De wereld is niet te koop

boek vrijdag 17 januari 2003

José Bové

De Franse schapenhouder José Bové verwierf in 1999 internationale bekendheid door zijn aandeel in een protestactie tegen een plaatselijke vestiging van Mc Donalds. Hij werd hiervoor veroordeeld en opgesloten in een Franse gevangenis. Toen hij de borgtocht weigerde te betalen kregen de media interesse voor zijn verhaal. Sindsdien is Bové uitgegroeid tot een van de meest flamboyante en charismatische milieuactivisten (en antiglobalisten) ter wereld. Hij verzet zich tegen de grootschalige landbouw met de daaruit voortkomende schade voor mens en milieu. Samen met de biologische boer François Dufour liep Bové vooraan tijdens de 'battle of Seattle' in november 1999. In hun boek De wereld is niet te koop tonen ze aan hoe de landbouw zich in de loop van de voorbije decennia heeft ontwikkeld tot een geïndustrialiseerde bedrijfstak en wijzen zij op het smakeloze, ongezonde voedsel dat daarvan het resultaat is. Het is een pleidooi voor een verbond van boeren, consumenten en milieu-activisten om het publieke bewustzijn van deze kwestie te vergroten. Het boek is in feite een lang uitgeschreven interview met de twee protagonisten. Dit maakt het alleszins leesbaarder dan vele andere 'antiglobalistische' boeken. Het nadeel is wel dat de bewijsvoering achter hun stellingnamen weinig controleerbaar is. Bij tal van passages krijg je de indruk dat ze andere antiglobalisten napraten en hun standpunten als absolute 'waarheid' beschouwen.

De actie tegen de bewuste Mc Donalds was in feite een protestactie tegen de door de VS ingestelde handelsbelemmeringen tegen een reeks Europese producten als reactie op de weigering om Amerikaans vlees met hormonen op de Europese markten toe te laten. Hierbij werd ook de Franse Roquefortkaas geviseerd (de Amerikanen hieven een taks van 100%) waardoor de schapenhouders in de problemen kwamen. Maar al snel werd duidelijk dat de militante Bové zijn doelen niet zozeer richtte op de handelspolitiek van de VS maar wel op de industrialisering van de landbouw en het ten ondergaan van de rijke diversiteit aan producten en smaken. Bové gebruikt hiervoor het onvertaalbare woord 'malbouffe' dat een zekere onverschilligheid uitdrukt voor wat men eet en hoe men het klaarmaakt. De kunst van het samen koken en eten wordt niet langer doorgegeven waardoor familieverbanden losser worden. Om voedsel desondanks zolang mogelijk verkoopbaar te houden worden allerlei kleurstoffen, conserveringsmiddelen en middelen die water vasthouden toegevoegd. Het is een wat eenzijdige veralgemening en houdt te weinig rekening met de positieve mogelijkheden van bewaarmiddelen. Dezelfde negatieve connotatie voegt Bové aan het woord 'intensieve veehouderij en landbouw'. Het is juist dat hierdoor dieren weinig of niet op 'het land' opgroeien maar anderzijds voldoet dit aan de behoefte van een steeds grotere bevolkingsgroep naar voedsel.

Terecht stellen Bové en Dufour Europese voedselpolitiek aan de kaak. Via quota, subsidies en importheffingen worden de grote landbouwproducenten in Europa immers beschermd ten koste van vooral de Zuiderse landen. "Europa baseerde zijn landbouw-politiek op het idee dat het in zijn eigen voedselbehoefte moest voorzien en beschermde daarom zijn markten tegen concurrentie van buitenaf (…) Eerlijke handel houdt in dat goederen worden verkocht voor de werkelijke productiekosten. We keuren de huidige situatie, waarin de wereldprijzen het resultaat van 'dumpen' zijn, af. De rijkste landen stellen een lage prijs vast waarbij ze royale exporthulp bieden en andere verhulde interne financiële hulp. Machtige bedrijven gebruiken zulke praktijken vaak om de prijzen te ondermijnen in de landen waarin ze zich willen gaan vestigen. Als ze de plaatselijke landbouw eenmaal uit de weg hebben geruimd, verhogen ze de prijzen weer. Op die manier heeft bijvoorbeeld de export van bevroren vlees uit Europa, die zwaar gesubsidieerd wordt, de halvering van de veestapel in de landen ten zuiden van de Sahara tot gevolg gehad. daarom eisen we de radicale afschaffing van alle exporthulp." Dit standpunt spoort volledig met het liberalisme. Het verzet zich tegen alle ingrepen die de vrije markt storen zoals subsidies en dumpingpraktijken. Bové pleit verder ook voor een Europese landbouw die zich eerder specialiseert in specifieke producten die een specifieke kennis vereisen. Voorbeelden zijn wijn, sterke dranken, kazen, mosterd, foie gras, enz.

In elk geval hebben Bové en de zijnen geen vertrouwen in de WTO. Die werpt zich teveel op als de belangenbehartiger van rijke landen en machtige belangengroepen. Daarom lanceren ze het interessante idee van een soort internationaal handelstribunaal dat onafhankelijk van de WTO uitspraak zou moeten kunnen doen in geschillen rond handel en landbouw, en waarbij men rekening houdt met andere VN-verdragen en met de regels van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Belangrijk is ook hun strijd tegen genetisch gemanipuleerde gewassen. Via de biotechnologie verbindt men vreemde genen met specifieke eigenschappen aan het chromosoom van een plant of dier. Zo bestaan er een maïssoort met een ingebouwd gen van een organisme dat van nature een insecticide afscheidt. Hierdoor is de maïs resistent tegen bepaalde ziektes (waardoor ze bijzonder in trek zijn bij boeren in bepaalde streken). Het leidt alvast tot monoculturen. Genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen ook onherroepelijke schade aanrichten in de diversiteit bij verspreiding in het milieu. Een andere reden waarom bedrijven werken met genetische manipulatie is dat ze via industriële patenten eigenaars worden van alle transgene planten en dieren die worden geproduceerd. Het risico bestaat dat een firma door het opkopen van concurrerende zaden en patenten of concurrenten uit de markt te stoten eigenaar kan worden van een hele soort. Een dergelijk eigendomsrecht op een organisme dat in staat is zichzelf te reproduceren is ethisch discutabel en zorgt voor heel wat onrust (vooral bij lokale boeren in India). Een van de belangrijkste woordvoerders van de antiglobalisten is dan ook de Indische activiste Vandana Shiva die resoluut gekant is tegen dergelijke vormen van patenten die eigenlijk een vorm van toeëigening van het leven zelf.

De beweging van Bové kreeg de voorbije jaren wind in de zeilen ten gevolge van allerlei problemen in de voedselsector. De gekkekoeienziekte, de dioxinecrisis, het probleem van de groeihormonen, de antibiotica in vlees, het voeden van runderen met dierlijk meel, maar ook schokkende onthullingen over het geknoei met voedsel (denk aan de hormonenmaffia in ons land) hebben het vertrouwen van de consumenten in de industriële landbouw danig geschokt. Ze bewijzen immers dat de landbouw verworden is tot een klassieke industrietak die zoveel mogelijk moet opbrengen, desnoods ten koste van de kwaliteit en van de gezondheid. Terecht eisen allerlei organisaties dan ook een streng overheidsoptreden terzake. Het argument van de industrie en van sommige politici en partijen (als de libertarische beweging) dat de consument zelf wel kan oordelen over wat goed is en wat niet, gaat hier niet op. Zeker niet bij een zaak van volksgezondheid.

Over de organisatie van het landbouwsysteem in de toekomst heeft Bové nogal utopische denkbeelden waarbij hij zich spiegelt aan anarchistische ideeën van Bakoenin en de Spaanse Nationale Arbeidersbond. Daarbij zou het land gebruikt worden voor het collectieve gebruik van de plaatselijke bewoners. Een systeem dus waarbij 'het collectieve belang' de overhand heeft. Zo beschijft Bové een uniek experiment in het Franse Larmac waarbij 6.300 hectare land, verspreid over vijf kantons, gedurende vijftien jaar gemeenschappelijk wordt beheerd (en volgens hem met succes). Andere systemen van collectieve landbouwproductie zoals in de vroegere Sovjet-Unie en China hebben evenwel aangetoond dat deze niet werken. Veel opmerkingen van Bové lijken op het eerste zicht evident maar gaan te snel voorbij aan de hedendaagse noodzaak tot voeding van enorme mensenmassa's.

Terzijde vermeldt Bové nog enkele bedenkingen bij het rechtssysteem in Frankrijk. Zijn onbegrip voor zijn veroordeling en voor de daartoe verantwoordelijke rechter is één zaak (dat kunnen we niet beoordelen). Maar opmerkelijk is zijn beschrijving van een gedeeltelijke privatisering van het gevangenissysteem. "Afgezien van de cipiers, die in dienst zijn van het rijk, heeft de particuliere sector verder alles in handen. En dus moet je voor alles betalen: de televisie, de was, noodzakelijke toiletartikelen en zelfs maaltijden als je goed wilt eten. Voor diegenen die geen geld hebben is er 'soep': tegelijk voorgerecht, hoofdgerecht en toetje - zonder zout, lauw, en zo oneetbaar dat menigeen hem naar buiten smijt (…) Aan de andere kant zijn er voor de mensen die geld hebben kant- en klare maaltijden die met verse producten bereid zijn: eendenborst, piepkuiken, biefstuk. (…) Hetzelfde bedrijf, vaak een van de grootste voedselproducenten, verkoopt zowel dat gruwelijke eten als de luxe maaltijden." Dit systeem is onaanvaardbaar. Dat die private bedrijven winst trachten te maken is evident maar leidt er wel toe dat ook in gevangenissen een onderscheid wordt gemaakt tussen rijk en arm. Het is alvast een nieuw en beangstigend signaal dat de private sector verder aan het oprukken is in collectieve voorzieningen die eigenlijk niet mogen geprivatiseerd worden omdat ze deeluitmaken van het geweldsmonopolie van de overheid, en dat moet zo blijven.

De wereld is niet te koop is alvast een correcte titel van een boek waarin terechte problemen worden aangeduid, maar waarvoor de oplossingen niet voor de hand liggen. Toch is één zaak duidelijk. Ook hier blijkt weer eens dat internationale organisaties, zoals het WTO, te veel de belangen van de rijke westerse landen, hun belangengroepen en hun consumenten dienen. In die zin sluit Bové aan op de opmerkingen van Barber, Soros en Stiglitz. De democratisering van deze instellingen en het feit dat arme landen meer inspraak moeten krijgen lijkt me een van de belangrijkste strijdpunten te worden van al wie begaan is met de problemen rond de globalisering. Een strijd waar liberalen perfect kunnen op aansluiten.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

José Bové en François Dufour, De wereld is niet te koop, Lemniscaat, 2002

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be