Geluk. The World Book of Happiness

boek vrijdag 13 mei 2011

Leo Bormans (Red.)

“Drie essentiële zaken voor geluk in dit leven zijn, iets te doen te hebben, iets om van te houden, en iets om voor te hopen”, zo verklaarde de Engels politicus, schrijver en dichter Joseph Addison het in het begin van de 18de eeuw. De zoektocht naar geluk is echter al veel ouder. Voor Socrates was het vinden van geluk zelfs het doel van al ons handelen. Epicurus ging nog een stap verder. Waar het in de filosofie om gaat, is het persoonlijk geluk, zo stelde hij, en dat persoonlijk geluk was dan ook het hoogste goed in het menselijk leven dat gericht moet zijn op het vermijden van pijn en verdriet en het nastreven van materieel en geestelijk genot. Deze visie werd later fel bestreden door de christelijke leiders die elke vorm van nastreven van genot en vermijden van pijn afkeurden, en als voornaamste doel het navolgen van Christus als hoogste doel stelden. Zelfs Dante plaatste gelukszoeker Epicurus in zijn Goddelijke Komedie in de hel. Pas in de 18de eeuw wankelde de goddelijke beveltheorie en kreeg het nastreven van geluk opnieuw een plaats in het westerse denken. Uit recent wetenschappelijk onderzoek weten we intussen dat het geluksgevoel in ons lichaam wordt geproduceerd door zogenaamde endorfines, al blijft het een hoogst persoonlijke beleving.

De vraag is niet zozeer wat geluk is, maar wel hoe we gelukkig of gelukkiger kunnen worden. Op deze vraag hebben niet minder dan honderd topexperts in de positieve psychologie, van IJsland tot Zuid-Afrika en van China tot Australië, hun geleerde hoofd gebogen. Het resultaat is een fraai uitgegeven en vooral monumentaal boek onder de titel Geluk. The World Book of Happiness. Hoofdredacteur Leo Bormans verdiepte zich twee jaar in de onderzoeken van de professoren en vertaalde hun conclusies naar een breed publiek. Gelukkig bewerkte hij die conclusies tot uiterst leesbare teksten. Dus geen filosofische of spirituele beschouwingen, maar inzichten die gebaseerd zijn op wereldwijd wetenschappelijk onderzoek en die samengevat werden in enkele vuistregels. Geluk staat volgens verschillende van de experts in functie van vrije tijd, geld, gezondheid, succes, welzijn, toekomst en warmte, maar dat is natuurlijk voorspelbaar. Ongetwijfeld spelen nog meer elementen een rol in het geluksgevoel van mensen, denk aan humor, waardering en genot aan de positieve kant en verdriet, pijn en lijden aan de andere kant, maar die komen enigszins opvallend minder aan bod.

‘Geld maakt niet gelukkig’, is zowat de meest voorkomende uitspraak in het boek, maar dat klopt niet helemaal. Een behoorlijk inkomen is voor de meeste mensen een noodzaak om een vorm van ‘geluk’ te kennen. Maar het klopt dat heel rijke mensen op het vlak van hun persoonlijke geluksbeleving nauwelijks hoger scoren ten opzichte van mensen met een gewoon inkomen. Dit blijkt onder meer uit het onderzoek van de Griekse professor Stavros Drakopoulos die het effect van geld op geluk bestudeerde. Volgens zijn ‘paradox van geluk’ is het inkomen wel degelijk heel belangrijk voor geluk wanneer mensen arm zijn, maar ‘veel minder wanneer ze een financieel comfortabel leven leiden of er warmpjes bij zitten’. Dat kan zijn, maar dat neemt niet weg dat de drang om steeds meer geld te hebben toch een gevolg is van de gedachte dat geld wél gelukkig maakt. Juister lijkt me dan ook de stelling van de Oostenrijkse professor Erich Kirchner die stelt dat je geluk niet kan kopen en dat je derhalve voor je geluksgevoel eerder moet investeren in vriendschappen dan in huizen.

Er zijn nog andere redenen om aan te nemen dat materieel bezit of het beleven van genot geen voldoende garantie bieden voor geluk. Vaak neemt het geluksgevoel juist toe als men anderen helpt zonder daarvoor iets als wederdienst te verwachten. Onbaatzuchtige hulp dus, en dat is een van conclusies van de Italiaanse professor Leonardo Becchetti die na grondig onderzoek tot de vaststelling kwam dat geven vaak ‘gelukkiger’ maakt dan krijgen. Opnieuw lijkt me die uitspraak te absoluut omdat men natuurlijk eerst veel moet hebben om iets te kunnen geven aan anderen. Het doet me spontaan denken aan al die filmsterren die kinderen uit Afrika adopteren en zich op die manier een reputatie van bijzondere menslievendheid aanmeten. Maar nog meer controversieel lijkt me de stelling van de Egyptische professor Ahmed Abdel-Khalek dat ‘het belijden van een religie en religieuze verbondenheid een positieve invloed hebben op het persoonlijke welbevinden, geluk, eigenwaarde en aanpassingsvermogen’. Dat concludeert hij onder meer uit het feit dat volgens peilingen zoveel mensen in de Arabische wereld, maar ook in de Verenigde Staten, geloven in God. Het verband tussen geloven en geluk ontgaat me hier echter volkomen, want uit tal van andere onderzoeken blijkt dat heel wat mensen – vooral vrouwen – zich niet gelukkig voelen onder al die religieuze geboden.

Diametraal daar tegenover staan de visies van de postdoctorale fellows Martin Guhn en Anne Gadermann die na onderzoek tot de conclusie kwamen dat er drie universele behoeften moeten vervuld zijn om gelukkig te kunnen zijn, namelijk intimiteit, bekwaamheid en autonomie. Juist die laatste behoefte lijkt me inderdaad cruciaal. Hoe kan men iemands geluk meten zonder te weten of dit een persoonlijke keuze is? Dat wil niet zeggen dat mensen die geloven of zich onderwerpen aan anderen altijd ongelukkig zijn, maar de kans dat men gelukkig is omdat men zelf zijn levensweg gevolgd heeft, lijkt me groter dan andersom. Dat betekent niet dat elke mens hedonistisch moet zijn, maar wel dat hij of zij zelf kan kiezen met wie of met welke groep hij of zij zich wil verbinden. Het ontbreken van dwang en de vrije keuze vormen hier cruciale elementen in het geluksgevoel. Handelingen die men autonoom stelt en niet onder dwang zijn altijd meer gericht op het persoonlijk geluk dan opgelegde bevelen die men uitvoert en enkel de opdrachthouder bevredigen. ‘Geluk is een hedonistisch streven, niet alleen voor de geest maar ook voor het lichaam en de ziel’, aldus de Britse auteur en psycholoog Miriam Akhtar.

Verschillende experts menen dat je het geluk als een spier kunt trainen. Dat lijkt me onzin, maar wie ben ik om hun universitair onderzoek tegen te spreken. In elk geval sta ik wantrouwig tegenover elke vorm van buitennatuurlijke ingreep die het ‘geluk’ zou kunnen bevorderen. En toch zijn er wetenschappers die heel dicht bij de lijn van het irrationale aanschurken om hun eigen stellingen – vormen van New Age, tantra, yoga en meditatie – een vorm van legitimiteit te geven. Het ergert me mateloos. In die zin heb ik meer waardering voor wetenschappers als professor Marc Elchardus die met bewijsmateriaal kunnen aantonen dat geluk vaak afhangt van de familiale omstandigheden waarin men toevallig opgroeit. Kinderen uit armere gezinnen hebben minder kans op ‘geluk’ dan hun leeftijdsgenoten uit meer begoede gezinnen. Geluk is dus niet alleen een persoonlijke zaak maar ook een gevolg van de klasse waarin men bij toeval opgroeit. Juist dat laatste, ‘bij toeval’, maakt de geluksbeleving zo oneerlijk. Elke mens zou, ongeacht zijn materiële mogelijkheden, ‘gelukkig’ moeten kunnen worden. Dat dit niet zo is, vloeit vaak uit het gebrek aan kansen dat kinderen om diverse redenen, vaak sociaal-economische, hebben. In die zin is het onderzoek van Elchardus ook nuttig voor politieke de beleidsvoerders.

Een van de laatste onderzoekers die aan bod komt is de Belgische filosoof Philipp Van Parijs die erop wijst dat geluk nastreven niet echt mogelijk is. Probeer al goed te leven, zo stelt hij, en als iedereen dat zou doen dan zullen we als welkom neveneffect een maatschappij kennen die ons gelukkiger maakt. ‘Veel dingen die ons leven goed maken, zullen pas zichtbaar worden of in vervulling gaan als wij er niet meer zijn. We zullen het dus niet weten. Maar we kunnen het wel hopen. En als we dat doen, kunnen we het geluk vinden. Niet omdat we het zochten, maar omdat het gewoon een welkom neveneffect is van doen wat we dachten te moeten doen’. Dit sluit nauw aan bij de categorische imperatief van Kant al zullen velen dit te theoretisch vinden. Maar het past wel in dit wetenschappelijk werk dat als grootste verdienste heeft dan het aantoont dat er wél iets universeels bestaat in de wereld, onze hunker naar geluk. Alleen al daarom kunnen we met zekerheid zeggen dat een universele moraal mogelijk is, al zal dit door cultuurrelativisten en postmodernisten worden afgedaan als een verzinsel.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Uitgeverij Lannoo organiseert op maandag 23 mei vanaf 15u30 tot 20u30 een symposium rond de publicatie 'Geluk. The Happiness Budget'. Programma: 15u30 Deuren open. 16u verwelkoming door Maarten Van Steenbergen van Uitgeverij Lannoo. 16u05 Keynote speech by Baron Richard Layard. 17u05 Speech by European President Herman Van Rompuy. 17u30 Debate between Richard Layard and Herman van Rompuy. 18u Receptie. 19u Introduction to the big happiness debate by Leo Bormans, editor in Chief of The World Book of Happiness. 19u15 The Big Happiness Debate met Baron Richard Layard, Frank Vandenbroucke, Prof. Philippe Van Parijs, Arnoud Raskin, Wouter Torfs en Caroline Ven. 20u30 Drink. Dit symposium vindt plaats in auditorium KBC, Havenlaan 2 te Brussel. Inkom 50 euro of 75 euro (boek inbegrepen). Inschrijven en registreren kan op onderstaand webadres. Voor meer info: http://www.lannoo-events.be/the-happiness-budget/register/

Leo Bormans (Red), Geluk. The World Book of Happiness, Lannoo, 2011

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be