Murder in Amsterdam

boek vrijdag 09 maart 2007

Ian Buruma

In 1975 besloot Ian Buruma om Nederland de rug toe te keren. Zijn geboorteland was te bekrompen en te conformistisch voor een intellectueel met een internationale horizon. Jarenlang bestudeerde hij als journalist en historicus de Chinese en Japanse cultuur. Ook hield hij zich bezig met de rol van geschiedenis, in het bijzonder de verwerking van traumatische ervaringen, in hedendaagse publieke debatten. In 2004 schreef hij samen met de IsraŽlische filosoof Avishai Margalit een spraakmakend essay over de manier waarop moslims kijken naar de westerse cultuur. Nu is Buruma dus (even) terug. Met zijn boek Murder in Amsterdam. The Death of Theo Van Gogh and The Limits of Tolerance probeert hij Nederlanders aan het denken te zetten over hun maatschappij. Vooral het verloop van politieke debatten wordt onderzocht. Naast een striemende kritiek op Nederlandse politieke cultuur aan het begin van de 21ste eeuw komt hij ook met een suggestie die veel stof zal doen opwaaien: moslims kunnen hun religieuze band met de islam blijven cultiveren ťn integreren in een liberale westerse democratie. Sterker nog, het behoud van religieuze inspiratie is het enige dat moslims in het westen kan behoeden voor fundamentalisme. De titel en de opzet van het boek zorgen er voor dat deze onderliggende boodschap subtiel naar voren wordt gebracht en bijgevolg aan de aandacht van velen dreigt te ontsnappen.

De maanden na de publicatie van het boek hebben de explosiviteit van het boek bevestigd. Buruma gaat hierbij niet helemaal vrijuit. Zijn manier van onderzoek voeren was soms ronduit slordig en personen die in het boek worden vernoemd, hebben zich beklaagd over de manier waarin ze in het boek worden geciteerd of aangehaald. De auteur laat soms ook uitschijnen dat hij bepaalde uitspraken persoonlijk heeft opgetekend terwijl het eigenlijk ging om uitspraken die de personen in kwestie hadden gedaan op televisie enkele jaren voordien. Ook internationaal heeft het boek ondertussen al heel wat stof doen opwaaien. Vooraanstaande intellectuelen zoals Timothy Garton Ash en Pascal Bruckner hebben het boek geanalyseerd en becommentarieerd. Volgens de ene is het boek een goede analyse van de hedendaagse Nederlandse politiek (Ash), volgens anderen is het een idealistische hersenspinsel van een politiek correcte intellectueel (Bruckner).

Over de reactie op het boek kunnen twee dingen worden gezegd. Ten eerste had Buruma er inderdaad voor moeten zorgen dat de personen die hij citeert correct worden aangehaald. Dit is zowel wetenschappelijk als journalistiek een belangrijke lacune in het boek. Ten tweede is het opmerkelijk dat de controverse rondom het boek in grote mate een belangrijke stelling uit het werk onderschrijft: een normaal debat over de islam in Nederland is al lang niet meer mogelijk zonder dat er op de man wordt gespeeld. Bepaalde critici schreven dat Buruma het boek heeft geschreven om de financiŽle kosten van zijn echtscheiding te kunnen betalen. Met dit soort reacties is niemand gediend. Daarom is het belangrijk om twee dingen van elkaar te scheiden: de manier waarop Buruma zijn boek heeft samengesteld enerzijds en de centrale boodschap die hij de lezers probeert mee te geven anderzijds. Zoals al aangehaald is zijn centrale boodschap dat de islam wel degelijk verzoenbaar is met de liberale democratie. Het is op dit tweede aspect dat ik mij zal richten in deze recensie. Het is een boodschap die bovendien niet alleen relevant is voor Nederland maar ook voor BelgiŽ en andere westerse landen. Het paradigma van de botsing tussen culturen moet worden tegengegaan.

Vier personen krijgen in het boek van Buruma een hoofdrol toebedeeld. Het gaat om Pim Fortuyn, Theo Van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Mohammed Bouyeri. Hoofdzakelijk op basis van interviews probeert hij in vier afzonderlijke hoofdstukken een beeld te schetsen van de achtergronden en de motieven van deze vier actoren. Opvallend is de rol die de auteur toekent aan omgevingsfactoren. Telkens probeert Buruma het gedrag van zijn hoofdpersonages te verklaren aan de hand van hun omgeving. Het resultaat is boeiende lectuur over de achtergronden van de personen in kwestie. De lezer krijgt echter ook meermaals de indruk dat de vier protagonisten zijn weggelopen uit een naturalistische roman van Emile Zola. Of dit het gevolg is van de journalistieke methode of van een biologisch gedetermineerd mensbeeld is niet duidelijk.

Sinds de beginjaren van de Nederlandse Republiek worden politieke beslissingen genomen door een kleine elite van regenten. Deze politieke structuur kende zijn hoogtepunt in de verzuilde Nederlandse samenleving tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de zogenaamde verzuilde samenleving. Kenmerkend voor de Nederlandse politiek van de laatste jaren is dat er geprobeerd is om de integratie van moslims te doen verlopen via de traditionele instelling van de verzuilde samenleving en haar regentencultuur. Anno 2007 bestaat er een algemene overeenkomst tussen Nederlanders dat dit project mislukt is. Zowel rechtse als linkse denkers geven toe dat het migratiebeleid niet goed verlopen is. Als belangrijkste oorzaak wordt er gewezen naar het halsstarrig vasthouden aan de structuren en de politieke cultuur uit het verleden. Deze kritieken vinden we ook terug in het boek van Buruma. Hij is absoluut geen voorstander van de regentencultuur. Het staat bij hem synoniem voor een zoutloos intellectueel klimaat. Het was ťťn van de redenen waarom hij in het midden van de jaren zeventig Nederland de rug toekeerde. In dit opzicht staat hij positief ten aanzien van Fortuyn, Van Gogh en Hirsi Ali. Zij slaagden er in om de traditionele regentencultuur te doorbreken. Ze schudden de steriele Nederlandse politiek door elkaar met een heropleving van een debatcultuur.

Alle drie worden ze beschreven als liberale voorvechters van het vrije woord die in opstand kwamen tegen het saaie Nederlandse establishment en het politiek correcte klimaat van het multiculturalisme. Dit is een aspect dat door de Franse filosoof Bruckner en anderen over het hoofd wordt gezien. Buruma haalt in zijn boek niet ťťnzijdig uit naar Hirsi Ali en Van Gogh. Op meerdere plaatsen in het boek is hij zelfs ronduit lovend over hun bijdrage aan het slopen van de Nederlandse regentenmentaliteit. Toch is Buruma geen aanhanger van alle ideeŽn die door hen naar voren werden gebracht. Met name de relatie tussen religie en de democratie werd volgens hem op een verkeerde manier voorgesteld. Ook de manier waarop ze hun ideeŽn verkondigden was problematisch. Ayaan Hirsi Ali eindigde volgens Buruma zelf als een regent die de voeling met haar achterban had verloren en Theo Van Gogh ontwikkelde zo een grote afkeer van compromissen dat hij een paranoÔde haat ontwikkelde ten aanzien van alles en iedereen. Over deze vaststellingen valt inderdaad heel wat te zeggen. Ongeacht het feit of men het eens met de idealen die Hirsi Ali in Nederland verkondigde, kan men niet voorbij het gegeven dat ze er niet in slaagde een hechte band te smeden met de moslimvrouwen waarvoor ze jarenlang een strijd voerde. Dat Theo Van Gogh niet alleen moslims maar ook joden voortdurend scheldwoorden naar het hoofd slingerde lijkt inderdaad te wijzen op een fundamenteel gebrek aan respect en tolerantie De belangrijkste kritiek van Buruma gaat echter over de relatie tussen de islam en een liberale democratie.

Is de Islam verenigbaar met een liberale democratie? Volgens Buruma is het antwoord ja. Hiermee staat hij loodrecht tegenover de opvatting van Hirsi Ali dat de islam een obstakel is voor de integratie van moslims en schaart hij zich achter de Amsterdamse burgemeester Job Cohen die in de herfst van 2002 reeds verklaarde dat de islam en de westerse democratie niet strijdig zijn met elkaar. Het belijden van een gematigde vorm van de islam is volgens de auteur van het boek zelfs het enige alternatief om moslimfundamentalisme te voorkomen. Tot deze conclusie komt hij onder andere na een gesprek met psychiater Bellari Said. Deze is in Nijmegen actief met het begeleiden van depressieve moslims. Daar zag hij veel Arabische mannen terechtkomen in een toestand van onzekerheid en verwarring. Om deze situatie het hoofd te bieden gingen ze een radicale versie van de islam belijden. Volgens Buruma is de oplossing simpel. Alleen als deze moslims in westerse samenleving de kans krijgen om een gematigde vorm van de islam aan te hangen kunnen ze gered worden uit de klauwen van het fundamentalisme. Een lichtpunt binnen de Nederlandse politiek is daarom de Amsterdamse wethouder (schepen in Belgische termen) Ahmed Aboutaleb, die de laatste jaren als een acrobaat probeert om het moslimgeloof te verzoenen met de spelregels van een liberale democratie. Veel Nederlanders lijken overtuigd dat de islam niet verzoenbaar is met een liberale democratie. Dit is ook een beeld dat velen in BelgiŽ lijken aan te hangen. Het is een overtuiging die eigenlijk in het hele westen sterke opgang maakt. Het is ontegensprekelijk dat bepaalde Nederlandse politici hebben bijgedragen tot het ontstaan van dit idee. Problematisch is vooral dat er te weinig wordt nagedacht over de betekenis van deze stelling. Wat bedoelen mensen wanneer ze zeggen dat de islam niet verzoenbaar is met een democratie? Er wordt vergeten dat zowel de islam als de liberale democratie geen ťťnduidige concepten zijn. Hun betekenissen en inhouden verschilt. Binnen de islam zijn er net zoveel verschillende stromingen dan dat er verschillende definities bestaan over wat een liberale democratie precies is. Radicale vormen van de islam zijn inderdaad onverzoenbaar met de liberale democratie. De scheiding tussen kerk en staat bijvoorbeeld moet altijd worden behouden. Het onderdrukken van moslimaís is onaanvaardbaar binnen een westerse samenleving.

We mogen echter nooit vergeten dat radicale interpretaties van de Koran niet de enige vorm zijn van islamitische geloofsbelijdenis. De verdienste van het boek van Buruma is dat hij reflectie hierover probeert aan te wakkeren. Tijdens de polarisering die in Nederland de laatste jaren heeft plaatsgevonden was er weinig tijd en ruimte om deze nuances in ogenschouw te nemen. De komende jaren is het echter tijd om te bepalen welke vorm van de islam verzoenbaar is met een liberale democratie en hoe een liberale democratie kan en moet omgaan met religieuze minderheden. Dit is een denkoefening die niet alleen in Nederland moet worden uitgevoerd maar ook in BelgiŽ. Wat is bijvoorbeeld de rol van een orgaan als de Moslimexecutieve? Welke rol kunnen islamitische politici in het parlementen of andere overheden spelen in het tot stand brengen van een democratische variant van de islam? Het boek van Buruma heeft daarom ook voor Belgische lezers een interessante boodschap. Voor politici is het een stimulans om goed na te denken over de relatie tussen de liberale democratie en de islam. Buruma toont ook aan dat de aanwezigheid van moslims in onze maatschappij niet noodzakelijk een tikkende tijdbom is, maar ook een mooie uitdaging voor de verdere ontwikkeling van ons democratische model kan zijn. Laten we deze positieve boodschap koesteren.


Recensie door Andrades Christophe



De recensent is docent politieke filosofie en politieke geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht



Dit boek verscheen in het Nederlands onder de titel 'Dood van een gezonde roker', Atlas, 2006



Deze recensie verscheen vooraf in het tijdschrift Filosofie en Praktijk.



Bruckner, Pascal (2007). Enlightenment Fundamentalism or Racism of the Anti-Racists? Sightandsight.Com.Letís Talk European, 24 januari 2007



Garton Ash, T. (2006). Islam in Europe. New York Review of Books, 5 oktober 2006




Buruma Ian, Murder in Amsterdam. The Death of Theo Van Gogh and the Limits of Tolerance, London, 2006.

Links
mailto:C.Andrades@PHILOSOPHY.unimaas.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be