Een Engelsman in Frankrijk

boek vrijdag 17 oktober 2008

Cor Hermans

John Stuart Mill is een van de grondleggers van het liberalisme. Dat is althans de mening van zowat alle politici, filosofen en intellectuelen over deze befaamde Britse filosoof. Dat oordeel vloeit vooral voort uit zijn belangrijke werk On Liberty dat verscheen in 1859, nota bene hetzelfde verschijningsjaar als Darwin’s On the Origin of Species. Deze klassieker over vrijheid bevat zowat alle liberale beginselen die op een bijzonder heldere en vooral vurige wijze verwoord worden. Zo heeft hij het over de onbeperkte vrijheid van denken en spreken, over individualiteit als een der grondbeginselen van het welzijn, over de grenzen van het gezag van de maatschappij over het individu, over de vrijheid van onderwijs en over de vrijhandel. De enige reden waarom de overheid tussenbeide mag komen, is wanneer iemand door zijn gedrag een ander schade toebrengt, aldus Mill. Ook in zijn andere boeken verdedigt hij op overtuigende wijze liberale standpunten. Denk maar aan zijn beruchte tekst The Subjection of Women uit 1869 waarin hij als een van de eersten pleit voor een volledige gelijke behandeling van mannen en vrouwen, inclusief het toekennen van stemrecht voor vrouwen, een voor die tijd bijzonder progressieve en liberale gedachte. Dat alles maakt dat ook zogenaamde klassiek liberalen, die zich vandaag neoliberalen of libertariërs noemen, zijn gedachtegoed opeisen en beweren in zijn voetsporen te lopen.

De Nederlandse historicus Cor Hermans nuanceert dit beeld grondig in zijn vlot leesbare boek Een Engelsman in Frankrijk. Een andere geschiedenis van John Stuart Mill. Daarin ontkent hij niet dat de befaamde filosoof een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het Europese liberalisme, maar aan de hand van Mill’s andere boeken en teksten toont hij aan dat de liberale filosoof ook heel wat invloeden onderging van de Romantiek, het socialisme en het positivisme. Dat gebeurde ondermeer door zijn persoonlijke relaties met Claude Henri de Saint-Simon, Samuel Colderidge, Auguste Comte en Alexis de Tocqueville die vermeld staan op de achterflap van het boek. Maar allicht de grootste inspirator van zijn werk was zijn vrouw Harriet Taylor. Mede onder haar impuls verdedigde John Stuart Mill ook bepaalde socialistische aspecten. Weliswaar keerde hij zich fors tegen de socialistische visie om het privé-bezit af te schaffen en vond hij dat individuele vrijheid binnen een nieuwe samenleving absoluut een centrale plaats moest innemen, maar hij erkende wel degelijk de actieve rol van de staat, pleitte voor een wezenlijke verbetering van het onderwijs aan de sociaal achtergestelde arbeiders en schreef al in 1848 (in een brief aan John Jay) dat de socialisten ‘het belangrijkste element van vooruitgang in de huidige situatie van de mensheid zijn.’

Ook de titel van het boek Een Engelsman in Frankrijk is verrassend maar klopt helemaal. John Stewart Mill was op en top Brits, maar zijn aandacht ging voortdurend naar de politieke en filosofische ontwikkelingen in Frankrijk die hem meer boeiden dan de in zijn ogen wat conservatieve en zelfgenoegzame Britse denkers. Nochtans kende Engeland in de negentiende eeuw een minder centralistisch systeem en meer burgerlijke vrijheden dan aan de overkant van het Kanaal, maar Mill werd gecharmeerd door de meer radicale denkbeelden die hij niet zozeer deelde maar die hem wel verrijkten en aanzetten tot een kritisch rationalisme avant la lettre. Cor Hermans omschrijft de ontwikkeling van zijn denken trouwens treffend als ‘rationaliteit met passie’. In elk geval heeft dit het wereldbeeld van Mill dat zich na een harde ouderlijke leerschool beperkte tot een louter utilitaristische visie – en die steeds een belangrijke rol zou blijven spelen in zijn filosofisch denkkader – alleen maar verbreed. Zelfs in die mate dat hij in navolging van Kant vond dat de mens moest handelen in het belang van heel Europa, zelfs van de hele wereld. ‘Een Europeaan, die nationalisme verafschuwde’, zo omschrijft Cor Hermans Mill. Die wilde zich, zoals de auteur schrijft, bevrijden van ‘een beklemmend verleden en een stagnerend heden.’ In die zin kunnen we de Britse filosoof alvast omschrijven als een bij uitstek progressief denker die de vrijheid en de bevrijding van het onvrije individu centraal stelde zonder evenwel het belang van de samenleving te ontkennen.

Zijn band met Frankrijk was echter niet alleen van intellectuele aard. In Avignon stierf zijn geliefde Harriet met wie hij intussen getrouwd was. Hij kocht er een huis bij het kerkhof waar ze begraven lag, zodat hij dagelijks haar graf kon bezoeken. Hermans beschrijft hoe het huis van Mill tegen de vlakte ging omwille van een bouwproject in de jaren zestig en dit ondanks een snel in het leven geroepen steuncomité waarvan ondermeer Bertrand Russell en Friedrich von Hayek deel uitmaakten. Daarmee wordt nogmaals aangetoond welke brede schare aan bewonderaars met uiteenlopende filosofische inzichten Mill had. Die bewondering van Hayek, die door libertariërs als hun boegbeeld wordt beschouwd, hoeft niet te verwonderen. In tegenstelling tot wat libertariërs beweren heeft Hayek zich nooit tot het libertarisme gerekend en kwam hij op voor een systeem waarbij de minstbedeelden een vangnet van de overheid kregen. Niet zozeer uit een soort evident sociaal recht, maar eerder om utilitaristische redenen die hij met Mill deelde, alhoewel die laatste veel verder ging in de morele plicht van de overheid om tussenbeide te komen. In elk geval schreef Mill zijn belangrijkste werken waaronder het reeds vermelde On Liberty (dat hij aan zijn geliefde Harriet opdroeg) in Frankrijk.

John Stuart Mill inspireerde heel wat van zijn tijdgenoten en was lid van de liberale partij waar hij deel uitmaakte van de radicale fractie. Hij keerde zich tegen de monarchie, pleitte voor de afschaffing van de House of Lords, wilde een einde maken aan de positie van de Church of England als staatskerk (zo wilde hij de ethiek ontdoen van de religie) en kwam op voor algemeen kiesrecht. In navolging van Bentham koos hij ook de democratie als staatsvorm alhoewel Mill huiverde voor de ‘tirannie van de overheersende opinie’, iets wat vandaag opnieuw brandend actueel is met de opkomst van populistische partijen in Nederland en Vlaanderen. Verder wees hij het laissez faire-principe af en pleitte hij voor een overheid die het publieke welzijn bevorderde ‘daar waar dit de inzet van middelen vereiste die de krachten van het individu te boven gingen’. Vanuit zijn utilitaristisch en liberale mensbeeld vond hij ondermeer dat de overheid tot taak had om arbeiders die in een zwakke en onbeschermde positie verkeerden te verdedigen, om kinderarbeid uit te bannen en om onderwijs te voorzien voor de sociaal achtergestelden. ‘Het bestrijden van sociaal onrecht, puur omdat algemene beginselen van rechtvaardigheid het vroegen, werd van bijzaak tot hoofdzaak’, schrijft Cor Hermans, die daarmee wil aantonen dat ook de economische opvattingen van Mill in de loop van zijn leven dicht bij het socialisme kwamen. Deze uitspraak lijkt me te sterk. Zo keerde Mill zich nadrukkelijk tegen de theorie van het sociaal contract en de notie van een volonté générale zoals geïnspireerd door Jean-Jacques Rousseau en tegen economische planning die Saint-Simon en zijn volgelingen verdedigden.

Dat John Stuart Mill een liberaal en geen socialistisch denker was, blijkt vooral uit zijn positieve houding tegenover het individualisme. ‘Over zichzelf, over zijn eigen lichaam en geest, is ieder mens zijn eigen meester’, was een van de centrale gedachten van Mill. Daarmee plaatste hij zich diametraal tegenover het collectivisme en het egalitarisme die zo kenmerkend zijn binnen het socialistische gedachtegoed. ‘Dit individualisme had zodoende weinig van doen met egoïsme of kaal eigenbelang’, schrijft Cor Hermans. Hiermee geeft de auteur aan dat hijzelf, waarschijnlijk onbewust, de gelijkschakeling van de begrippen individualisme en egoïsme die door de tegenstanders van het individualisme bewust werd (en wordt) verspreid, heeft overgenomen. Individualisme heeft niets te maken met egoïsme. Het betekent het recht op zelfbeschikking van elke mens en is een van de meest positieve tendensen in de menselijke geschiedenis. In die zin blijft in dit boek de impact van Kant op het gedachtegoed van Mill enigszins onderbelicht. Cor Hermans schrijft wel dat zelfontplooiing een kernbegrip vormde voor Mill en dat hij hiermee aansloot bij Kants ideaal van ‘persoonlijke autonomie als het vrijwillig opleggen van (eigen) leefregels’, wat bij Mill leidde tot een soort individuele vormingsethiek. Maar het gaat verder dan dat. Zoals Kant bedoelde met zijn uitspraak ‘Du Kannst denn Du sollst’ zag Mill in dat in het begrip vrijheid een verplichting ten aanzien van de medemens verborgen zit – iets wat Kant nog diepgaander uitwerkte in zijn categorische imperatief. Het individualisme is dus een voorwaarde om te komen tot ware solidariteit. Individualisme is niet alleen opkomen voor het eigen recht op zelfbeschikking, maar ook voor dat van anderen. In die zin zijn liberalen, zoals John Stuart Mill, voorstanders van een actieve overheid die zorgt voor diegenen die weinig of geen zelfbeschikkingsrecht kennen. Vandaar de liberale pleidooien voor degelijk onderwijs voor iedereen, voor een goede sociale bescherming voor de zwakkeren in de samenleving en voor overheidsoptreden om ons milieu te beschermen ten behoeve van het recht op zelfbeschikking van de komende generaties.

Het individualisme stond bij John Stuart Mill centraal. Daarmee kan zijn gedachtegoed niet worden gekaapt door ideologieën die het individu ondergeschikt maakten (en maken) aan een collectief, een gemeenschap, een volk, een ras, een natie, een geloof, een traditie, een absolute vrije markt. Daarmee staat hij niet alleen lijnrecht tegen conservatieven en nationalisten, maar ook tegenover socialisten en libertariërs. Mill was een liberaal in de echte zin van het woord. Iemand die vrijheid en rechtvaardigheid, autonomie en solidariteit, zelfbeschikking en herverdeling op unieke wijze wist te combineren. Iemand die niet hield van het status-quo, zelfgenoegzaamheid, verstarring en populisten die alleen maar inspelen op de angst en onzekerheid van mensen. Iemand die op overtuigende wijze aangetoond heeft dat het liberale gedachtegoed door en door progressief is.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Cor Hermans, Een Engelsman in Frankrijk. Een andere geschiedenis van John Stuart Mill, Boom, 2008

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be