Connected!’

boek vrijdag 12 maart 2010

Nicholas A. Christakis & James H. Fowler

Ons grootvader had het moeten meemaken, volwassen mensen met een toffe job ergens op kantoor, die tijdens de lunch voor hun pc blijven zitten om hun koeien te melken, hun tarwe binnen te halen en een handvol eieren te rapen. “Als ze dan toch zo graag boer willen zijn,” had de man wellicht opgemerkt, de pet over de ogen getrokken, zijn handen diep in de zakken en het zelf gerolde peukje bungelend aan de onderlip, “dan mogen ze best eens tot hier komen, mijn varkensstal moet nog uitgemest worden”.

Farmville, de Facebook-applicatie die op een goeie zeven maanden tijd bijna honderd miljoen spelers heeft verleid en daarmee het succesvolste computerspel aller tijden is geworden, is een fenomeen. Niet alleen kun je op je lapje grond zowat alles verbouwen wat je hartje lust, met de winst kun je nadien ook schapen kopen, of een trekpaard, om nog te zwijgen over die fel begeerde ‘brown goose’ natuurlijk, of een ‘golden duck’ die je in je vijvertje kunt laten ronddobberen. Het leuke aan het spel is niet allen dat het fel contrasteert met het doordeweekse computerspel dat erop gericht is zoveel mogelijk vijanden om te leggen, maar dat je ook gestimuleerd wordt om je Facebook-vrienden uit te nodigen om je buren te worden, waarna je hen dagelijks met cadeautjes kunt overstelpen.

Of het nu MySpace, Twitter, Netlog of Facebook is, het draait allemaal om hetzelfde: contact houden met je vrienden, hen inlichten waar je mee bezig bent en hetzelfde te weten komen van hen. En ook al doen we graag alsof dat heel revolutionair is, als we Nicolas Christakis en James Fowler mogen geloven is het gewoon nieuwe wijn in oude zakken. De technologie is anders natuurlijk, maar wat zijn die sociale netwerksites meer dan manieren om je sociale netwerk te beheren, iets wat we al doen sinds we als jagers-verzamelaars achter een oeros aangingen, deze net aan onze werpspeer zagen ontsnappen maar gelukkig in het hol van een stel vrienden terecht konden voor een taaie hap?

In Connected! tonen Christakis en Fowler aan dat sociale netwerken veel belangrijker voor ons zijn dan we vermoeden. “Zoals hersenen dingen kunnen doen die een zenuwcel in zijn eentje niet kan,” verduidelijken ze hun stelling, “zo kunnen sociale netwerken dingen doen die iemand in zijn eentje niet kan.” De toekomst - net zoals het verleden trouwens - is aan het sociale netwerk, aldus de auteurs, en niet aan het individu of het collectief. Het sociale netwerk situeert zich ergens tussen deze twee in en het is van daaruit dat zowel het individu als hert collectief zijn inspiratie halen.

Dat we vandaag de dag niet veel meer aankunnen met categorieën als Belgen, arbeidersklasse, vrouwen en zwarten om de maatschappelijke dynamiek en onrechtvaardigheid te duiden begint steeds verder door te dringen. Die zijn immers veel te grof om er de finesse van onze huidige samenleving mee te vatten. Als je je job verliest, kun je dat wel wijten aan de maatschappelijke klasse waartoe je behoort, aan je studieniveau of aan je huidskleur, maar het is misschien wel via je sociaal netwerk dat je een nieuwe baan vindt. Daaruit meteen besluiten dat de collectiviteit niet bestaat en dat er alleen maar individuen zijn gaat dan weer iets te ver. We leven immers niet alleen, maar wel in een gezin, met vrienden en kennissen. We hebben collega’s, oude schoolmakkers en misschien wel een paar ex-en, en allemaal oefenen ze invloed op ons uit. We zijn dus wezens die, net zoals vlooiende apen en likkende koeien, in een sociaal netwerk zitten. In feite, zo zou je kunnen zeggen, brengen Christakis en Fowler zowel het collectieve als het individuele terug naar de wereld.

Om aan te tonen hoe doordrongen onze maatschappij wel is van sociale netwerken overlopen de auteurs zowat alle facetten van het openbare leven, van vriendschap en liefde, over psychiatrie en geneeskunde tot economie en politiek. Neem nu bijvoorbeeld emoties. Niets zo individueel als dat denken we romantischerwijs graag, maar wie al eens met vrienden naar een voetbalwedstrijd geweest is, beseft dat je emoties sterk beïnvloed worden door je omgeving. Evolutionair gezien helpen die emoties ons zelfs overleven, doordat ze de interpersoonlijke binding versterkten, ons gedrag synchroniseren en bijdragen tot het snel en bondig communiceren van informatie. De blik van een vriend die net een bruine beer van achter een boom heeft zien opduiken zegt meer dan duizend woorden, zo weten we allemaal.

Een sociaal netwerk bouwen we bijna automatisch uit en met alleen maar positieve zaken voor ogen. We willen vrienden, geen vijanden, en het beoogde resultaat is dat we er ons beter bij voelen, ook al is dat niet altijd het geval. In feite is een sociaal netwerk immers een katalysator, die het positieve positiever maakt en het negatieve negatiever. Wanneer je je geluk kunt delen met anderen word je vanzelf nog gelukkiger, maar wanneer je netwerk getroffen wordt door paniek - bijvoorbeeld omwille van de Mexicaanse griep of de financiële crisis - merken we dat die paniek er alleen maar groter door wordt.

Een ander hallucinant voorbeeld van de manier waarop een sociaal netwerk versterkend kan werken is de zelfmoordcluster. Het gemiddelde zelfmoordcijfer in de Canadese provincie Manitoba bedraagt 14,2 gevallen op 100.000 inwoners. In 1995 steeg het in een dorpje van 1500 inwoners in het verre noorden echter naar 400 op 100.000. In vier maanden tijd beroofden zes jonge mensen zich van het leven en nog eens negentien deden een poging daartoe. Besmetting gebeurt bij zelfmoord traditioneel op twee manieren. Er is kopieergedrag aangestuurd door de media-aandacht die de zelfmoord krijgt - of door een boek, denken we maar aan Goethes Die Leiden des jungen Werther dat een heuse zelfmoordepidemie veroorzaakte.

De tweede besmettingswijze loopt via het sociale netwerk. Niet dat de vrienden van een zelfmoordenaar zich massaal gaan ophangen, nee, het verloopt veel subtieler, en ook niet direct van vriend tot vriend. Door iemands zelfmoord begint zijn netwerk erover te praten, er ontstaat begrip en geleidelijk aan zelfs het idee dat de dood een waardig alternatief is voor het leven. De mentaliteit verandert, en als dat maar lang genoeg doorgaat verandert ook de hele cultuur. Het zal wel geen toeval zijn, aldus Christakis en Fowler, dat tussen 1950 en 1990 het aantal geslaagde zelfmoordpogingen bij jongeren gestegen is van 4,5 per 100.000 tot 13,5 per 100.000, en dat tijdens diezelfde periode het aantal zelfmoordfilms van een naar acht procent is gestegen. In plaats van te panikeren bij de cijfers over het toegenomen aantal zelfmoorden, dienen we gewoon te beseffen dat de culturele aanvaarding van zelfdoing gegroeid is.

Waar sociale netwerken vroeger op fysieke contacten berustten en dus kleiner waren qua spreiding en aantal vrienden heeft Facebook die contacten virtueler en frequenter gemaakt. We kunnen duizenden vrienden hebben verspreid over de hele wereld en we kunnen hen een paar keer per dag laten weten waar we mee bezig zijn. Tot zo ver geen probleem. Dat ontstaat echter wanneer we ons overgeven aan een virtueel sociaal netwerk zoals Second Life en het onderscheid tussen realiteit en fictie niet meer kunnen maken. Dat is wat bijvoorbeeld Amy Taylor overkwam. In 2003 ontmoette ze David Pollard in een internet chatroom. Het contact verliep zo goed dat het koppel twee jaar later besloot te gaan trouwen, in het echt natuurlijk, maar ze gaven ook een grandioos huwelijksfeest op Second Life.

Na verloop van tijd kreeg Amy in de mot dat er iets schortte aan haar David. Hij was niet weg te slaan uit Second Life en daarom huurde ze een virtuele privé-detective in die erachter kwam dat de avatar van David het aanlegde met de avatar van een andere vrouw, een prostituee nog wel. Het resultaat was een echtscheiding, en ook al had David haar in deze wereld nooit bedrogen, toch omschreef Amy de reden voor haar echtscheidingsaanvraag als “overspel”, wat een geval was van de pot en de ketel die elkaar zwart maken natuurlijk aangezien zij inmiddels een relatie opgebouwd had met iemand die ze op World of Warcraft had leren kennen. We zien het eerlijk gezegd op Farmville nog niet direct gebeuren.


Recensie door Marnix Verplancke



De gulden regels van het sociaal netwerk:

1) Soort zoekt soort. Een sociaal netwerk wordt je niet opgedrongen van buitenaf, maar dat vorm je zelf, en wel op basis van de mensen met wie je over belangrijke onderwerpen praat. En dat zijn er niet veel, gemiddeld zelfs maar vier, waarbij 12% zegt zijn geheimen met niemand te delen en 5% over acht intieme vrienden beschikt.

2) Wij worden gevormd door ons sociaal netwerk, waarbij het belangrijk of je in dat netwerk centraal staat of perifeer. Een kind van gescheiden ouders zal bijvoorbeeld anders functioneren binnen zijn netwerk, veel zelfstandiger en in de rol van de boodschapper tussen de twee ouders, dan een waarvan moeder en vader nog samen zijn. En het zal daardoor ook een centralere plaats innemen

3) De leden van ons sociaal netwerk hebben en duidelijke invloed op ons. Zij zijn immers degenen waarmee we het vaakst in contact komen en die we vertrouwen. Dat dit ook onbewust werkt bewijst het feit dat wie met een grote eter aan tafel zit, automatisch zelf ook meer eet.

4) Ook de vrienden van onze vrienden hebben een invloed op ons. Stel dat Amber aan boulimia lijdt en dag na dag dikker wordt. Haar vriendin Beatrijs zal daarom nog niet metten ook een dikkertje worden, maar haar mentaliteit zal er wel lichtjes door veranderen, waardoor ze minder kritisch zal staan tegenover de steeds meer etende Carine. Amber heeft dus onrechtstreeks invloed op de eetgewoonten van Carine en het resultaat is een Amerikaanse vetzuchtepidemie.

5) Een sociaal netwerk leidt een eigen leven. Wie focust op een lid van het netwerk snapt diens acties niet. Het is pas in een grotere context dat ze betekenis krijgen. Het is als kijken naar een man die zit te stomen achter het stuur van zijn auto. Om werkelijk te beseffen wat er met hem loos is moet je uitzoomen op de kolossale file waarin hij al een paar uur vast zit.

Nicholas A. Christakis & James H. Fowler, Connected!, Balans, 349 p., 2009, 19,95 euro

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be