Bruid van de dood

boek vrijdag 29 april 2011

Naema Tahir

Al sinds de Griekse beschaving werd de vrijheid van de mens als een fundamenteel recht beschouwd, eerst voor de ‘vrije’ burgers en in de loop van de geschiedenis steeds ruimer voor iedereen. Toch sloeg die ontwikkeling tot pakweg het midden van de 20ste eeuw alleen op de mannen. Vrouwen hebben hun rechten en vrijheden pas heel recent met min of meer succes bevochten en deels verkregen. De eerste reactie tegen de eeuwenlange onderdrukking van de vrouw kwam van de Britse schrijfster Mary Astell die zich in 1700 de vraag stelde: ‘If all men are born free, how it is that women are born slaves?’ Die vraag staat in haar controversiële werk Some Reflections Upon Marriage, een van de eerste feministische boeken uit de geschiedenis. Intussen is heel wat veranderd. In 1979 ratificeerden 166 landen het VN Vrouwenverdrag met als belangrijkste punt dat ze zich ertoe verbonden om geweld tegen vrouwen te bestrijden. In de praktijk bleef dat echter dode letter. Miljoenen vrouwen worden vandaag nog steeds onderdrukt, hoofdzakelijk omwille van culturele en religieuze redenen. Dat is niet alleen het geval in Azië, Afrika en Latijns-Amerika, maar ook in het ‘verlichte’ westen. Vooral binnen orthodox religieuze gemeenschappen in de VS en Europa blijft de patriarchale macht overeind. Dat leidt tot praktijken als verplichte sluiering, gedwongen huwelijken, genitale verminkingen, verstotingen en zelfs eremoorden.

Elk jaar sterven in Pakistan duizenden meisjes omdat ze niet volgens de voorgeschreven gebruiken van de stam en familie willen leven. Ze worden door hun eigen familieleden omgebracht omdat ze de eer van de (mannelijke) familieleden zouden hebben aangetast. Talloze Eva’s worden om die reden op gruwelijke wijze vermoord in naam van Allah. ‘De familie is tegelijk aanklager, rechter en beul’, aldus de Nederlandse diplomatenvrouw Betsy Udink in haar onderzoek naar eremoorden. Neem de zaak Samia Sarwar, een vrouw van 29 jaar die in 1999 werd doodgeschoten in het kantoor van haar advocaat in Lahore omdat ze na 10 jaar van geweld en misbruik door haar man van hem wilde scheiden. De vader van Samia keurde de moord publiekelijk goed omdat hierdoor de eer van de familie was gered en beschuldigde de vrouwelijke advocaten van ‘misleiding’. Tegen de advocaten werd een fatwa uitgesproken. Dit thema inspireerde romancière Naema Tahir tot het schrijven van haar nieuwste boek Bruid van de dood. Tahir is een Brits-Nederlandse moslima van Pakistaanse afkomst die zelf door haar ouders zou worden uitgehuwelijkt, maar zich daar tegen verzette. Ze studeerde rechten en werkte als mensenrechtenjuriste voor de VN en de Raad van Europa.

Al deze ingrediënten komen in Bruid van de dood zowat letterlijk aan bod. In die zin is haar roman eerder een verhaal met sterk autobiografische en realistische elementen waarmee de schrijfster de kwestie van de gedwongen huwelijken en de eremoorden aan de kaak wil stellen. Maar haar verhaal is ook een literair hoogstandje. Nog beter dan in haar vorige romans Kostbaar Bezit en Eenzaam Heden slaagt Tahir erin de emoties en gedragingen van de protagonisten kleur te geven. Centraal staat Sophia, een 17-jarig meisje dat opgroeit in een Pakistaans gezin in Rotterdam. Alhoewel ze verwesterd is, probeert ze de tradities en het geloof van haar ouders zo goed mogelijk te volgen. Ze is heel vroom en bid regelmatig tot Allah. Tot het moment dat de ouders haar willen uithuwelijken aan een volle neef van haar die in Londen woont. Dat gebeurt op een koele zakelijke manier. ‘Je gaat een man ontmoeten in Londen’, zei vader. ‘Ik vind hem honderd procent geschikt voor jou’. Zo eenvoudig was het. Ooit vond ze die neef wel leuk, een soort puberale liefde, maar dat ging snel over en ze raakt verliefd op een Nederlandse jongen die haar ontmaagt. Wat volgt is een psychologisch steekspel tussen Sophia en haar vader en moeder waarbij leugens, beloftes en ontwijking van de werkelijkheid schering en inslag zijn.

Tahir plaatst haar verhaal tegen de achtergrond van de islamitische terreuraanslagen in Londen op 7 juli 2005. Tussen de lijnen door begrijp je dat de Pakistaanse gemeenschap dit niet echt afkeurt. Blijkbaar speelt het martelaarschap ter ere van Allah een belangrijke rol in de hoofden van de orthodoxe gelovigen, maar ook in het hoofd van Sophia. Intussen hoort ze hoe haar vader met haar oom onderhandelt over de bruidschat en verneemt ze hoeveel ze ‘waard’ is. Haar verzet begint te groeien en ze slaagt erin om in Leiden rechten te mogen studeren. Daar komt ze in contact met boeken die ze van thuis niet zou mogen lezen, en een wereld gaat voor haar open. Maar Tahir beschrijft met veel diepgang en empathie de innerlijke strijd die Sophia moet leveren, haar drang naar vrijheid enerzijds en haar liefde voor en gehoorzaamheid aan haar ouders anderzijds. ‘Mijn timide gedrag, mijn gehoorzaamheid, mijn kuise kleding, mijn woorden en zwijgzaamheid en vooral mijn eeuwig aanvaarden wat vader en moeder wilden, gaven hun alle ruimte te bepalen wie ik was’, en Sophia krijgt te horen dat liefde niet belangrijk is maar wel de familie en het respect voor tradities waarop haar moeder de essentie verwoordt: ‘Jouw huwelijk is geen huwelijk tussen twee mensen. Dit is een huwelijk tussen families’.

Doorheen het verhaal van Sophia verweeft Tahir intussen de strijd die Samia, een nicht van Sophia levert. Zij is al uitgehuwelijkt, maar haar leven is leeg en liefdeloos. Op die manier dringt het tot Sophia steeds meer door wat haar te wachten staat. Ze begint te lezen over de mensenrechten en de positie van de moslimvrouw binnen de sharia, de islamitische wetgeving. Haar vader staat daar heel sceptisch tegenover en blijft herhalen dat moslimvrouwen ‘de beste en de meeste rechten van allemaal’ hebben. ‘Een moslimvrouw mag een geschikte huwelijkskandidaat, uitgezocht door haar vader en moeder, weigeren als hij kreupel is, als hij haar niet kan onderhouden, als hij van lagere status en komaf is dan zij, en tot slot als haar vader en moeder zelf ongeschikt is om te beoordelen of de huwelijkskandidaat geschikt is voor hun dochter terwijl die ongeschiktheid van de vader en de moeder is vastgesteld door vier getuigen uit de naaste moslimgemeenschap, gekozen door de vader’. Blijkbaar snapt de vader de tegenstrijdigheid van die laatste woorden niet en denkt hij al helemaal niet dat een vrouw zelf zou kunnen kiezen met wie ze wil trouwen. Ze probeert op diverse manieren een uitweg te zoeken voor haar netelige positie maar de Koran biedt haar geen houvast, integendeel.

Intussen gaat Sophia in het geheim werken voor een opvanghuis voor vrouwen die net zoals zijzelf met soortgelijke problemen te maken hebben. Op die manier biedt Tahir een interessante maar ook onthutsende kijk in de onvrije positie waarin talloze moslimvrouwen gevangen zitten. Meisjes die onwillig zijn en niet gehoorzamen worden vaak teruggestuurd naar het land van oorsprong waar ze als het ware gevangen zitten binnen de regels van de clan. Vaak zijn ze bang om verstoten te worden of erger nog, vermoord te worden. De zinnen die Tahir hierover neerschrijft, zijn als naalden die door de huid van de lezers worden gestoken. Het is een afrekening met een religieuze traditie die nog steeds miljoenen meisjes in onvrijheid houdt, en de auteur weet duidelijk goed waarover ze het heeft. ‘Niets is overdreven en nergens geef ik opzettelijk een vertekend beeld van de werkelijkheid’, schrijft Tahir in een opmerkelijk nawoord. Bruid van de dood is een moedig boek waarmee ze niet alleen de onderdrukte meisjes en vrouwen een riem onder het hart zal steken, maar tevens de hypocriete houding aan de kaak stelt van veel zogenaamd ‘progressieve’ feministes die zich blijven wentelen in hun cultuurrelativistische onverschilligheid ten aanzien van de misogyne praktijken binnen de orthodoxe islam.

Maar bovenal toont Tahir aan hoe moeilijk die meisjes en vrouwen het hebben. Zij doet de lezers inzien dat het zich losmaken van de ouders en familie geen evidentie is. Dat men in het Westen al te weinig besef heeft hoezeer de sociale druk op het terrein van liefde en huwelijk op moslima’s weegt, en dat ‘de liefde voor de ouders en de onwil om hen pijn te doen’, zoals Tahir schrijft, nog vaak ‘een zwaarwegender rol spelen: die wakkeren het schuldgevoel aan, dat het de meisjes moeilijker maakt voor zichzelf en het eigen geluk te kiezen.’ Met dit boek toont Tahir alvast aan dat ze een schrijfster van formaat is, iemand met een boodschap en het talent om dit literair over te brengen.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Naema Tahir, Bruid van de dood, De Geus, 2011, 317 p.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be