De Germanen

boek

Ugo Janssens

Ugo Janssens is een topper in het vertellen over oude geschiedenis. Zijn boek De Oude Belgen ging 40.000 keer over de toonbank. Ook voor zijn boek De Germanen begint hij in de verre prehistorie en eindigt hij in 1945. Geografisch beperkt hij zich niet tot Duitsland en omgeving. Het boek begint in de oertijd, rond 4500 v.C., en de informatie hierover komt hoofdzakelijk van archeologen. Grafheuvels, tumuli in het Latijn, koergan in het Russisch, vormen hier de belangrijkste bron van kennis. Die grafheuvels liggen dan ook in het steppengebied van Zuid-Rusland, aan de benedenloop van de Wolga, waar die oerbeschaving mogelijk ontstond en vanwaar de exodus naar het westen waarschijnlijk op gang kwam. Eensgezindheid hierover is er nog niet. Caesars Germanen zouden afstammen van jagers-verzamelaars en boeren, die zich in Scandinavië en Noord-Duitsland vestigden. Dit deel is voer voor specialisten: archeologen, linguïsten, virologen, genetici en deskundigen in rotstekeningen.

Met de geschreven bronnen wordt het boek toegankelijker. Hierin komen de Germanen pas voor vanaf 222 v.C. Toen versloeg de Romeinse veldheer en consul Marcus Claudius Marcellus twee Gallisch-Germaanse stammen nabij Pavia (ten zuiden van Milaan). Poseidonios sprak over de Germanen rond 85 v.C. Caesar wijdde in zijn De Bello Gallico meerdere hoofdstukken aan de Germanen, hun maatschappij, godsdienst, dagelijks leven. Hij beschouwde hen als inferieur aan de andere barbaren, van wie de Gallische stammen hem het best bekend waren. Janssens vertelt hoe Caesar via Romeinse handelaars, reizigers en ook via Polybios op de hoogte was van de geografie van Gallië, de ruzies tussen de vele stammen en de aanwezigheid van goud. Hij geeft een goede beschrijving van Caesars veldtochten in Gallië en Germanië. Hij beweert dat de Eburonen de Romeinen hun grootste nederlaag toebrachten. Dat klopt niet: Hannibal had veel meer Romeinen omgebracht. Het lukte Caesar niet om de Germaanse stammen aan de overkant van de Rijn te onderwerpen.

Geïnspireerd door Caesar, gingen ook andere Griekse en Latijnse auteurs over de Germanen schrijven. Maar het verschil tussen Kelten en Germanen maakten ze niet helemaal duidelijk. De bekendste is Tacitus, met zijn Germania (98 n.C.). Hij stelde heel wat Germaanse deugden en gewoontes als voorbeeld voor zijn decadente Romeinse tijdgenoten. Hij beschouwde de Germanen als de sterkste tegenstanders van de Romeinen, sterker nog dan de Carthagers, wat objectief niet klopt, want de Carthagers kwamen de Romeinen in eigen land de ene nederlaag na de andere toebrengen. Janssens situeert de fameuze en fatale Varusslag bij Kalkriese in het Teutoburgerwald, maar Kalkriese ligt bij Bramsche, ten noorden van het woud. Over de juiste plek van de ‘Varusschlacht’ is trouwens het laatste woord nog niet gezegd.

Janssens heeft veel aandacht voor wat Caesar en Tacitus allemaal vertellen over de gewoontes van Galliërs en Germanen, hun manier van politiek bedrijven, hun dobbelen, wonen, landbouw, veelgodendom. Hij eindigt dit deel met een handig alfabetisch profiel van de Germaanse stammen. Dan somt hij de veldtochten op die keizer Augustus tussen Rijn en Elbe organiseerde tussen 12 v.C. en 6 n.C., dus voor de Varusslag van 9 n.C., die hier opnieuw aan bod komt, met de gruwelen die Arminius liet aanrichten. Zes jaar na de slag hingen nog genagelde schedels aan boomstammen en lag het terrein nog vol skeletten. Tussen 11 en 17 n.C. ondernamen Tiberius en Germanicus nog wel vergeldingsacties over de Rijn, maar uiteindelijk bleef de Rijn de rijksgrens.

In het tweede deel De Nieuwe Germanen maakt de auteur een heel vreemde sprong, van 17 n.C. naar Karel de Grote (800 n.C.). Hij slaat dus de volksverhuizingen over, hoewel die veel belangrijker zijn dan de Germaanse mythologie, want ze maakten een einde aan het Romeinse Rijk in het westen en ze speelden een grote rol in de latere natievorming van West-Europa. Voor die volksverhuizingen en het einde van het Romeinse rijk kunnen we wel terecht bij het recente en degelijke werk van Jeroen Wijnendaele over De ondergang van het Romeinse Rijk in het Westen. Karel de Grote krijgt vooral lof voor zijn renaissance: duizenden manuscripten van antieke auteurs werden overgeschreven en zo bewaard. Tijdens de Italiaanse Renaissance (1350-1500) kreeg de Klassieke Oudheid een tweede heropleving.

Hij ontkracht wel wat mythes omtrent Karel de Grote. De geschiedenis van het huidige Duitsland begint niet met hem, de Fransen eisen hem ook op als stichter van hun natie; hij is ook niet de eerste keizer van het Heilig Roomse Rijk, want dat ontstond pas in 962 met de kroning van Otto I. De eedafleggingen van de Duitse keizers vonden wel plaats in Aken. Na Karel de Grote volgt vrij snel de 15de eeuw, opnieuw een grote sprong. Het Duitse humanisme krijgt wel veel aandacht. Idem voor de ‘Germanenforschung’ of de zoektocht naar de Duitse wortels in de 17de en 18de eeuw. Op het Congres van Wenen (1815) wordt dan de Duitse Bond gesticht, een confederatie van onafhankelijke Duitse staten onder leiding van de Oostenrijker Metternich. In 1871 ontstaat dankzij Bismarck het tweede Duitse keizerrijk, na een oorlog met Frankrijk. Het rijk telt 41 miljoen inwoners en is in oppervlakte veel groter dan het huidige Duitsland.

Het essay van de Franse edelman Arthur de Gobineau, L’inégalité des races humaines, noemt de Duitsers de zuiversten der Ariërs; het kent veel succes in Duitsland op het einde van de 19de eeuw, maar het is niet antisemitisch. Het antisemitisme was wel heel sterk aanwezig in Die Grundlagen des neunzehnten Jahrhunderts van de tot Duitser genaturaliseerde Engelsman H.S. Chamberlain (1899). Opmerkelijk is dat de auteur hier met geen woord rept over de indrukwekkende Duitse industrialisatie en de beginnende kolonisatie, maar enkel over het ideeëngoed spreekt. De Eerste Wereldoorlog krijgt maar één pagina.

In het hoofdstuk over Hitler staan dan weer enkele betwistbare uitspraken, onder andere dat paus Pius XII persoonlijk deelnam aan besprekingen met de nazi’s over de invasie van de Sovjet-Unie en over de Jodenvervolging, en dat de paus aan Groot-Brittannië vroeg om samen met Hitler de Sovjet-Unie te bedwingen. Daar klopt niets van. Janssens beweert ook dat talrijke herderlijke brieven de katholieken opriepen om tegen de SU te gaan vechten. Ook dit klopt, althans voor België niet, want kardinaal Van Roey was er een tegenstander van. Cyriel Verschaeve daarentegen en andere priesters ronselden wel jongeren voor het Oostfront. En ook tal van Duitse bisschoppen riepen op om te gaan strijden tegen het goddeloze communisme. De lijst van die bisschoppen vind je bij Dirk Verhofstadt die schreef over Pius XII en de vernietiging van de Joden.

Ook de bewering dat er Sovjetvlaggen in de kerken hingen toen de overlevenden terugkeerden van het Oostfront, lijkt me zeer onwaarschijnlijk. De hoofdstukken over het nazisme bevatten veel waarheden, maar zijn tegelijk erg tendentieus. Dit geldt ook voor het slot: daar krijg je de indruk dat Hitler ook 19 miljoen Chinese doden op zijn geweten heeft. De Chinese doden staan echter op de rekening van de Japanners en dat hoge aantal lees ik hier voor het eerst. Verwijzingen naar bronnen zijn hier niet te vinden. Ugo Janssens toont zich enorm belezen, maar ik heb er een minder goed gevoel bij dan bij zijn vorige boek over De Oude Belgen. Ik mis hier ook het heropgestane Duitsland van Adenauer, Brandt, Schmidt, Kohl, Merkel, spilfiguren in de Europese eenmaking, in de huidige EU, in de wereldeconomie en wereldkampioen voetbal, met een multicultureel elftal, dat sterk afwijkt van de zwarte elite waarover de auteur het zo graag heeft.


Recensie door Jef Abbeel

Ugo Janssens, De Germanen. Werkelijkheid en mythe, Van Halewyck, Leuven, 2013, 274 p.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be