Born this way

boek

Pieter Adriaens en Andreas De Block

Het boek Born This Way: Een filosofische blik op wetenschap en homoseksualiteit van Pieter Adriaens en Andreas De Block, respectievelijk lector en professor aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KuLeuven, is een kritische bevraging van wetenschappelijk onderzoek naar homoseksualiteit vroeger en nu. Een ander aspect van het boek behelst de betekenis van dergelijk onderzoek. Met andere woorden zij begeven zich op het terrein van wetenschapsgeschiedenis, wetenschapsfilosofie en moraalfilosofie. Dat de auteurs de zaak grondig aanpakken is duidelijk van bij de aanvang. Zij staan vooraf uitgebreid stil bij de betekenis van de termen 'natuurlijk' en 'aangeboren' en komen zodoende meteen tot de kern van hun onderwerp.

Het mag bevreemdend klinken, maar al bij al niet onverantwoord, dat de aanzet van de bespreking zich in de wereld van de insecten bevindt, met name de meikever. De dierlijke homoseksuele handelingen werden vastgesteld in de negentiende eeuw en de volledige panopli van aspecten van homoseksualiteit worden er reeds in ten toon gespreid, zodat het diertje als ideale uitvalsbasis voor de behandeling van het onderwerp kan fungeren. De vraag dringt zich vervolgens op: kan de homoseksualiteit in het dierenrijk relevant zijn voor de menselijke homoseksualiteit? Daar gaan de auteurs grondig op in. Ze toetsen het fenomeen af op diverse theorieŽn, meestal mede geÔnspireerd door morele implicaties en dat over een tijdsverloop dat zich uitstrekt van de Oudheid tot op heden. Het morele aspect zorgt er blijkbaar voor dat de gebezigde terminologie in vraag gesteld wordt, daar waar 'heteroseksualiteit' op het eerste gezicht geen problemen oplevert. De controversen daaromtrend zijn overigens revelerend voor het denken over mens en dier en de relatie tussen beide in een erotische context. Zij gaan daar uitgebreid met empirische materiaal op in om uiteindelijk vast te stellen dat die relatie ver van eenduidig is.

En wat met de evolutionaire paradox van de homoseksualiteit? De homo-genen worden blijkbaar overgedragen, hoewel homoseksuelen per definitie geen kinderen voortbrengen. Weerom, hoeft het gezegd, gaat de bespreking gepaard met degelijk literatuuronderzoek, maar vooral belangrijk is de kritische doorlichting daarvan. Daar waar de auteurs het hebben over het culturele aspect van het begrip homoseksualiteit, dat ze ondersteunen met relevant materiaal, kan ik daar nog een illustratie aan toevoegen. Een student van Edward SaÔd, die wereldberoemd werd met zijn boek Orientalism, waarin hij de typisch westerse maar foute kijk op het Oosten aanklaagde, toont in zijn boek Desiring Arabs aan dat Arabische auteurs hun opvattingen over homoseksualiteit aanpasten onder invloed van het Westen. Voordien bestond er poŽzie dat de liefde tussen mannen bezong, terwijl homoseksuele daden heimelijk werden bedreven zonder dat het strikte onderscheid tussen hetero- en homoseksualiteit erkend werd, ook al stonden toen al strenge straffen op 'sodomie'.

De medicalisering van homoseksualiteit in de westerse literatuur had evenwel invloed op de manier waarop in de Arabische wereld naar gekeken werd, met als gevolg dat homoseksualiteit duidelijker in het vizier kwam. Er is overigens nog een andere switch in het denken tot stand gekomen. Onder invloed van de vermelde poŽzie werd in het Westen homoseksualiteit als typisch oosters aanzien, terwijl thans homoseksualiteit door het Oosten als een typisch westerse deviatie wordt beschouwd. Adriaens en De Block vergenoegen er zich niet mee om enkel maar vast te stellen dat er historisch en wereldwijd verschillen zijn in het percipiŽren van homoseksualiteit. Zij stellen zich ook de vraag hoe dit komt.

Vooral in de negentiende en ook nog in de twintigste eeuw werd homoseksualiteit als een ziekte beschouwd. De auteurs stellen zich weer fundamentele vragen: zoals wat is een ziekte en ze gaan na waarom psychiaters meenden dat homoseksuelen ziek zijn. Wat was de bredere context waarin deze manier van denken over homoseksualiteit tot stand kwam? Zij beschrijven de verschillen en veranderingen die zich tegenover de homoseksualiteit hebben voorgedaan. Er is een zin die ik wil citeren omdat hij kernachtig een grote historische trend in het denken over homoseksualiteit uitdrukt: 'Een halve eeuw geleden was het volstrekt normaal te beweren dat homoseksualiteit een ziekte is. Tegenwoordig worden de verdedigers van diezelfde stelling zelf als ziek beschouwd.'

Een bijzonder topic vormt de wereldwijd bekende Amerikaanse publicatie DSM (Diagnostic and Statistical Manuel of Mental Disorders) dat aan homoseksualiteit in het kader van een diagnose van afwijkend gedrag aandacht besteed. Zoals in alle behandelde onderwerpen geven ook hier Adriaens en De Block de ontwikkelingen in het denken over homoseksualiteit weer en dringen zij analytisch diep in de problematiek in. Ze ontmaskeren heel wat contradicties en vooringenomenheid. Het is overigens boeiend te vernemen hoe psychiaters worstelen met criteria die ze willen inzetten om aan een impliciet waarderende neiging te voldoen zonder dat de daaruit ontstane regels veralgemening in de weg staan. Als ze bijvoorbeeld homoseksualiteit als abnormaal definiŽren op basis van statistische afwijking, dan zijn ook groene ogen een abnormaliteit. De ware reden is natuurlijk dat ze homoseksualiteit vanuit moreel oogpunt willen brandmerken, maar daarvoor niet echt wetenschappelijk duurzaam discriminerende criteria kunnen aanbrengen. Veelzeggend is dan ook dat daarna terug gegrepen wordt op meer fundamentele vragen van wetenschapsfilosofische aard om alsnog de zaak te redden, maar dan komt de wetenschap zelf in gevarenzone.

In een laatste beweging brengen de auteurs relaas van hun onderzoek naar de negatieve houding ten overstaan van homoseksualiteit (Is deze irrationeel? ) om af te sluiten met de vraag of wetenschappelijk onderzoek over homoseksualiteit moreel relevant kan zijn. Dat is ook de vraag die, in het licht van de voorafgaande analyses, mij, als ethicus, het sterkst bezig houdt en dat ik het meest kritisch zal doornemen. De auteurs weerleggen de stelling dat kennis over seksualiteit, die overigens (nog) niet voldoende zekerheid biedt over cruciale vragen, de negatieve of positieve appreciatie ervan beÔnvloedt. Integendeel, de oorspronkelijke houding is in belangrijke mate verantwoordelijk voor een aantal opvattingen over homoseksualiteit, terwijl er er voor de wetenschap nog heel wat vragen open blijven. Dat homoseksualiteit zou aangeboren zijn bijvoorbeeld zal slechts een minderheid van de homonegativisten over de streep trekken. Zij zullen bij hun mening blijven dat homoseksualiteit een afwijking, een degeneratie is.

Uit wat uit de enkele voorbeelden in het boek reeds blijkt, hebben de auteurs grondig wetenschappelijk werk verricht en dat volgens de regels van de kunst neergelegd in een vlot leesbare tekst. Dat is het soort boeken dat een grote informatieve waarde heeft en torenhoog uitreikt boven de weetjes en nieuwtjes die zowat schering en inslag zijn van oppervlakkige kennisoverdracht. Bovendien is alles in een verstaanbare taal gegoten die ook voor de leek toegankelijk blijft. Ik zou het een schoolvoorbeeld noemen van waardevolle vulgarisatie. Als u mij toestaat om, na lezing van het boek en overeenkomstig mijn reeds aanwezige, beperkte kennis van de genetica, mijn eigen mening mee te geven, dan zou ik zeggen: 'Waar maakt men zich druk om?' Homoseksualiteit is blijkbaar een probleem omdat een specifiek ideaalbeeld van de homoseksuele praktijk gangbaar is. Laat de mensen gewoon doen wat ze graag doen, zolang ze niemand schade berokkenen.

We maken een onderscheid tussen mensen die eigenlijk nauwelijks van elkaar verschillen. Het is niet omdat sommige absolutistische vorsten een grote neus hadden, dat een grote neus met autoriteit moet geassocieerd worden. Misschien zit men helemaal verkeerd in het zoeken naar specifieke homo-genen, voor zover dat nog relevant zou zijn. Het is niet omdat er geen homo-genen zouden bestaan, wat ik ook niet uitsluit, dat homoseksualiteit niet natuurlijk zou kunnen zijn en zichzelf evolutionair onmogelijk zou maken. Niet alle genen zijn immers altijd actief en het is ondertussen gekend dat de activatie van de genen door omgevingsfactoren kan beÔnvloed worden, althans wat bepaalde celactiviteiten betreft. Dat sluit evenmin uit dat bepaalde vormen van homoseksualiteit exclusief en onomkeerbaar zouden zijn. Overigens moet de opvoeding evenmin definitief uitgesloten worden als verklaringsmodel voor seksueel gedrag, integendeel. Maar, en dat wil ik hierna nog eens duidelijk stellen, moreel gezien is de (amorele) natuur niet altijd een goede raadgever, tenzij ingaan tegen zijn neigingen voor een bepaalde mens gelijk staat met onbehagen.

De natuur werkt niet met concepten, maar met dingen die werken. De vraag of dieren homoseksueel zijn of niet is een foute vraag en ingegeven door een moreel standpunt. De natuur is wat zij is en het enig juiste antwoord, natuurkundig gezien, is te vinden in de concreetheid van het onderzoek en in het stellen van de meest adequate vragen, zoals: Wat drijft dier en mens tot seksuele daden? Waarom manifesteert zich dat in een bepaald gedrag? Wat is de combinatie van genetische factoren die de aanzet en de verwezenlijking van copulatievormen? Hoe bouwen die genetische factoren een bepaald gedrag op in de persoonlijke groei van een wezen? Enz. Door de grondige analyses van Adriaens en De Block is heel wat materiaal samen gebracht om een verfijning van de vraagstellingen door te voeren en zoals dat in de wetenschap meestal, zo niet altijd het geval is, zullen de resultaten ongetwijfeld nieuwe vragen genereren die een verder inzicht mogelijk zullen maken.

Vanuit moreel standpunt is het feit dat homoseksualiteit ook voor komt in de niet-menselijke natuur niet relevant, zowel om aan te tonen dat het gedrag fout is, als om het tegendeel te bewijzen. Dan maakt men immers een naturalistische fout. Dat wil zeggen dat iets niet goed of slecht is omdat het natuurlijk is, maar iets is goed of slecht omdat het door de mens als zodanig gepercipieerd en bestempeld wordt. De natuur is moreel neutraal en bevat voor de mens zowel goede als slechte dingen. Pijn ervaren we meestal als slecht en omwille van de evolutietheorie, fysische overeenkomsten en bepaalde gedragingen weten we dat dieren ook pijn kunnen voelen. De morele overweging gaat dus niet van het dier naar de mens, maar van de mens naar het dier. Dat impliceert dat de intrinsieke waarde van het dier slechts juridische betekenis heeft en geen morele. Aan het dier wordt fictief een intrinsieke waarde toegekend, zoals aan een vennootschap fictief een persoonlijkheid wordt toegekend. Ik maak hier voor de eenvoud wel abstractie van het feit dat ook dieren een vorm van appreciatie kunnen hebben. Indien wel, onder welke vorm dan ook, moet men niet spreken van intrinsieke waarde, maar van (dierlijke) waardering.

Er is echter toch een speciaal geval in verband met die naturalistische fout te signaleren. Als een van nature homoseksueel ongelukkig is als hij niet een leven kan leiden zoals hij het wenst, dan is dat wel een moreel feit, maar het moreel zijn van dat feit ligt niet in de natuur zelf van zijn homoseksualiteit, maar in de ervaring van gemis of ongenoegen, dus in een menselijke appreciatie. In het gehele boek is er slechts ťťn zin waar ik niet mee akkoord ga: 'Morele conclusies die louter gebaseerd zijn op beschrijvende premissen zijn steeds ongeldig.' Dat is inderdaad het heersende paradigma in de ethiek en die uitspraak is dus te pardonneren, maar dan gaat men er evenwel aan voorbij dat een waardering ook een feit is en aanleiding geeft tot het ontstaan van een beschrijvende premisse. De mensen waarderen voortdurend bestaande feiten en gebeurtenissen, zodat gewaardeerde feiten aanleiding geven tot beschrijvende premissen die op hun beurt tot morele conclusies kunnen leiden.

Zonder morele feiten is ethiek ondenkbaar en in de praktijk worden ze dan ook voortdurend aangewend om morele uitspraken te doen. Ik vertel dus geen wereldvreemde dingen. Ontkennen dat de moraal op morele feiten berust is pas wereldvreemd. Dat homoseksualiteit voor de ene persoon moreel fout is en voor de andere niet, is geen weerlegging dat moraal op morele feiten steunt, want allebei de beweringen zijn een conclusie vanuit een gewaardeerd feit, dus vanuit een beschrijvende premisse. De tegenstrijdigheid tussen de beide beweringen zal door bijkomende morele feiten moeten beslecht worden en zij alleen kunnen een uitkomst bieden. Als men uitsluitend vanuit vooronderstellingen redeneert, zoals homoseksualiteit is onnatuurlijk of is natuurlijk, dan geraakt men er niet uit. Dat hebben Ardiaens en De Block feitelijk aangetoond. Als men daarentegen in brengt dat homoseksuelen door uitsluiting uit de gemeenschap lijden, wat een nieuw moreel feit is, is het mogelijk om ondubbelzinnig te zeggen dat discriminatie op basis van seksuele voorkeur slecht is.

Dan kan men ook zeggen dat deze discriminatie immoreel is, ongeacht traditie, cultuur, godsdienst of wetenschappelijke vaststellingen. Barmhartigheid ten overstaan van homoseksuelen is niet slecht, maar toch onvoldoende. Let wel, er wordt geen uitspraak gedaan over het al dan niet schuldig zijn, uitsluitend over het goed of slecht zijn. Schuld heeft immers ook te maken met vrijheid en dan verlaat men de fenomenale wereld en beland men in de noumenale wereld. Het is in deze zin dat de naturalistic falacy, of de bewering dat de (moreel neutrale) natuur geen richtlijn voor de moraal biedt, dient te worden begrepen. Hoe dan ook Born This Way van Adriaens en De Block blijft een wetenschappelijk hoogstaand en informatief werk met actualiteitswaarde en het boek is bovendien leesbaar en vlot geschreven. Tot nog toe heb ik geen enkel werk over homoseksualiteit gelezen dat zo degelijk is.


Recensie door Hendrik Vanmassenhove, Ph.D

Pieter Adriaens en Andreas De Block, Born This Way: Een filosofische blik op wetenschap en homoseksualiteit, Lannoo Campus, Leuven, 2015, 263 p.

Links
mailto:hendrik.vanmassenhove@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be