen van de burger in de politiek en de instellingen. Als argument herinnert De Meyer ons aan het gesjoemel met visakaarten begin maart 2003 in Antwerpen: “De politiek is verantwoordelijk voor het gevoel van wantrouwen, niet de media. Het drama is voltrokken op het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis, vooraleer de media erachter kwamen en de boodschappers werden van de democratie. Het daaropvolgende drama, namelijk het getouwtrek om de Antwerpse burgemeesterssjerp, moest niet onderdoen voor het eerste schouwspel. […] Het spektakel eindigde als een ware klucht: de acteurs waren nog maar pas langs de ene deur verdwenen of daar dook een groot deel langs de andere deur terug op de scčne.”

Hij is het ook niet eens met de stelling dat de commerciële cultuurindustrie – met zijn soaps, reality tv, en kitscherige popmuziek – de burgers slaaf maakt, ze dom houdt en ze dus rijp maakt voor antidemocratische tendensen. Integendeel zelfs, de massacultuur mag volgens De Meyer met recht beschouwd worden als de hedendaagse, actuele volkscultuur en als het bindmiddel van het samenleven.

De professor ergert zich ook mateloos aan de notie ‘kunst als vrijplaats’, en vraagt zich af waarom de kunst- en cultuursector nog gesubsidieerd zou moeten worden. “Hoe kan men het nog langer verantwoorden dat elk operaticket voor 10.000 oude Belgische franken of 250 euro wordt gesubsidieerd, terwijl zieken, gehandicapten, minderbedeelden in de maatschappij met een kluitje in het riet worden gestuurd of met een habbekrats moeten rondkomen?”, schrijft hij. Ergernis ook omdat de kunstwereld, ondanks zijn subsidies, lak heeft aan de cultuur en leefwereld van de gewone mens.

De Meyer zegt veel vertrouwen te hebben in de ‘vermarkting’ van kunst en cultuur. De vrije markt is volgens hem de meest zuivere vorm van directe democratie. Hiermee neemt de professor aan de KUL een duidelijk donkerblauw, liberaal standpunt in.

Cultuurbonnen

In Manifest van een cultuurpopulist wordt ook een nieuw cultuurbeleid naar voren geschoven. Volgens Gust De Meyer is het simpel: bouw de cultuursubsidies aan de productiekant af en besteed het uitgespaarde geld in de zorgsector. De enige vorm van subsidiëren kan dan nog enkel aan de consumptiekant door middel van cultuurbonnen. Juist dit standpunt zorgde in juni 2003 voor heel wat polemiek in de Vlaamse pers.

Cultuurprogrammator Hugo De Greef omschreef het boek van Gust De Meyer als een rechts pamflet, en vindt cultuurbonnen een slecht idee: “Omdat je er meestal de doelgroepen mee bereikt die al voor cultuur gewonnen zijn.” (De Standaard, 31.5.2003). Bovendien dienen subsidies niet om de toeschouwers minder te laten betalen voor hun toegangskaartje, maar om kunstenaars aan het werk te kunnen zetten, aldus De Greef.

Stefaan De Ruyck, zakelijk leider van het Toneelhuis en voorzitter van de Vlaamse Directies voor Podiumkunsten, toonde zich sterk verontrust over het cultuurpopulistisch discours. Het idee om cultuurbonnen uit te reiken vond hij ronduit belachelijk omdat het systeem van waardebonnen gewoon vernederend is.

Elitair populisme?

Gust De Meyer maakt echter in zijn boek nog een grove denkfout. Hij gaat er namelijk van uit dat het publiek een amorfe massa is, en geen verzameling van individuen met elk een eigen persoonlijke smaak. Het is namelijk best mogelijk dat Jan met de pet naast een musical van Studio 100 of een optreden met de Idool 2003 kandidaten, graag eens naar het SMAK gaat, of best kan genieten van een operavoorstelling. Maar door het systeem van cultuurbonnen zal dat niet meer mogelijk zijn. Al het geld komt dan immers bij de populaire cultuur terecht, en cultuuruitingen die een kleiner publiek hebben moeten het zonder de broodnodige centen stellen.

Wie het Manifest van een cultuurpopulist van begin tot einde gelezen heeft, kan zich niet van de indruk ontdoen dat het geschreven is in een kwade bui. En als men boos is, zegt men wel eens dingen die ongenuanceerd klinken. Men kan zelfs stellen dat het boek lijkt op een afrekening binnen het milieu, een hoofdstuk in de vete tussen verschillende academici. De Meyer versus Elchardus. En daar heeft de doorsnee cultuurliefhebber geen boodschap aan.


Recensie door David Joly

Gust De Meyer, Manifest van een cultuurpopulist. Over de media, het middenveld en de cultuur van het volk, Uitgeverij Acco, 2003

Links
mailto:david.joly@wijsbegeren.be www.wijsbegeren.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be