Oorlogsdagboek 1942-1944

boek vrijdag 06 november 2009

Hélène Berr

‘La seule expérience de l’immortalité de l’âme que nous puissions avoir avec sûreté, c’est cette immortalité qui consiste en la persistence du souvenir des morts parmi les vivants. Journal, 30 novembre 1943. Hélène Berr werd geboren in Parijs in 1921 en stierf in Bergen-Belsen in april 1945, enkele weken vóór het kamp door de Engelsen werd bevrijd. Ze was slechts een naam tussen de tienduizenden doden, gegraveerd op een herdenkingsplaat. Van haar plots afgebroken leven bleven slechts enkele voorwerpen bewaard. Zo enkele foto’s die een jonge ijverige studente tonen, een viool waarop ze de sonates van Mozart speelde en een klein zakmes die haar een tijdje hielp te overleven in de hel van Auschwitz. De verrassing was groot toen begin 2008 het intiem dagboek dat deze jonge joodse Parisienne bijhield tussen 1942 en 1944, opdook. Dit uitzonderlijke document, dat door de familie Berr werd bewaard en in 2002 werd overgedragen aan het Memoriaal van de Shoah, werd uiteindelijk gepubliceerd door de uitgeverij Tallandier. Hat was voorzien van een prachtig voorwoord van Patrick Modiano. In 2009 verscheen de Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Geus onder de titel Oorlogsdagboek 1942-1944.

Geboren in een joodse familie, met oude Franse wortels, studeerde Hélène Berr in 1942 aan de Sorbonne Engelse Letterkunde. De eerste dag van haar dagboek is 7 april 1942. Ze gaat naar het huis van Paul Valéry, die ze gevraagd heeft een opdracht te schrijven in een boek. Valéry schrijft in het boek: ‘Au réveil, si douce la lumière, et si beau ce bleu vivant.’ Heel de maand april en mei lijkt Parijs in haar dagboek in harmonie met deze zin van Valéry. Bij het lezen van de eerste vijftig bladzijden van haar dagboek zou je haast de oorlogstijd met zijn verschrikkingen vergeten. Het dragen van de gele ster, verplicht in juni 1942, is voor Hélène een eerste breekpunt. Ze heeft intussen alles genoteerd: haar ontreddering, de reactie van haar vrienden, de solidariteitsbetuigingen in de Parijse metro, de controleur die haar verplicht in het laatste rijtuig, voorbehouden voor de joden, plaats te nemen. Het tweede breekpunt is de arrestatie van haar vader die men, door het betalen van een borgsom, weet te bevrijden uit het doorgangskamp Drancy.

Door de raciale wetten (wetten van het Vichy-regime tegen de joden) moet Hélène haar studies stopzetten. Op 6 juli 1942, biedt ze zich aan bij de UGIF (Union générale des Israélites de France) om aangeworven te worden als vrijwillige sociale assistente voor de geïnterneerden van het kamp van Drancy en de Loiret. Eén van de verantwoordelijken van het UGIF waarschuwt haar voor het gevaar dat ze loopt met de woorden: ‘Als ik je een raad mag geven, vertrek dan.’ Maar ze blijft. Elke dag is ze in contact met uiteengerukte families ten gevolge van de arrestaties en is zo de directe getuige van de dagelijkse verschrikking van de deportaties. Op dat moment onderbreekt ze haar dagboek gedurende negen maanden. Ze herneemt het in november 1943. Deze stilte van negen maanden confronteert de lezer meer dan wat ook met de verschrikkingen die ze allemaal heeft meegemaakt. Ze bekommert zich ook om het lot van de joodse wezen waarmee ze door de straten van Parijs wandelt. Ze probeert hen ook te redden maar moet deze clandestiene activiteit verzwijgen, ook in haar dagboek.

Naarmate de razzia’s en deportaties toenemen en de geruchten van het gebruik van gifgas in Polen om joden te vernietigen tot in Parijs doordringen, wordt de angst die het dagboek uitademt, verstikkend. Het onbegrip, sterker nog, de onverschilligheid van de niet-joden, kwelt haar en slaat haar met verstomming. Haar enige troost is het besef dat haar dagboek haar zal overleven. Geregeld geeft ze fragmenten van haar manuscript aan de huishoudster met het verzoek haar hele dagboek, na de oorlog, te overhandigen aan haar verloofde Jean Morawiecki. Op 8 maart 1944, haar drieëntwintigste verjaardag, wordt ze te Parijs aangehouden samen met haar ouders. Ze worden overgebracht naar Drancy en na een paar weken gedeporteerd naar Auschwitz, waar haar ouders worden vermoord. Hélène wordt later gedeporteerd naar Bergen-Belsen, waar ze sterft in april 1945, enkele dagen na Anne Frank. Er is geen eensgezindheid over de manier waarop ze sterft. Naargelang de getuigenissen sterft ze aan tyfus of wordt ze doodgeslagen. De laatste notitie in haar dagboek dateert van 15 februari 1944 met de woorden ‘Horror! Horror! Horror!’ die ze ontleende uit Macbeth van Shakespeare.

Overleven is de rode draad die door het oorlogsdagboek loopt. Steeds opnieuw getuigt ze: ‘Ik schrijf om de mensen duidelijk te maken in welke verschrikkelijke tijden we leven’ en vooral ‘We mogen nooit vergeten !’ De publicatie van haar dagboek, na al die jaren, betekent meteen dat deze laatste hartenkreet alvast verwezenlijkt is. ‘Cela m’est un bonheur de penser que si je suis prise, Andrée aura gardé ces pages, quelque chose de moi, ce qui m’est le plus précieux, car maintenant je ne tiens plus à rien d’autre qui soit matériel; ce qu’il faut sauvegarder, c’est son âme et sa mémoire.’ Hélène Berr, Journal, 27 octobre 1943.


Recensie door Sonja De Schaepdryver

Hélène Berr, Journal, Editions Tallandier, Paris, 2008, 297 pp, ISBN 978 2 84734 500 1

Links
mailto:sonja.de.schaepdryver@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be