Erkenning, gelijkheid en verschil

boek

Herman De Dijn

Het conservatisme kent onmiskenbaar een wereldwijde revival. In onze contreien wordt die hernieuwde belangstelling voor het conservatisme ondersteund door de Edmund Burke Stichting en hedendaagse filosofen als Roger Scruton en Andreas Kinneging. Hun uitgangspunt is dat we niet kunnen zonder moreel houvast en traditie. Het essay Erkenning, gelijkheid en verschil bevat de tekst van de lezing die de bekende Vlaamse filosoof Herman de Dijn op 23 oktober 2001 in Den Haag heeft uitgesproken. Deze lezing was de tweede Edmund Burke lezing, en de publicatie ervan volgt dus op de eerste die in juli 2001 door de Engelse filosoof Roger Scruton werd uitgesproken en handelde over de betekenis van het conservatisme.

De Dijn behandelt in zijn lezing een bijzonder actueel thema dat ook de komende jaren (en decennia) op het politieke voorplan zal staan, namelijk de multiculturaliteit. Doorheen zijn ganse toespraak plaatst hij zijn conservatieve visie als reactie op het liberale denken en leest dan ook als een soort aanklacht op datzelfde liberalisme. Tegen het liberalisme pleit volgens de auteur immers het feit dat dit kan doorslaan naar een ‘verabsolutisering van de vrijheid’. Dit is een foute interpretatie van het liberalisme. De Dijn heeft het hier wellicht over het zogenaamde ultra-liberalisme en libertarisme. Liberalen aanvaarden wel degelijk grenzen aan de vrijheid, bijvoorbeeld ten behoeve van de rechtvaardigheid. Immannuel Kant merkte op dat de plicht om er als mens ‘te zijn voor anderen’ onvoorwaardelijk is en niet vervalt omdat iemand geen rechten kan doen gelden op andermans hulp. Op die manier zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: Du kannst, denn Du sollst. Je kunt ethisch handelen, want het is je plicht. Het is een universele zedelijke wet die je als mens verplicht te doen wat je hoort te doen. Hiermee koppelt Kant de autonomie van het individu aan een plicht tegenover anderen. Ook John Rawls merkte dat redelijke beperkingen door een rationele vrije wil tot stand komen en niet strijdig zijn met de vrijheid van het individu.

De Dijn verwijt de vrije markt dat ze ondermeer via de media steeds meer binnendringt in ons denkpatroon en mensen de illusie geeft dat het geluk binnen handbereik ligt. Dit zou dan leiden tot de vluchtigheid van het bestaan, teleurstelling en onbehagen in de cultuur. Maar wat is het alternatief? Een niet-vrije, door een staat of tradities gestuurde markt? De afschuwelijke resultaten van dergelijke systemen hebben we in de vorige eeuw kunnen vaststellen. Volgens De Dijn zouden liberalen zich door een overdreven geloof in het zelfbeschikkingsrecht van het individu overgeven aan waardenrelativisme. Als de auteur hiermee de toegenomen autonomie van de mens tegenover sociale druk, religieuze verplichtingen en andere vrijheidsbeperkende elementen bedoelt dan heeft hij gelijk. Maar niet als hij het heeft over de fundamentele grondwaarden zoals de gelijkwaardigheid van alle mensen, de vrijheid van meningsuiting en de uniciteit van elke mens. Liberalen zijn daar in de loop van de geschiedenis juist de meest fervente verdedigers van geweest. Blijkbaar vertrouwt De Dijn die toegenomen individuele vrijheid niet zo goed. Hij stelt vast dat binnen het liberalisme iedereen moet kunnen doen wat hem goeddunkt zolang men anderen niet in de weg zit. Daaruit volgt volgens hem dat tolerantie in een liberale zin gewoon neerkomt op het ongestoord naast elkaar leven van individuen die zich steeds onverschilliger gaan gedragen. Opnieuw zit hij verkeerd. Individualisme is geen grond voor onverschilligheid, integendeel. Het loskomen van knechtende culturen, gewoontes en tradities is een voorwaarde om open te staan voor het lot van medemensen.

In zijn conservatieve houding tegenover multiculturalisme vertrekt De Dijn van de ideeën van de Britse filosoof Charles Taylor. Die verzet zich tegen de voorstanders van het multiculturalisme die alle culturele verschillen als gelijkwaardig opvatten. Daarom pleit hij voor een ‘wettelijke erkenning van cruciale verschillen die samenhangen met de culturele of groepseigenheid die de identiteit van de individuen bepaalt’. Hierbij speelt ook de gedachte dat tradities apriori waardering verdienen. Met de vermelding van het woordje apriori wordt het verschil tussen conservatisme en liberalisme plots helder. Liberalen huiveren alvast voor te waarderen tradities die gewoon barbaars zijn of de zelfontplooiing van het individu belemmeren. Dit betekent niet dat liberalen tradities afwijzen maar zodra ze direct of indirect een inbreuk plegen op de fundamentele grondrechten hebben we als mens de plicht ze opzij te schuiven. Hieruit blijkt dan ook dat liberalen niets gemeen hebben met cultuurrelativisme. Elke mens, elke burger, elk lid van de samenleving heeft de plicht om zich te verzetten tegen gedragingen van ‘zijn’ of ‘haar’ cultuur, gemeenschap of overheid die haaks staan op menselijkheid en rechtvaardigheid.

Op het eerste zicht kan dit ingewikkeld en abstract lijken, maar wie doordenkt beseft dat hiermee de kern van het ‘menszijn’ benaderd wordt. Het plaatst de mens ‘buiten’ zijn of haar gemeenschap en verhoudt hem of haar aldus tegenover alle andere mensen, tot welke gemeenschap die ook behoren. Het verplicht elke mens om stelling te kiezen. Deze houding staat diametraal tegenover onverschilligheid. Meer nog, hierdoor kan geen enkele goed geďnformeerde mens zich onttrekken aan zijn plicht om zijn medemensen te helpen. Waarschijnlijk is dit de essentie van het begrip solidariteit dat zoveel politici en filosofen in de mond nemen. Het is ook het finale argument tegenover de zogenaamde ‘groepsrechten’ die door communitaristen bepleit worden en de kracht van ‘gewoontes en tradities’ die door cultuurrelativisten en conservatieven verdedigd worden. De rechten van individuen gaan steeds voor op de rechten van gemeenschappen, zelfs al druisen die in tegen bepaalde gewoontes en tradities. In die zin moet de Verlichting, ondanks de kritiek, geringschatting en relativering ervan door conservatieven en postmodernisten, onverkort doorgezet worden. Dit zal ongetwijfeld leiden tot vormen van onbegrip en spanning, maar moet finaal resulteren in de individuele zelfontplooiing waar elke mens recht op heeft.

Dat De Dijn in gans zijn toespraak het conservatisme tegenover het liberalisme plaatst en niet tegenover bijvoorbeeld het socialisme of nationalisme toont ook aan dat juist het liberalisme de progressieve ideologie is die de echte tegenpool vormt voor het conservatisme. Alvast een geruststellende gedachte voor liberalen.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Herman De Dijn, Erkenning, gelijkheid en verschil, Aspekt, 2001

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be