Vijandige broeders?

boek vrijdag 30 november 2012

Rob Hartmans

Vanaf het begin van de twintigste eeuw, en zeker na de Eerste Wereldoorlog, kregen de toenmalige politieke ideologieën zoals het liberalisme, het socialisme en het politieke christendom er enkele zware concurrenten bij, het communisme en het fascisme. Dat laatste groeide in nazi-Duitsland uit tot het nationaalsocialisme dat vanaf de jaren dertig bijzonder succesvol was. Vandaag proberen rechtse populisten, zoals aanhangers van de partij van Geert Wilders, het socialisme in diskrediet te brengen door Joop Den Uyl en andere hedendaagse sociaaldemocraten aan te duiden als ‘geestverwanten’ van Hitler. In zijn boek De schijn-élite van de valse munters stelde PVV-ideoloog en politicoloog Martin Bosma zelfs letterlijk dat Adolf Hitler een socialist was waarbij hij verwijst naar de gewezen politicus Jacques De Kadt. Die was eerst lid geweest van de Communistische Partij Nederland (CPN) en later van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP), die na de oorlog zou opgaan in de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PVDA).

Wie het nationaalsocialisme gelijkstelt met socialisme verwijst vaak naar de houding van gewezen socialistische en communistische voorgangers die zich keerden tegen het liberalisme en de democratie, die geen gewelddadige activiteiten schuwden, en die de belangen van de gemeenschap boven die van het individu plaatsten. Die houding is, althans wat de sociaaldemocraten betreft, al lang veranderd, dit in tegenstelling tot orthodoxe communisten die zelfs vandaag nog steeds de dictatuur van het proletariaat – in hoofde van één leider – boven een parlementaire democratie stellen. Denk hierbij aan de regimes in Cuba en Nood Korea. Dat er veel gelijkenissen bestaan tussen het nationaalsocialisme en het communisme als twee totalitaire en utopische ideologieën werd in de loop van de jaren uitvoerig beschreven door tal van denkers zoals Hannah Arendt, Raymond Aron en Claude Lefort. Maar wat de sociaaldemocratie betreft, klopt dat niet. Het beste voorbeeld is dat van Otto Wels, voorzitter van de Duitse SPD die zich met zijn gehele fractie op 23 maart 1933 heldhaftig verzette tegen de Machtigingswet met de woorden: ‘Wir sind wehrlos aber nicht ehrlos.’

Over de houding van de Nederlandse sociaaldemocraten tegenover de opkomst van het fascisme in de eerste decennia van de twintigste eeuw schreef historicus en journalist Rob Hartmans een interessant boek onder de titel Vijandige broeders? De socialistische partij werd opgericht in 1894 en kende aanvankelijk een groot succes. Oorspronkelijk baseerde de partij zich op het gedachtegoed van Karl Marx en twijfelde men tussen twee strategieën om aan de macht te komen, namelijk ‘wachten tot de meerderheid van de bevolking hier aan toe was’ of door ‘een vastberaden revolutionaire voorhoede ‘ die het initiatief zou nemen. Van in het begin werd de eerste lijn aangenomen en koos de partij we weg van de parlementaire democratie, maar dan wel eerder als een middel dan als een uiteindelijk doel. Naarmate mee onder druk van de SDAP de sociale omstandigheden voor de arbeiders verbeterden, verdween de militante revolutionaire strekking en werd de partij een steunpilaar van de democratie.

Alleen om die reden al houdt de stelling van Martin Bosma geen stand. Rob Hartmans gaat er niet op in, maar het is duidelijk dat veel standpunten van de rechts populistische PVV tegenover de moslims, vreemdelingen en intellectuelen een stuk dichter bij het nazistische gedachtegoed staat dan het socialisme. Toch waren er socialistische voormannen die niet konden weerstaan aan de lokroep van het fascisme. Meest gekend is Benito Mussolini die eerst lid was van de marxistische vleugel van de Socialistische Partij van Italië en dan de Fasci italiani di combattimento oprichtte. In Duitsland was de oorlogsvrijwilliger Otto Strasser lid van de SPD en keerde zich tegen de onderdrukking van linkse groeperingen, maar hij koos in 1925 om opportunistische redenen voor de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) van Hitler. In België was er de socialistische politicus Hendrik de Man die veel invloed had op het socialistische gedachtegoed in Europa maar zich later keerde tegen de democratie en uiteindelijk voor 20 jaar veroordeeld werd wegens collaboratie tijdens de oorlog. En in Nederland was er de socialistische vakbondsleider Roel Stenhuis die in 1940 aansloot bij het fascistische Nationaal Front van Arnold Meijer.

Toch bleven alle sociaaldemocratische partijen in Europa, vooral in Nederland, de democratie ondersteunen. Extreemlinkse fracties die zich afscheurden kenden nauwelijks succes, terwijl de SPD langzaam maar zeker groeide. En de nieuwe fascistische beweging van Mussert kreeg weinig aanhang (ze haalde in 1935 amper 7,9 procent van de stemmen). Dat betekent niet dat de SDAP blind bleef voor de internationale ontwikkelingen. Zo was er regelmatig discussie over de oprichting van een paramilitaire organisatie van arbeiders. En zo verwittigde de SDAP al in een vroeg stadium voor de vervolging en vernietiging van de Joden. Het beste bewijs dat de SDAP gekant was tegen elke vorm van totalitarisme was de oprichting van ‘een Bureau van Actie en Propaganda tegen fascisme en Communisme’ in 1933 en later het ‘Comité van Waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische Intellectuelen’ in 1936. In elk geval keerde de partij zich toen radicaal tegen elke vorm van nationalisme, een houding die tot vandaag invloed uitoefent op het socialistische gedachtegoed. Alhoewel ook hier sommige socialisten een andere mening waren toegedaan zoals Wiardi Beckman die ‘de nationale gedachte erkende als een van de belangrijkste onder de krachten’. Maar ook hij was consequent, vocht tegen het nazisme en stierf in het concentratiekamp van Dachau.

Rob Hartmans eindigt met een analyse van de PVDA tijdens de voorbije twee decennia en stelt dat de partij ver meeging in het liberalisme van de VVD, en dat dit de reden is waarom de partij steeds meer geïsoleerd raakte van haar traditionele achterban. Die conclusie is in tegenstelling tot de rest van het boek te ongenuanceerd. De realiteit is dat het socialisme en het liberalisme in Nederland, net zoals in België, nooit de libertarische toer is opgegaan en steeds oog bleef hebben voor de taken van de overheid. Dat maakt dat het sociaal systeem in de Lage Landen, net zoals in de Scandinavische landen, nog steeds overeind staat en een baken vormt tegenover het absolute vrije marktdenken dat bijvoorbeeld de Republikeinen in de VS verdedigen. Maar zijn analyse van de sociaaldemocratie van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland is alvast veel correcter dan dat van een nitwit als Martin Bosma die geen oog heeft voor de waarheid, maar de geschiedenis naar zijn hand wil zetten.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Rob Hartmans, Vijandige broeders?, Ambo, 2012

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be