Rijstpap, tulpen en jihad

boek vrijdag 30 april 2004

Lucas Catherine

Lucas Catherine (Luc Vereertbrugghen) is een gedreven man. Vanaf zijn tweŽentwintigste maakte hij de ene na de andere studiereis naar landen met een Arabische cultuur. In de jaren tachtig woonde hij met zijn vrouw in Soedan, Marokko en Tanzania voor telkens meer dan een jaar. Voor de rest woont hij met zijn gezin in Schaarbeek, tussen de Marokkaanse en Turkse gemeenschap. Hij schreef meer dan een dozijn boeken, waarin hij telkens de verdediging van de Palestijnen en Arabieren op zich neemt, maar wel kritiek uit op de conservatieve, moslimfundamentalistische uitwassen zoals in Iran sinds 1979.

In zijn boek Rijstpap, Tulpen en Jihad vertelt hij over de relaties tussen de Nederlanden enerzijds en Arabieren en Turken anderzijds sinds de achtste eeuw. De eerste contacten zijn dus veel ouder dan de akkoorden van 1964, die Turkse en Marokkaanse gastarbeiders naar hier lieten komen. Karel de Grote wou een groot rijk uitbouwen, maar stootte in het zuiden bij Roncesvalles op Arabieren en Basken. Zijn voorganger Karel Martel had in 732 de Arabische invallers kunnen tegenhouden bij Poitiers. Karel sloot dan maar vrede en stuurde tweemaal een gezantschap naar Bagdad: van 797 tot 802 en van 802 tot 807. Het duurde telkens vijf jaar voordat de gezanten terug waren, met geschenken, ondermeer een witte olifant.

Over de diverse kruistochten tussen 1096 en 1270 heeft Lucas Catherine geen goed woord over en dat is ook begrijpelijk. Het enige positieve aspect ervan was dat het Westen zoveel overnam van de Arabieren en Turken en dat de deelnemers uit onze gewesten die dingen ook mee naar hier brachten. Bij de nieuwigheden hoorden ondermeer windmolens, postduiven, epileren, schaken en heraldische symbolen. De naam Ďschakení komt bijvoorbeeld van sjah, Perzisch voor koning. Schaakmat betekent dan: de koning is dood. Onze bouwkunst werd beÔnvloed, onder andere met steen (in plaats van hout) en spitsbogen. En ook onze keuken met peperkoek, een Chinese vondst, waarvan men later speculaas maakte. Nog belangrijker was de intellectuele bijdrage aan onze cultuur: zoals de filosofie van AverroŽs, de mystiek, cijfers, cartografie, geneeskunde, hospitalen en heelkunde. Catherine sleept er ook de universiteit van Bologna bij, maar die bestond al in 1088 in plaats van in 1190, dus vůůr de Kruistochten.

Na de Kruistochten leerden we ook nog veel Arabische of Turkse stoffen en levensmiddelen kennen, waarschijnlijk via Italiaanse handelaars in Brugge zoals katoen (qatun), leer, rijst (ruz), suiker (sukkar), snorren, tulpen, koffie en tafeltapijtjes. Over pasta en ravioli heeft de auteur ook een heel verhaal. Marco Polo zou ze niet uit China meegebracht hebben, maar de Italianen namen de lekkernijen over van de Arabieren, die ze op hun beurt kenden van Turks - Mongoolse volkeren. De Italianen introduceerden hier ook de Arabische cijfers, de cheque (sukha) en de wisselbrief. Papier, een Chinese vondst, kenden we al via de bedevaarten naar Compostela. Brugge was in de Nederlanden de stad waar de Arabische en Italiaanse invloeden het meest voelbaar waren. Lucas Catherine beweert dat kunstaars als Jan Van Eyck, Dirk Bouts en Rogier Van der Weyden spiegels en lenzen gebruikten, die van Arabische origine waren; ze kenden volgens hem de Opticae thesaurus, het handboek van Ibn Haitham ( + 1039 ), dat in de abdij van Ten Duinen aanwezig was.

De volgende contactpersoon is Karel V (1500-1555). Hij vocht tegen de Turken in Noord-Afrika, hij liet een afgezette sultan van Tunis naar Brussel komen, om hem nadien terug op de troon te zetten in 1535. De Vlaamse en Nederlandse soldaten die met Karel V optrokken naar AndalusiŽ en Noord-Afrika, brachten rijstpap en rijsttaart mee naar hier, twee gerechten met roots in Bagdad. Ze verschenen al vlug op de schilderijen van boerenbruiloften van Bruegel. Een tijdgenoot van Karel V was Nicolas Cleynaerts uit Diest (1493-1542). Deze geleerde ging op zijn eentje naar Spanje, Portugal en Marokko, ondermeer om Arabisch te leren. Helaas keerde hij nooit terug. Desondanks besluit Lucas Catherine dat de studie van het Arabisch in onze gewesten toen is begonnen. Na hem werden nog andere Vlamingen door Karel V of keizer Ferdinand als vredesgezant naar de Turkse sultan gezonden: Cornelis De Schepper en Pieter Coecke (schoonvader van Bruegel) in 1533, Ogier van Boesbeke (bij Komen) rond 1560. Boesbeke bezorgde ons de tulp, lila of sering, kastanje, jasmijn en een mooie beschrijving van de Turkse cultuur en gewoonten in het Latijn: ĎLegationis Turcicae epistolae quattuorí. Lucas Catherine weidt ook uit over de emigratie van vele belangrijke Zuidelijke Nederlanders naar het Noorden na 1585 en de handel die ze vanuit Amsterdam via de V.O.C. verder zetten met de Turken in Noord-Afrika en AziŽ. Eťn van de resultaten was de overname in de 17de eeuw van koffiehuizen en van het woord ďmokkaĒ voor kwaliteitskoffie ; het is afgeleid van de havenstad Mocha in Jemen.

Pas tijdens Leopold II haalde BelgiŽ zijn achterstand op Nederland weer enigszins in. In Oost-Kongo ontstonden contacten met de Arabieren van Zanzibar. Het eerste wapenschild van Kongo Vrijstaat was in het Arabisch. Tijdens de Eertse Wereldoorlog gingen in BelgiŽ stemmen op om Palestina te koloniseren. Zo wou Albert I in de voetsporen treden van Godfried van Bouillon en van Leopold II en de Belgische investeringen in het uitstervende Ottomaanse rijk beschermen. Lucas Catherine beweert dat de Belgische ambities tot 1917 reŽel waren. Hij vergeet dan dat Britten en Fransen met hun Sykes-Picot-verdrag van 1916 de koek al lang onder elkaar verdeeld hadden, met Palestina voor de Britten. Bij de Tweede Wereldoorlog stelt hij dat het Franse leger, dat ons in 1940 kwam helpen bij Gembloux, voor het gros uit Marokkanen en Algerijnen bestond; zij zouden de Duitse opmars tijdelijk gestopt hebben. Ze vochten ook mee in Noord-Afrika en bij de bevrijding van Frankrijk en van Duitsland vanaf 1944. 8.000 Marokkanen sneuvelden in Europa. In 1964 ten slotte sloot BelgiŽ een conventie met Turkije en Marokko, om gastarbeiders naar hier te halen. Momenteel leven er 180.000 Marokkanen in BelgiŽ, van wie 74.000 de Belgische nationaliteit hebben. Over hun huidige inbreng in onze economie, politiek en maatschappij zegt hij niets.

In zijn epiloog stelt Catherine dat Noord-Afrikanen en Turken meer bijgedragen hebben aan de Europese cultuur dan de tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Hij somt die erfenis nog eens op en waarschuwt voor een herkerstening van Europa : ďprogressief Europa heeft minder te vrezen van een Marokkaans of Turks lidmaatschap dan van de toetreding van Polen, OekraÔne en hun kleine buren.Ē Deze waarschuwingen lijken mij overbodig, want in de nieuwe grondwet van de Europese Unie mag het woord christendom zelfs niet opgenomen worden.

Lucas Catherine schrijft zeer onderhoudend, maar niet altijd gestructureerd; hij wandelt een beetje van de ene anekdote naar de andere. Hij gaat ook voorbij aan de gedwongen bekeringen van christenen en joden in gebieden die veroverd werden door Arabisch-islamitische legers in naam van de koran: ďbestrijdt hen die niet geloven in God, totdat zij de islam aannemen.Ē Hij zwijgt ook over de vele kerken en synagogen die omgebouwd werden tot moskeeŽn of afgebrand werden. Hij heeft het ook niet over het huidige terrorisme en de vele vormen van intolerantie bij huwelijken met niet-moslims, tegenover homoís, tegenover christelijke volksgenoten in Soedan of Kosovo, de beperkte godsdienstvrijheid in islamitische landen en de jihad die in de titel voorkomt.


Recensie door Jef Abbeel

Lucas Catherine, Rijstpap, tulpen en jihad, EPO, 2004, 192 blz.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be