De geschiedenis is terug, zei Donald Tusk bij zijn aantreden als voorzitter van de Europese Raad in 2014. Tusk verwees hiermee naar nieuwe spanningen aan de grenzen van Europa: de opmars van IS, de agressie van Rusland in Oekraïne, de onrust in Noord-Afrika. Tusk vergist zich, aldus de Nederlandse historicus en politiek analist Ivo van de Wijdeven (1979) in De rafelranden van Europa. In feite is de geschiedenis nooit weggeweest. ‘Fenomenen van nu (…) staan niet op zichzelf maar vormen het voorlopige eindpunt van langtermijnontwikkelingen in samenlevingen en continenten.’ Olivier Boehme (1974) onderschrijft in Europa, een geschiedenis van grensnaties de stelling van zijn collega. Hoewel de Belgische historicus zich louter op Europese grensnaties zoals België en Duitsland focust, bewijst ook hij dat de geschiedenis ons leert dat niet enkel onze binnengrenzen voortdurend verschuiven, maar dat tevens onze buitengrenzen altijd onder druk staan.

Zijn onze voorspoed, vrede en veiligheid dan een illusie? Beide auteurs wijzen naar de politiek. Als de politici de uitdagingen niet eendrachtig aanpakken, zal Europa verder uit elkaar scheuren, en zal het nationalisme, de verwekker van twee wereldoorlogen, opnieuw de lakens uitdelen. Hoe verbindt een land zijn plaats in een regio met zijn plaats in de wereld? Kan een land zijn identiteit bewaren als het zich voor iedereen openstelt? En hoe moet het met zijn naaste buren omgaan? Het zijn slechts enkele van de talloze vitale vragen van Olivier Boehme. De antwoorden vindt hij in een indrukwekkende reeks voorstellen, plannen, ideeën, eisen, redeneringen, verzuchtingen, denkbeelden, attitudes en projecten die door de eeuwen heen door politici, schrijvers, filosofen, historici en ideologen aan de lopende band zijn geformuleerd. En soms uitgewerkt.

Boehme graaft daarbij in de eerste plaats in het woelige verleden van Nederland, België, Luxemburg en Zwitserland, erfgenamen van het 9de-eeuwse Midden-Frankische rijk. Ook de nazaten van het Oost-Frankische rijk – Duitsland en Oostenrijk – neemt hij onder de loep. Enkel de afstammeling van het West-Frankische rijk blijft buiten beschouwing: het centralistische Frankrijk cultiveert immers de totale assimilatie van zijn onderdanen. ‘Iedereen is (in Frankrijk) welkom,’ aldus Boehme, ‘maar niet als ander, enkel als aanstaand Fransman.’ De andere landen daarentegen zijn echte grensnaties, landen die uiteraard grenzen hebben, maar zelf ook een grens zijn. Tussen noord en zuid, zoals België, of tussen oost en west, zoals Duitsland. Deze landen hebben met andere woorden geen andere keuze dan voortdurend om zich heen te kijken.

Wie bevindt zich aan de overzijde van onze grens? Valt hij te vertrouwen? Hoe bewaren we de vrede, onze voorspoed, onze vrijheid, onze rechten? Wat te doen als een buur agressief wordt? Boehme gaat geduldig te werk. Geen enkele trilling van de Europese aardkorst ontsnapt aan zijn seismograaf. Conclusies trekken uit al die ontwikkelingen en veranderingen en uit al die paradoxen en tegenstellingen is evenwel niet eenvoudig. Toch tekenen zich op den duur een aantal beginsels af. Zo maakt hij korte metten met de idee dat een land zijn buren uit pure goedheid of uit moreel hoogstaande principes omhelst. Eigenbelang primeert altijd, punt uit. Even zonneklaar is dat kleine landen van de nood een deugd moeten maken: een kleine vis in een vijver vol vraatzuchtige haaien kan immers enkel overleven als hij zich als onmisbaar profileert. En ook duidelijk is dat verdraagzaamheid en democratie niet altijd een gelukkig getrouwd stel vormen.

Nu en dan doen de Belgische trillingen verrast opkijken. In Wallonië waren er bijvoorbeeld al in het begin van de 20ste eeuw voorstellen om het land een federatieve structuur te geven, lang dus voordat de Walen de Vlamingen verweten dat die het land met een federatie kapot wilden maken. Na de Grote Oorlog blies België zich tot ‘grootmachtje’ op, om zo Luxemburg, de Elzas, het Rijnland en delen van Nederland en Zwitserland op te slokken, een plan dat gelukkig mislukte. En toen de nazi’s territoriale aanspraken begonnen te maken, sloot België zich op in zijn ‘biologische identiteit, waar lichaamsvreemde cellen niet welkom waren.’ Joodse vluchtelingen voor de Duitse rassenwaan waren de voornaamste slachtoffers. Boehme heeft zich door een kamerbrede wand boeken gewerkt. Die arbeid heeft geloond. Hoewel zijn stijl vlotter en eleganter had mogen zijn, is hij erin geslaagd om duizend jaar complexe, stoffige en dus vaak vergeten Europese geschiedenis een nieuwe glans te geven.

Ivo van de Wijdeven raast in sneltreinvaart door duizend jaar geschiedenis van Europa. Eerst reist hij naar de buitengrenzen, met andere woorden naar Rusland, het Ottomaanse Rijk en Afrika. Vervolgens verkent hij de binnengrenzen van het continent. Een historisch perspectief is noodzakelijk, aldus de auteur, anders kunnen we de actuele ontwikkelingen onmogelijk begrijpen. En wat blijkt uit zijn overzicht? ‘Grensconflicten zitten in zekere zin in het DNA van de wereldkaart.’ Tien eeuwen geschiedenis in vogelvlucht beschouwen houdt uiteraard het risico in dat je de complexiteit ervan tekortdoet. Van de Wijdeven weet dat risico te beperken door zijn samenvatting op het werk van vooraanstaande historici te bouwen. Dat wil niet zeggen dat er af en toe een wenkbrauw mag worden gefronst. Is het echt zo dat de Russen aan een minderwaardigheidscomplex lijden? Stak het nationalisme pas na de Koude Oorlog in alle hevigheid de kop op?

Mocht Europa zich al in de vroegste middeleeuwen het continent van ‘de christenheid’ noemen? Hadden de huidige conflicten in Afrika en het Midden-Oosten vermeden kunnen worden als de Europese mogendheden in de 19de en 20ste eeuw de grenzen niet zouden hebben ingetekend? En rekruteert IS enkel bij kansarme islamitische jongeren? De synthese komt tot onvermijdelijke conclusies. Enerzijds is de geschiedenis van Europa aan aaneenschakeling van ‘oorlogen, conflicten, vervolgingen, schisma’s, opstanden en revoluties.’ Anderzijds wordt Europa vandaag door intense spanningen aan haar buitengrenzen bedreigd. Het gevolg voor de binnengrenzen? Prikkeldraad, slagbomen, hekken. En tweedracht onder de landen van de EU. ‘Europa stuit op zijn grenzen, letterlijk en figuurlijk.’ Toch verliest Van de Wijdeven de moed niet. Europa blijft het continent van vrede en welvaart, van democratie en van de mensenrechten. En de Europese eenheid rijpt al sinds de 15de eeuw.

Van de Wijdeven schrijft fris en snedig. Hij wijst de lezer ook indirect op zijn en haar verantwoordelijkheid. Als we toegeven aan de lokroep van nationalisten en populisten, zal Europa helemaal uit elkaar vallen en zullen de engelen des doods weer hun vleugels uitslaan.


Recensie door Joseph Pearce

Deze recensie verscheen eerst in de boekenbijlage van De Morgen

Olivier Boehme, Europa, een geschiedenis van grensnaties, Polis, 471p., €29,95. Ivo van de Wijdeven, De rafelranden van Europa, Spectrum, 301p., €22,50

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be