God als misvatting

boek vrijdag 19 januari 2007

Richard Dawkins

'Kijk daar’, zei Alfred Hitchcock tijdens een autotochtje door Zwitserland, ‘dat is het bloedstollendste wat ik ooit heb gezien.’ De master of suspense verwees niet naar een skiër die met een rotvaart een berg af kwam scheuren of naar een kabelbaan vol gevulde stoeltjes die doorknapte, maar naar een priester die hij langs de weg zag staan, in gesprek met een jongen, de hand op de schouder van het kind. ‘Rennen ventje’, riep de regisseur door het raam, ‘ren voor je leven!’ In God als misvatting haalt Richard Dawkins deze anekdote aan wanneer hij het heeft over het sluipende gevaar dat van religie uitgaat, niet omdat - zoals wij nogal vlug veronderstellen na een paar schandalen in die sfeer - de priester de jongen weleens zou kunnen laten kennismaken met de geneugten van zijn elfde vinger. Nee, aldus de evolutiebioloog, de gevolgen van seksueel misbruik gepleegd door sommige priesters vallen in het niet bij het psychische misbruik inherent aan een katholieke opvoeding.

Dawkins, zo mag meteen blijken, is een papenvreter, een jodenhater en een islamofoob, en wanneer je zijn boek gelezen hebt, kun je niet anders dan hem gelijk geven. De schade veroorzaakt door deze religies is immers niet te schatten, of zoals de beruchte Amerikaanse romancier en polemicus Gore Vidal het ooit zei: "Het grote kwaad in het hart van onze cultuur waarover niet gepraat mag worden, is het monotheďsme. Uit een barbaarse tekst uit het bronzen tijdperk, bekend als het Oude Testament, hebben zich drie antimenselijke godsdiensten ontwikkeld: jodendom, christendom en islam."

De schade waarvan sprake, kennen we allemaal: geestelijke indoctrinatie, vrijheidsberoving, het doden van afvalligen, het neerschieten van dokters die abortussen uitvoeren en het in brand steken van hun klinieken, het verbieden van euthanasie ook al wordt daardoor enorm veel pijn veroorzaakt, homohaat, vrouwendiscriminatie en het besnijden van jonge meisjes. En het gaat de laatste jaren hard, bijzonder hard, en totaal de verkeerde kant op. Dawkins haalt een aantal angstwekkende cijfers aan over de positie van de religie in de Verenigde Staten. Hij citeert uit een Gallup-opiniepeiling uit 1999 waaruit blijkt dat slechts 49 procent van de Amerikanen het ooit zou overwegen om op een atheďstische presidentskandidaat te stemmen, het laagste cijfer van de aangeboden keuzes, waaronder katholiek (94 procent), Jood (92 procent), zwart (92 procent), mormoon (79 procent) en homoseksueel (79 procent). Erg, denkt u, maar de clou moet nog komen. Het weekblad Newsweek herhaalde de peiling onlangs - te laat voor Dawkins, aangezien zijn boek al op de markt was - en stelde vast dat het percentage voor de atheďst in zeven jaar tijd gedaald was naar 37 procent. 92 procent van de ondervraagden zei in God te geloven. 2 procent wist het niet en slechts 6 procent noemde zich ongelovig. Weinig boeken zijn dus vandaag pregnanter dan God als misvatting.

In dit boek gaat Dawkins breedvoerig en heel toegankelijk in op het ontstaan en de geschiedenis van de drie grote religies. Hij gaat na met welke argumenten zij hun bestaansrecht menen te kunnen verdedigen en is bereid een heel eindweegs mee te gaan in hun redeneringen, om ze uiteindelijk finaal te fileren met behulp van het vlijmscherpe mes van het gezond verstand. Heel vilein is hij wanneer hij getuigenissen van gelovigen op de korrel neemt, zoals die van Johannes Paulus II, die na de aanslag van 1981 beweerde dat hij zijn leven te danken had aan Onze-Lieve-Vrouw van Fatima. ‘Een moederhand leidde de baan van de kogel’ beweerde hij, wat aan Dawkins de bedenking ontlokt dat ze dan even goed de kogel net naast het lichaam van de paus had kunnen leiden.

Hij voelt zich ook niet te goed om in discussie te gaan met een paar oude theologen zoals Thomas van Aquino, die in zijn vierde godsbewijs beweerde dat er gradaties zijn van goedheid. Geen mens is volmaakt goed. En toch kunnen we ons het volmaakt goede voorstellen. Welnu, zei Thomas, dat volmaakt goede is God. ‘Grappig’, merkt Dawkins hierbij op, ‘dan zou je net zo goed kunnen zeggen dat mensen verschillen qua stank, maar dat we de vergelijking alleen kunnen maken door terug te grijpen op een volmaakt maximum aan voorstelbare stank. Derhalve moet er een stinkerd bestaan die uitsteekt boven alle anderen, en die noemen we God.’

Maar Dawkins gebruikt ook meer dan spitse retoriek om zijn lezers ervan te overtuigen dat religie gevaarlijke onzin is. Bij zijn analyse van de argumentatie van de creationisten en de aanhangers van het intelligent design wijst hij erop dat die mensen altijd weer verkondigen dat de kans heel klein is dat je door eens goed te schudden met het universum een mensenmaatschappij krijgt. Juist, geeft Dawkins toe, maar dat is niet wat er volgens de wetenschap gebeurd is. Er is niet gehusseld tot het toeval een mens opleverde. Die is geëvolueerd, en evolutie berust niet op toeval maar op natuurlijke selectie, het bijna wonderbaarlijke, want contra-intuďtieve proces waarbij complexiteit ontstaat uit eenvoudige componenten.

Ook met het argument dat religie de basis vormt van onze ethiek moet je bij Dawkins niet aankomen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt immers dat er geen enkel verschil is tussen het gedrag van christenen, atheďsten en volkeren die zonder enige godsdienst overleven. Ook onze moraal lijkt dus geëvolueerd in plaats van door God gedicteerd. Wat het Oude Testament betreft, kun je volgens Dawkins trouwens geen smeriger boek tegenkomen: ‘Het Bijbelverhaal van de verwoesting van Jericho door Jozua, of de invasie van het beloofde land in het algemeen, is moraliter niet te onderscheiden van Hitlers invasie in Polen of van de afslachting die Saddam Hoessein aanrichtte onder Koerden en Moeras-Arabieren.’

Maar waarom geloven mensen dan, kun je je afvragen, en ook daar gaat Dawkins op in. Van de hypothese dat religie troost brengt of langer doet leven, moet hij niet weten. De katholieke, immer knagende schuld zou een mens immers weleens eerder in de kist kunnen doen belanden. Dat religie een placebo is dat angst wegneemt, ziet hij ook niet zitten, net zo min als het marxistische idee dat het een louter politiek middel zou zijn om de arbeiders eronder te houden. Veeleer gelooft hij dat onze bereidheid om te geloven, het heftig verlangen om zich over te geven aan een externe autoriteit, een ongewild bijproduct is van een noodzakelijk geëvolueerd overlevingsmechanisme. Kleine kinderen hebben een blind vertrouwen in hun ouders. Als ze doen wat deze zeggen, komen ze er wel. Anders lopen ze het gevaar het er niet levend af te brengen. In feite, zo beweert Dawkins, appelleert religie aan een soort persisterende kinderlijke reflex: gehoorzamen aan de autoriteit, en dit gekoppeld aan een animistische zienswijze die alles wat er gebeurt intentionaliteit toekent. Er kan geen kruis van een kerktoren waaien of er zit iets achter, wat natuurlijk ook zo is: roest.

Dawkins steekt het niet onder stoelen of banken dat hij met zijn boek mensen van de religie af wil helpen, maar of dat ook zal lukken, is de vraag. Niet alleen zwaait hij daarvoor al te vaak met de botte bijl en zal hij zo gelovigen afschrikken en in hun schulp doen kruipen, bovendien is het idee dat je gelovigen kunt overtuigen met rationele argumenten ook totaal fout. Dawkins laat zien dat de drang om te geloven iets volstrekt irrationeels is, en dat redeneer je niet weg. Net zoals onze moraal de voorbije eeuw 'verbeterd' is door er de materiële fundamenten voor te leggen zoals een verzorgingsstaat en een overheid die de veiligheid van haar burgers kan garanderen, zo ook zal de behoefte aan een alwetende, beschermende god pas afnemen wanneer de wereld een menslievender plaats is geworden, wat meteen ook verklaart waarom religie in het harde Amerika zo veel beter aanslaat dan hier in Europa. Ook al is God als misvatting een bijzonder goed geschreven noodzakelijk boek, met pijn in het hart moeten we ook vermelden dat het een ouderwets boek is dat uitgaat van een achterhaald mensbeeld. Het gaat er immers niet om dat gelovigen hun religie niet willen verlaten, maar dat ze het niet kunnen.


Recensie door Marnix Verplancke



Deze recensie verscheen in De Morgen van 6 december 2006

Richard Dawkins, God als misvatting, Nieuw Amsterdam, 2006, 448 p., 24,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be