De twee lampen van de staatsman’ van

boek vrijdag 23 november 2007

Frits Bolkestein

Frits Bolkestein behoort tot de meest invloedrijke politici die Nederland en Europa de voorbije decennia heeft gekend. Zo was hij ondermeer staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, minister van Defensie en politieke leider van de VVD van 1990 tot 1998. Hij leidde zijn partij tot een electoraal hoogtepunt en bepaalde meer dan wie ook de politieke lijn van de toenmalige regeringen onder leiding van de socialist Kok. Na zijn nationale politieke carrière werd hij lid van de Europese Commissie van 1999 tot 2004 bevoegd voor Interne Markt en Belastingen. Zijn belangrijkste realisatie is de zogenaamde Bolkesteinrichtlijn. Deze richtlijn verplicht de lidstaten van de Europese Unie om hun dienstenmarkt vrij te geven voor aanbieders in andere lidstaten. Tegen deze regel kwam fel verzet van de vakbonden, maar na enkele aanpassingen werd ze op 16 februari 2006 aangenomen door het Europees Parlement. In 2004 werd Bolkestein benoemd tot bijzonder hoogleraar Intellectuele Grondslagen van Politieke Ontwikkelingen aan de Universiteit Leiden en de Technische Universiteit Delft. Dat hoeft geen verbazing want de gewezen politicus hield en schreef in de voorbije jaren diverse lezingen en teksten die het louter politieke overstijgen.

Zijn boek De twee lampen van de staatsman is een verzameling van de meest opvallende lezingen die Bolkestein de voorbije jaren hield. Het zijn stuk voor stuk diepzinnige teksten die niet alleen getuigen van zijn grote eruditie maar tevens van zijn betrokkenheid bij de diverse maatschappelijke discussies van onze tijd. Tegelijk geven de teksten een goed beeld van de drijfveren en het karakter van deze eigenzinnige Nederlander politicus die zijn stempel drukte op de Nederlandse en Europese politiek. Of anders gezegd, dit boek is zowat de neerslag van het denken van een politicus die veel impact had (en heeft) op de Europese politiek. Over Europa schrijft dat de diverse lidstaten behoefte hebben aan een sterkere nationale identiteit naarmate de Europese Unie zich uitbreidt. Het is een betwistbare stelling. Bolkestein geeft toe dat een eigen identiteit geen statisch gegeven is maar een open begrip. Net daarom is het zo verwonderlijk dat hij zoveel aandacht schenkt aan de ‘Nederlandse identiteit’. Collectieve identiteiten roepen bij liberalen altijd weerstand op omdat ze vaak ingaan tegen het recht op zelfbeschikking. De door de auteur zo bewonderde Peruaanse auteur Mario Vargas Llosa ziet achter elk pleidooi voor de verdediging van de identiteit van een groep een complot tegen de individuele vrijheid. Liberalen laten zich niet afschrikken door invloeden van buitenaf, maar zien die als een verrijking en nieuwe impulsen. Daarmee sluiten ze ook aan bij het kantiaanse ideaal van het wereldburgerschap.

Frits Bolkestein keert zich wel tegen het historicisme, het geloof in een finaliteit van onze geschiedenis. En hij verwijst naar het kabinet Den Uyl dat zo vertrouwde in de maakbaarheid van de samenleving en een grootse toekomst voorhield, maar dat finaal uitliep op een sociaal-economisch drama. ‘Het begrotingstekort vertienvoudigde (…) De inflatie bereikte een record van bijna 10 procent (…) Een financiële prikkel tot arbeid werd immers niet nodig geacht’, aldus de auteur. Het gevolg was in elk geval een terugval van de koopkracht en massale werkloosheid. Het keynesiaanse denken had gezorgd voor een drama. Tegelijk steeg de zorg voor onveiligheid. Bolkestein was een van de eersten die dit probleem ernstig nam en pleitte voor een gepaste aanpak. ‘Ik beschouw de noodzaak een modis vivendi met de islamitische minderheden te vinden als Europa’s grootste probleem’, zo zei hij, en hij ondersteunde elke vorm van ijtjihad, een vorm van kritische islam die heden ten dage nadrukkelijk wordt uitgedragen door de Canadese moslima Irshad Manji.

In het deel over Liberale filosofie gaat Bolkestein dieper in op het gedachtegoed van enkele belangrijke filosofen die de waarden van de Verlichting tot gemeengoed maakten. Zoals Bernard Mandeville auteur van de Fable of the Bees. ‘Zijn bijenkorf stond model voor de moderne samenleving van mondige individuen die het eigenbelang nastreefden’, schrijft Bolkestein, ‘maar per saldo met een positief resultaat voor het geheel’. Hij verwijst naar Adam Smith die aangaf dat concurrentie uiteindelijk leidt tot verbetering. Dat klopt niet alleen voor de relatie tussen particulieren, maar ook tussen staten. Denk aan de lidstaten van de Europese Unie die elk op zich streven naar een betere positie tegenover het ‘Europees gemiddelde’. Met die visie botst Bolkestein met de romantiek van Rousseau die geloofde in de waarde van de oorspronkelijke gelukzalige staat. Het was Popper die deze visie finaal onderuit hield met zijn overtuiging dat tradities wel interessant kunnen zijn, maar nooit een rem mogen betekenen op de vooruitgang van de mens. Vooral Kant begreep de nieuwe tijdsgeest en kwam zonder voorwaarden op voor de emancipatie van de mens, een totaal andere houding dan die van Fichte die niet het individu maar de Duitse natie centraal stelde. Terecht schrijft Bolkestein dat ‘een pleidooi voor nationalisme kan nimmer los worden gezien van wat zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld’.

‘De vooruitgangsidee, het streven naar een betere, vrijere samenleving, vormt een even onmisbaar als onmiskenbaar onderdeel van het liberalisme’, aldus Bolkestein die zich afzet tegen elk utopisch denken. Dat laatste heeft alleen maar onheil meegebracht en hij verwijst niet alleen naar het nationalisme, maar ook naar het fascisme en socialisme. In de figuur van Mussolini toont hij scherp de gelijkenissen van die twee laatste stromingen aan. In zijn streven naar een evenwicht tussen klasse en natie kwam de Duce al snel tot een vorm van nationaal socialisme. Het doet hem besluiten dat het ‘avant-gardesocialisme van Lenin en het nationaal socialisme van Mussolini’ beide loten zijn van de stam van het revolutionaire marxisme en het appèl op de massa. In die overgang van het belang van het individu naar dat van de massa ging de liberale democratie ten onder. Dit proces van de-individualisering komt terug bij tal van grote schrijvers als Sebastian Haffner, Stefan Zweig en Wislawa Symborska. En het werd ook bestreden door verlichte geesten die al snel inzagen dat elke vorm van utopisme zou leiden tot de neergang van de vrijheid.

Een van hen was Karl Popper bij wie Bolkestein langer stilstaat. De auteur van De open samenleving en haar vijanden was in zijn jonge jaren nog communist geweest. Maar toen hij letterlijk zag hoe de Partij mensen als middelen gebruikte om haar doel (de revolutie) te bereiken haakte hij al snel af. Zijn verdere leven keerde Popper zich net als Isaiah Berlin en Friedrich Hayek af tegen de vijanden van de vrijheid: Mussolini, Stalin en Hitler. Bolkestein vindt het betreurenswaardig dat deze figuren die de vrijheid ‘in het uur van haar hoogste nood’ verdedigden, nu vergeten dreigen te worden. Dat laatste klopt niet helemaal. Het werk van Popper en de anderen kent in onze contreien opnieuw een revival, vooral nu de vrijheid opnieuw onder druk komt te staan van neomarxistische antiglobalisten en orthdoxe religieuze strijders. Toch blijft Bolkestein (popperiaans) kritisch tegenover Popper zelf en dan vooral diens sympathie tegenover een vorm van social engineering, wat Bolkestein ‘een gevaarlijk instrument’ noemt. Nog veel kritischer is hij dan ook tegenover die andere grote filosoof John Rawls die met zijn boek A Theory of Justice zowat de verzorgingsstaat omhelsde. Hier haalt Bolkestein fel uit naar de uitwassen van dit systeem. Hij wijst op de perverse effecten van een té grote sociale bescherming die miljoenen mensen in de werkloosheid houdt, wat neerkomt op een verspilling van talent en creativiteit, maar ook van overheidsgeld.

Bolkestein wordt vaak getypeerd als een conservatief denker. Dat klopt niet helemaal. Weliswaar hecht hij groot belang aan de Nederlandse en Europese joods-christelijke identiteit – waarbij hij zich kant tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie – maar de kern van zijn verhaal is ronduit vooruitstrevend. Hij is een fel verdediger van de Verlichting en schaart zich achter de Schotse moraalfilosofen die meenden ‘dat ieder mens zijn eigen unieke waarde heeft’. Hij staat dan ook pal achter mensen als Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur en Afshin Ellian die opkomen voor het recht van eenieder om te geloven of niet te geloven, om zijn of haar eigen leven te leiden, om niet onder dwang van een ander, een groep of geloof te staan. Hij haalt dan ook fors uit naar die moslims en cultuurrelativisten die zich verzetten tegen het individualisme en de emancipatie van de mens, in het bijzonder van vrouwen. Bolkestein heeft het niet begrepen op het postmodernisme wat hijzelf betitelt als ‘nieuw antimodern links’. Vaak gaat het om personen en groepen die gestuwd worden door hun afkeer voor het kapitalisme, de democratie (denk aan president Chavez van Venezuela die zich bijzondere machten liet toekennen), het Westen (vooral dan tegen de VS) en zelfs de wetenschap.

Eigenlijk vormt het boek één grote aanklacht tegen wat Bolkestein Gesinningspolitik noemt, de politiek van de goede bedoelingen, maar die er in de praktijk niet veel van terecht brengen. In zijn slot werpt hij zich dan ook op als een verdediger van het kapitalisme met winstbejag, ijdelheid en geldingsdrang als ‘straalmotoren waarin de mensheid vooruit ging’, maar die wel worden getemperd door waarheid en moraal. Privé-bezit speelt in een vrije samenleving een essentiële rol en het is dus de taak van de overheid om het individu en zijn eigendom te beschermen tegen diefstal. Privé-eigendom verschaft zin aan de mens, het zorgt voor de nodige prikkels en spoort aan tot verantwoord gedrag. Daarmee is het onderscheid tussen de liberaal Bolkestein en de socialisten glashelder. Maar evenzeer keert de auteur zich tegen de ‘zogenaamde libertariërs die het belang van privé-eigendom verabsoluteren’. Liberale democratie is voor Bolkestein een oefening in politieke evenwichtskunst, in het bijzonder tussen privé-eigendom en democratie.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Frits Bolkestein, De twee lampen van de staatsman, Bet Bakker, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be