Constantijn de Grote: Traditie en verandering

boek vrijdag 02 november 2012

Olivier Hekster & Corjo Jansen

“Iedereen die eenzelfde wil koestert om de godsdienst van de christenen aan te houden, mag nu vrijelijk en onbeperkt, in alle rust en zonder problemen, snel daartoe overgaan.” (1) Met deze zin, als fragment uit het ‘Edict van Milaan’, kondigde keizer Constantijn de godsdienstvrijheid af. Voortaan zou het christendom een toegestane godsdienst worden. Dit is één van de verdiensten die Constantijn betekende voor het christendom en hem aldus verscheidene christelijke historici toeliet het epitheton ‘de Grote’ voor zijn naam te spelden. Deze afkondiging kan inderdaad moeilijk overschat worden. Vóór de afkondiging van de godsdienstvrijheid en vóór de bekering van Constantijn had de Kerk zich ontwikkeld tot een religieuze organisatie die zich ten aanzien van het wereldlijk gebeuren (het zogenaamde saeculum) vrijwel op de achtergrond hield. De Kerk beperkte zich namelijk louter tot enkele ruime politieke principes.

Die situatie veranderde, zoals gezegd, spoedig na het Edict van Milaan. Plotsklaps mochten christenen openlijk uitkomen voor hun geloof: “Binnen korte tijd komt het christendom ‘uit de kast’ en wordt het overal zichtbaar.” Dit betekende aldus een toenemende ‘secularisering’ of verwereldlijking van het christendom. Dat gebeurde echter niet geheel probleemloos. Nu werd de Kerk er immers toe genoopt om haar verhouding tot het ‘wereldlijke’ te definiëren en een plaats te geven in haar leer. De universele erkenning van de ene ‘Waarheid’ die Constantijn bracht, vervoegde de door Augustus tot stand gebrachte universele vrede. Eusibius, keizer Constantijns hofhistoricus – die in Constantijn de Grote: traditie en verandering vaak op de voorgrond komt –, toont zich in historisch perspectief als de grote propagandist van een ‘imperiale theologie’. In Eusibius’ ogen was Constantijn een model van het godvruchtige leven en was zijn despotisch regime een perfecte vertaling van de hemelse monarchie van God. (2) Hoe precies Constantijns opdracht om zijn oudste zoon, zijn vrouw en zijn schoonbroer te laten vermoorden in dat perspectief past, verschuift de focus van de vraag naar de rol van Eusibius zelf.

Terecht halen de auteurs van Constantijn de Grote: traditie en verandering aan dat de rol die Eusibius speelde wellicht nog belangrijker was dan die van Constantijn, namelijk “voor de manier waarop in latere tijden naar het ‘nieuwe’ christelijke Romeins rijk werd gekeken.” Ofschoon keizer Constantijn waarschijnlijk een grote en actieve rol speelde in een aantal ideologische processen, mogen we niet vergeten dat verscheidene actoren (senatoren, bisschoppen, kunstenaars,…) deze processen beďnvloedden. Meer nog, de vele mythes rondom de figuur van Constantijn waarin zaken aan hem worden toegeschreven zijn uitingen van vervormingen van zowel tijdens zijn regeerperiode als diachroon, dus met terugwerkende kracht. “Opmerkingen dat zonder Constantijn ‘de wereldgeschiedenis een andere loop genomen’ zou hebben, zijn uiteindelijk niet toelaatbaar.”

Dit boek, een bundeling van bijdragen van Sible de Blaauw, Olivier Hekster, Vincent Hunink, Corjo Jansen, Eric Moormann, Peter Nissen, Paul Stephenson en Rick Verhagen, stelt daarom rechtmatig de vraag of Constantijn eigenlijk wel een vernieuwer was. Uitspraken als “The reign of the emperor Constantine (306-337) was as revolutionary for the transformation of Rome’s Mediterranean empire as that of Augustus, the first emperor three centuries earlier”, doen vermoeden van wel. Deze uitspraak van Raymond van Dam, niet de eerste de beste historicus (University of Michigan), wordt door de auteurs gecontesteerd. Preciezer, dergelijke opvattingen worden van naderbij bekeken en kritisch onder de loep genomen. Zo worden een aantal facetten van Constantijns keizerschap belicht vanuit de onderzoeksvraag hoe hij zich verhield als scharnier tussen traditie en verandering. De invloed van keizer Constantijn wordt geanalyseerd op het vlak van het recht, de godsdienst, de kerkenbouw, de kunsten, de literatuur en de monumentalisering van Constantinopel.

Kan Constantijn gezien worden als een vernieuwer inzake rechtspraak? Hij is als wetgever bijzonder actief geweest op vlak van het familierecht. Zo maakte hij bijvoorbeeld een einde aan de gelijke positie van man en vrouw inzake echtsscheiding, in die zin dat de vrouw harder aangepakt diende te worden dan de man. Ook op vlak van vermogensrecht bracht Constantijn enkele veranderingen aan, bijvoorbeeld het verbod op het vervalbeding, die volgens de auteurs van dit boek echter geen radicale breuk was, “maar eerder een wettelijke continuering van een trend, die men reeds in het laat-klassieke recht kan ontwaren”. Kortom, net als andere Romeinse keizers verzuchtte Constantijn om zijn stempel te drukken op de geschiedenis middels de wetgeving. Toch sloot hij inhoudelijk nog sterk aan bij het klassieke Romeinse recht.

Wat de godsdienst betreft, gaf ik reeds aan dat Constantijn van grote waarde was voor het christendom. Maar door het christendom te verheven tot legitieme godsdienst en haar zo de weg te bereiden om uit te groeien tot staatsgodsdienst, haalde Constantijn zich ook veel kritiek op de hals. Hij wordt vanuit verschillende hoeken beschuldigd het verval van het ‘zuivere christendom’ in te leiden. Maar, zo geven de auteurs terecht aan, het is historisch gezien geen sinecure om de ontaarding van het christendom rechtmatig te staven. Immers, niet onder Constantijn, maar onder Theodosius is het christendom tot staatsgodsdienst verheven. Bovendien, de bekering van Constantijn na de overwinning bij de Milvische brug op zijn laatste tegenstrever, is geconstrueerd door niemand minder dan… Eusebius. “Dat rechtvaardigt minstens enig wantrouwen met betrekking tot het waarheidsgehalte van hun verhaal.” Veeleer valt ook hier te besluiten dat keizer Constantijn omging met religie zoals ook eerdere keizers dat deden: ze moest de publieke zaak en het welvaren van het keizerrijk dienen. Eén ding, echter, was nieuw: het ging om een nieuwe religie, namelijk die van Jezus Christus.

Analoog hiermee speelde Constantijn een belangrijke rol bij de bouw van de eerste generatie monumentale kerken, met als fundamenteel gegeven de introductie van de centraalbouw als creatie van de kerkbasilica. Ook hier echter moeten we alert zijn voor een ‘constantijnisering’, die de mythologisering van de keizer versterkt. Evenzo bij de invloed van Constantijn op de kunsten: zijn invloed op de stadsontwikkeling is thans nog zichtbaar. Ook de integratie van de nieuwe godsdienst naast de eerder gevestigde tradities is herkenbaar. Constantijn bracht dus zeker veranderingen aan, maar vormde geen scherpe breuklijn met zijn voor- en nakomelingen. Hetzelfde geldt voor zijn greep op de literatuur: de literaire veranderingen die plaatsvonden, geschiedden allen binnen de reeds bestaande kaders. Samenvattend kan men dus stellen dat de aanpassingen en veranderingen die Constantijn teweegbracht, met een korreltje zout genomen moeten worden, of althans sterk genuanceerd moeten worden.

Of nog, men zou kunnen stellen dat de gangbare weergave van Constantijns invloed doorgaans een te sterke vereenvoudiging is van de loop der geschiedenis. Dit boek geeft een helder inzicht en brengt een klare nuance in de invloed van Constantijn als keizer. De verhalen die zich doorheen de jaren aandikten rond het corpus van de historische feiten, worden streng geanalyseerd en het risico voor te gekleurde retrospectieve interpretaties en historici met ‘een agenda’ wordt zeer gevoelig aangetoond. De auteurs van Constantijn de Grote: traditie en verandering beseffen met andere woorden zeer goed dat de rol van de historicus niet verdrongen mag worden door extra veronderstellingen. Kortom, ook doorheen de geschiedschrijving laat rechtvaardigheid zich gelden. Dit boek draagt daartoe bij.


Recensie door Seppe Segers

Voetnoten:

(1) ‘Edict van Milaan’, in: Lanctius, De dood van de vervolgers, Hunink 2007, p. 111-112

(2) Filosofie in de Late Oudheid, Augustinus' Christelijk Platonisme, in: Antieke Wijsbegeerte: Van Thales tot Augustinus, De Ley 2009, p. 390

Olivier Hekster & Corjo Jansen (red.), Constantijn de Grote: Traditie en verandering, Vantilt, 2012

Links
mailto:seppe.segers@ymail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be