Historicus Olivier Boehme beschrijft in zijn boek Revolutie van rechts in Vlaanderen tijdens het interbellum hoe de rechts-radicale ideeŽn de Vlaamse intelligentsia in de jaren twintig en dertig van vorige eeuw hebben beÔnvloed. In een ruim inleidend hoofdstuk zet hij tegen een Europese achtergrond uiteen hoe een contrarevolutie sinds 1789 de moderne opvattingen over politiek en maatschappij bekampte. Hij onderscheidt daarbij verschillende vormen naar tijd en plaats van deze stroming. De Eerste Wereldoorlog was een breuk in het politiek en economisch liberalisme van de eeuw daarvoor, ook los van de specifiek Duitse situatie na de nederlaag van 1918 en de daaropvolgende diepe crisis. Ook tijdens het interbellum nam de revolutie van rechts of conservatieve revolutie uiteenlopende gedaanten aan. De hedendaagse apologeten van die ideologie leggen daar de nadruk op in een poging een deel van het rechts-radicalisme te onderscheiden van fascisme en nazisme en het zo te vergoelijken. Maar Boehme vindt integendeel een genuanceerde en diversifiŽrende aanpak nodig om te laten zien hoe het extreem conservatieve gedachtegoed veel meer verspreid was dan de term fascisme laat vermoeden. Door deze eenheidsterm wordt immers de indruk gewekt dat alles wat er niet onder thuis hoort aan de tegenovergestelde kant stond. Anderzijds vermijdt het ook dat op een simplistische manier wordt gegoocheld met het 'f-woord'.

In het hoofdstuk over het 'katholieke dilemma' schetst Boehme de antimoderne houding van de Kerk die ook tot minstens 1945 de seculiere staat verwierp. BelgiŽ vormde in dat opzicht een geval apart. Precies omdat de grondwet en de impact van de katholieken er de ontplooiing van haar zuil toelieten stond het in de kerkelijke gratie. Maar de geestelijke en materiŽle crisis van het interbellum, die in feite niets anders dan een overgangsfase was van een oligarchische maatschappij naar een massademocratie, gaf veel katholieken de indruk dat ze met hun banvloeken tegen de moderne wereld altijd gelijk hadden gehad. De vooraanstaande Vlaamse en niet echt katolieke filosoof Herman J. De Vleeschauwer van de Gentse universiteit kwam trouwens ook tot de conclusie dat het cartesiaanse rationalistische pardigma zijn beste dagen had gehad en het woord was aan het 'niet-rationale', dat overigens vele vormen kende.

Het Italiaanse fascisme, de Action FranÁaise en aanverwanten konden aanvankelijk op katholiek krediet rekenen. Centraal stond de vraag hoe het best een vorm van neocorporatisme viel te verwezenlijken. Het wel erg grimmige gelaat van het nazisme en de jodenvervolging in Duitsland bracht evenwel aarzelingen teweeg. Het is treffend hoe dezelfde antimoderne opstelling het raciale biologisme en de eugenetica aan katholieke zijde vaak deden verwerpen. Boehme wijst erop hoe dit duidt op de paradox binnen de Revolutie van rechts: sommigen zoals de rassentheoretci gingen in hun zoektocht naar een 'zuivere' wereld zover dat ze er moderne (pseudo-)wetenschap voor inzetten. Dit vervreemdde hen net van andere groepen binnen dezelfde stroming, zoals bepaalde gelovigen.

Een ideoloog die zowel in katholieke als in Vlaams-nationalistische kringen enig gehoor vond en ideeŽn van vooral Duitstalige geestesverwanten ventileerde, was Victor Leemans. Hij deed een onhandige poging de moderne wereld met de antimoderne visies van katholicisme en nationalisme te verzoenen door 'nieuw rechtse' bewegingen en gedachten, zoals die van Othmar Spann en Carl Schmitt, In Vlaanderen te introduceren. Hij wilde nieuwe sociologische uitdagingen aangaan met behoud van orde en volksgemeenschap door een middenweg tussen kapitalisme en socialisme te bewandelen. Een vorm van autoritair neocorporatisme trachtte hij te funderen op ideeŽn van Carl Schmitt, jurist in dienst van het nazi-regime. Maar de kringredeneringen van deze laatste nam hij eveneens over. Zo moest een leider in naam van 'het volk' opstaan om daarna dat volk pas echt vorm te geven ... De VNV'er Leemans collaboreerde tijdens de oorlog als secretaris-generaal voor economie en zetelde vanaf 1949 voor de CVP in senaat, om in 1965 voorzitter van het Europees parlement te worden.

Het ontwerpen van een 'derde weg' tussen kapitalisme en marxisme was ook het project van de vooraanstaande Belgische socialist Hendrik De Man. In tegenstelling tot Leemans was hij een internationaal gereputeerde figuur, die ook in BelgiŽ als minister en voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij een eersterangspositie innam. Hij herzag het historisch materialisme van Marx, die een 'onafwendbare' revolutie had voorspeld. De Man legde meer de nadruk op socialistische ethiek en voluntarisme. In plaats van te wachten op een revolutie of een lauw sociaal-democratisch reformisme te bedrijven, pleitte hij voor het planisme door een sterke staat. Vanaf 1937 begon hij zich ook wat afkerig op te stellen tegenover de bestaande parlementarire democratie, deels uit frustratie voor eigen falen daarin. Na de Belgische overgave in 1940 ging hij de weg van de collaboratie op tot zijn rol in 1942 uitgespeeld was. Na 1945 zaten de socialisten ermee verveeld dat de Belgische roerganger van het planisme, dat ze ook na de oorlog bleven aanhangen, 'fout' was geweest. (In het artikel ĎHendrik De Man en de revolutie van rechtsí in het tijdschrift Brood en Rozen 2002/2 gaat Boehme onder meer nader in op de dimensies van dit planisme na De Man.)

Het hoofdstuk over het gebruik van de concepten 'volk' en 'ras' in de bestudeerde periode laat zien hoe onnauwkerig ze van elkaar werden onderscheiden. De biologisering van de term 'volk' was een logisch gevolg. De antropoloog Gustaaf Schamelhout trachtte de karakteristieke van het Vlaamse volk te doorgronden op basis van haarkleur, neus- en schedelindexen. Zijn Franstalige collega Emile Houzť had het hem trouwens als voorgedaan door bijvoorbeeld verkiezingsuitslagen te verklaren op basis van raciale kenmerken: het lichtogige ĎVlaamse rasí was onderdaniger van aard en daarom meer gewonnen voor de clericalen. Het toont aan hoever het raciale denken sinds de negentiende eeuw om zich heen greep. Een figuur als de jonge advocaat Maurits Langohr laat echter zien dat het meest aggressieve en hatelijke racisme ook wortel schoot op Vlaamse bodem. Hij had het over de joden als 'vreemde kankers' in het 'volkslichaam'. De anti-joodse maatregelen en het herzien van de fundamentele regels van de rechtsstaat onder het nazi-regime juchtte hij enthousiast toe. Dezelfde Langohr maakte tijdens de bezetting carriŤre aan de Gentse universiteit en werd in 1972 rechter in Antwerpen. Het lot van de joden en het antisemitische-racisme in Vlaanderen diepte de historicus Lieven Saerens in zijn case-study over Antwerpen, Vreemdelingen in een wereldstad (reeds besproken in de boekenrubriek van Liberales), nog grondiger uit.

Boehme concludeert dat de rechts-revolutionaire stroming in Vlaanderen tijdens de tussenoorlogse periode in zijn jongste uitingen een mengsel was van verwerping van het kapitalisme en het streven naar de doorbreking van het klassenstelsel binnen een volk of gemeenschap. Maar precies daarom moesten individualisme, kosmopolitisme en democratie aan banden worden gelegd. Het duidt op een punt van overeenkomst tussen de extremen van conservatisme, nationalisme en socialisme. Robert Van Roosbroeck bijvoorbeeld, Vlaams nationalist en historicus met een grote naam, begon in de naar communisme neigende en internationalistische Clartť-beweging en eindigde als een van de fervenste topmandatarissen van de De Vlag, de radicaalste collaboratiebeweging in Vlaanderen.

Boehme ontwikkelt ook de hypothese dat precies in Vlaanderen een vorm van volksnationalisme en autoritarisme kon ontluiken omdat het vrij laat en op korte tijd een moderniseringsbeweging doormaakte. Hij vergelijkt dit met Duitsland, dat in de tweede helft van de negentiende eeuw razendsnel industrialiseerde zonder dat een democratisch politiek bestel op tijd en adequaat wist te reageren op de nieuwe samenlevingsproblemen die een en ander met zich meebracht. Zoals de knappe studie van Chris Van der Heyden Grijs Verleden over Nederland tijdens interbellum en oorlog aantoont (zie daarvoor eveneens onze boekenrubriek), had de crisis van de democratie en de 'burgerlijke' wereld ook andere delen van Europa in haar greep. Maar massafenomenen als het VNV trof je in Nederland voor de oorlog inderdaad niet aan. En daarbij is het belangrijk in te zien dat het extreem-rechtse VNV aanvankelijk wel een politiek succes was en het progressief Vlaamse-nationalisme van de jaren twintig veel minder. Wat niet belette dat van de laatste wel velen naar de eerste doorstroomden.

In de jaren twintig en dertig beheerste de revolutie van rechts het intellectuele en politieke debat. Dat volgde ondermeer uit de ontgoocheling over het parlementaire systeem dat moeilijk tot een duidelijke besluitvorming kwam. Het leidde tot een afkeer voor het rationalisme, intellectualisme en individualisme. In die mengeling van religiositeit, idealisme en fatalisme bleek het Ďvolkí een eenvoudig begrip om het eigen geweten uit te schakelen. De uitschakeling van de persoonlijke moraal en de overgave aan de wil van het volk is waarschijnlijk een van de grootste dramaís van de voorbije eeuw geweest en heeft velen in het rechtse kamp tot de extreme ideeŽn van het nazisme en fascisme gebracht. Het boek van Boehme geeft aan hoe laag de drempel was voor rechts- en zelfs linksdenkende intellectuelen om die stap te zetten en hoezeer collectieve begrippen als volk, gemeenschap en ras misbruikt werden om de eigen verantwoordelijkheid uit te schakelen.


Recensie: Dirk Verhofstadt

Olivier Boehme, Revolutie van rechts en intellectuelen in Vlaanderen tijdens het interbellum. IdeeŽnhistorische bijdragen, Acco, 1999, 278 blz.

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be