Moderniteit en vitaliteit

boek

Wim Couwenberg (red.)

Het vooruitgangsgeloof staat onder druk. De kritiek op de moderniteit komt vanuit diverse hoeken. Conservatieve politici en intellectuelen als Roger Scruton en Andreas Kinneging keren zich tegen de moderniteit die volgens hen leidt naar vormen van hedonisme en nihilisme. Aan de andere kant klinkt het linkse credo van de inherente machteloosheid van de mens ingevolge materialisme en consumentisme. Zygmunt Baumann hakt in zijn boek De moderniteit en de holocaust ongenadig in op de nefaste bijproducten van de wetenschap. Fundamentele waarden als de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid van man en vrouw worden dan weer vanuit religieuze hoek ter discussie gesteld zowel bij de radicale islamieten, de orthodoxe joden als de evangelische christenen. Op politiek-filosofisch vlak groeit het verzet tegen de moderniteit bij antiglobalisten en ecologisten die vanuit diverse drijfveren de ‘vooruitgang’ aanvallen. De afkeer voor de moderniteit wordt sinds enkele jaren ook duidelijk door de hernieuwde belangstelling voor het werk van vroegere denkers als Martin Heidegger, Hans Jonas en Karl Löwith, maar ook bij hedendaagse filosofen. In zijn boek Het onvoltooide heden spreekt Alain Finkielkraut over de mens als ‘het wezen dat alle lucht opzuigt’ en in zijn recent werk Strohonden beukt John Gray in op de globale humanistische levensvisie.

Heeft de moderniteit nog een toekomst? Dit is zowat de onderliggende vraag van het jaarboek 2003 van Civis Mundi onder de titel Moderniteit en Vitaliteit. Hoe staan we ervoor anno 2003? onder redactie van S.W. Couwenberg. Hierin onderzoeken acht hoogleraars de levenskracht van onze cultuur zoals die in Europa tot ontwikkeling is gekomen. Daarbij komen tal van interessante discussiepunten aan bod. Zoals de actuele positie en betekenis van het vooruitgangsgeloof als zingevend motief van onze moderne samenleving. En de vraag welke krachten het vooruitgangspotentieel van de moderniteit nieuwe impuls kunnen geven. Cultuurpessimisme is van alle tijden. In zijn inleiding verwijst Couwenberg naar de Italiaanse geschiedfilosoof Giambattista Vico die de geschiedenis zag als een continu proces van opkomst en verval van beschavingen. Het inspireerde andere filosofen als Friedrich Nietzsche, Oswald Spengler en Ortega y Gasset die elk op hun manier de ondergang van onze beschaving voorspelden. Binnen het marxisme leefde de gedachte van de ondergang van het kapitalisme ingevolge decadentie en verval onder de burgerlijk-liberale elite. En nu is er het postmodernisme en cultuurrelativisme dat de universele pretenties van het moderne denken onderuit haalt en voortdurend hamert op de illusie van de mens als een autonoom subject. Maar toch zijn er steeds mensen geweest die bleven geloven in de vooruitgang. Merkwaardig genoeg verwijst de auteur niet naar Karl Popper die met zijn kritiek op het historicisme en zijn afwijzing van het absolute waarheidsdenken een belangrijke rol heeft gespeeld in de acceptatie van de liberaal-democratische grondwaarden. Wel verwijst hij naar de jonge Zweedse historicus Johan Norberg die met zijn aanstekelijk optimisme rond het vrijemarktdenken regelrecht ingaat tegen het doemdenken van de antiglobalisten.

In zijn bijdrage toont ook F.R. Ankersmit zich optimistisch over de vitaliteit van onze cultuur. “Zelden is een beschaving zo springlevend geweest als de onze en zelden waren anderen daar zo totaal hulpeloos en weerloos tegenover”, zo schrijft hij en hij verwijst daarbij naar de moeiteloosheid waarmee de Verenigde Staten over een land als Irak heenwalsen. Wat de technologische voorsprong betreft klopt dit natuurlijk, maar geldt dit ook voor de morele ingesteldheid? Het woord ‘decadent’ wijst immers niet op machteloosheid maar op een gebrek aan morele kracht en dat is juist wat de islamwereld aan het Westen ‘verwijt’. Daarbij verwijzen de critici van de moderniteit steevast naar de gruwelijkheden die in de loop van de 20ste eeuw gebeurd zijn. Maar juist de aanslagen op de VS in de eerste dagen van de 21ste eeuw, waarbij duizenden mensen werden gedood door fanatieke moslims die zich beriepen op Gods woord en de heldhaftige houding van de New Yorkse brandweermannen die op gevaar voor eigen leven hun morele plicht vervulden, toont aan dat de westerse beschaving ook op moreel vlak een gigantische voorsprong heeft.

We kunnen er evenwel niet omheen. Op tal van plaatsen wordt de moderniteit verafschuwd. Bij evangelische christenen in de Verenigde Staten die een nieuwe kruistocht voeren tegen de normloosheid gesymboliseerd door de seksuele strapatsen van hun voormalige president Clinton. Bij ultraconservatieve joden die op grond van sacrale teksten juichten na de moord van Yigal Amir op president Jitschak Rabin. Bij radicale islamieten die opnieuw de shariah willen invoeren en zich afzetten tegen elke vreemde invloed gesymboliseerd door de vernietiging door de Afghaanse Taliban van twee grote boedhabeelden in de vallei van Bamiyan. De druk op de moderniteit is vandaag zelfs prominent aanwezig in westerse steden waar de aangroeiende moslimgemeenschap zich steeds luider afzet tegen de liberale verworvenheden.

Voor de filosoof Paul Cliteur is dit dan ook de reden om op te komen voor een universele seculiere moraal. Geen enkele samenleving kan voortbestaan “zonder een minimum aan consensus over enkele basisregels die het verkeer reguleren tussen de mensen”. Daarbij moet volgens hem religie als grondslag voor de moraal wijken want “het doel van religie is de mens tot slaaf te maken, precies zoals zo onthutsend duidelijk wordt in het woord ‘islam’ dat onderwerping betekent”. Cliteur zet zich verder af tegen de cultuurpessimisten en wijst erop dat de westerse cultuur voldoende vitale bronnen heeft die eerder gelegen zijn in de antieke pagane deugdenleer van de Grieken en Romeinen dan de sentimentalistische variant van het christendom die we vandaag kennen. Het kan mijn inziens nog scherper geformuleerd worden door te stellen dat we het huidige peil van onze kantiaanse beschaving juist bereikt hebben niet dankzij maar ondanks het christendom.

De moderniteit is niet uitgeteld en het vooruitgangsdenken moet niet teruggeschroefd worden, integendeel. Willen we niet vervallen in een nieuwe Duisternis dan moeten we de onttovering met nog meer kracht doorzetten. Daartoe moeten we mijn inziens alles zetten op een verdere individualisering als basis voor de acceptatie van een autonome ethiek die niet onderworpen is aan een dogma of religie. Wie de situatie van in de Arabische wereld en in andere grote delen van de wereld kent, begrijpt dat we hier voor een reusachtige uitdaging staan, een Verlichting die net zoals bij ons decennia, zelfs eeuwen heeft gevergd. Niet minder maar meer individualisering is nodig. Of zoals G.A. van der Wal het in zijn bijdrage tot dit boek verwoordt: de “noodzaak van een tweede Verlichting die de tekorten van de eerste opheft”. Over die tekorten zijn bibliotheken vol geschreven. Een belangrijk tekort lijkt me aangehaald door L. Laeyendecker die in zijn bijlage terecht stelt dat “de wetenschap geen morele vooruitgang kan garanderen”. Maar nog essentiëler lijkt me het inzicht van Karl Popper dat we de illusie moeten verwerpen dat we de wereld in één klap kunnen verbeteren want dan bestaat het risico dat we in een gruwelijke maatschappij terecht komen. De Amerikaanse essayist Gore Vidal wijst in zijn boek Permanente oorlog voor permanente vrede op een dergelijke ontwikkeling in de VS waar pakken burgerrechten moeten sneuvelen in het belang van de nationale veiligheid. We moeten daarentegen bescheiden wereldverbeteraars zijn die stapje per stapje onrecht bestrijden en op die manier de vrijheid van steeds meer mensen duurzaam waarborgen. Tenslotte wil ik zelf nog een ander belangrijk - maar alsnog onvolledig - resultaat van de moderniteit aanhalen. Het betreft de oprichting van het Internationaal Strafgerechtshof waarmee grove schendingen van mensenrechten over de soevereine staten heen kunnen aangeklaagd en berecht worden. De onvolledigheid zit hem natuurlijk in het feit dat belangrijke landen als de VS en China dit Strafgerechtshof niet erkennen. Juist daarom moeten we doorgaan met de Verlichting.


Recensie door Dirk Verhofstadt

S.W. Couwenberg (red.), Moderniteit en vitaliteit, Damon, 2003

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be