Op leven en dood

boek vrijdag 18 december 2009

Ann De Cnodder

Euthanasie is sinds september 2002 in België onder strikte voorwaarden toegelaten. Alleen bewuste en handelingsbekwame meerderjarigen die zich in een medisch uitzichtloze toestand bevinden van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, en dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening, kunnen dit aanvragen. De aanvraag tot euthanasie moet gecontroleerd worden door drie artsen waaronder één arts die gespecialiseerd moet zijn in de aandoening waaraan de patiënt lijdt. Het verzoek tot euthanasie dient vrijwillig, overwogen en herhaald te zijn en de patiënt moet zich in een medisch uitzichtloze toestand van ondraaglijk fysiek of psychisch lijden bevinden. Het verzoek dient te gebeuren via een wilsbeschikking van de patiënt en mag niet tot stand zijn gekomen onder enige druk of dwang van de omgeving. Om onbezonnenheid te voorkomen dient er minstens een maand te verlopen tussen het verzoek en het euthanaserend handelen, alhoewel het in sommige gevallen sneller kan. Artsen kunnen weigeren een euthanasieverzoek uit te voeren, maar moeten de patiënt dan op zijn vraag, of die van zijn vertrouwenspersoon, wel doorverwijzen naar een andere arts. Alle informatie over deze wet is terug te vinden op het internet en in brochures die te verkrijgen zijn in de apotheek en in de openbare bibliotheken. Toch hangt rond deze wet nog steeds een zeker taboe en blijft men, vooral vanuit religieuze hoek, kritiek leveren.

Nadat de Vlaamse schrijver Hugo Claus op 19 maart 2008 besliste om op een waardige manier uit het leven te stappen, haalde de generaal-overste van de Broeders van Liefde René Stockman fel uit, hierin gevolgd door de toenmalige interim voorzitter van CD&V Wouter Beke. Ook kardinaal Danneels veroordeelde deze daad. ‘Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws’, aldus Danneels. Enkele dagen nadien repliceerde de schrijver Erwin Mortier als volgt: ‘Het is een bittere ironie dat de man die ons uitsprak als wezens die zich nimmer volkomen kunnen beschaven, postuum nog de les wordt gespeld door lieden waarvoor hij steeds een heilzaam gebrek aan ontzag heeft vertoond: prinsen van allerlei slag, kerkvorsten (...), het slag volk dat hem al van in zijn prilste jaren heeft willen kleineren. Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde niet de hunne is, komen ze weer van onder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal, schaam je.’ In elk geval blijven tal van katholieke ziekenhuizen weigeren om in hun instellingen euthanasie toe te laten.

Zowat twee weken voor de dood van Hugo Claus stapte de Tongerse schepen Marcel Engelborghs bewust uit het leven door euthanasie. Hij was zestig jaar oud en leed aan een terminale beenmergkanker. Hij kondigde op voorhand aan wat hij zou doen en liet doelbewust een filmploeg en een journaliste toe om het hele proces te volgen teneinde de problematiek rond een waardig levenseinde onder de aandacht te brengen van het brede publiek. Op 4 maart 2008 bracht Telefacts een ontroerende televisiereportage en nu is er het aangrijpende boek van Ann De Cnodder onder de titel Op leven en dood. Het verhaal van Marcel Engelborghs en zijn keuze voor euthanasie, een neerslag van de vele gesprekken die ze met Marcel voerde tijdens de laatste jaren van zijn leven. Eind 2004 werd de diagnose gesteld waarop Marcel behandeld werd met chemotherapie en een stamceltransplantatie, maar twee jaar later werd duidelijk dat het een verloren strijd zou zijn. ‘Zelf voel ik hoe bijvoorbeeld mijn kracht afneemt en mijn zicht achteruitgaat’, laat Marcel noteren, waarop hij beslist om de resterende levenstijd zo aangenaam mogelijk in te vullen en de stap uit het leven te zetten als het lijden te erg wordt. Daarvoor schrijft hij in juli 2007 ook een wilsverklaring in aanwezigheid van een goede vriend (als getuige), twee controleartsen die meetekenen dat hij wilsbekwaam is, en de notaris die meetekent teneinde het document ‘voor echt’ te verklaren.

Bijzonder is dat Marcel het schrijven van die wilsbeschikking als een bevrijding ervoer. Daar heeft zijn persoonlijke situatie ongetwijfeld een rol in gespeeld. Hij was immers een vrijgezel, had geen vrouw of kinderen, en ongelovig. Daarnaast was hij een levensgenieter en een toegewijde politicus die vanaf 1994 schepen was in Tongeren. Ann De Cnodder beschrijft gedetailleerd het aftakelingsproces van Marcel en zijn gemoedsstemming. Daarbij vermijdt ze zorgvuldig om de emotionele toer op te gaan alhoewel sommige passages de lezer zullen raken tot in het diepste van hun ziel. Vooral de levensbeschrijving van de goedlachse en alom geliefde Marcel is van een ingetogen schoonheid. Het is duidelijk dat hij nog echt genoten heeft van zijn laatste maanden en weken, alhoewel de pijn steeds feller kwam opzetten. Toch is dit boek geen vorm van promotie of verheerlijking van euthanasie. Heel zorgvuldig legt Ann De Cnodder uit dat elke mens anders tegenover de dood aankijkt. ‘Marcel heeft mij geleerd dat deze ervaring en confrontatie met het levenseinde hoogstpersoonlijk en wellicht voor iedereen anders is’, schrijft ze. Haar boek bevat dan ook heel wat nuttige informatie, niet alleen over euthanasie maar ook over palliatieve zorg die ze (terecht) weigert tegenover elkaar te plaatsen. Wel geeft ze aan dat de keuze bij de stervende mens moet liggen, voor zover dat hij of zij daar nog bewust en zelf kan voor kiezen.

In het aangrijpende laatste hoofdstuk beschrijft Ann De Cnodder de laatste uren van Marcel. ‘Ik heb niet de behoefte euthanasie te promoten, maar wel om ervoor te zorgen dat het een recht is’, zegt hij op de ochtend van zijn laatste dag. Juist daarom sprak hij in de pers vrijuit over zijn persoonlijke keuze. Uiteindelijk sluit hij de voordeur van zijn woning en laat hij zich in aanwezigheid van een journaliste naar het Leuvense Gasthuisbergziekenhuis voeren. Zij moet er op toezien dat alles volgens zijn wens verloopt, en dat gebeurt ook. Alvast een ontroerende getuigenis van een man die op een serene manier afscheid nam van het leven dat hij zo lief had, en een overtuigend bewijs dat de bestaande euthanasiewet een belangrijke stap is in het recht op zelfbeschikking voor ongeneeslijk zieke mensen om op een menswaardige wijze uit het leven te stappen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ann De Cnodder, Op leven en dood, Borgerhof & Lamberigts, 2009, 192 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be