Wij zijn Big Data

boek

Sander Klous en Nart Wielaard

We leven in een tijd waarin we steeds beter onze gedragingen kunnen meten. Dat gaat van het controleren van ons gewicht, bloeddruk en hartslag, het invullen van onze water- en elektriciteitsstand, het via thuisbankieren bijhouden van onze diverse bankrekeningen, tot het massaal invullen van onze belastingbrief via Tax-on-Web. Ons dagelijks doen en laten wordt ook elektronisch opgeslagen via aankopen met ons pinkaart, het controleren van gegevens via onze SIS-kaart, het elektronisch laten controleren van ons treinabonnement, het ontlenen van boeken met onze bibliotheekkaart, het opslaan van aangekochte producten in supermarkten op onze getrouwheidskaarten, het rijden doorheen wegen met trajectcontrole, het scannen van onze aanwezigheid in de fitness, enz. Dagelijks geven we via het internet ook een massa informatie door van onze persoonlijke voorkeuren en interesses via populaire sites zoals Google, Facebook, Twitter, YouTube, Amazon en Pinterest. Op andere sites geven we dan weer feedback over een hotel of restaurant of een andere dienstverlening. En via onze gsm geven we exact mee waar, met wie en hoelang we bellen.

Het verzamelen en gebruiken van deze data over ons doen en laten is uitgegroeid tot een enorme business die een steeds grotere impact heeft op de samenleving. We staan er nauwelijks bij stil wat er met al deze vrijwillig vrijgegeven informatie gedaan wordt. Supermarkten houden er hun stocks mee up to date en beginnen steeds meer op maat gerichte publiciteit naar hun klanten door te sturen. Sociale netwerksites schotelen ons online steeds verfijndere testimonials en advertenties voor. Amazon biedt ons nieuwe uitgaven van boeken aan over thema’s die ons op basis van ons koopgedrag interesseren. Banken bieden ons gepersonaliseerde voorstellen voor belegging en pensioenopbouw. Telefoonoperatoren bieden ons abonnementen aan die nog beter aangepast zijn aan ons belverkeer. Reisbureau’s en hotels vragen naar onze ervaringen na een of meer overnachtingen. Onze garage laat niet alleen weten dat we op controle moeten maar stelt ons ook haar nieuwe modellen voor. En zelfs de telefoondienst van de spoorwegen laat ons nu weten dat het gesprek kan beluisterd worden teneinde de ‘kwaliteit van hun dienstverlening in de toekomst te verhogen’.

Dat hiermee een regelrechte aanslag gebeurt op onze privacy wordt nauwelijks nog opgemerkt of hooguit beschouwd als een wat vervelende bijzaak. Echt wakker liggen we er niet van. En dit alles vormt maar de voorbode van een technologische (r)evolutie die een enorme impact zal hebben op de samenleving. In hun boek Wij zijn Big Data beschrijven de Nederlandse hoogleraar Sander Klous en technologie-journalist Nart Wieland de enorme mogelijkheden van de internettechnologie die onvermijdelijk een steeds grotere rol gaan spelen in onze maatschappij en dat dit geen bedreiging hoeft te vormen voor zover gebruikers, bedrijven en de overheid er op een gepaste manier mee omgaan. ‘Als we een goede basis leggen voor een verantwoorde toepassing van data-analyse, ligt er een toekomst vol kansen voor ons open,’ zo stellen de twee enthousiaste auteurs. Zij zijn er rotsvast van overtuigd dat Big Data ‘een enorme verrijking kan zijn voor de wereld’. In de eerste plaats vervingen ze in één klap elke klassieke vorm van marktonderzoek waarbij mensen niet alleen aangeven wat ze denken te zullen doen, maar wat ze daadwerkelijk doen. Maar de toepassingen worden steeds spectaculairder.

Zo bestaat er eCall waarbij een auto na een ongeluk, zonder menselijke tussenkomst, de nooddiensten verwittigt en de juiste positie doorgeeft. Zo kunnen landbouwers beter de weersvoorspellingen beoordelen zodat ze betere oogsten kunnen realiseren. De eerste auto’s die zelfstandig rijden, bestaan en zullen binnen afzienbare tijd in het straatbeeld te zien zijn. Een nieuw draagbaar systeem Lifeline Medical Alert System detecteert of een oudere een val maakt waarbij de hulpdiensten opgeroepen worden. Via data-onderzoek en tracking-systemen kunnen epidemieën voorspeld en voorkomen worden. En autobestuurders worden verwittigd van mogelijke vertragingen op de weg en krijgen alternatieven aangeboden. Het is maar een kleine greep uit wat nu al mogelijk is, maar de toekomst belooft nog veel meer, en bedrijven zullen met Big data nog veel geld kunnen verdienen. De auteurs beseffen het gevaar voor aantasting van de privacy (zoals Britse ziekenhuizen die medische data doorverkochten aan zorgverzekeraars) en meer controlemogelijkheden voor de overheid, al voegen ze er nuchter (en enigszins terecht) aan toe dat dit de meeste mensen geen donder kan schelen.

Een mooi voorbeeld van het spanningsveld tussen die voordelen en nadelen vormt Snapshot, een apparaat dat in de VS kan gebruikt worden om het rijgedrag na te gaan, zoals snelheid, remgedrag, accuraat schakelen en dergelijke. Hoe beter de chauffeur rijdt hoe lager zijn verzekeringspremie. De voordelen zijn tweeledig: zowel commercieel (een lagere premie te betalen) en maatschappelijke winst (verkeersveiligheid). Over de aantasting van de privacy reppen de auteurs hier niet. Nog belangrijker is hun stelling dat de opkomst van de robotica een grote impact zal hebben op de werkgelegenheid. Volgens onderzoekers zou zowat de helft van de huidige beroepen kunnen verdwijnen door de opkomst van de technologie. Daarbij verwijzen ze naar de landbouw die ooit zowat zorgde voor een volledige tewerkstelling, maar nu nog nauwelijks 2 procent van de banen oplevert. ‘De opkomst van intelligente robots heeft een vergelijkbaar effect op de behoefte aan arbeidskrachten,’ aldus Klous en Wieland. Robots zorgen immers voor een enorme productiviteitswinst. Misschien moeten we denken aan een drastische verlaging van de werkweek of een verlaging van de pensioenleeftijd.

Maar het meest interessante hoofdstuk handelt over de mogelijke impact van Big Data op de medische zorg. Het kan immers zorgen voor medische behandelingen die aansluiten op de persoonlijke leefstijl en DNA. Het kan ook zorgen voor een omslag van healthcare naar selfcare en een grotere impact van preventie. Hier ligt een grote rol weggelegd voor domotica die mensen in staat stellen om hun toestand vast te stellen en preventief op te treden. Artsen zullen zich dan wel meer moeten specialiseren in het analyseren van de data, en de farmacie zal zich meer moeten toeleggen op het produceren van pillen op maat van specifieke zieken. Volgens de auteurs staan we voor een ware zorgrevolutie die kan leiden tot langere en vooral gezondere oude dag, waarbij de ouderen het heft zelf meer in hebben. In de wetenschap dat de vergrijzing en ouderenzorg steeds meer geld zal kosten, vormt selfcare voor een alternatief zoals ook beschreven door Forbes in How Big Data Will Help Save Healthcare geciteerd door Dwayne Spradlin, CEO van de nonprofit-groep Health Data Consortium. The power to access and analyze enormous data sets can improve our ability to anticipate and treat illnesses.

Big Data kunnen ook helpen voor een meer duurzame wereld. Het gaat hier om een element dat ook door economen als Paul De Grauwe en Koen Schoors sterk wordt benadrukt: het implementeren in de prijs van de externaliteiten. ‘De schade die bedrijven en burgers toebrengen aan de leefomgeving door een beroep te doen op schaarse hulpbronnen, vertaalt zich niet naar kosten voor henzelf, maar wordt afgewenteld op de volgende generatie.’ Het gaat dus om de verborgen kosten, zoals de aantasting van ons leefmilieu, die een enorme kost vertegenwoordigen maar momenteel worden doorgeschoven naar de toekomst. In de praktijk zou het dan niet meer lonen om garnalen die in de Noordzee gevangen worden eerst te laten pellen in Marokko, om ze nadien terug op onze markt te brengen. Of de absurditeit van goedkope boontjes uit Kenia die maar een peulschil bedragen van de werkelijke kost die ze betekenen voor ons milieu. Big Data, zoals de schade van dergelijke externaliteiten, zou ons een beter zicht geven op de werkelijke kost van dergelijke producten en bijdragen tot een meer leefbare wereld voor ons en onze toekomstige generaties.

De auteurs hebben ook een boodschap voor het onderwijs. Dat is nog teveel gericht op het eenvoudig opdoen van feitelijke kennis, en te weinig op het leren zoeken en ontleden van gebeurtenissen. Kinderen zouden in deze informatiesamenleving vooral moeten geleerd worden om op een betrouwbare manier feiten te zoeken en de opgedane kennis te beoordelen. Ook daar bieden de nieuwe technologische mogelijkheden kansen toe. Zo kan men online, via de Mass Online Open Courses, toegang krijgen tot de meest hoogstaande opleidingen. Het gaat hier over een wereldwijd systeem van kennisdistributie en daar moeten onze jongeren gebruik van maken, aldus de auteurs. Maar dat veronderstelt wel een zekere opleiding om binnen de elektronisch beschikbare kennis ‘signaal en ruis van elkaar te onderscheiden’. Ook dit is een kans gecreëerd door Big Data. Al deze voordelen nopen wel tot meer transparantie, aldus de auteurs, alleen op die manier kan het vertrouwen versterkt worden. En in diezelfde zin verwijzen ze naar crowdfunding, Airbnb, Uber en andere toepassingen die onze economie willens nillens drastisch zullen veranderen.

Klous en Wieland staan ook stil bij het fenomeen van Open data, dat een enorme boost zou kunnen geven aan onze economie (Nelie Kroes heeft het over een economische meerwaarde van 70 miljard euro). ‘Als mensen data op het web zetten (…) zullen die gebruikt worden door andere mensen om geweldige dingen te doen die ze zich nooit hadden kunnen voorstellen.’ Open Data leveren trouwens niet alleen een economische meerwaarde, maar ook een versterking van de democratie omdat gewone burgers meer grip en zeggenschap krijgen over de bestede middelen. Het zal volgens Hans Rosling, hoogleraar in Stockholm, zelf leiden tot een afname van de overbevolking, juist omdat ook de armsten toegang zullen krijgen tot specifieke informatie. Al deze positieve fibes ten aanzien van Big Data doet de auteurs toch niet vergeten dat er ook een zware schaduwkant bestaat, namelijk de aantasting van de privacy. Daarom gaan ze in hun voorlaatste hoofdstuk dieper in op deze problematiek.

Ze beseffen immers dat veel bedrijven de privacy niet ernstig nemen. Vandaar het interessante voorstel van de auteurs om te werken met een systeem van Trusted Third Parties (TTP) als buffer tussen gevoelige persoonlijke informatie en een overheid of bedrijf. Zo zou men bepaalde data technisch kunnen anonimiseren zodat die niet tot een individu kunnen herleid worden, maar toch een data-analyse mogelijk maken zonder te weten over wie het gaat. Dit boek geeft ons een kijk in de toekomst. We kunnen die negeren of er open voor staan. In dat laatste geval kunnen we tal van toepassingen omarmen en bevorderen, en tegelijk zorgen voor een goede bescherming van de privacy. In die zin vormt dit boek een sleutel naar een nieuwe soort samenleving, die we beter omarmen dan er ons tegen te verzetten.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Sander Klous en Nart Wielaard, Wij zijn Big Data, Business Contact, 2014

Links
Mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be