Als sluiers vallen

boek vrijdag 28 oktober 2005

Nadia Dala

Zelden heeft een eenvoudig kledingstuk zoveel politieke, sociale en maatschappelijke commotie veroorzaakt dan de - al dan niet opgelegde - sluier voor moslimvrouwen. Tal van politici, godsdienstkenners en andere zelfverklaarde deskundigen hebben er hun mening over gegeven en in enkele landen, zoals in Frankrijk en enkele Duitse deelstaten, werd de wetgeving terzake al aangepast. Worden moslimvrouwen door de sluier onderdrukt? Overdrijven moslima’s als Ayaan Hirsi Ali en Nahed Selim als ze beweren dat de sluier een door mannen opgelegde verplichting is? Worden moslimvrouwen onderdrukt zonder dat ze het beseffen? In haar boek Als sluiers vallen gaat de Vlaamse journaliste Nadia Dala op zoek naar de beweegredenen van moslimvrouwen om de hoofddoek al dan niet te dragen. Het brengt haar bij overtuigde, zelfs fundamentalistische moslima’s die de koran als hun hoogste goed beschouwen en bij jonge moslimvrouwen die zich net als Vlaamse feministen in weerwil van hun religieuze of familiale banden vrij voelen en zelfstandig handelen. Het levert een reeks interessante en verrassende portretten op waarmee de auteur, naar eigen zeggen, onze tunnelvisie op deze kwestie een heel klein beetje wil helpen verbreden.

Farah is een jonge vrouw die studeert voor intercultureel bemiddelaar en van de ene op de andere dag besliste om de hoofddoek te dragen. Ze was op zoek naar een levensdoel en vond dat via het internet in de islam. In dit geval dus geen kwestie van ouderlijke dwang maar een eigen bewuste keuze. ‘Ik probeer gewoon een godsvruchtig, vreedzaam leven te leiden’, zo zegt ze, maar haar keuze wordt door haar omgeving meewarig of met misplaatste empathie geïnterpreteerd. Khadija, een in Nederland geschoolde vrouw, gaat heel wat verder. Ze draagt een niqaab – een sluier die alleen een balkje bij de ogen openlaat – en past een volledige segregatie tussen de geslachten toe. Zo weigert ze met haar schoonbroer in één ruimte te zitten, al is het maar om elke verleiding te voorkomen. Door de niqaab worden de dragers ervan niet langer identificeerbaar, iets wat de integratie in de maatschappij zo goed als onmogelijk maakt. Khadija zegt dat ze hiermee de koran volgt maar als Nadia Dala haar vraagt in welke verzen dit staat blijft ze het antwoord schuldig. Uiteindelijk blijkt dat ze gewoon de bevelen van een Saoedische sjeik te volgen. Het is tegen die onwetendheid dat ondermeer de Egyptische moslima Nahed Selim strijdt. In haar boek De vrouwen van de profeet toont ze aan dat dergelijke verplichtingen niet in de koran staan en dat ze enkel het resultaat zijn van door mannen opgelegde interpretaties.

Soumeya is veertig jaar en pleit onomwonden voor een aparte moslimzuil met eigen islamitische rechtbanken, scholen en ziekenhuizen, in België wel te verstaan. In feite wil ze geen deel uitmaken van de westerse samenleving maar streeft ze naar een vorm van apartheid. En de overheid zou dit mee moeten inrichten en subsidiëren. Hiermee spoort ze met de ideeën van de Arabisch Europese Liga. ‘Wij wijzen de sharia niet af. Een moslim kan niet tegen de sharia zijn, want het is zijn plicht om hiernaar te streven’, aldus hun leider Abu Jahjah. Hiermee maakt hij duidelijk dat voor hem de islamitische shariawetten in gans Europa moeten worden ingevoerd, zij het via democratische weg. Als hij zijn zin krijgt wordt de verkoop van alcohol in winkels verboden, wordt de hand van dieven afgehakt en moeten meisjes vanaf hun zestiende (en volgens de islamitische normen zelfs vanaf hun veertiende) uitgehuwelijkt kunnen worden. En vrouwen die ontrouw zijn geweest moeten gestenigd worden als vier getuigen de daad met eigen ogen hebben gezien. Met zijn uitspraken maakt Abu Jahjah alvast duidelijk dat er voor de AEL geen gelijkwaardigheid bestaat tussen mannen en vrouwen, dat er geen scheiding bestaat tussen kerk en staat en dat de fysieke integriteit niet absoluut is. Basrima staat model voor het tegendeel. Zij werd als Palestijnse in Jordanië gedwongen om te huwen met een man die haar nadien fysiek bedreigde, vluchtte naar Nederland en zette daar de hoofddoek bewust af omdat die haar ontplooiing in de weg stond. Dit tot groot ongenoegen van haar ouders. Schokkend is ook haar getuigenis hoe vrouwen en meisjes mishandeld worden in de Palestijnse vluchtelingenkampen. Zij worden mishandeld, mogen niet studeren, leven volledig geïsoleerd en moeten kinderen baren. Een systeem dat door de extremisten van Hamas aangemoedigd wordt. ‘De islamitische maatschappij aanvaardt geen zelfstandige, voor zichzelf opkomende vrouw’, aldus Basrima en ze roept haar zusters op om niet te luisteren ‘naar de stomme middeleeuwse mannetjes in de moskees’. Ook Miriam doorliep een hard parcours. Tegen haar wil uitgehuwelijkt op haar zestiende, zwaar mishandeld door haar familie en uiteindelijk gevlucht. Zij erkent dat de familiale druk binnen de Marokkaanse gemeenschap een serieus probleem vormt met als belangrijkste problemen de gedwongen huwelijken en het huiselijk geweld. Dat Miriam geen alleenstaand geval is, blijkt ook uit het succes van de Franse organisatie Ni putes, ni soumises van Fadela Amara. In 2003 kwamen ze met 30.000 op straat om te betogen voor meer zelfbeschikking. Over de vreselijke gevolgen van die vrouwonvriendelijke houding schreef wijlen Samira Bellil het boek Ontsnapt uit de hel. Ze werd het slachtoffer van groepsverkrachtingen omdat ze geen hoofddoek droeg.

Ook Touria bevrijdde zich van het ouderlijk gezag en koos voor haar eigen leven. Ze leeft in de Anderlechtse wijk Kuregem die door de overheid aan zichzelf was overgelaten. Eind jaren ’90 waren daar ernstige rellen nadat een jonge Marokkaanse drugsdealer door de rijkswacht was neergeschoten. De jonge allochtonen kwamen in opstand, maar volgens Touria had dat vooral te maken met het gevoel van uitsluiting dat ze aan de lijve ondervinden. ‘Veel allochtone jongeren hebben geen vertrouwen meer in het systeem’, zo zegt ze en dat moeten we dringend serieus nemen. Touria zelf was een goede studente maar het PMS stuurde haar naar het beroepsonderwijs. Talloze jonge allochtonen raken op die manier in de zelfkant van de maatschappij en gaan revolteren. Hoog tijd dus om in te grijpen en ook deze jongeren alle kansen te geven op een zinvol leven door ze degelijk onderwijs te geven en ze daarin zoveel mogelijk te stimuleren. Tegelijk moet ook de mentaliteit van de werkgevers veranderen. Zij moeten hun discriminatie ten aanzien van vreemde werknemers laten varen teneinde een onomkeerbare tweescheiding in de maatschappij te vermijden. Wat heeft dit te maken met de hoofddoek? Het gevaar dat jonge moslims niet langer geloven in onze fundamentele waarden en de islam als dé oplossing zien, waarbij meisjes de hoofddoek niet zozeer dragen vanuit religieuze motieven, maar als een vorm van protest tegen de uitsluiting waarvan zijzelf en hun broers en zusters het slachtoffer zijn.

Ergerlijk is de getuigenis van Fatima, een moslima die doelbewust de hoofddoek draagt, wethouder is in het Amsterdamss stadsdeel Zeeburg en ambitie heeft om politieke carrière te maken binnen de socialistische PVDA. Met haar hoofddoek wil ze juist die meisjes en vrouwen aantrekken die trots zijn op hun islamitische afkomst. Ze zegt dat ze de hoofddoek draagt omdat haar heilig boek, de koran, dit oplegt. Maar tussen de regels van haar statement ervaart de lezer een onbehagelijke vorm van opportunisme. Zo ontkent ze niet dat er vrouwen zijn die zich onder dwang toedekken, maar tegelijk weigert ze als politica in te grijpen en poneert ze dat de moslima’s hun emancipatiestrijd zelf moeten voeren. Dit is een typisch staaltje van cultuurrelativisme waarbij ze eigenlijk zegt dat we ons niet moeten moeien met de gebruiken en tradities die in feite haaks staan op onze fundamentele liberale grondrechten. Fatima heeft het vooral niet begrepen op Ayaan Hirsi Ali en stelt dat haar acties binnen allochtone kringen vooral wrevel oproepen. Dat zal wel. Honderdduizenden vaders, moeders, broers en andere familieleden schrikken van de oproep van de liberale politica ten aanzien van de islamitische meisjes en vrouwen om zelf hun leven in handen te nemen en keren zich tegen haar. Meestal verbaal, maar soms ook fysiek zoals duidelijk werd bij de moord op Theo Van Gogh. Op het lichaam van de vermoorde cineast liet de moordenaar Mohammed Bouyeri een boodschap achter waarin hij Ayaan Hirsi Ali rechtstreeks bedreigde. ‘Ik weet zeker dat jij, O Hirshi Ali, ten onder gaat’, zo schreef hij. Haar oproep tot zelfbeschikking van de vrouw binnen de moslimwereld moet voor hem desnoods met het keelmes gesmoord worden.

Het boek van Nadia Dala vervolgt met een nuchter betoog van de Tsjetjeense moslima Emilia. Ze houdt een heel pragmatisch discours en dat hoeft niet te verwonderen voor iemand die opgroeide in een land waar geweld en doodslag schering en inslag zijn. Ze beseft dat vrouwen met een hoofddoek in het Westen minder kans maken op de arbeidsmarkt. Maar ook dat heel wat allochtone vrouwen gemanipuleerd worden door op macht beluste mannen. ‘Als de Belgische Minister van Binnenlandse Zaken het verbiedt, dan neem ik mijn hoofddoek af’, zo zegt ze. Een pragmatische visie, maar hier had de auteur Emilia moeten duidelijk maken dat de betrokken minister dat nooit voorgesteld heeft. Patrick Dewael plaatst enkel vragen bij het dragen van hoofddoeken door vertegenwoordigers van de overheid zoals rechters en politiemensen, en door schoolkinderen in openbare scholen. Geen enkele liberaal zal het dragen van een hoofddoek verbieden aan mensen die dat vrijwillig willen doen. Alleen blijkt uit steeds meer getuigenissen dat van vrijwilligheid niet altijd sprake is, en dan heeft de overheid de plicht om de vrijheid van het individu te beschermen.

Storend is dan ook de uitspraak van CD&V-politica Nahima Lanjri dat de hoofddoek ‘het symbool van deugdelijkheid’ is. Een kledingstuk als symbool van deugdelijkheid? Betekent dit dat een vrouw zonder hoofddoek ‘ondeugdelijk’ is? Is deugdelijkheid dan verbonden met vestimentaire gebruiken? Dit is te gek voor (rationele) woorden. Maar haar uitspraak spoort met het verhaal van Zaynab die zich tot de islam bekeerde en boeken leest als Het bedrog van de evolutieleer. ‘Wie niet in de islam gelooft, die is gedoemd’, zo zegt ze. Het vormt in feite de kern van elk fundamentalistisch denken: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’. Hier ligt de kern voor zoveel haat, onverdraagzaamheid en blinde terreur. Het boek eindigt met een getuigenis van Aÿse, een gematigde moslima die vrouwen oproept om zich te verzetten tegen tradities die vrouwen aan de haard houden. Zelf leefde ze in Nederland maanden opgesloten in huis, de gordijnen toegetrokken in totaal isolement. In Turkije droeg ze geen hoofddoek maar eens getrouwd werd ze er hier toe gedwongen. Opvallend is haar statement dat ze achteraf bekeken liever in Turkije was gebleven waar ze een carrière had kunnen opbouwen.

Dit boek vormt geen wetenschappelijke staalkaart over islamitische vrouwen in de Lage Landen. De opvattingen van de protagonisten lopen heel sterk uiteen en demonstreren hoezeer de geesten binnen de moslimwereld verschillen. Dit hoeft geen zwakte te zijn, integendeel. Net die grote verscheidenheid aan meningen staat haaks op het door fundamentalisten zo nagestreefde conformisme en hun onderwerping aan heilige teksten. Steeds meer moslima’s kruipen in hun pen en klagen de vrouwonvriendelijke praktijken binnen de moslimtradities aan. Ze gaan de weg op van het individualisme, waarbij elke mens zelf invulling kan geven aan zijn of haar levenslot. Net deze evolutie is blijkbaar een doorn in het oog van de mannen die het binnen de moslimwereld steeds voor het zeggen hadden. Het is niet ondenkbaar dat de hevige reacties vanuit de moslimwereld, waaronder de terreuraanslagen, te maken hebben met hun besef dat hun greep op de vrouwen afneemt en dat sommige westerse landen vrouwen daarin steunen. Het gaat in hun ogen om een fundamentele strijd. Die van de suprematie van de man boven de vrouw, zoals vroeger van de ariër boven de jood. Daar moeten we als wereldburgers tegenin gaan. Als vrouwen dat zelf willen moeten sluiers vallen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Nadia Dala, Als sluiers vallen, Houtekiet, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be