Dag Afrika

boek

Marcia Luyten

Eťn biljoen dollar is er de afgelopen decennia aan hulp gegeven aan Afrika. Het is een cijfer om van te duizelen en bovendien een cijfer dat de Zambiaanse econome Dambisa Moyo graag gebruikt om haar overtuiging kracht bij te zetten: ontwikkelingshulp heeft massaal gefaald als je naar het contrast kijkt tussen het bedrag en de situatie op het continent zelf. Eťn biljoen dollar aan hulp tegenover miljoenen mensen die jaarlijks sterven door armoede Ė gerelateerde oorzaken. Daarmee is meteen de toon gezet in het hedendaagse armoede Ė en ontwikkelingshulpdebat. Tegenstanders van ontwikkelingshulp argumenteren dat deze hulp als effect heeft dat ontvangende landen afhankelijk blijven van de donorlanden. Er is met andere woorden geen nood om een goed draaiende economie te ontwikkelen die op termijn hulp overbodig maakt.

Bovendien blijft het donorland een nefaste machtspositie behouden. Dat de hulporganisaties zelf een geldverslindende machine zijn, is een steeds populairder wordend argument. Een argument echter dat minder kans zou krijgen indien de resultaten van hun werk eenduidig positief zouden zijn. Voorstanders beargumenteren dat hulp wel soelaas kan bieden, als het maar op de juiste manier besteed wordt. Dat het geld terecht komt bij corrupte leiders die vooral voor zichzelf zorgen (politique du ventre) houdt daar natuurlijk verband mee. Een bewijs voor de voorstanders dat niet de dollars een probleem zijn, maar de handen waarin ze terechtkomen of beter: aan blijven kleven. Uiteraard zwaaien beide kampen met een overvloed aan studies om hun standpunt te bewijzen.

In Dag Afrika schrijft Marcia Luyten korte verhalen en belevenissen neer over haar jarenlange verblijf in Rwanda en Oeganda. Dit levert mooie, ontroerende en herkenbare verhalen op. Zo wordt een autoongeval beter onderling langs de weg geregeld dan dat de omslachtige administratieve procedure van de politie wordt gevolgd. Ook de corruptie die deel uitmaakt van het alledaagse leven wordt mooi in beeld gebracht. Of het beeld van de trotse Afrikaan: hij loopt twee minuten langer dan gepland over zijn halve marathon (1h31). Omdat hij deze schande maar moeilijk kan verkroppen besluit hij het parcours met de wagen na te meten. Wat blijkt? Het parcours is 900 meter te lang. Plots worden de verklaarde twee minuten aanvaardbaar.

Belangrijk zijn ook de relativerende en grappige anekdotes. Zo kunnen Afrikanen maar niet begrijpen waarom wij ouderen in een tehuis steken, waar blijkbaar moet bespaard worden op pampers. En dat we onze kinderen niet meer laten dopen, terwijl we nog niet zolang geleden zonder genade Jezus aan het zwarte continent oplegden, is helemaal niet meer te vatten met woorden. En zo zijn we bij een van de pijnpunten van dit boek gekomen: het is een verzameling van bijdragen geschreven door Luyten tussen 2007 en 2013 voor verschillende dagbladen. Hierdoor krijg je onvermijdelijk een zeer gefragmenteerde stroom aan informatie. Het boek begint nochtans met een belangrijke vraag: hoe is het zover kunnen komen dat op enkele jaren tijd de blanke man zomaar ingeruild is voor het gulle China?

Evident dat er gewezen wordt op de investeringen die zij doen, de contracten die zij afsluiten voor grondstoffen en waarschijnlijk het belangrijkste: op uitspraken over de mensenrechten kan je hen niet betrappen. De auteur geeft vervolgens aan het alledaagse leven in Afrika met anekdotes te willen illustreren. Want inderdaad, het beeld dat wij van Afrika hebben, is uiteraard niet het echte Afrika. Als we Afrika willen begrijpen, moeten we kijken naar het alledaagse leven. Moeten we de taal van de mensen spreken en ertussen leven, zoals het advies van de blanke missionaris luidt. Hoe we dit als antwoord kunnen zien op de initiŽle vraag (Europa versus China), is niet echt duidelijk. Dat de missionaris als voorbeeld wordt gesteld, is waarschijnlijk onbedoeld ongelukkig.

Na enkele inleidende verhalen wordt dan gefocust op persoonlijke ervaringen. De kracht van het boek is dat op de veelzijdigheid van Afrika wordt ingezoomd. Tegelijkertijd worden veel facetten belicht die een ondersteuning of antwoord moeten bieden op de ontwikkelingshulpvraag. Straten worden enkel aangelegd voor een internationale top (en zijn na enkele maanden weer beschadigd door het Ďtijdelijke karakterí van de aangelegde wegen). Anderzijds is de auteur niet verlegen om eigen gevoelens met de lezer te delen. Wanneer de buurvrouw dringend hulp nodig heeft (ze geeft bloed over), wordt na de plaatselijke dokter die voor alle mogelijke oorzaken een injectie geeft, toch voor alle zekerheid een blanke dokter geraadpleegd. Waarom voelt dit nu zoveel professioneler aan, vraagt ze zich luidop af. Kan je met het ene hoofdstuk een glimlach niet onderdrukken en wordt in een volgend de eurocentrische spiegel voorgehouden, dan word je in het volgende hoofdstuk stil: muisstil. Zeker wanneer verteld wordt over kindoffers om hulp te vragen voor bouwprojecten, kampen besproken worden waar slachtoffers van de LRA van Kony worden opgevangen, of aidsremmers niet genomen worden omdat ze niet zouden werken. Enkel het gebed kan aids laten verdwijnen.

De kracht van het boek vormt zich meteen om tot een valkuil. De auteur heeft gedurende deze zes jaar heel wat ervaringen en impressies opgedaan. Die heeft ze met zeer korte en krachtige verhalen in een boek willen bundelen. De noodzaak om een omvattende vraag als rode draad te introduceren, is meteen de valkuil. Het boek wordt ingeleid met het verhaal over China als nieuwe bondgenoot van Afrika en de vraag wat de rol van de blanke man nog kan zijn. Het tweede deel van het boek zet dan weer volop in op de vraag naar het nut en de effecten van ontwikkelingshulp. En hiermee wordt de auteur te ambitieus. Ze raakt verschillende visies aan, maar werkt deze vervolgens niet uit. Bovendien kunnen de persoonlijke verhalen bezwaarlijk gezien worden als ondersteuning voor dit debat.

De negatieve effecten van ontwikkelingshulp worden aangeraakt: corrupte leiders worden machtiger. Doordat bijvoorbeeld onderwijs gratis wordt en belastingen worden afgeschaft in Oeganda, verdwijnt meteen ook de accountability. Wie niets betaalt, heeft ook geen reden om te klagen. Het gratis onderwijs zorgt ook voor overvolle klassen waar geen leerkracht meer wil voorstaan. Leerkrachten die bovendien tijdens de lesuren moeten bijklussen om maandelijks rond te komen. Ook Nobelprijswinnaar economie North wordt aangehaald om te tonen dat Afrikaanse landen al te vaak een Ďlimited access societyí zijn, waar politieke en economische relaties persoonlijk zijn en waarbij de winsten onder de elite worden verdeeld. Vervolgens wordt een interview met de Rwandese president Kagame weergegeven, een man waar ze doorheen het ganse boek opvallend vriendelijk voor blijft. Zijn persoonlijke verrijking, zijn dodelijke invloed in Oost-Congo, zijn etnische wetten met een paranoÔde bevolking als resultaat (iedereen kan iedereen verraden) ten spijt: het is een man die van de hulp op termijn af wil en hij is leider van een volk dat het steeds beter heeft.

Is armoede en ontwikkelingshulp een evident probleem? Neen. Kunnen de beÔnvloedende factoren door ťťn auteur in ťťn boek behandeld worden? Waarschijnlijk is focussen op een bepaald aspect beter. Maar hier heeft de lezer al te vaak het gevoel dat er enkele theoretische bedenkingen aan gebreid zijn om het boek serieuzer te maken. Iets wat helemaal niet nodig was, want de persoonlijke ervaringen van de auteur zijn waardevol op zich. Gratis onderwijs heeft duidelijk ongewenste effecten. Geld wordt al te vaak voor verkeerde doeleinden gebruikt. Er is het belang van de capabilities (Sen en Nussbaum): de staat die enkele mogelijkheden moet creŽren zodat burgers zich kunnen ontwikkelen. Er is de ganse discussie rond de eigendomsrechten (De Soto). Er is de zoektocht naar een nieuwe moraal (Pogge, Singer). Een op de drie meisjes is in een ontwikkelingsland al uitgehuwelijkt voor haar achttiende, een op de acht voor haar vijftiende. Het ontbreken van een middenklasse die in staat is haar leiders ter verantwoording te roepen. En dit zijn nog maar enkele van de vele mogelijke oorzaken en remedies binnen deze discussie.

Het is zeker geen schande dat dit beknopt wordt besproken, maar het nut ervan binnen het ganse boek is ver zoek. Ze heeft in haar boek vooral willen aantonen dat Afrika een continent op zichzelf is, maar haar eigen gebruiken, gewoontes en mentaliteit. Iets waar de auteur trouwens heel goed in geslaagd is. De theoretische discussie voelt kunstmatig aan omdat ze te sober uitgewerkt is en geen duidelijke voeling heeft met de persoonlijke verhalen. Hoe zit het nu trouwens met de initiŽle vraag naar het effect van het biljoen dollar hulp. Er zijn zeker gebieden in Afrika die vooruitgang kennen, maar het is een vooruitgang met sterke kanttekeningen. Het aantal mensen dat moet rondkomen met 1,25 dollar per dag is sinds de jaren negentig gehalveerd (tot 23 procent). Als we kijken naar het BNP staat het gros der Afrikaanse staten in de tweede helft van de rangschikking geparkeerd.

Toch moet erkend worden dat heel wat Afrikaanse landen vooruitgang hebben geboekt op economisch vlak. Maar wie profiteert daarvan? Om de focus te verleggen van het puur economische werd de Human Development Index in het leven geroepen, waar onderwijs (kennis), toegang tot levensnoodzakelijke middelen (levensverwachting) en BNP in opgenomen worden. Verder focust de Gini Ė coŽfficiŽnt op de ongelijkheid in een land. Hier zien we een dramatisch beeld voor Afrika. Zo worden 19 van de 20 laatste plaatsen van de HDI bezet door Afrikaanse landen. Voor wat betreft de Gini Ė coŽfficiŽnt worden deze landen vergezeld van enkele Latijns Ė Amerikaanse landen. Het zijn indexen die de hoera Ė stemming terecht temperen en tonen dat er nog heel veel werk aan de winkel is.

Een grondige en uitgebreide analyse moet nog efficiŽntere strategieŽn helpen ontwikkelen met respect voor de eigenheid van land en continent. Het boek van Luyten is een mooi bewijs en ondersteuning van deze voorwaarde.


Recensie door Kristof Van Alboom

Marcia Luyten, Dag Afrika, De Bezige Bij, 2013

Links
mailto:kristofvanalboom@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be