Opstand der burgers

boek vrijdag 19 maart 2004

SW Couwenberg

Het meest tumultueuze jaar uit onze parlementaire geschiedenis, een rampjaar, een fantastisch jaar waarin de politiek weer volop leefde, een luide nagalm van de jaren zestig, een verwarrende tijd. Dit zijn enkele kreten waarmee het roerige jaar 2002 getypeerd is. Het boek Opstand der burgers van SW Couwenberg, directeur en hoofdredacteur van Civis Mundi, biedt een intellectueel verantwoorde analyse van de historische betekenis van dat jaar. De Fortuyn-revolte wordt daarin geïnterpreteerd als een verklaarbaar uitvloeisel van de naoorlogse politieke ontwikkeling en tevens als onvoltooid gebleven interventie in die ontwikkeling die de komende jaren tot een afronding moet worden gebracht. In het eerste deel wordt teruggeblikt op de opstand der burgers in 2002. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het ontstaan van die rebellie, de contouren van de nieuwe politiek die dan als alternatief van de oude politiek zoveel tumult teweeg brengt, de kritische reacties op de Fortuyn-revolte en de vraag waarom zij in eerste instantie mislukt is. En het wordt afgesloten met de vraag of alles nu weer bij het oude is. De roep om een nieuwe politiek, zo wordt geconstateerd, is niet verstomd. Dit blijkt ook uit de heroriëntatie die in de gevestigde partijen van de oude politiek gaande is en de opmerkelijke herwaardering van de Fortuyn-revolte, ook in kringen waar Fortuyn eerst verguisd werd.

Wat Pim Fortuyn zo opvallend maakte was zijn ‘parler-vrai’. Hij zei onverbloemd wat velen dachten maar omwille van de dwingende politieke correctheid niet durfden uit te spreken. Jarenlang heerste immers een linkse repressie tegenover al wie inging tegen het gangbare wensdenken over migratie, integratie van allochtonen en criminaliteitsbestrijding. Volgens de auteur heeft de PVDA daar een cruciale rol in gespeeld maar ook andere partijen en intellectuelen. De ‘terreur van het politiek correcte denken’ had in haar kern zelfs een extreem rechts karakter en maakte een grondig debat over de samenlevingsproblemen onmogelijk. Wat Pim Fortuyn aanklaagde was de onverenigbaarheid van de politieke islam met de principes van de westers-liberale samenleving. Alhoewel hij dat deed ter verdediging van de liberaal-democratische principes van de Verlichting werd hij hiervoor beschuldigd van anti-islamisme en zelfs racisme. Couwenberg vergelijkt dit taboe op ideologisch gerichte stellingname tegen het islamisme met de wijze waarop kritiek op het wereldcommunisme in de jaren zestig en zeventig werd afgedaan als not-done. ‘Wonderlijk eigenlijk dat het juist verlicht te achten linkse elites zijn die de islam in bescherming nemen tegen kritiek op bepaalde repressieve aspecten van de religie.’ Hetzelfde stellen we in zekere zin vast in Vlaanderen. Uit vrees om betiteld te worden als een aanhanger van het Vlaams Blok werd jarenlang gezwegen over nochtans zichtbare praktijken en wantoestanden die te maken hadden met vreemdelingen en de politieke islam in het bijzonder. Pas sinds kort durven ook politici die niet behoren tot extreem rechts in Nederland en Vlaanderen pleiten voor vormen van verplichte inburgering, het aanpakken van criminaliteit onder allochtonen, het nut van de subsidiepolitiek voor een betere emancipatie van allochtonen en vooral over onaanvaardbare praktijken binnen de moslimcultuur die neerkomen op een ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen.

De Fortuyn-revolte was achter meer dan het doorbreken van de politieke correctheid. Het was ook een aanval op de ideologische veinzerij en het pragmatisme dat de Nederlandse politiek danig kenmerkte. Zijn discours werd al snel afgedaan als ‘populistisch’. Couwenberg wijst terecht op het feit dat populisme juist een reactie is op oligarchische tendensen die gekozen elites tot een in zichzelf gekeerde politieke klasse maakt. Maar ‘uit democratisch standpunt is daar niets mis mee’, aldus de auteur. Integendeel, het is juist bijzonder democratisch om te wijzen zaken die binnen het democratisch bestel verkeerd lopen. Het gaat bijvoorbeeld om een appel op de arbeidersklasse die aanvoelt dat de sociaal-democratie (maar ook andere gevestigde partijen) hun belangen niet langer serieus neemt. Heel concreet verwijst naar de stad Rotterdam, waar Fortuyn woonde, die met zijn goedkope huurwoningen als een magneet werkte op kansarmen waardoor de stad in hoog tempo verarmde en verkleurde. Terloops verwijst Couwenberg hier naar een soortgelijke evolutie in Antwerpen.

In het tweede deel van zijn boek bespreekt Couwenberg het perspectief en de contouren van een nieuwe politiek die allicht nodig is. Achtereenvolgens wordt de lange mars geschetst naar een ander meer democratisch functionerend politiek bestel, naar een andere politieke cultuur en andere politieke verhoudingen evenals de positie en toekomst van onze monarchie in die nieuwe constellatie. Tevens wordt de vraag onder ogen gezien hoe de geaborteerde Fortuyn-revolte tot een afronding kan worden gebracht. In de Fortuyn-revolte speelde de toekomst van Nederland als staats- en cultuurnatie ook een belangrijke rol. Vandaar dat het boek afgesloten wordt met een korte bespiegeling over die toekomst.

Couwenberg ziet vernieuwingsimpulsen als de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester en van de minister-president teneinde de politiek los te trekken uit de impact van de Haagse bureaucratie. Blijkbaar zitten in die bureaucratie nogal wat politiek benoemden. Zo pleit de auteur voor de introductie van politieke kabinetten zoals in België, waar men er juist vanaf wil. Maar terecht verwijst hij ook naar het gezegde ‘Der Beambte dient dem ganzen Volk, nicht einer Partei’, en zo moet het ook. Heel belangrijk voor het democratisch gehalte van het bestuur is de ‘permanente geïnstitutionaliseerde zelfkritiek’, het versterken van de actieve betrokkenheid van burgers en burgerschapsvorming in het onderwijs. Daarbij verwijst de auteur naar het feit dat de grondwet bij heel wat burgers onbekend is en dat de bevolking er nauwelijks enige emotionele binding mee heeft.

De oude ideologische scheidslijnen tussen links en rechts vervagen. Dat brengt met zich mee dat kiezers sneller ‘zappen’. Socialisten dreigen ten onder te gaan omdat hun doelstellingen grotendeels vervuld zijn. Hun politiek wordt steeds pragmatischer of bouwt voort op ideeën van liberale figuren als Keynes, Beveridge, Galbraith en Rawls. Ook de christen-democratie kampt met vaagheid. Beiden enten ze zich op de liberale grondstroom, de democratische rechtstaat en de liberale markteconomie. De meeste partijen vijlden hun ideologische scherpte in de loop der jaren af en maakten het ondergeschikt aan de mogelijkheid om mee te regeren. Wat is dan het alternatief? In Vlaanderen verwijst men dan steevast naar het extreem rechtse Vlaams Blok dat inspeelt op al het ongenoegen in de maatschappij. Voor Nederland kan dit een uitdieping zijn van de grondkritiek van Fortuyn die een Nieuwe Politiek voorstond. Wat die evenwel inhoudt is moeilijker te definiëren. Misschien een soort ‘politiek syncretisme’, aldus de auteur, waarbij ideeën van diverse ideologische achtergrond worden gebundeld?

Een ander mogelijk alternatief ziet Couwenberg in het conservatisme – dat ondermeer via de Burke Stichting aan gezag wint – als reactie op de culturele omwenteling van de jaren zestig en op het verval van morele normen en waarden. Waarbij karaktervorming van jongs af aan moet worden aangekweekt en zelfdiscipline versterkt. In de praktijk komt dit vaak neer op een hernieuwde aandacht voor religie als cement voor de samenleving en op een versterking van gezag, traditie en wereldverzaking. Het zou een versterking zijn van die krachten die zich in het verleden hebben verzet tegen de emancipatie van de vrouw, de legalisering van homoseksualiteit, de liberalisering van abortus en euthanasie. Dit lijkt mij een stap terug in de trend naar meer individualisering waarbij de mens vrij en autonoom invulling kan geven van zijn of haar levenslot. Een dergelijke individualisering lijkt me vooral nodig bij die groepen waar mensen door religieuze, sociale en culturele tradities onderdrukt worden. Individualisme heeft niets te maken met egoïsme. Het vormt geen rem, maar juist een voorwaarde voor ware solidariteit met de medemens. Calculerend gedrag bij de burger vloeit niet voort uit individualisme maar uit het politiek, sociaal en economisch systeem dat mensen toelaat en zelfs aanmoedigt hun verantwoordelijkheid te ontlopen.

De vernieuwde aandacht voor normen en waarden moet zich niet zozeer concentreren op religie en traditie maar over het belang en de afdwingbaarheid van liberale grondrechten als de gelijkwaardigheid van man en vrouw, de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, het recht op eigendom en de bescherming van de fysieke integriteit. Natuurlijk zijn opvoeding en onderwijs daarbij belangrijk, maar dan wel in de ontwikkeling van jongeren tot kritische mensen met een groot gevoel voor individuele verantwoordelijkheid. We hebben geen nood aan een nieuwe onderwerping van de mens aan normen en waarden die – hoe goed bedoeld ook – worden opgelegd vanuit de waarheidsclaim van geopenbaarde godsdiensten, maar aan de bewuste en vrijwillige aanvaarding door het individu van een aantal fundamentele regels op basis van de rede. Opkomen voor die fundamentele regels is niet conservatief maar juist een ware progressieve houding die in schril contrast staat met de onverschillige medeplichtigheid die tal van linkse intellectuelen ten aanzien van de hiervoor vermelde doelstellingen ten toon spreiden.

In een laatste hoofdstuk gaat de auteur in op de Fortuyn-revolte tegen de linkse weg-met-ons-mentaliteit. De Nederlandse identiteit moet opnieuw belangrijk worden. Sommigen vrezen immers een soort zelfverloochening waardoor de Nederlandse cultuur geruisloos opgaat in een wereldcultuur. Als de auteur hiermee bedoelt wat we de hiervoor vermelde fundamentele regels weer centraal moeten stellen, dat nieuwkomers zich hier moeten aan aanpassen en dat we onze taaleigen cultuur moeten ondersteunen dan klopt dit. Maar meer belang heeft het begrip ‘identiteit’ niet. In elk land zal men steeds meer tegenstellingen tussen de individuele burgers aantreffen dan overeenkomsten. Jawel, een gemeenschappelijke taal en een geografische omschrijving, maar is dat identiteit? Een kosmopolitische houding heeft niet zozeer te maken met zelfverloochening maar met verdraagzaamheid, aanpassingsvermogen en een gezonde interesse voor diversiteit. Dat betekent niet dat men Nederland afwijst maar wel dat identiteitsvorming niet langer gebonden is aan fysieke of mentale grenzen. Steeds meer mensen, vooral jongeren, staan ontvankelijk voor wat de wereld te bieden heeft, ze vormen zich steeds meer een eigen identiteit. Volgens Couwenberg was de regeringsdeelname van de Lijst Pim Fortuyn geen succes, hij noemt het zelfs een grandioze blunder. Toch is de geest van Fortuyn uit de fles. Zaken die vroeger moeilijk of niet bespreekbaar waren, zijn dat nu wel. Vooral dan de problematiek van de inburgering, de integratie van allochtonen en de criminaliteitsbestrijding. Tegelijk heeft het gezorgd voor een nieuwe discussie over politiek en samenleving. Na de kleurloze jaren onder Paars II is er opnieuw een echt politiek debat mogelijk in Nederland. Dit boek levert hiertoe een belangrijke bijdrage. De auteur had geen beter onderwerp kunnen kiezen voor zijn jaarboek als bijdrage tot de realisering van de Civis Mundi.


De auteur is directeur/hoofdredacteur van Civis Mundi en oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.



Recensie door Dirk Verhofstadt

SW Couwenberg, Opstand der burgers, Damon, 2004

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be