Grensverkenningen

boek vrijdag 25 november 2005

Frits Bolkestein

Een van de meest opvallende en spraakmakende Nederlandse politici van de afgelopen decennia is Frits Bolkestein. De rijzige, wat stuurse liberale voorman begon zijn loopbaan in het bedrijfsleven bij Shell. Pas in 1978 zette hij zijn eerste stappen in de politiek. Hij werd Staatssecretaris voor Economische Zaken en later Minister van Defensie onder de regeringen Lubbers I en II. Bij het grote publiek werd hij pas echt bekend als fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Zo nam hij vaak controversiële standpunten in met betrekking tot het vreemdelingenbeleid en de normen en waarden in de samenleving. Na de verkiezingen van 1994 lag hij mee aan de basis van de nieuwe paarse coalitie maar tot verbazing van velen weigerde Bolkestein een ministerpost en bleef als fractieleider aan het hoofd van zijn partij. Als lijsttrekker bij de parlementsverkiezingen in 1998 bracht hij de VVD naar een historisch hoogtepunt. Na de vorming van de tweede paarse coalitie verliet hij de nationale politiek en werd van 1999 tot 2004 Europees Commissaris voor Interne Markt en Belastingen, één van de zwaargewichten in de Commissie onder leiding van de Italiaan Romano Prodi. Over zijn vijf jaar als Europees Commissaris hield Frits Bolkestein een dagboek bij dat onlangs verscheen onder de titel Grensverkenningen.

Eigenlijk is dit het tweede boek van een Commissaris van de Commissie Prodi. Vorig jaar verscheen reeds het essay Europa als wereldmacht van Pascal Lamy, een Franse collega maar als socialist ook een ideologische tegenstander van Frits Bolkestein. Daarin schetste Lamy hoe moeilijk het was om als Commissie de Europese Raad te overtuigen eensgezind op te treden tegenover de Verenigde Staten als belangrijkste handelsconcurrent. Bolkestein gaat meer in op de moeilijke besluitvorming binnen de Commissie zelf en haalt daarbij regelmatig scherp uit naar zijn collega’s uit de grote lidstaten die, ondanks hun eed van onafhankelijkheid die ze bij het begin van hun termijn aflegden, op cruciale momenten toch hun eigen land trachten te beschermen. Vooral de Fransen en de Duitsers moeten het daarbij ontgelden. Zo stoort het hem mateloos dat het Stabiliteitspact dat enkele jaren voordien in het kader van de eenheidsmunt (vooral door Duitsland) geëist en opgelegd werd aan alle lidstaten, door diezelfde ‘grootmachten’ niet wordt nageleefd. Zo veegde hij op televisie Prodi de mantel uit omdat die het Pact ‘stupide’ had genoemd, waarop hij een boze telefoon van zijn voorzitter kreeg. Maar Bolkestein counterde dit op zijn eigen manier door te dreigen met zijn ontslag als de Commissie officieel van mening zou zijn dat het Pact zou moeten worden gewijzigd. Prodi had hem kunnen ontslaan, maar durfde dat niet in de wetenschap dat hij zo heel wat kritiek te verduren zou krijgen.

Frits Bolkestein wordt door de media regelmatig bestempeld als ouderwets, calvinistisch, conservatief, ultra liberaal en een blinde supporter voor de Verenigde Staten. Dat beeld klopt niet helemaal en dat blijkt ook uit dit dagboek. Inderdaad, hij is blijkbaar gesteld op traditionele, zelfs wat achterhaalde omgangsvormen, klassieke klederdracht, etiquette en een correct woordgebruik. Maar dat heeft meer met burgerlijke beleefdheid en respect te maken dan met oubolligheid. Dat calvinistische trekje klopt ook maar ten dele. Bolkestein koppelt immers graag het nuttige aan het aangename en verkiest dan ook de betere restaurants. ‘Ik ben toch meer Bourgondiër dan calvinist’, zo schrijft hij. Conservatief klopt al evenmin. Vaak ergert hij zich aan de behoudsgezinde houding van vakbonden en politici die elke noodzakelijke vernieuwing en modernisering in de weg staan. Hij klaagt de rijke landen aan die met hun protectionistische politiek de ontwikkeling van arme landen belemmeren.

Natuurlijk is Bolkestein een overtuigde liberaal en pleit hij derhalve voor deregulering en meer marktwerking, maar dat maakt van hem nog geen ultra liberaal of libertariër die de staat verafschuwt. De overheid, ook de Europese, speelt wel degelijk een belangrijke rol en moet sterk zijn, maar de auteur wil wel dat ze zich enkel bezighoudt met haar kerntaken. Bolkestein ziet immers scherp in hoe een overheid steeds de neiging heeft zich meer taken toe te eigenen en daardoor meer bureaucratie te genereren. En een blinde Amerikanofiel is hij evenmin. Hij wil goede en stevige betrekkingen met de Verenigde Staten, maar meer dan eens spreekt hij zich uit tegen de oorlog in Irak en pleit hij voor meer Europees zelfvertrouwen tegenover de grootste macht van de wereld. Net in zijn visie op de ontwikkeling van de Europese Unie blijkt de gewezen eurocommissaris dan weer wel behoudsgezind. Bolkestein is een fervent tegenstander van een federaal Europa, onderging met veel scepsis de recente uitbreiding van de Unie met de tien nieuwe lidstaten op 1 mei 2004, bekritiseert de nakende toetreding van Bulgarije en Roemenië, en verzet zich fel tegen het lidmaatschap van Turkije. In juli 2000 schetst hij in zijn dagboek een zwart beeld van de nakende uitbreiding. ‘Over een eeuw (…) zou een geschiedschrijver wel eens kunnen concluderen dat het hoogtepunt van de Europese integratie nu is en dat de uitbreiding verstarring en een terugkeer naar intergouvernementalisme heeft gebracht’. Het lijkt in het licht van de afwijzende referenda in Frankrijk en Nederland wel een profetische uitspraak.

Zijn vrees dat Europa door een snelle en voortdurende uitbreiding juist dreigt uiteen te vallen verwoordde hij op 6 september 2004, naar aanleiding van de opening van het academisch jaar in Leiden, met zijn toespraak onder de titel De Veelvolkeren Unie. Daarin verwijst hij naar de vroegere Oostenrijk-Hongaarse monarchie, de meest Europese staat die ooit bestaan heeft, maar die negentig jaar geleden ten onder ging. Het was een staat in het midden van Europa waarin een multi-etnische bevolking samenleefde. Het verenigde Oostenrijkers, Hongaren, Tsjechen, Duitsers, Slowaken, Polen, Roemenen, Slovenen, Kroatiërs en Ruthenen. Er kwamen steeds meer Europeanen bij, tot het rijk barstte. De mogelijke toetreding van Turkije, aldus Bolkestein, betekent ook dat we de Oekraïne en Wit-Rusland moeten aanvaarden. En dat zal leiden tot zoveel instabiliteit dat de Unie ten onder zal gaan.

Die analyse is hard en niet helemaal onterecht voor zover men in het uitbreidingstempo te snel gaat. Maar betekent dit dat Europa daarom zijn grenzen definitief moet vastleggen? Ik meen van niet, meer nog een open kijk naar een mogelijke toetreding van Turkije lijkt me juist meer dan ooit aangewezen. En dat met hetzelfde argument dat Bolkestein gebruikt in zijn verzet ertegen, namelijk stabiliteit creëren. Sluiten we de deur voor Turkije dan blijft voor dit land en haar inwoners alleen de optie van een samenwerking met de andere moslimlanden open. Als we hen elk perspectief ontnemen om ooit bij de grote Europese familie te komen, dan pas creëren we een explosieve situatie. Het gebrek aan perspectief lijkt me vandaag hét gevaar voor geweld en terreur. Daarbij komt dat geografische afbakeningen van Europa zinloos zijn – een deel van Turkije ligt op het Europese vasteland, met ruim 10 miljoen inwoners en dus meer dan lidstaten als België, Denemarken of Finland – net zoals de verwijzing naar een gemeenschappelijke religie of cultuur. Die bestaat niet. Het weren van Turkije omdat het een moslimland is, is net zo absurd als dat men overwegend christelijke landen zou weren. Europa is een idee, een vorm van samenleven. Waarbij men zich vrijwillig onderwerpt aan enkele fundamentele spelregels zoals de liberale grondrechten. Het gaat dus niet om Turkije, maar om de Turken, de Koerden, de Armeniërs en al die andere mensen die net zoals wij verlangen naar vrijheid en welvaart.

Het al te lang uitsluiten of weigeren van Turkije zou een historische vergissing zijn. Inderdaad het zou een stuk instabiliteit importeren, zoals Bolkestein zegt. Maar tegelijk, en de auteur erkent dit ook letterlijk, zou het stabiliteit exporteren. En dat lijkt me in deze explosieve wereld noodzakelijk. Daarbij verwijs ik naar de beruchte uitspraak van Benjamin Barber – door Bolkstein een intellectuele oplichter genoemd – dat ‘ook het lijden is gedemocratiseerd en de mensen die het het moeilijkst hebben, zullen middelen vinden om de mensen die het verst verwijderd zijn in hun pijn te laten delen. Als de rechtvaardigheid niet gelijk kan worden verdeeld, zal de onrechtvaardigheid gelijk worden verdeeld; als niet iedereen kan delen in de welvaart, zal verpaupering - in materiële en spirituele zin - ons allen ten deel vallen. Dat is de harde les die wederzijdse afhankelijkheid ons leert.’ En eigenlijk begrijpt Bolkestein dit ook en pleit hij met overtuiging voor meer globalisering, waarmee hij ingaat tegen het doemdenken en het conservatisme van groepen en mensen die zich ervan afkeren. Landen die zich openstelden voor de wereld zijn er economisch en politiek op vooruit gegaan, landen die dat niet deden – zoals bijvoorbeeld Argentinië – hebben het moeilijk. Om de Europese welvaart binnen de geglobaliseerde wereld veilig te stellen pleit hij dan ook voor een wijziging in ons bestedingspatroon. We moeten ons geld niet langer aan landbouw uitgeven maar investeren in de kenniseconomie. We moeten niet investeren in de werkgelegenheid van gisteren maar in die van morgen. Mooi gezegd.

Dat Bolkestein met zijn discours enkel oog zou hebben voor de belangen van de ‘rijke’ landen klopt niet. In tegenstelling tot heel wat antiglobalisten – die met hun discours voor protectionisme en het inperken van de vrije marktwerking in feite blijk geven van cultuurrelativisme en onverschilligheid voor het lot van mensen in andere landen – ondersteunt hij de welvaartsontwikkeling van arme landen door ze net kansen te geven op de wereldmarkt. Om kans op succes te hebben moeten die landen wel hun concurrentiële voordelen kunnen gebruiken. Zo pleit hij voor een vrij verkeer van werknemers van de nieuwe lidstaten (iets waar Schröder tegen was), steunt hij Estland dat zijn lage vennootschapstarieven wil behouden omwille van de belastingsconcurrentie, verwerpt hij het landbouwprotectionisme, vooral inzake suiker, rijst en bananen, dat er toe bijdraagt dat tal van boeren in arme landen in de armoede blijven steken (‘De EU op zijn smalst’ schrijft hij), en wil hij met zijn omstreden richtlijn over de vrijmaking van de dienstensector binnen de Europese Unie een nieuwe dynamiek veroorzaken, waardoor tienduizenden nieuwe jobs zouden ontstaan. Bolkestein botste hiermee op heel wat verzet van politici en vakbonden die enkel oog hebben voor hun ‘eigen volk’ of hun quasi corporatieve groepsbelangen. In elk geval beseft hij als een van de weinigen dat een reeks hervormingen in Europa noodzakelijk zijn willen we onze welvaart voor de toekomst veilig stellen. Of die er snel komen is de vraag, en de auteur maakt hij zich terzake weinig illusies. ‘Veel aardige mensen zullen noodzakelijke maar pijnlijke hervormingen willen uitstellen. Veel onaardige mensen zullen hun gelijk bevestigd zien. Dat is de ironie van de politiek’, zo beëindigde hij enkele weken na zijn commissarisschap zijn toespraak voor de vijftigste verjaardag van de Telderstichting.

Vriend en vijand erkennen de grote intellectuele slagkracht en eruditie van de gewezen commissaris en daar pakt hij ook graag mee uit. Het dagboek leest als een culturele agenda. Waar hij zich ook bevindt, Bolkestein maakt voortdurend tijd vrij om te lezen, theatervoorstellingen te volgen, klassieke muziekconcerten bij te wonen en tentoonstellingen te bezoeken. Regelmatig luistert hij naar en praat hij met toonaangevende denkers en schrijvers zoals Mario Vargas Llosa, Roger Scruton, Paul Cliteur, Henri Lepage, Johan Norberg, Alain Finkielkraut en Francis Fukuyama. Hij omringt zich met scherpe geesten als Derk Jan Eppink, Luuk Van Middelaar en Joshua Livestro. Hij ondersteunt ten volle Ayaan Hirsi Ali. ‘Haar voornaamste doel is de emancipatie van islamitische vrouwen, een doel waar ik volledig achter sta’, zo schrijft hij. En verder neemt hij geen blad voor de mond. Zijn lofbetuigingen zijn kort en krachtig, zijn kritiek meedogenloos en scherp. Hij is nu bijzonder hoogleraar 'intellectuele grondslagen van politieke ontwikkelingen' aan de Technische Universiteit Delft en de Universiteit Leiden. Bolkestein heeft nu de tijd om verder na te denken en te schrijven. In zijn dagboek kondigt hij alvast zijn ‘grote boek’ aan, waarschijnlijk een laatste en krachtig orgelpunt op een succesvolle politieke carrière.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Frits Bolkestein, Grensverkenningen. Dagboek van een Eurocommissaris, Bert Bakker, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be