Ctrl+Alt+Del

boek

John Crombez

1. Inleiding

John Crombez, voorzitter van sp.a, stelt in zijn nieuwe boek Ctrl+Alt+Del voor om de economie en de sociale zekerheid te ‘resetten’. Hij wil de welvaartsstaat moderniseren en dat is op zich heuglijk nieuws. Maar volstaat het om de software terug op te starten? Of moet ook de hardware en het operating system herzien worden? In een interview in De Tijd steekt hij nogal defensief van wal: “Het schrikbeeld van een digitale economie zonder jobs, geautomatiseerd en gerobotiseerd, doemt op. De digitale revolutie dwingt ons het verdienmodel van de klassieke industrie en de dienstensector te herdenken. Een app met 55 werknemers die 900 miljoen klanten van bijna gratis telefonie voorziet en van een paar uitvinders miljardairs maakt, kan geen duurzaam verdienmodel zijn.”

Het voorbeeld lijkt een tegenstelling in te houden. Want hoe kan een ‘bijna gratis’ product of dienst nu miljarden opleveren voor een bedrijf? Sinds Facebook weten we natuurlijk beter. Maar het toont ook de defensieve houding van Crombez. Er is niks mis met bijna gratis telefonie, noch met uitvinders die miljarden verdienen en belastingen betalen. Het verdienmodel van de digitale economie is gebaseerd op data. En waar de Facebooks en Googles van deze wereld vandaag veel geld verdienen aan de verkoop van data over hun gebruikers, duiken er alternatieven op die de opbrengsten willen terugploegen naar de oorspronkelijke eigenaars, u en ik. Sommigen dromen zelfs van een privaat-gefinancierd, data-gebaseerd basisinkomen.

Dat is precies die gezonde concurrentie, waarover Crombez het verderop in zijn boek over heeft, en die zorgt voor “het herstel van de democratie waarin de mensen opnieuw deel zijn van de welvaart die ze zelf creëren.” Maar dan in een commerciële context. De digitalisering van de economie verandert trouwens niet alleen de digitale economie, maar ook de maakindustrie. 3D-printing is een spectaculaire technologie die de productie van de lageloonlanden terug naar onze streken zal brengen. Productie zal meer en meer lokaal gebeuren, omdat het ontelbare keren transporteren van producten over de aardbol duidelijk tegen zijn limieten aanloopt.

2. Drie principes

Zoals gezegd, wil Crombez echter vooral het debat over onze sociale zekerheid voeren. Hij schuift daarbij drie principes naar voren:

2.1. Alle periodes van niet-werken worden op dezelfde manier verzekerd. Diegenen die niet (kunnen) werken, ontvangen een voorwaardelijk basisloon dat beschermt tegen armoede. De voorwaarde is wel dat ze bereid zijn te werken. Het basisloon wordt echter losgekoppeld van de reden waarom iemand niet werkt. Crombez zegt daarover: “Het onderscheid tussen ouders die voor een zwaar ziek kind zorgen, kort- of langdurig werklozen, chronisch zieken, meewerkende echtgeno(o)t(e), samenwonenden of alleenstaanden, werknemers of zelfstandigen die een time-out willen, is irrelevant.” Werkbereidheid is een cruciale voorwaarde voor de betaalbaarheid van het systeem (zie verder). Controle is mogelijk door na te gaan of iemand al dan niet ingaat op het aanbod van een job, een opleiding of een stage. Maar hoe bewijs je de werkbereidheid van iemand die een time-out wil? Dat blijkt pas later als hij zijn job terug invult. En als dat niet gebeurt, wordt het ‘basisloon’ dan teruggevorderd? Het ‘basisinkomen’, dat onvoorwaardelijk is, kent deze problemen uiteraard niet. Ook over de hoogte van het basisloon blijft Crombez vaag.

2.2. De werktijd wordt verminderd van 45 jaar en 38 uur per week naar 42 jaar en 30 uur per week. Wie meer presteert, verdient extra geld en/of extra tijd tijdens de loopbaan. De vraag die zich stelt bij elk voorstel voor arbeidstijdverkorting is: met of zonder behoud van het huidige loon? Een verkorting van de arbeidstijd met loonbehoud zorgt in de private sector voor stijgende eenheidskosten en – indien eenzijdig ingevoerd – een drastische verslechtering van onze concurrentiekracht. In de publieke sector, in het bijzonder in de gezondheidszorg, leidt het tot minder uren dienstverlening. De meeste voorstanders – en ik vermoed ook Crombez - gaan uit van een verhoogde productiviteit om het productieverlies op te vangen. Maar om de loonkosten niet te doen stijgen, moet die arbeidsproductiviteit met maar liefst 26% toenemen, ofwel moeten de lonen met 21% dalen. Dat gaat niet lukken. Verder wil Crombez de verschillen in statuten tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren in de toekomst doen verdwijnen. Dat is een prima idee, waar zeker een politieke meerderheid voor te vinden is indien dat eenheidsstatuut wordt ingevoerd met behoud van opgebouwde rechten – wat de bedoeling is van Crombez.

2.3. Tussen 18 en 23 jaar is er nooit sprake van niet-werken. Een jongere ontvangt dus altijd een basisloon of hij nu studeert, werkt, ervaring opdoet of een stage loopt. De voorwaardelijkheid van het basisloon (werkbereidheid) wordt dus opgeschort voor jongeren tussen 18 en 23 jaar. Daarmee komt Crombez aardig dicht in de buurt van het onvoorwaardelijke basisinkomen (voor iedereen) waar de groenen en enkele liberalen voor pleiten. Dit voorstel roept vooral vragen op. Waarom moet een jongere die gewoon werk heeft, bovenop zijn reguliere loon, nog een basisloon krijgen? Is die jongere dat basisloon dan kwijt als hij zijn 24ste verjaardag viert (in tegenstelling tot het ‘basisinkomen’)? En als jongeren over een eigen basisloon beschikken, wordt het collegegeld dan verhoogd in de richting van de reële kostprijs van een hogere studie? Als bovendien de belangrijkste ambitie erin bestaat om terug volledige tewerkstelling te bereiken (zie verder), waarom is er dan nog nood aan een onvoorwaardelijk basisloon voor jongeren?

3. Betaalbaarheid

Kunnen wij ons in deze budgettair krappe tijden wel een nieuw instrument zoals het ‘basisloon’ permitteren? Volgens Crombez is het generieke systeem van het basisloon betaalbaar indien “we […] een norm kunnen vastleggen die bepaalt dat de uitgaven voor onze sociale zekerheid niet meer dan 30 procent van het bruto binnenlands product mogen bedragen.” Op dit moment bedragen de uitgaven in de sociale zekerheid 28% van het bbp. Over de hoogte van het percentage kan aardig geredetwist worden. Een daling tot 25% zou bijvoorbeeld veel geld vrijmaken voor publieke investeringen. Maar de idee van een vaste norm is wel interessant, omdat er zo zekerheid komt over de kosten van de sociale zekerheid op lange termijn. Zo kunnen de pensioenkosten niet meer ontsporen. De pensioenleeftijd is immers variabel en wordt bepaald door het aantal beschikbare pensioenen (beschikbare pensioenmassa gedeeld door de kost van een eenheidspensioen) in het begrotingsjaar.

4. Rol van de overheid

De sp.a-voorzitter geeft – terecht – te kennen dat de efficiëntie van onze sociale zekerheid kan verhoogd worden door een andere organisatie. Toch verzet hij zich tegen de afslanking van de overheid. De overheid moet vooral een partner worden: “een overheid als financier van en investeerder in private, coöperatieve, sociale initiatieven die niet voor winst werken.” Opvallend is zijn pleidooi voor concurrentie tussen deze initiatieven in plaats van een centrale overheidsdienst. Daarmee bedoelt hij niet de privatisering, maar de democratisering van deze diensten “waarin de mensen opnieuw deel zijn van de welvaart die ze zelf creëren”. Met een overheidsbeslag van 53% van het bbp, een fiscale druk van 49% en een overheidsschuld van 107% is een afslanking van de overheden in België wel degelijk aan de orde. Meer dan de helft van de middelen vloeien dus naar de overheid. Ons land is daarmee niet langer een sociaal gecorrigeerde markteconomie, maar een staatseconomie met ruimte voor commerciële initiatieven.

Zoals Crombez pleit voor een maximumnorm voor de sociale zekerheid, pleit ik voor een maximumnorm voor het overheidsbeslag, die bij voorkeur grondwettelijk verankerd wordt. (1) Uiteindelijk wordt de werking van de overheid gefinancierd door de belastingen die betaald worden door de bedrijven. Laat ons dus de kippen niet slachten die de eieren leggen waarmee de overheid haar omeletten bakt. Crombez ziet de overheid vooral als ‘partner’ voor initiatieven zonder winstoogmerk (en voor onderzoek & ontwikkeling). Dat is een aanpak die economisch enkel leefbaar is indien de private producenten ('de kippen') niet worden weggeconcurreerd door gesubsidieerde concurrenten ('de eieren'). Daarnaast moet de overheid ook een partner zijn voor initiatieven mét winstoogmerk, niet door subsidies en tax rulings, maar door een stabiel juridisch, politiek en logistiek kader.

5. Volledige tewerkstelling

Volgens Crombez is het aan de politiek om weer te streven naar volledige tewerkstelling. Dat betekent volgens de sp.a-voorzitter dat de focus van het beleid moet worden verlegd van bezuinigingen naar investeringen. Bezuinigingen en investeringen zijn echter geen tegengestelden. Bezuinigingen zijn nodig om de rekeningen van de overheid te doen kloppen, en ze zijn nuttig indien ze geldverkwisting tegengaan. Bovendien kunnen ze net de financiële ruimte scheppen om te investeren. Volledige tewerkstelling is echter geen utopie. Het werd bereikt in de jaren zestig. Dat kwam niet uit de lucht vallen, maar was het resultaat van de samenwerking en het voorzichtige loonbeleid van werkgevers én vakbonden in de jaren vijftig. Dat was zelfs zo voorzichtig dat er in de jaren zestig tekorten op de arbeidsmarkt ontstonden die werden ingevuld door de participatie van vrouwen en de immigratie van gastarbeiders.

De loonstijgingen in de jaren zestig (o.a. na grote havenstakingen) konden aanvankelijk nog geabsorbeerd worden door de sterke internationale economische groei. Maar ook na de oliecrisis van ’73 bleven de lonen hard stijgen, zodat arbeiders vervangen werden door relatief goedkopere machines. De automatisatie en uitstoot van arbeid (en bijhorende werkloosheid) is in belangrijke mate te wijten aan de hoge loonkosten. Dit proces wordt door de tax shift drastisch gekeerd en zou nog veel verder mogen gaan. De bedoeling van de tax shift is om jobs te creëren door arbeid terug relatief goedkoper te maken ten opzichte van machines. De eerste arbeidsmarktcijfers wijzen ook al in die richting van een forse jobtoename. Ook Crombez blijkt voorstander van een verdere verlaging van de arbeidslasten met 10% (zie verder).

6. Fiscaliteit

Tenslotte wil Crombez werk maken van een moderne fiscaliteit, die rechtvaardig én efficiënt is. Die handschoen moet elke politicus opnemen. Een fiscale hervorming vereist immers een zo breed mogelijk maatschappelijk en politiek draagvlak, opdat het nieuwe stelsel enkele legislaturen en wisselende coalities overleeft. Een stabiel fiscaal kader is immers een voorwaarde voor een gezonde economie. Crombez geeft ook al een duidelijke voorzet: “De belastingen op werk kunnen we met minstens 10 procent verlagen door de belastbare basis in de personenbelasting te verbreden. Zo houden werknemers en zelfstandigen meer netto-inkomen over uit werk. Die verbreding is mogelijk door alle inkomens te integreren in de personenbelasting, en samen te belasten tegen een progressief tarief.” “Dat moet gebeuren zonder onderscheid te maken naargelang de bron van dat inkomen of de manier waarop dat inkomen wordt uitbetaald. Inkomen is inkomen, een euro is een euro. De nieuwe brede basis laat toe de belastingvrije som en de tariefstructuur aantrekkelijker te maken. De belastingvrije som ligt idealiter op dezelfde hoogte als het onbelaste basisloon.”

Er is in België vooral nood aan een grondig vernieuwd belastingstelsel dat eenvoudiger, minder belastend en rechtvaardiger is. Zo maken de vele uitzonderingen het stelsel niet alleen nodeloos complex, maar zijn ze ook verantwoordelijk voor hogere basistarieven (om eenzelfde opbrengst te halen) en komen ze vooral ten goede van de hogere inkomensklassen. Een eenvoudig systeem leidt dus tot lage en rechtvaardige tarieven. Bovendien is het makkelijk te handhaven, vermindert het de administratiekosten en bevordert het de eerlijke concurrentie, wat op zijn beurt leidt tot meer goesting om te werken en te ondernemen. In een rechtvaardige samenleving dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten, maar moeten ook alle inkomensbronnen gelijk behandeld worden. Daarin volg ik Crombez.

Een belastingsysteem dat voldoet aan de criteria van eenvoud, rechtvaardigheid en lagere fiscale druk is de eenheidstaks. L’impôt unique is een inkomensbelasting met een vast tarief dat geheven wordt op alle samengetelde inkomens boven een vrijgesteld bedrag, zonder vrijstellingen en aftrekposten (behalve personen ten laste). Een eenheidstaks kent één tarief, maar dankzij het een belastingvrije deel en het schrappen van alle aftrekposten is de gemiddelde belastingdruk progressief. Er is dus geen progressief tarief nodig, om een progressieve belasting te krijgen. Hett belastingvrije deel speelt daarin een cruciale rol. Het moet echter niet gelijk zijn aan het basisloon, zoals Crombez voorstelt, maar aan het minimumloon. Zo wordt bruto gelijk aan netto en wordt wie de inspanning doet om te werken, echt beloond.

7. Multinationals en systematische banken

De almacht van multinationals en systemische banken is volgens Crombez (te) groot. Hij pleit voor de uitbouw van kmo-coöperaties die bv. gezamenlijke aankopen doen, en voor kleine en veilige banken. Een economie die geschoeid is op de leest van kmo’s en banken die sterk verankerd zijn in hun lokale gemeenschap, is inderdaad sterker en crisisbestendiger. Het vertrek van Ford Genk heeft op pijnlijke wijze getoond hoe snel multinationals - tegen alle beloften en afspraken in - hun activiteiten kunnen verplaatsen en een lokale gemeenschap verweesd achterlaten. Het beleid moet daarom de kmo als uitgangspunt nemen. Dat wil niet zeggen dat multinationals niet welkom zijn, noch dat kmo’s geen internationale ambities mogen hebben en exportmarkten aanboren. Integendeel. Maar de ruggengraat van een economie zijn de lokaal verankerde bedrijven.

Vandaag is het banksysteem opnieuw in de greep van het casinokapitalisme dat verantwoordelijk was voor de bankencrisis in 2008. Met de aanbevelingen van destijds is weinig gebeurd. Ik ondersteun de uitbouw van kleinere, veilige banken die de lokale spaarcenten gebruiken voor de financiering van lokale initiatieven (bedrijven, huizen). De internationale en speculatieve bankactiviteiten moeten worden ondergebracht in aparte banken die gefinancierd worden door risicokapitaal, niet door spaarcenten. Zo wordt het gevaar op besmetting van het financiële en economische systeem vermeden.

8. Conclusie

Ctrl+Alt+Del is de start van een vernieuwde socialistische visie op de economie en de sociale zekerheid in de 21ste eeuw. Die visie laat zich mijn inziens best omschrijven als ‘rechtvaardigheid door eenvoud’. Doorheen zijn boek pleit Crombez immers voor het vervangen van alle inkomensvervangende uitkeringen door één basisloon, het wegwerken van de verschillen tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren in één statuut, éénzelfde belasting voor alle soorten inkomen (een euro is een euro), het invoeren van één uitgavennorm die de zekerheid over de kosten en betaalbaarheid van de sociale zekerheid garandeert, de verlaging van de fiscale lasten op arbeid en de vereenvoudiging van het bankaanbod. Het zijn uitgangspunten die ik in belangrijke mate deel.

Maar daarnaast grijpt Crombez helaas ook terug naar oude socialistische recepten zoals arbeidstijdverkorting en keynesiaans vraagbeleid. Bovenal blijft voor mij de hamvraag of al die hervormingen tot een dominantere of slankere overheid zullen leiden. Vandaag is het te vroeg om een eindoordeel te vellen over Ctrl+Alt+Del. Het is immers een work-in-progress met als ondertitel ‘Deel 1’. In ‘Deel 2’ zullen de voorstellen verder verfijnd worden na een reeks debatten die Crombez de komende weken plant. (2) Dan valt ook te bezien of er beleidsmatig zaken vallen te doen met de nieuwe sp.a.


Recensie door Lode Vereeck

De recensent is professor economie aan de Universiteit Hasselt en senator voor Open Vld

Voetnoten:

(1) http://www.vereeck.be/nl/standpunten/d/detail/no-tax-shift-without-tax-limit

http://www.vereeck.be/nl

(2) O.a. in Hasselt op de Corda Campus, op vrijdag 19 februari vanaf 18.00 uur.

John Crombez, Ctrl+Alt+Del, sp.a, 2016

Links
http://www.vereeck.be/nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be