The Great Debate

boek

Yuval Levin

'FRANSE REVOLUTIE!!' kopte de The London Chronicle op 18 juli 1789 in grote, hoekige hoofdletters. De krant wijdde de gehele voorpagina aan de val van de Bastille Saint-Antione in Parijs die vier dagen eerder had plaatsgevonden. Een georganiseerde menigte had in de vroege ochtend eerst het L'HŰtel National des Invalides, een onderkomen voor veteranen, geplunderd en wapens buitgemaakt. Vervolgens begaf de uit zo'n duizend man bestaande groep zich naar de gevangenis. Wat er na de val van de Bastille zou gebeuren, durfde de Britse pers niet te voorspellen. Maar dat het niet zou blijven bij de gebeurtenissen van 14 juli, daar twijfelden weinigen over. Men was zich ter degen bewust van de uniciteit van de revolutie en de gevolgen die het zou hebben voor Europa. 'We zijn nu de toeschouwers van de fameuze Franse revolutie', scheef een journalist in The Gentleman's and London magazine. 'Het is de meest uitzonderlijke revolutie die ooit heeft plaatsgevonden.'

In het Britse parlement, maar ook in koffiehuizen en aan dinertafels, barstten hevige debatten los. Moest de revolutie verwelkomd of afgewezen worden? Het is niet verrassend te noemen dat er verdeeldheid ontstond. Sommigen zagen de ontwikkelingen in de Franse hoofdstad als het hoopvolle begin van een nieuwe politieke orde in Europa. Anderen verzetten zich tegen de 'corrumperende' filosofie die de revolutie zou hebben ontketend, schrokken van extreme geweld dat al gauw na de val van de Bastille de kop op stak, of vreesden dat de revolutie zou kunnen overslaan naar omringende landen. Te midden van deze onrust vond een pennenstrijd plaats tussen twee van de meest uitgesproken politieke denkers van de achttiende eeuw: Edmund Burke en Thomas Paine. Paine en Burke vertegenwoordigen respectievelijk de voor en tegenstanders van de revolutie. De eerste publiceerde zijn Reflections on the Revolution in France twee jaar na de opstand in Parijs. De tweede reageerde in 1791 met zijn Rights of Man.

Er ontstond een 'pamfletten oorlog' waarbij Burke's Reflections en Paine's Rights of Men, afhangende van de politieke voorkeur van de pamflettist, steevast als vertrekpunten golden. De pamfletten, waarvan er in relatief korte tijd honderden verschenen, verraden een diep bewustzijn van de politieke ernst die de botsing tussen de twee schrijvers opriep. Het ging zelfs zo ver dat er aparte koffiemokken werden gemaakt waarop Burke of Paine stonden afgebeeld. Critici uit die tijd wisten zeker dat de tweespalt tussen Burke en Paine geen kortstondige, hysterisch controverse vormde. Het was een botsing tussen twee alternatieve politieke ideeŽn. 'Burke versus Paine' werd meer dan een pennenstrijd. De strijd reflecteerde niet alleen de verdeeldheid die de gebeurtenissen in Frankrijk opriep, maar was vooral de uiting van een unieke ideeŽnstrijd, een strijd die de Europese politiek permanent heeft beÔnvloed die tot op de dag van vandaag wordt gevoerd.

De 'revolutie controverse', zoals het debat tussen Burke en Paine toen al werd gedoopt, deed in Europa een nieuw politiek bewustzijn ontwaken. Pamfletten die als reactie op Burke's Reflections en Paine's Rights of Man verschenen, bewezen hoe pijnlijk bewust men geworden was van de impact die door de Nieuwe ideeŽn werden uitgedacht en bediscussieerd. Men wist maar al te goed dat de kracht hiervan niet te onderschatten was. Er verschenen pamfletten met titels als Paine and Burke Contrasted, Rights of the Devil en de meer bekende A Vindication on the Rights of Men van Mary Wolstonecraft en Enquiry concerning Political Justice van William Godwin. De meeste pamflettisten probeerden een zo breed mogelijk publiek te bereiken en vonden het meer dan geoorloofd om hun ideeŽnstrijd en plein public te voeren. Kiezen tussen Burke en Paine werd een kwestie van můeten, een 'definiŽrende ervaring', zoals een historicus later schreef.

In het recent verschenen The Great Debate: Edmund Burke, Thomas Paine en the Birth of Right and Left blaast de Amerikaanse politiek wetenschapper Yuval Levin de ideeŽnstrijd nieuw leven in. Levin laat niet alleen zien hoe relevant het debat is voor de (gepolariseerde) Amerikaanse en Europese politiek raakt ook aan een fundamenteler punt. Vandaag worden politieke ideeŽn te vaak afgedaan als een antiquiteit: interessant voor academisch onderzoekers en wetenschappelijke partijbureaus, maar niet relevant voor de politieke discussies van vandaag. Tussen ideeŽn en praktijk, wat in jargon het 'politieke handwerk' en de 'achterliggende principes' wordt genoemd, zit een onoverbrugbare kloof.

Voor Levin, een tijd lang een vooraanstaand beleidsadviseur onder George Bush junior en nu hoofdredacteur van National Affairs, is die kloof artificieel en het gevolg van een tanend ideeŽnbewustzijn: het idee van de 'kracht van ideeŽn' dat met de Franse Revolutie ontstond, is sterk verzwakt. Leving schrijft: '... Burke en Paine laten ons zien politieke gebeurtenissen altijd het gevolg zijn van politieke ideeen [...]. Filosofie stuwt de geschiedenis, zeker in tijden van wezenlijke sociale veranderingen.' IdeeŽn zijn geen abstracties, maar de stuwmotoren van politieke verandering. Bovendien dragen ze de liberale democratie. Zonder een botsing van verschillende ideeŽn en idealen is een democratie immers vooral een optelsom aan procedures en is de stap naar een technocratie een kleine.

IdeeŽnvorming vormde lange tijd het wezen van de politiek. De politieke partijen die in de negentiende eeuw opkwamen, onderscheidden zich van andere verenigingen door zich deze stuwende rol toe te eigenen. Daarmee bewezen ze hun bestaansrecht. Het waren de, zo schreef oud-Partij van de Arbeid-ideoloog Bart Tromp eens, soevereine 'krachtcentrales voor ideeŽn'. Het debat tussen Burke en Paine luidde het begin van dat tijdperk in. Maar van die krachtcentrales is weinig over. Levin's boek heeft daarom een tweeledige boodschap: enerzijds toont het aan hoe fascinerend de periode 1789-1795 in het Verenigd Koninkrijk was; anderzijds markeert het een gevoel van ongemak en machteloosheid dat de (partij)politiek heeft bij ideeŽnvorming.

Wie waren dan die denkers die het tijdperk van ideeŽnvorming inluiden? Edmund Burke en Thomas Paine waren zowel belezen denkers als praktische geesten. Studeerkamergeleerden kunnen ze allerminst genoemd worden. Ze hadden direct te maken met de politieke vraagstukken van hun tijd en lieten zich uit over uiteenlopende praktische onderwerpen, van belastingen en het minimumloon tot de onafhankelijk van het Britse parlement en de koloniale politiek. Edmund Burke, geboren in Dublin op 12 januari 1729 in een welgesteld gezin, kwam niet als vanzelfsprekend in de politiek terecht. Hij interesseerde zich meer voor poŽzie en filosofie. Na zijn studies aan Trinity College in Dublin, trok hij naar London waar hem een carriŤre als jurist in het verschiet leek te liggen. Maar de drang om te schrijven bleek sterker. De publicatie van zijn Vindication of Natural Society, een ironische behandeling van de filosofie van Lord Bolingbroke, en de alom geprezen Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful leken een omslag te markeren. Toch liep het anders. In 1765 werd Burke benoemd tot privťsecretaris van Lord Rockingham, een lid van het Lagerhuis namens de hervormingsgezinde Whigs. Al gauw veroverde hij een zetel in het parlement en baarde opzien met zijn eloquente en doorwrochte speeches. Een glansrijke carriŤre volgde.

De loopbaan van Thomas Paine verliep geheel anders. Paine werd in 1737 geboren in het kleine marktplaatsje Thetford in een arme familie. Na de Grammar school ging de jonge Paine meteen aan het werk, eerst als assistent van zijn vader die corsetmaker was, later onder meer als soldaat. In 1774 besloot hij op suggestie van Benjamin Franklin te emigreren naar de Verenigde Staten. Hij vestigde zich in Philadelphia, waar hij serieus over politiek begon na te denken met uiteindelijk de publicatie van Common Sense in 1776 tot gevolg. Het pamflet, dat een pleidooi bevatte voor Amerikaanse onafhankelijkheid, was een groot succes. Binnen drie maanden werden liefst driehonderdduizend exemplaren verkocht. In 1787 besloot Paine zich in Londen te vestigen. Twee jaar later raakte Frankrijk bevangen door de revolutionaire koorts en beleefde hij het hoogtepunt van zijn politieke carriŤre.

'Citizen Paine', zoals Burke zijn tegenhanger noemde, reageerde opgetogen op het nieuws uit Frankrijk. Hij voorzag een nieuwe vorm van politiek die zich als een 'besmetting' over Europa zou verspreiden. Burke was sceptisch. In een brief aan vriend noemde hij de revolutie het begin van een 'nieuwe orde der dingen' maar liet hij ook blijken geschokt te zijn. Die scepsis zou snel overslaan in morele verontwaardiging, zelfs woede. Slechts een paar maanden later beschouwde Burke de ideeŽn van de revolutionairen als 'een wereld van monsters' die de plaats zou innemen van de oude orde.

Tot een jaar na de revolutie had Burke niet de behoefte gevoeld om zijn gedachten op papier te zetten. Een briefwisseling met een jonge Fransman Charles-Jean Francois Depont vormde de aanleiding om dat alsnog te doen. Reflections on the Revolution France, And on the Proceedings in Certain Societies in London Relative to that Event. In a Letter Intended to Have Been Sent to a Gentleman in Paris, zoals de gehele titel luidde, verscheen op 1 november 1790 en leverde meteen een storm aan reacties op, waarvan evenveel positieve als negatieve. De historicus Edward Gibbon, auteur van het bekende The Decline and Fall of the Roman Empire, vertelde een vriend dat Burke's boek 'een welkom medicijn vormde tegen de Franse kwaal'. Een merendeel van de Britse parlementsleden was echter een andere mening toegedaan.

Burke verwierp de volgens hem 'abstracte en metafysische' revolutionaire principes vrijheid, gelijkheid en broederschap, en pleitte voor een politiek van voorzichtige verandering, met respect voor wet, geloof, traditie en autoriteit. 'We zijn niet de bekeerlingen van Rousseau, we zijn niet de discipelen van Voltaire', schreef hij. Hun ideeŽn zouden onder het mom van vooruitgang in zes of zeven dagen het werk van zes of zeven eeuwen ongedaan kunnen maken. Paine dacht het tegenovergestelde. Hij was een radicaal en een voorstander van een 'politiek gefundeerd op de rede'. Het verleden beschouwde hij vooral als een last. Daarom verwierp hij ook het idee van de erfelijkheid van macht en de monarchie. Paine pleitte in plaats daarvan voor een republikeinse staatsvorm, gericht op economische groei, sociale gelijkheid en harmonie. Rights of Man, opgedragen aan George Washington, vormde zo de opmaat voor moderne ideeŽn over democratie, mensenrechten en de verzorgingsstaat. Achteraf gezien leek Paine zijn generatie wel twee eeuwen vooruit te zijn. Desondanks zorgde de publicatie van Rights of Man voor misschien nog wel meer furore dan Burke's werk. Binnen enkele maanden werden er vijftigduizend kopieŽn van zijn pamflet verkocht. Paine werd de 'tweede Jezus Christus' genoemd en de 'enige man die dit land en zelfs de gehele wereld kan redden'. Stevige kritiek volgde ook. Paine werd zelfs ter dood veroordeeld op grond opruiing en het aanzetten tot opstand tegen de Kroon. Hij ontsnapte echter aan die straf door zich definitief in Frankrijk te vestigen.

Vandaag zijn niet meer gewend aan politici die zo zich ondubbelzinnig storten op ideeŽnvorming, merkt Levin tussen de regels door op. Politici zoals Burke en Paine, die zowel 'men of action' als 'men of ideas' kunnen worden genoemd, zijn eerder uitzondering dan regel. Bovendien is de gedachte van politieke partijen als de 'krachtcentrales voor ideeŽn' er niet ťťn die nog sterk tot de verbeelding spreekt. Toch is er een enorme behoefte aan ideeŽn. Niets is daar een sterker bewijs voor dan de gigantische belangstelling waar de inmiddels beroemde Franse econoom Thomas Piketty op kan rekenen sinds de publicatie van zijn Capital in the 21st Century. Piketty reist de wereld rond als een ware rockster, en is hij al door talloze politieke partijen uitgenodigd om te spreken. Hij is inmiddels door GroenLinks gevraagd om zijn gedachten ook met de Tweede Kamer te delen.

In 2009 gebeurde hetzelfde met de Big Society gedachte van de Britse politiek filosoof Phillip Blond. Blond pleitte voor een politiek die niet zich niet centreerde rond staat of markt, maar rond gemeenschappen. Premier David Cameron promoveerde het idee tot kern van het politieke programma van de Conservative Party, en ook in Nederland, met name bij het CDA, vond het gretig aftrek. Vergelijkbaar was de ontvangst van Blue Labour, een conservatieve variant op de klassieke sociaal-democratie dat de Britse Lord Maurice Glasman had uitgedacht voor de Labour Party. In Nederland reageerde de Partij van de Arbeid enthousiast op Glaman's plannen.

Maar naast dit enthousiasme bestaat er tegelijkertijd verwarring over wat ideeŽn in de politiek werkelijk betekenen. Daarom zijn politici en politieke partijen er gevoelig voor maar worstelen ze om er zelf vorm aan te geven. IdeeŽn zijn geen abstracties die alleen geschikt zijn voor tekstboeken, schrijft Levin. Noch zijn het de allesomvattende ideologieŽn die de eerste helft van de twintigste eeuw kenmerkten en de grote maatschappelijke bewegingen uit die periode voortstuwden. Het zijn evenmin de tientallen, of soms zelfs honderden, voorstellen en beloftes uit partijprogramma's of de amendementen en resoluties die jaarlijks op partijcongressen worden besproken. En ideeŽn zijn ook niet hetzelfde als dat wat premier Mark Rutte graag 'visie' noemt.

IdeeŽn bevinden zich op het grensgebied tussen verbeelding en werkelijkheid, maar worden door beiden in gelijke mate gekarakteriseerd. Ze verhouden net zich net zozeer tot symboliek als tot feitelijke gebeurtenissen, tot taal en emotie als tot de dagelijkse, praktische realiteit. Ze zijn niet technisch, maar ook niet abstract. Ze vormen de brug tussen dat wat is en dat wat zou moeten zijn. De sterke behoefte aan ideeŽn en, paradoxaal genoeg, de verwarring over de betekenis ervan, verraadt een zekere politieke onmacht. Vaak ziet de partijpolitiek de relevantie en de betekenis van ideeŽn pas als ze zich onomwonden en ondubbelzinnig aandienen, zoals nu het geval met Piketty en enkele jaren geleden met Blond en Glasman. Maar de behoefte om zich die functie zťlf toe te eigenen en het bewustzijn dat dat van groot belang is, sterker, dat de relevantie van de (partij)politiek en de democratie er van afhangt, ontbreekt. Wellicht dat The Great Debate dat bewustzijn opnieuw kan aanwakkeren.


Recensie door Daniel Boomsma


Yuval Levin, The Great Debate: Edmund Burke, Thomas Paine and the Birth of Right and Left, Basic Books, 2013

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be