Aid and Other Dirty Business

boek vrijdag 05 december 2008

Giles Bolton

Boeken over armoede in Afrika zijn meestal niet om door te komen. Te belerend, te idealistisch, of te eenzijdig. Vaak moet het allemaal totaal anders en dreunt er een zogenaamd vernieuwend adagium door: 'geef geen geld, maar mensen!', 'werk projectmatig en omzeil overheden!', of 'help vooral de vrouwen!'. Allemaal prachtig, maar het beklijft niet. De Britse ex-ontwikkelingswerker Giles Bolton, die op jonge leeftijd verantwoordelijk was voor de Britse hulpgelden in Rwanda, schreef een veelzijdig boek dat meer indruk maakt. Zijn Aid and Other Dirty Business is een van de meest toegankelijke boeken over armoede van dit moment. Een eerlijk en compleet handboek voor de ongeruste westerling.

Duidelijk is dat Bolton het hele veld overziet. Hij zet je in de schoenen van alle relevante spelers: de Afrikaan die van $1 per dag moet rondkomen en de Afrikaanse regeringsleider bijvoorbeeld. Hij plaatst je voor hun onmogelijke keuzes. We zien de alleenstaande moeder Marie op die moet kiezen tussen dure medicijnen tegen malaria, zodat ze weer kan werken, en het schoolgeld van haar kind. Als president van het fictieve Uzima (een door Bolton geschapen staat gebaseerd op gemiddelde cijfers van Afrikaanse landen) is het ook niet makkelijk: besteedt je de $65 die je per Uzimaan hebt aan onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur of bestrijding van armoede? Alles tegelijk doen vergt minstens $130!

Het Westen moet hier inspringen. Onze historische schuld is groot. De Fransen, Duitsers, Britten, Portugezen, Duitsers, Italianen en Belgen die het Afrikaanse continent in de 19de en 20ste eeuw opsoupeerden, hebben met enkele koloniale pennetrekken hele volken gespleten en in kunstmatige staten onderverdeeld. Deze staten kwamen door gebrek aan goede infrastructuur en goed opgeleide Afrikaanse bestuurders niet van de grond. De weinige bestuurders die het roer wel konden overnemen, raakten bedwelmd door de luxueuze voorzieningen die ze van de koloniale machthebbers erfden. Ook al zijn er nu zo'n dertig democratische leiders (tegen 3 in de jaren '70), degelijk bestuur is er nog niet. Corruptie tiert welig.

Terwijl Bolton de beperkte Westerse hulpgelden verdeelde in Rwanda, Kenia en Irak werd hem duidelijk dat er veel meer mis is: 40% van de hulpgelden gaan op aan fondsenwerving en overheadkosten, een land als Uzima moet zo'n 10.000 rapporten schrijven voor de versnipperde donoren en 1.000 missies uit donorlanden begeleiden. Te veel geld is 'gebonden': de helft van het hulpgeld uit Amerika gaat op aan Amerikaanse consultants. Het geld dat wel direct in het land kan worden besteedt komt te laat aan: slechts 25% van het Europese hulpgeld wordt volgens afspraak gestort. Bolton maakt duidelijk dat dit in het Westen niet bekend is. Wij zitten te ver weg en hulporganisaties hebben er geen baat al te kritisch te zijn. Dan drogen de fondsen al helemaal op.

Bolton is zeer kritisch, maar nergens cynisch. Ondanks alles kan er wel degelijk veel veranderen als ontwikkelingslanden serieuze middelen en kansen krijgen. Ontwikkelingshulp is nu nog een dirty business omdat het ondanks vele beloften eigenlijk nog nooit grootschalig is aangepakt, en omdat het westerse handelsbeleid de Afrikaanse economie belemmert. Allereerst de gebrekkige middelen. Sinds de jaren '70 is meermalen afgeproken om 0,7% van het Bruto National Inkomen (BNI) te reserveren voor ontwikkelingshulp. Dit zou volgends de Verenigde Naties ruim voldoende moeten zijn om landen als Uzima vlot te trekken. Maar wie de beloften van rijke landen en de daadwerkelijke cijfers naast elkaar legt, krijgt het schaamrood op de kaken: in Europa ligt het percentage tussen de 0,3% en 0,4% en in de Verenigde Staten zelfs rond de 0,15% (terwijl Amerikaanse burgers zelf hun bijdrage schatten op 7%!). Ontluisterend zijn de woorden van Chirac, George W. Bush, maar ook Bill Clinton, die de wereld oproepen deze afspraak te heiligen, maar zelf steevast minder en minder uittrokken voor Afrika.

Dan de handel. Het 'werkelijke schandaal van Afrika' is voor Bolton het feit dat westerse regeringen zo'n vier keer meer uitgeven aan landbouwsubsidies dan aan ontwikkelingshulp. Afrikaanse boeren kunnen daar niet tegenop. Meer dan 300 miljoen Afrikanen moeten van nog geen $1 per dag leven, terwijl koeien in de EU per dag met Ä2.50 worden ondersteund. Bolton beweert dat 1% meer Afrikaanse export drie keer meer oplevert dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Bovendien betalen westerse gezinnen voor deze subsidies via de belastingen en hogere prijzen aan de kassa (in de EU) zo'n 1.200 euro per jaar. Zo ontwikkelen Afrikaanse markten zich nooit, en zullen Afrikaanse consumenten ook geen factor van betekenis zijn voor westerse bedrijven.

Vooralsnog blijft dit zo: derde wereldlanden zijn in stemrecht en mankracht sterk ondervertegenwoordigd bij de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Bij die laatste heeft Frankrijk 165 vertegenwoordigers en Malawi ťťn. Belangrijker is misschien nog wel de rol van lobbyisten. De 25.000 Amerikaanse katoenboeren betalen grof geld aan ex-overheidsfunctionarissen om beleid te beinvloeden, waardoor hun stem uiteindelijk ook harder klinkt op het wereldtoneel dan die van de 10 miljoen West-Afrikanen die ook van katoenteelt moet leven. Maar ook Britse en Finse suikerbaronnen zijn kind aan huis bij Europese politici en ambtenaren. Bolton zet je op het pluche van de westerse landbouwminister om te laten zien hoe bij een overvolle agenda en het risico op slechte pers ('Minister helpt landbouwsector om zeep') niets doen soms makkelijker is.

Toch kan er ook succesvol vůůr meer geld en eerlijkere handel gelobbyd worden. De historische G8 top in het Schotse Gleneagles in 2005 werden voorafgegaan door massale acties. Gordon Brown (toen nog minister van financiŽn) kreeg 500.000 ansichtkaarten met Cancel the Debt opgestuurd, waaronder ťťn van zijn moeder. Engeland was gastland van de Gleneagles-top en er werden historische afspraken gemaakt over schuldverlichting. De Make Poverty History campagne en vooral ook de beroemde Live8 concerten (die bijna de halve wereldbevolking bereikten) voerden de druk zo hoog op dat $50 miljard extra aan ontwikkelingshulp werd toegezegd en exportsubsidies in de ban gingen. Geslaagde lobby, maar politici moeten voortdurend op deze beloftes worden gewezen. Aid and Other Dirty Business staat tjokvol cijfers waarmee burgers hun verkozenen om de oren kunnen slaan.

Bolton speelt de bal dus naar ons. Want wij zijn kiezers en kunnen invloed uitoefenen op de belangrijke beslissingen die vooral op nationaal niveau worden genomen. Hulpgelden, subsidies en tarieven worden nationaal vastgesteld (in de EU via de Europese raad van ministers dus in feite ůůk via de eigen minister). Maar mensen hebben nog meer petten op: ze zijn consumenten die bedrijven ter verantwoording kunnen roepen. Blijven zeuren dus om 'fairtrade', om informatie over de ingrediŽnten en herkomst van produkten, maar ook: koop Afrikaanse producten en weiger suiker van gesubsidieerde boeren. Donateurs moeten vooral vaste bedragen storten aan gerenomeerde organisaties, zodat geldverslinde reclames achterwege kunnen blijven en ontvangers op regelmatige inkomsten kunnen rekenen.

Aid and Other Dirty Business zou compleet zijn als Bolton ook onze rol als werknemer, ambtenaar, ondernemer en eigenaar zou belichten. Hij stipt kort aan dat pensioenfondsen ook op hun 'foute' investeringen moeten worden gewezen. Maar aandelen kopen, los van bij de beursgang waar je geldschieter bent, is nu juist een manier om invloed te verwerven. Als mede-eigenaar kun je stampij gaan maken op aandeelhoudersvergaderingen en anderen mobiliseren. Dit zou een tweede druk niet ontsieren, maar tot die tijd is er aan meer dan genoeg aan te vangen met Bolton's kritiek en vele ideeŽn.


Recensie door Paul Teule

Giles Bolton, Aid and Other Dirty Business, Random House, 2008, 352 paginaís

Links
mailto:paulteule@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be