Heilige Doelen

boek vrijdag 21 december 2007

Michaël Burleigh

‘Ik denk dat religie nog steeds een bijzonder vitale rol speelt in het Europese leven en dat het waarschijnlijk een nog grotere rol zal spelen in de toekomst’. Dat is de mening van de Britse historicus Michael Burleigh, auteur van het ophefmakende boek Aardse Machten waarin hij het heeft over het conflict tussen politiek en religie tussen de Franse Revolutie en de Eerste Wereldoorlog. De liberale ideeën zorgden in die periode voor een toenemende secularisatie die de macht van de kerk ondermijnden. Tegelijk ontstonden er ook ideologieën zoals het socialisme, communisme en radicaal nationalisme die een enorme invloed en macht zouden verwerven in de eeuw erna. Onlangs verscheen het tweede deel Heilige Doelen waarin de auteur inzoomt op datzelfde conflict vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog tot vandaag. In dit boek verdedigt Burleigh de controversiële stelling dat religies, en de katholieke kerk in het bijzonder, zich fel hebben verzet tegen de totalitaire regimes die in de twintigste eeuw zo succesvol waren. Met die stelling krijgt de auteur veel applaus van christen-democratische politici en denkers, en mag hij paus Benedictus XVI en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleeza Rice tot zijn aanhangers rekenen. Maar heeft hij ook gelijk?

Wat het radicaal nationalisme gedurende de Eerste Wereldoorlog betreft, klopt dit alvast niet. Alle oorlogspartijen brachten toen immers de godsdienst in het geweer om hun eigen oorlogsinspanningen te verantwoorden en aan te moedigen. Datzelfde gebeurde ook onder het fascisme waarin de leiders het christendom met succes voor hun bedenkelijke kar konden spannen. Meer nog, het fascisme en het communisme verwerden tot alternatieve religies met dogmatische leerstellingen, onfeilbare leiders en een eigentijdse inquisitie die de ‘gelovigen’ op het rechte pad moesten houden, in de vorm van de Gestapo of de NKVD. Men zag het als een vorm van ‘Ersatzreligion’. Dat heel wat gelovige mensen weerstand boden tegen de opkomst van deze totalitaire systemen is een feit, maar dat de katholieke kerk daarin voorop liep is hoogst betwistbaar. Zo koos Paus Pius XI in Italië uitdrukkelijk voor Mussolini waarmee hij de meeste katholieke kiezers in de armen van de fascisten dreef. Blijkbaar verkozen de kerken de standpunten van de fascisten voor orde en tucht boven het secularisme, liberalisme en individualisme die in die jaren zozeer de positie van de kerk in vraag stelden.

Voor Mussolini was het fascisme een religie die in de plaats zou treden van het individueel geweten van de mens. Hetzelfde gebeurde in de Sovjet-Unie waar de mens niet langer beschouwd werd als een doel op zich, maar als een middel ten bate van het collectief. Nadeschda Mandelstam, de vrouw van de vermoorde schrijver, schreef dat het woord ‘geweten’ onder het stalinistisch bewind helemaal verdwenen was en werd vervangen door het woord ‘klassenbewustzijn’. Hier zien we hoezeer conformisme, dogmatisme en onderwerping leidde tot de uitschakeling van het persoonlijke geweten, en dat is net ook één van de kenmerken van het ‘blind’ geloof dat de kerk van haar gelovigen verwachtte (de onfeilbaarheid van de paus werd pas in 1870 als een dogma aangenomen). Burleigh haalt tal van voorbeelden aan waaruit blijkt dat de katholieke kerk zich afzette tegen de nieuwe totalitaire regimes, maar evenzeer beklemtoont hij de grote afkeer van de kerkelijke leiders voor de liberale democratie en hun hang naar autoritarisme waarbij de belangen van de katholieke gelovigen – ook van joden en anderen die zich tot het katholicisme hadden bekeerd – boven alles gingen. Het voortdurend nagestreefde doel van de kerk was om meer impact te krijgen op het onderwijs, het gezin en andere aspecten van het persoonlijke leven.

De auteur verwijst naar de oppositie van katholieke geestelijken tegen totalitaire regimes voor de Tweede Wereldoorlog. Het klopt dat tal van katholieken slachtoffer waren in de strijd tussen links en rechts. Zo werden priesters vermoord in de Spaanse gebieden waar de republikeinen de macht in handen hadden en ook in verschillende andere landen werden geestelijken vermoord, kerkbezittingen genationaliseerd en religieuze gebruiken afgeschaft. Maar dat neemt niet weg dat veel meer andere katholieken sympathiseerden met het fascisme en zich aansloten bij het virulente antisemitisme waarbij men zich vooral keerde tegen de joden, de ‘moordenaars van God’. De auteur beweert dat de meeste Duitse en Oostenrijkse bisschoppen afwijzend stonden tegenover het nazisme, maar het waren diezelfde katholieke bisschoppen die eind maart 1933 hun eerdere bedenkingen tegenover het nazisme verruilden voor een ‘aarzelend ja’, zoals de auteur zelf schrijft. De kerk sloot op 20 juli van dat jaar een Concordaat met de nazi’s waarmee Hitler een belangrijke legitimatie kreeg en waardoor talloze katholieken zich zonder gewetensproblemen konden aansluiten bij de nazi-partij. Toen de nazi’s in 1933 joodse zaken begonnen te boycotten, wou de katholieke bisschop Bertram niet protesteren omdat er ‘geen directe kerkelijke belangen in het geding waren’, aldus de historicus Saul Friedländer. Het enige wat Burleigh daar tegenover kan stellen is dat de protestanten nog veel volgzamer waren. Tegelijk geeft hij toe dat de brutale praktijken van het fascisme en het stalinisme werden gekopieerd uit de geschiedenis van de katholieke kerk, denk aan de inquisitie.

Dat de kerk een Concordaat aanging met de nazi’s was een schande, en de auteur beseft dit ook. Hij verwijst naar de historicus Konrad Repgen om aan te tonen dat de meningen binnen het Vaticaan over het Concordaat verdeeld waren en dat verschillende hoge kerkleiders er niet mee eens waren. Maar dat wordt tegengesproken door andere historici zoals Heinrich Lutz. De katholieke aartsbisschop Konrad Gröber verwelkomde het Concordaat en de protestantse nazi-beweging in Duitsland stond er vierkant achter. In zijn encycliek Mit brennender Sorge keerde de paus zich weliswaar tegen het communisme als een vorm van totalitarisme, maar een expliciete veroordeling van het nazisme en de jodenvervolging stond er niet in. Priesters die Hitler bekritiseerden werden door de nazi’s inderdaad aangepakt, maar de kerkelijke leiders hielpen ze niet en bleven op de vlakte. Net die houding kreeg later zoveel kritiek en Burleigh slaagt er niet in om dit te weerleggen. Zo ontkent de auteur de stelling dat het racisme van de nazi’s een gevolg was van het antisemitisme dat al eeuwen leefde onder christenen. Voor de protestantse christenen was dit nochtans evident. Zo was de Protestantse Liga ‘de eerste christelijke organisatie die openlijke steun aan de nazi’s verleende’. De later zo geroemde theoloog Martin Niemöller had het over de joden die de kruisiging van Christus hadden veroorzaakt. ‘Zij dragen de vloek, en omdat ze vergiffenis hebben verworpen, torsen ze de onvergeven bloedschuld van hun vaderen als een loodzware last met zich mee’, zo schreef hij in 1935. Maar ook katholieke geestelijken, waaronder tal van pausen en theologen hebben eeuwenlang een antisemitisch discours gehouden en hun gelovigen ermee vergiftigd.

De haat tegen de joden was in de eerste helft van de twintigste eeuw een algemeen verschijnsel. De auteur verwijst zelf naar de Kroatische Ustaša, moorddadige rechtse milities, die nauwe banden onderhielden met de katholieke kerk, en ook naar de Slowaakse leider Tiso, een katholieke priester die actief meewerkte aan de deportatie van de joden uit zijn land (hij betaalde de nazi’s om van zijn joden af te komen). Burleigh probeert de kerk en de paus buiten schot te houden, maar dat lukt niet echt. ‘Al probeerde de paus onpartijdig te blijven, hij was moreel niet onverschillig’, zo schrijft hij. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk hadden de slachtoffers daar weinig aan. Denk aan de joodse kinderen die in augustus 1942 uit Drancy werden gedeporteerd naar Auschwitz, de kansloze strijd van de joden in het getto van Warschau tegen hun bezetters in de lente van 1943, en de vernietiging van meer dan 400.000 Hongaarse joden in de zomer van 1944 toen de kerk heel goed op de hoogte was van het drama. Zij hadden niets aan een mogelijke verontwaardiging van één van de belangrijkste morele stemmen uit die tijd. Zij hadden behoefte aan een publiekelijk morele afkeuring van het moorddadige nazi-regime, maar die bleef uit. Burleigh schrijft zelf dat paus Pius XII niet overging tot ‘een ondubbelzinnige veroordeling van de nazi-vervolging, niet alleen van joden maar ook van katholieke Polen’. En hij verwijst naar bisschop Radoñski die in ballingschap in Londen stelde ‘dat de paus zwijgt, alsof hij niet om zijn kudde geeft’. Een bijzondere gebeurtenis was de deportatie van de Romeinse joden in oktober 1943 dichtbij het Vaticaan zelf. Historici zoals Hesemann en Burleigh proberen de rol van de paus te minimaliseren. De realiteit is evenwel dat de paus geen kik gaf en dat hij hooguit een informeel protest aantekende toen meer dan duizend joden uit zijn stad werden weggevoerd.

De auteur verdedigt het beleid van de pausen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog en dat is zijn goed recht. Zijn boek is evenwel doorzichtig en geeft geen antwoord op enkele cruciale vragen die de pausen en de kerk in verlegenheid brachten. Waarom sloot men zo vroeg een Concordaat met Hitler waardoor nazi-Duitsland voor de rest van de wereld een respectabele staat werd? Waarom zweeg kardinaal-staatssecretaris Pacelli en de latere paus Pius XII over de Neurenbergse rassenwetten die de joden tot Untermenschen degradeerde en die het begin vormde van de Endlösung? Waarom keerde de kerk zich niet tegen de pogroms die gebeurden tijdens de beruchte Kristallnacht in november 1938? Waarom gaven de kerken hun archieven vrij waardoor de nazi’s konden vaststellen welke personen behoorden tot het christendom en wie in een ver verleden joodse voorouders had, wat leidde tot een zekere dood? Waarom steunden de pausen fascisten zoals Mussolini, Hitler, Salazar, Franco, Pavelic, Tiso, Pétain vanaf het begin en bleven ze hen steunen tot het einde van de oorlog en zelfs nog daarna? Waarom verzette de kerk zich zo tegen de ‘denazificatie’ na de oorlog? Waarom hielpen katholieke bisschoppen nazimisdadigers ontsnappen naar Zuid-Amerika zoals Eichmann, Mengele, Bormann, Barbie en Rauff? Waarom werd geen enkele hooggeplaatste nazi geëxcommuniceerd? Waarom werd Mijn Kampf nooit opgenomen op de lijst van verboden boeken? De rode draad is duidelijk. De kerk probeerde haar posities veilig te stellen en voerde een opportunistische koers, waarbij ze miljoenen mensen in nood in de steek liet. Een dergelijke houding heeft een naam: ‘schuldig verzuim’. En in andere gevallen, zoals in Slowakije en Kroatië was er zelfs sprake van actieve betrokkenheid en medeplichtigheid. Het einde van de oorlog zorgde voor een herstel van de democratie in tal van landen, en voor de opmars van het recht op zelfbeschikking van de mens dat totalitaire regimes zolang hadden mismeesterd. Burleigh is het daar niet mee eens. Hij ziet vooral de jaren zestig als een morele neergang. ‘In heel Europa en de VS vond een reeks onbeduidende confrontaties plaats’, zo schrijft hij. ‘Onbeduidend’, het woord staat er letterlijk. Het is een schokkende stelling. Net in die periode sneuvelden tal van taboes en werden onrechtvaardige vormen van discriminatie en onderdrukking opgeruimd. Denk aan de segregatie tegenover de zwarten, de Apartheid in Zuid Afrika en de minderwaardige positie van de vrouw. Daarover spreekt de auteur niet. Hij heeft het eerder over het nefaste Tweede Vaticaans Concilie en de ramp dat ‘eeuwenoude liturgieën werden afgeschaft om plaats te maken voor hippe kerkdiensten’ en voor de zogenaamde ‘bevrijdingstheologen’ die de auteur omschrijft als marxistische manipulaties. Burleigh bepleit een terugkeer naar de ‘heilige teksten’ als basis voor strenge wetten tegen abortus, euthanasie, echtscheiding en het homohuwelijk. Mensen als Reagan, Tatcher en De Klerk wisten waarvoor ze streden, zo schrijft hij. Vooral die laatste naam is opmerkelijk en zegt veel over de ideologische en zelfs morele keuzes die de auteur maakt. In elk geval zag de auteur de jaren zestig (en daarna) als een periode van decadentie en verval die leiden tot de voor hem ‘vreselijke’ zaken als de individuele vrijheid, individualisme en consumentisme.

Burleigh pakt tenslotte uit met de belangrijke rol die de kerk speelde in de ondermijning van het communisme. Via clandestiene tijdschriften werden de morele en culturele fundamenten van de rode leiders aangepakt. De verkiezing van Woltyla tot paus had dan ook een enorme impact op het Oost Europese en vooral Poolse denken. Met enkele goed georganiseerde bezoeken aan zijn vaderland wist paus Johannes Paulus II de snaar van de onderhuidse wrevel in die landen te raken. Zo werden de kerken ‘een belangrijke kracht in de toenemende oppositie tegen het regime’. Maar dit verhaal is al te beperkt. De onvrede was al langer aan het broeden en werd vooral aangedreven door de materiële beperkingen die het communisme met zich meebracht. Uiteindelijk viel de muur niet in Polen of Oost Duitsland, maar in Hongarije waar men plots de grens opzette in de wetenschap dat de Sovjets ditmaal (na de opstanden van 1953, 1956 en 1969) niet meer militair zou tussenkomen. Dat het christelijk geloof daarna een flinke impuls kreeg, vooral in Polen, is niet verwonderlijk na jaren van onderdrukking door de communisten. Maar de drang naar vrijheid was ruimer dan een drang naar vrijheid van geloof. Het was een opstand tegen alle vormen van onderdrukking. Het was een roep naar vrijheid, individualisme en consumentisme die de auteur net zo verfoeid.

De aanslagen van 11 september 2001 zorgden voor een nieuw kantelmoment. Ze werden uitgevoerd door pathologische antisemieten zoals de terrorist Atta, die New York beschouwde als ‘het epicentrum van de joodse wereldmacht’. Burleigh ziet het als een aanval tegen de westerse christelijke beschaving, en dan vooral tegen het modernisme, liberalisme en individualisme in het Westen, iets wat de kerk en de auteur zelf zo problematisch vonden in de loop van de twintigste eeuw. Daarbij lijkt hij te vergeten dat het felste aanvallen op de moderniteit komen van Saoedi-Arabië en Pakistan die meer dan andere landen steun krijgen van de Amerikaanse ‘wedergeboren’ president Bush, de man die zichzelf ziet als een moderne kruisvaarder. Wat Burleigh zo stoort is het secularisme, de Europese vastbeslotenheid om het christendom uit de politiek te verdrijven, waarbij hij fel afgeeft tegen de Britse progressieven, en de in zijn ogen ‘agressieve secularisten in België, Frankrijk en Spanje’. Het boek eindigt in een wat warrige aanklacht tegen het moslimfundamentalisme, maar slaagt er niet in de noodzaak voor een nieuw en versterkt christendom duidelijk te maken. Het antwoord op het terrorisme moet inderdaad niet gezocht worden in een religieus alternatief maar in de rede. Alleen de rede kan zorgen voor oplossingen zoals gebeurde in Noord Ierland, en zoals we mogen verhopen in conflicten in het Midden Oosten en Kashmir. Heilige Doelen overtuigt niet, meer nog, het verdoezelt de nefaste impact van het geloof in tal van gruwelijke historische gebeurtenissen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Michaël Burleigh, Heilige Doelen, De Bezige Bij, 2007, 622 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be