De onzichtbare Ayatollah

boek vrijdag 04 februari 2011

Carel Brendel

Het is niet overdreven te stellen dat er ook in ons taalgebeid zowat elke dag een boek verschijnt over de islam, het politiek correcte denken of de multiculturaliteit. De werken die deze brisante onderwerpen thematiseren, zijn niet meer aan te slepen, en wie ook het buitenland ter zake wil volgen, die heeft er sinds een jaar of tien een hele dagtaak bij gekregen. In deze vaak onoverzichtelijke islamoase springen er nu en dan echte pareltjes uit, dadels gelijk. Ik pik er een uit: de Nederlandse onderzoeksjournalist Carel Brendel.

Carel Brendel heeft een eigen weblog waarin hij geregeld op een zeer laconieke wijze en in een erg mooie en eenvoudig geschreven taal de processen fileert die de islamisering in Nederland in de hand werken en die door de reguliere pers nauwelijks worden opgepikt. Je zult hem nooit op een fout betrappen want hij maakt zijn huiswerk niet alleen erg grondig maar ook op een manier die elke pedagoog hem zal benijden. Brendel is zich er van bewust dat Nederland over twintig jaar naar schatting 1,6 miljoen mensen met een moslimachtergrond zal hebben, zowat 10 procent van de bevolking, en dat dit proces heel wat unheimische repercussies zal hebben indien men de maatschappelijke dynamiek die zich vandaag voordoet met betrekking tot de aspiraties van de islam in de hele wereld, naar de toekomst extrapoleert. Hij verwondert zich erover dat links de kritiek die het ooit had op onderdrukkende religies – denk in dit verband maar eens terug aan een tegendraads denker als Anton Constandse – vandaag weigert toe te passen op de islam. Het is meteen een van de grootste raadsels uit het rijke linkse denken. Hij weet ook niet zo goed waarom critici van de islam als rechts worden bestempeld. Met die uitgangspunten voor ogen begint Carel Brendel zijn intelligente sloopwerk en geeft hij de ketters van vandaag, degenen die beschuldigd worden een opiniedelict te begaan door geen respect te betonen voor de islam, alle eerbetoon.

Wat Brendel schrijft, is altijd verifieerbaar, maar zoals hij in een ander verband stelt is een bepaalde elite blijkbaar niet geïnteresseerd in de waarheid: zelfs de officier van justitie stelde, tot ontzetting van Amerikaanse waarnemers, dat de waarheid van de beweringen van Geert Wilders er niet toe deed. Op die manier ben je bij voorbaat verloren: van staatswege wordt in Nederland immers ook gedecreteerd dat we niet meer het onze mogen denken van de voorschriften van een godsdienst. Westerse mensen hebben daarbij ook nogal eens de neiging de ware betekenis van de koran te willen uitleggen. Men kan daarbij vanuit de studeerkamer allerlei betekenissen verzinnen voor bijvoorbeeld bepaalde verzen van de koran en eruit afleiden dat ze vredelievend zijn, maar er is maar één negenproef: het gaat erom hoe de moslims zélf de koran uitleggen. Brendel schrijft in dit verband erg treffend dat de vraag die hij zichzelf stelt, is: ‘Zijn er moslims die de koran als een license to kill beschouwen?’ Niet: ‘Is de koran een license to kill?’ Het antwoord op die eerste vraag luidt: ‘Ja.’ Het antwoord op de tweede vraag luidt: ‘Wat bedoelt u eigenlijk?’

Ook het essentiële verschil tussen de bijbel en de koran heeft voor Brendel grote betekenis, al blijft het uitermate vermoeiend er telkens weer op terug te moeten komen en te wijzen op de fundamentele kloof die er is tussen deze twee stichtingsteksten. De bijbel bijvoorbeeld doet op een beroep op het persoonlijke geweten (jij moet niet stelen, of doden), terwijl de koran eigenlijk een algemene oproep is tot ‘mob justice’, een fenomeen dat men vandaag exemplarisch aan het werk ziet in het Midden-Oosten waar christenen van allerlei obediënties en denominaties uitgerookt worden. Dat is natuurlijk niet nieuw: in Tunesië werden na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 direct alle kerken gesloten. Hetzelfde proces doet zich voor in het conflict tussen Israël en de Arabische wereld (die daarvoor als speerpunt de Palestijnen gebruikt want over het Polisario bijvoorbeeld, toch ook een onderdrukt volk, wordt nooit gesproken): de hele stampede komt erop neer dat joodse grond opnieuw islamterritorium moet worden. Zes miljoen Joden, omringd door zowat 250 miljoen Arabieren, moeten volgens elke preek, elk pamflet, elk islamboek, elk charter weg, en het liefst zo vlug mogelijk. Het anti-judaïsme is immers één van de kernpunten van de koran en dit fenomeen vond, zoals men weet, een willige bondgenoot bij de nazi’s. Niet voor niets sprak Churchill over Mein Kampf als de nieuwe koran.

Carel Brendels bundel met essays begint met twee langere stukken: één van de hand van arabist Hans Jansen over zijn getuigenis tijdens het proces Wilders, een uitermate smakelijk geschreven essay over de waanzin ervan. Een tweede langere stuk is van de hand van Nahed Selim en heet De onzichtbare Ayatollah, een beeld dat ze gebruikt om uit te drukken dat het erop lijkt dat in Nederland achter de schermen een onzichtbare ayatollah aan het werk is die er alles aan doet om te voorkomen dat moslims hier beïnvloed worden door de (volgens hem) verderfelijke westerse cultuur. De wetten van Allah en Mohammed achtervolgen immers eenieder, tot in West-Europa en zelfs tot in het hart van de Nederlandse rechtspraak – en de culturele, de journalistieke, de academische en de politieke elite werkt driftig mee aan het interioriseren van deze onzichtbare gast. Nahed Selim maakt ook aannemelijk dat wat voor gevoelige westerse zielen een schrikbeeld is, namelijk het vergelijken van een politieke ideologie verpakt in religieuze outfit (de islam) met het nazisme, absoluut klopt. De verzen over oorlogvoeren en strijden voor de zaak van Allah beslaan namelijk het grootste deel van de koran.

Wanneer de brave moslim alleen zijn orthopraxis uitoefent, is hij een naïef maar onschadelijk wezen, maar zodra de ideologie boven begint te drijven, is het fascisme niet veraf meer. Het is ook een thesis die de Pakistaanse denker Ibn Warraq met brille uiteenzet. Oorlogvoeren is nu eenmaal een religieus voorschrift in de islam, en dat kan men elke dag weer zien: lokaal, nationaal en geostrategisch. De koran zaait haat, dat kan iedereen vaststelen die het boek echt heeft gelezen en die dit totalitaire systeem mondiaal aan het werk ziet. Het is een ongemakkelijke waarheid en de narcistische westerse ziel wil die simpele maar discordante vaststelling niet toelaten in zijn hedonistische brein, al ziet hij er elke dag de bewijzen van. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommigen beweren dat de koran strijdig is met de liberale rechtsorde (het advocatenteam Frankenvrij, de hindoe H.K. Chakraborty, Nahed Selim en vele anderen), juist omdat hij aanzet tot geweld, de openbare orde verstoort, aanzet tot vijandschap en tot haat en intolerantie tussen de verschillende geloofsgemeenschappen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de mens overwoog in zijn arrest van 13 februari 2003 dat plannen om de sharia in te voeren in strijd zijn met de fundamentele principes van de democratie. Voor de moslim was de tijd van de profeet de ideale tijd en dient hij tot voorbeeld van ons allen. Des te ouder de tekst, des te meer belang wordt er juist aan gehecht (blz.59). Nahed Selim eindigt haar essay als volgt: ‘Velen in onze samenleving, met name ook politici, roepen dat je respect voor de islam moet hebben en dat het niet fatsoenlijk is om daarop kritiek te uiten. Ik zou zeggen: als je eenmaal weet wat de islam inhoudt, is het uiterst onfatsoenlijk om géén kritiek op de islam te hebben. De Onzichtbare Ayatollah moet worden afgezet.”

Het grootste deel van deze essaybundel bevat, naast die van Hans Jansen en Nahed Selim, 15 erg verhelderende essays van de hand van onderzoeksjournalist Carel Brendel, die bijvoorbeeld twee scenario’s schrijft voor het jaar 2030, een waarin de secularisering en een ander waarin de islamisering wint. Welke van de twee zal uitkomen, is onbeslist, maar wie het anders zozeer bezongen voorzorgsprincipe aanhangt, kan niet anders dan maatregelen nemen om het tweede draaiboek te frustreren. In zijn opstel ‘De Verlichting moet zichzelf opnieuw uitvinden’ stelt hij onomwonden: “Het kritiekloos omarmen van de islam mag niet leiden tot een tegenreactie in de vorm van het kritiekloos omarmen van de conservatieve varianten van het christendom.” Het beeld is: Hirsi Ali die een religieuze flirt heeft met de conservatieve priester Antoine Bodar, al moeten we wel zo fair zijn toe te geven dat een conservatief als Bodar nog wel van een andere statuur is dan de eerste de beste moslimfundamentalist! Fundamentalistische christenen, zo merkt Brendel terecht op, mogen echter geen alibi zijn om problemen met de islam te bagatelliseren. Brendel zou Brendel niet zijn als hij niet handig tussen al deze klippen zou varen: op een erg genuanceerde manier bekritiseert hij het christendom maar tegelijk ziet hij in de islam vandaag het grotere kwaad. De islam is nu eenmaal niet de exotische variant van het christendom…

Het is helaas ondoenbaar alle essays hier te recenseren, al zijn ze alle even pittig geschreven, even nauwkeurig gedocumenteerd en even pedagogisch en met veel zin voor nuance aangebracht. Brendel gaat altijd tewerk met onweerlegbare documenten en uitspraken. Zijn sterk analytische geest staat er borg voor dat de feitenpresentatie klemmend en onontkoombaar is. Naar mijn smaak is hij een van de schranderste islamcritici in Nederland en op een fout zul je hem nooit betrappen. Zijn specialisatie is de Moslimbroederschap en daarvan traceert hij de kleinste Nederlandse vertakkingen en hun affiliatie met het buitenland.

Een dergelijk auteur bestaat niet in het buitenland, en daar reken ik België bij. Brendel is sui generis en een geduchte vijand van het makkelijke en luie denken. We zouden echt wel willen dat wij dergelijke journalisten hadden: het islamdebat, dat bij ons nog niet eens begonnen is, zou dan plots een lucide vaart krijgen. De pensée unique zou doorbroken worden en we zouden Nederland als gidsland in het islamdebat moeten erkennen. Maar daar staan we zoals gezegd mijlenver af, al willen we graag rekening houden met de schuchtere eerste stappen van Karin Heremans en Luckas Vander Taelen.


Recensie door Wim Van Rooy


Carel Brendel, De onzichtbare Ayatollah, met bijdragen van Hans Jansen & Nahed Selim, Uitgeverij Van Praag, Amsterdam, 2010, 248 blz.

Links
mailto:wimvanrooy@gmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be