Waar gaat het naartoe met onze economie?

boek vrijdag 12 januari 2007

Paul De Grauwe

De mobilisatiekracht van de andersglobalisten lijkt afgezwakt. Grote demonstraties zoals in Seattle (1999), Nice (2000), Göteborg (2001) en Genua (2001) komen nog maar zelden voor. Dat betekent niet dat de beweging is stilgevallen. Tal van schrijvers, economen, filosofen en politici hebben de bekommernissen en eisen van de mondiale protestbeweging overgenomen en met nieuw feitenmateriaal ondersteund. Niet alleen neomarxisten als Michael Hardt, Antonio Negri en Susan George, maar ook oprechte voorstanders van een gecorrigeerde vrije markt als Noreena Hertz, George Soros en Joseph Stiglitz wijzen op manifeste minpunten van de globalisering. De voorbije maanden is daar ook Al Gore, de gewezen vice-president van de Verenigde Staten, bijgekomen met zijn ophefmakende documentaire An Inconvenient Truth over de dramatische gevolgen van de opwarming van ons klimaat. In elk geval zijn de andersglobalisten erin geslaagd de pijnpunten van het marktfundamentalisme bloot te leggen. De believers dat de vrije markt altijd en automatisch leidt tot een vergroting van de mondiale welvaart hebben zich vergist. Sterke nationale overheden en democratische internationale instellingen zijn noodzakelijk om te komen tot meer rechtvaardigheid. Een vrije markt die werkt binnen een ethisch kader blijft evenwel de motor van ontwikkeling. Toch zien andersglobalisten het kapitalisme en de globalisering nog steeds als de grote boosdoeners.

Over de vraag waar we met de wereld en de economie naartoe moeten schreef de Leuvense liberale econoom Paul De Grauwe een bijzonder leesbaar boek onder de titel Waar gaat het naartoe met onze economie? Daarin keert hij zich tegen de zwart-wit tegenstelling die velen van de globalisering maken. Aan de hand van twaalf eenvoudige vragen geeft hij een helder en genuanceerd antwoord op de belangrijkste uitdagingen en problemen van onze tijd. Dat doet hij wars van vooringenomenheid, soms tegendraads maar altijd duidelijk en to-the-point. Wie dit boek leest beseft dat de globalisering in essentie geen probleem vormt maar een uitdaging voor al wie kan bijdragen tot de verbetering van het levenslot van zijn of haar medemensen. Daarbij haalt Paul De Grauwe enkele karikaturen die de andersglobalisten over de gevolgen van de globalisering met verve onderuit. Zo verwerpt hij de stelling dat we er wereldwijd op achteruit zijn gegaan. Het tegendeel is waar. Nog nooit kenden we een dermate hoge materiële welvaart. Alleen is die ongelijk verdeeld. Zo zijn de meeste Afrikanen nu armer dan pakweg dertig jaar geleden. En net dat is de reden waarom zoveel Afrikanen hun continent trachten te ontvluchten en een beter bestaan zoeken in Europa.

Welvaart is maar mogelijk in een combinatie van markt, openheid en goed bestuur, zo stelt de auteur. Die laatste voorwaarde is essentieel en onderscheidt het discours van Paul De Grauwe met dat van ultraliberalen en libertariërs die geen oog hebben voor een goed functionerende overheid. Een sterke overheid is nodig om ervoor te zorgen dat ‘orde en veiligheid heerst, dat eigendomsrechten worden gerespecteerd, dat collectieve voorzieningen en een goed onderwijssysteem beschikbaar worden gesteld’. Meer nog, een overheid moet ook zorgen voor een goed sociaal zekerheidssysteem. Net een gebrek aan goed bestuur kan ertoe leiden dat vrijhandel een land in de afgrond stort. Net als Amartya Sen wijst Paul De Grauwe op het feit dat landen die veel investeren onderwijs doorgaans de grootste successen kennen in hun economische ontwikkeling. Het is empirisch aantoonbaar dat landen zonder openheid (door hun grenzen gesloten te houden) en zonder goed bestuur extreem arm blijven. Maar essentieel blijft ook de vrijhandel dat de productiviteit verhoogt, specialisatie aanmoedigt en vlotter kennis vergaart waardoor landen sneller dan andere tot ontwikkeling komen.

Die toegenomen welvaart in de meeste delen van de wereld betekent evenwel niet dat mensen daar gelukkiger werden. Het is een terechte vaststelling die bij economen doorgaans te weinig aandacht krijgt. Dat neemt niet weg dat het ‘geluk’ enorm toeneemt als het inkomen van arme mensen toeneemt zodat ze niet constant moeten vechten om te overleven. En net de globalisering geeft arme landen de kans om uit hun penibele situatie te ontsnappen. Paul De Grauwe countert ook de boude bewering van ngo’s dat de wereld ongelijker is geworden. Het aantal extreem armen in Afrika is inderdaad gevoelig toegenomen. Wereldwijd genomen is de ongelijkheid evenwel spectaculair gedaald. Dat Afrika het zo slecht doet is door hun falen om hun economieën te openen en om goed bestuur te introduceren. Daartegenover staan China en India die zich spectaculair opwerken, alhoewel de auteur hier te weinig kritisch is over de manier waarop ze dit realiseren. Zo heeft hij gelijk dat de multinationals doorgaans betere arbeidsvoorwaarden verzekeren, maar in de realiteit wordt heel wat uitbesteed aan lokale bedrijven waar kinderarbeid schering en inslag is. China kent daarenboven geen goed bestuur en laat vanuit haar autoritaire houding geen democratische tegenkrachten toe. Niet verwonderlijk dat de ergste milieuongevallen voorkomen in dat land.

Maar terug naar de rijkere landen. Moeten zij niet flexibeler worden om hun welvaart te kunnen behouden? Ook hier verbindt Paul De Grauwe het probleem met de factor ‘geluk’. Voor heel wat gezinnen is ‘flexibiliteit’ een storend element in hun behoefte aan zekerheid. Volgens de auteur is flexibiliteit onvermijdelijk maar moeten we erop toezien dat we die kunnen beheersen. Komt onze sociale zekerheid niet in gevaar door de globalisering? Het is een stelling die veel andersglobalisten hanteren maar Paul De Grauwe bewijst het tegendeel. In de top vijf van de meest competitieve landen zijn er vier landen die ook de meeste uitgaven doen voor de sociale zekerheid, namelijk de Scandinavische landen. Die zijn bijzonder vrijgevig voor werklozen maar geven tegelijk sterke prikkels aan werklozen om een baan te zoeken en aan oudere werknemers om te blijven werken. Ons continentaal systeem bestendigt teveel de werkloosheid en zet ouderen niet aan om langer te werken. En dat heeft veel te maken met de defensieve, zeg maar conservatieve houding van onze vakbonden.

Er bestaat voor de auteur dus geen tegenstelling tussen globalisering en sociale zekerheid, maar die laatste moet wel grondig hervormd worden en dit aan de hand van drie maatregelen: dat we afstappen van pogingen om elke individuele job te beschermen, door het verhogen van de werkloosheidsuitkering (jawel), en door werklozen zo snel mogelijk weer op de arbeidsmarkt te krijgen. Paul De Grauwe stelt maatregelen voor die sterk overeenkomen met het Vierde Burgermanifest van Guy Verhofstadt zoals herscholing, het verplicht aannemen van een job en het financieel aantrekkelijker maken van nieuwe jobs ten aanzien van de werkloosheidsuitkering. Voor dat laatste doet de auteur een origineel voorstel, namelijk het toekennen van een loonsupplement betaald door de overheid aan mensen die een nieuwe job aanvaarden. ‘Zo’n systeem zorgt ervoor dat de loonkosten voor de werkgever relatief laag blijven, terwijl het nettoloon van de werkgever opgedreven wordt’, zo schrijft de auteur. Budgettair is dat haalbaar omdat er minder werkloosheidsuitkeringen moeten worden betaald.

Paul De Grauwe gaat ook in tegen het doemdenken dat onze industrie geen toekomst meer heeft omdat bedrijven zullen wegtrekken naar lageloonlanden. Hij toont aan dat de hoge loonkosten maar voor een deel aan de basis liggen van de terugloop van de industriële tewerkstelling. De belangrijkste reden is de productiviteitsgroei, denk aan de inzet van robotica en elektronica. Er zullen dus nog heel wat arbeidsplaatsen verloren gaan in de industrie, aldus de auteur, net zoals dat vroeger het geval was in de landbouw, maar de dienstensector vangt dit volledig en zelf meer op. De globalisering vernietigt dus wel jobs bij ons, maar creëert er ook minstens evenveel. De overheid moet daarom een omgeving creëren waarin die overgang optimaal verloopt. ‘Dit impliceert een soepele regelgeving, betere herscholingsprogramma’s, het afbouwen van obstakels voor startende ondernemers en het afschaffen van vestigingswetten’. De auteur bekritiseert de regeringspolitiek die te veel geld steekt in de automobielsector en dit geld beter zou stoppen in onderwijs en omscholing. Het is een wat bizar standpunt want de meeste maatregelen om nacht- en ploegenarbeid goedkoper te maken hebben ervoor gezorgd dat de autosector actief blijft in ons land.

Blijft de dienstensector dan buiten schot van de globalisering? Paul De Grauwe stelt eerlijk dat dit niet volledig het geval is en dat diensten als boekhouding, callcenters en administratieve dienstverlening ook zullen delocaliseren. Maar ook dat biedt perspectieven en opportuniteiten voor hooggeschoolde arbeid. Eigenaardig genoeg zal het juist het middenkader zijn dat het het moeilijkst zal krijgen (poetsvrouwen, vuilnisophalers en kelners zullen steeds werk hebben). Het is net daar dat de overheid moet herscholen. Tegelijk pleit Paul De Grauwe, die hoogleraar is aan de universiteit van Leuven, voor een grondige hervorming van ons universitair onderwijs. Waarbij professoren betaald worden in functie van hun prestaties en zich niet langer ingraven in hun ambtenarenjob. Hij wijst erop dat geen enkele Vlaamse universiteit een internationaal kwaliteitsniveau haalt en geen enkele Vlaamse universiteit een Nobelprijs heeft gewonnen. Hij pleit voor meer private financiering (met waarborgen voor mensen met een laag inkomen) maar hier overtuigt hij niet. Vlaanderen hoort inderdaad niet tot de wereldtop maar ons systeem laat toe dat veel mensen universitair onderwijs kunnen genieten en op die manier beschikbaar zijn voor de veeleisende arbeidsmarkt waarover Paul De Grauwe het regelmatig heeft. Ook via publieke financiering zou men meer prikkels kunnen inbouwen om de kwaliteit te verhogen.

Het meest opvallende deel van zijn boek is gewijd aan de milieuproblematiek. Paul De Grauwe erkent dat onze grondstoffen en energie uitgeput raken. Net daarom steunt hij het Europese beleid van hoge taksen op bijvoorbeeld benzineverbruik, in tegenstelling tot de Amerikanen die weinig taksen heffen. Het gevolg is dat Europese gebruikers zuiniger omspringen met energie en de autofabrikanten zuiniger wagen maken. De Amerikaanse automobielindustrie doet het net daarom veel slechter dan de Europese of Japanse, aldus de auteur. Nog duidelijker is zijn standpunt over de relatie tussen de globalisering en de milieuvervuiling. Op nationaal vlak slagen democratische landen erin de zaak onder controle te houden en zelfs betere milieunormen te halen, maar internationaal blijft er een groot probleem. Op het vlak van milieu schiet de vrije markt tekort. Hij verwijst naar voedsel dat uit verre landen wordt ingevoerd aan een goedkope prijs, maar daar zitten niet alle kosten in verwerkt. Hij pleit dan ook voor het aanrekenen in de prijs van alle kosten, ook de milieuvervuiling, om het probleem te keren.

In het slot van zijn boek wijst Paul De Grauwe terecht op het feit dat de internationalisering van het bedrijfsleven niet samengaat met een even sterke internationalisering van de politiek. Hiermee geeft hij nogmaals aan dat overheidscontrole noodzakelijk is, nationaal als het kan, mondiaal als het moet. Marktfundamentalisten zullen het niet graag horen (en lezen) maar Paul De Grauwe geeft perfect aan waarom een sterke overheid nodig is. Niet om de vrije markt te hinderen, maar net om ze beter te laten functioneren. En in sommige domeinen, zoals het milieu, te reguleren waar nodig. Dit boek geeft een goed antwoord op de effecten van de globalisering. Het vertrekt van feiten en niet van emoties. Net daarom biedt het een realistisch en zelfs optimistisch beeld dat ingaat tegen het doemdenken van de andersglobalisten enerzijds en de misplaatste euforie van de marktfundamentalisten anderzijds. Het is een boek dat thuishoort op de werktafel van elke politicus en activist. Zodat ze elkaar met meer kennis van zaken kunnen bekampen en overtuigen.


Recensie door Dirk Verhofstadt



Liberales heeft op woensdag 17 januari een gespreksavond met Paul De Grauwe georganiseerd over dit boek, waarvan ook een verslag gemaakt is.

Paul De Grauwe, Waar gaat het naartoe met onze economie?, Lannoo, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be