De Europese Revolutie

boek vrijdag 23 oktober 2009

Christopher Caldwell

Ergens in de jaren vijftig of zestig, zo argumenteert Christopher Caldwell, beslisten kleine groepjes Europese leiders, uit de politieke wereld of het zakenleven, in ieder geval een minuscule elite, dat het een goede zaak zou zijn mochten er tijdelijk goedkope arbeidskrachten overkomen. De traditionele leveranciers van migranten (zoals Italië) kwamen niet langer in aanmerking en er moest verder worden gezocht. Iedereen, ook de ‘uitverkorenen’, gingen ervan uit dat dit een tijdelijke aangelegenheid zou zijn. In sommige gevallen, zoals in West-Duitsland, stond dat zelfs in de wet geschreven: de Turkse en andere gastarbeiders konden een contract van twee jaar afsluiten en moesten dan terugkeren. Maar de werkgevers zagen de rompslomp van telkens nieuwe aanwervingen niet zitten, dachten kosten te besparen en de wet werd aangepast. De tijdelijke migratie werd gaandeweg permanent. De beperkte migratie werd een golf van migratie.

Op geen enkele moment, in geen enkel Europees land, is die migratie ooit aan de bevolking voorgelegd. Op geen enkel moment heeft de publieke opinie achter die migratie gestaan. Integendeel, de bevolking was doorgaans in meerderheid tegen. Slechts 19 procent van de Europeanen – het is een van vele statistieken in het boek - vindt migratie een goede zaak. Ze werd gedoogd, ze werd onvermijdelijk genoemd, ze werd als moreel juist en vooral als economisch nuttig voorgesteld, omdat er beroepen waren waarvoor autochtonen niet langer belangstelling toonden, of omdat het geboortecijfer te laag werd om de sociale zekerheid in stand te houden, of, zoals in Groot-Brittannië, omdat er onvoldoende dokters en verplegend personeel waren en die vacatures vanuit het buitenland werden gevuld.

De eerste generatie van deze niet-Europese migranten was geneigd qua kledij en gedrag zo Europees mogelijk te worden. Maar ongeveer tegelijkertijd begonnen Europeanen zelf tegen ijltempo het begrip Europees te veranderen. Wat de ene dag nog essentieel leek, werd de volgende dag geridiculiseerd (een kritiek op de generatie ’68 wordt in het boek niet expliciet gemaakt maar het scheelt niet veel). Zelfs de welwillende migrant raakte het noorden kwijt, en na gezinshereniging en religieuze radicalisering bleken die migranten van de eerste of de volgende generaties ineens een levensbedreigend probleem voor Europa.De landen van herkomst waren ineens niet zomaar landen meer, ze werden moslimlanden genoemd. En mensen herinnerden zich weer dat moslims de erfvijanden van Europa waren, de bestaansreden van Europa, want zonder Mohammed geen Karel de Grote, zonder islam als externe vijand geen Europa.

Door de band zoeken migranten een beter bestaan in een land dat hen tot op zekere hoogte perspectief biedt of doet dromen. Migranten, Aziaten in Nieuw-Zeeland, Mexicanen in de VS, Oost-Europeanen in Australië, leren uit eigen beweging de taal, soms al voor ze verhuizen. De moslimmigratie verschilt in die zin dat deze migranten belanden in gebieden die ze eigenlijk, en in meerderheid, verachten. Het is alsof West-Europa in volle koude oorlog een grote golf van Oost-Europese migranten zou hebben ontvangen die niet goed wisten welke kant ze in dat conflict zouden kiezen. Dat is volgens Christopher Caldwell de kern van het probleem: de moslimburgers, een steeds grotere groep binnen Europa, zijn niet langer geneigd zich aan te passen aan de samenleving die daar voor hen was, ze vinden dat ze zichzelf kunnen en moeten blijven, ook al is het evident dat aanpassing betere economische resultaten zou geven. Er bestaat een term voor mensen die naar een land trekken en willen dat het land zich aan hen aanpast eerder dan andersom, schrijft hij: en dat is niet migratie maar kolonisatie.

Die attitude is mogelijk omdat West-Europa – dat is de tweede pijler van de Europese doem die Caldwell ontwaart - zijn geloof in zichzelf is kwijtgeraakt. Alle culturen zijn gelijkwaardig, het zou arrogant zijn van iemand te eisen dat hij of zij zichzelf verregaand aanpast, nationalisme leidt tot fascisme, trouwens diversiteit is goed. West-Europa zit ook met schuld-, schaamte- en andere complexen tegenover de nieuwkomers. Die schuld en schaamte worden soms geassocieerd met de kolonisatie maar is evengoed aanwezig in landen zonder koloniaal verleden, zoals Zweden. Europa worstelt met een soort erfzonde, het wil eindelijk ontwaken uit de bloedige nachtmerrie van de geschiedenis, het torst het morele gewicht van het leed in de wereld, terwijl de rest van de wereld veel minder problemen heeft met bloedige geschiedenis. Heel lang werden autochtonen in hun kritiek op migratie gesust door politici en opinieleiders die vonden dat ze begrip moesten opbrengen voor de uitwassen van migratie. Die uitwassen waren onvermijdelijk, zoals de migratie dat eerder was.

De interactie tussen aan de ene kant de steeds strakkere, conservatievere moslimgemeenschap, en de lakse, sussende autochtonen, leidt tot het verlies van een aantal westerse verworvenheden, als daar zijn vrijheid van meningsuiting (er ontstaat zelfcensuur uit schrik voor represailles van moslimgroepen), privacy, scheiding kerk en staat (het aantal politici dat uitspraken doet over de vreedzame natuur van de islam is niet op de vingers van twee handen te tellen, terwijl, zoals Caldwell aangeeft, politici niet theologisch geschoold zijn en al helemaal geen mening over religie horen kenbaar te maken), de tolerantie, ooit een sleutelterm van Europees denken, wordt uitgehold, Europese burgers keuren repressieve wetten goed omdat ze bang zijn voor wat de moslims binnen hun grenzen uitspoken, en en passant maakt antisemitisme, via de migranten, een grote sprong voorwaarts.

De islam wordt, gedeeltelijk uit vrees, gedeeltelijk uit verkeerd begrepen tolerantie, met fluwelen handschoenen aangepakt. Mensen, linkse intellectuelen, blijven maar hopen op het ontstaan van een Europese, seculiere, tolerante vorm van islam, maar die blijft uit. “Een van de belangrijkste wapens die de achttiende-eeuwse verlichting bij haar aanvallen op het christendom hanteerde, was het belachelijk maken ervan. Maar terwijl Europeanen blijven hopen dat moslims de lessen van Voltaire zullen leren, doen ze tegelijkertijd hun uiterste best om de islam af te schermen tegen de methodes van Voltaire. Het belachelijk maken van de islam wordt verward met xenofobie en racisme. Van mensen die de islam niet zien zitten, wordt verwacht dat ze genoegen nemen met schoppen tegen het dode paard van het christendom, in de hoop dat moslims inductief denkend tot de conclusie komen dat de aldus vastgestelde algemene wetmatigheden ook voor hun religie gelden.”

Er staat, als er niet wordt ingegrepen, Europa een van twee toekomstmodellen te wachten. Ofwel wordt het een nieuwe Verenigde Staten (wat paradoxaal zou zijn, want Europa onderscheidt zich graag en steeds vaker en feller van de VS). Karakteristiek voor de VS is, in tegenstelling tot wat men denkt, niet de grote diversiteit in de smeltkroes maar de zachte zij het hardnekkige dwang om zich achter de vlag te scharen. Amerikanen mogen best twee identiteiten koesteren als ze maar weten welke identiteit het belangrijkst is. Wie niet kiest voor Amerika, valt ook economisch uit de boot. Het andere model is het Ottomaanse Rijk, waarin minderheden een grote autonomie kregen, maar er zo goed als geen overkoepelend maatschappelijk geheel was. Het Ottomaans project, stipt Caldwell aan, eindigde met de Armeense genocide.

Het boek van Caldwell is aangename, geïnspireerde maar tegelijk irriterende lectuur. Irriterend omdat er enkele foutjes en fouten zijn ingeslopen (sinds wanneer is Henri Pirenne een Franse historicus?), maar vooral omdat de auteur, zoals hij zelf aangeeft, de ‘mitsen en maren’ grotendeels heeft geëlimineerd. Hij springt van West-Europa naar Europa, van Turken over Pakistanen naar Marokkanen, van eerste generatie naar meerdere generaties, fundamentalisten en anderen, zonder dat altijd duidelijk te maken, en zonder algemene beweringen te nuanceren. Hij had ook wel iets meer over de misschien schaarse succesverhalen van de migratie kunnen berichten. Zoals het nu voorligt is het boek wat het volgens de auteur niet wil zijn: alarmistisch.

Het voordeel van het boek is dat een Amerikaan, in principe pro-migratie, al bij al goed ingelicht over Europa, een vrij coherent beeld biedt van wat volgens hem het probleem van Europa is en daardoor, als relatieve buitenstaander, heldere, controversiële discussiestof biedt. Hij toont dat bijna alle Europese landen ten gronde met dezelfde problemen kampen, dezelfde soorten falende oplossingen uitproberen (iedere overheid onderneemt pogingen om een officiële vertegenwoordiging van de islam te creëren), maar dat ze dikwijls andere verklaringen hebben voor het falen van hun remedies. In landen met gewezen kolonies wordt dat koloniaal verleden aangehaald als een van de probleemelementen (en een van de redenen waarom migratie mogelijk moet zijn), terwijl een Duits rapport er juist op wees dat de afwezigheid van een koloniale traditie de verhouding met de migranten moeilijker maakte.

Ook: hij legt uit hoe in de migratie naar Europa economische en morele categorieën steeds verward werden. Is de migratie er voor de migranten of voor het land waar ze heen trekken? Is er een algemeen recht van buitenlanders om een land binnen te komen? Iedereen roemt diversiteit maar bijna niemand wil echt in diversiteit leven, de nieuwkomers hokken samen, en autochtonen vinden ook troost in de dingen die gelijk blijven, maar die hen langzamerhand ontglippen. Zweden willen graag allemaal hetzelfde zijn, citeert Caldwell, ze vinden het aangenaam te weten dat iedereen op donderdag erwtensoep eet. (dat kan natuurlijk ook een beklemmende gedachte zijn).

Caldwell ziet het continent als globaal gedoemd, maar hij geeft niet veel alternatieven om aan die doem te ontkomen. Hij vindt de aanpak van Sarkozy en breder van Frankrijk behartigenswaard. Hij vindt dat Europa meer op zijn strepen moet staan (maar is het niet de essentie van Europa in de eenentwintigste eeuw dat die strepen er niet zijn, of toch niet duidelijk?). ‘Immigratie,’ schrijft hij, ‘maakt sterke landen en culturen sterker, maar de zwakkere broeders kunnen erdoor verpletterd worden.’


Recensie door Rudi Rotthier



Deze recensie verscheen in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen van 9 september 2009



Christopher Caldwell is een Amerikaanse journalist die reportages en opiniestukken maakt voor bladen als ‘The Financial Times’, ‘Slate’ en ‘The New York Times’. Zijn werkgever is ‘The Weekly Standard’, het lijfblad van de neoconservatieven, gefinancierd door Rupert Murdoch, maar Caldwell zwemt niet mee in die neoconservatieve stroming. Hij schaart zich eerder in het slipzog van filosoof en pamflettenschrijver, Edmund Burke. De Engelse titel van zijn boek verwijst trouwens naar Burkes ‘Reflections on the Revolution in France’, een verdediging van traditie, van God, koning en vaderland, tegenover revolutie, internationalisme en universele rechten, en een vroege waarschuwing voor de terreur die zou komen. Caldwells boek is ook op een andere manier vergelijkbaar met dat van Burke. De Franse revolutie was een onomstotelijk gegeven toen Burke zijn pamflet publiceerde, moslims in Europa zijn een gegeven op het moment dat Caldwell daartegen waarschuwt.

Christopher Caldwell, De Europese Revolutie. Hoe de islam ons voorgoed veranderde, Ambo, 2009, 390 blz.

Links
mailto:rudi@itknowledge.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be