Hun beloofde land

boek

Ian Buruma

Ian Buruma is historicus, Aziëkenner en een van de beste essayisten van de wereld. Zijn vorige boek 1945 Biografie van een jaar is zondermeer een hoogtepunt in zijn geschiedkundig oeuvre. Het behandelt de prangende vraag: wat na de oorlog? Trigger waren de verhalen van zijn Nederlandse vader. Die werd opgepakt, tewerkgesteld in Berlijn en overleefde nauwelijks de bombardementen en de hongerdood. En toch nam hij het leven na de oorlog weer op alsof er niets was voorgevallen. Hoe gebeurde dat elders in Europa, Azië en de Sovjet-Unie, vraag Buruma zich af. Werden alle collaborerende rechters, politiemannen, ambtenaren en soldaten de cel ingezet of waren die juist nodig om de geruïneerde samenleving na de oorlog weer zo snel mogelijk op te bouwen? Buruma sleept er alles bij om het plaatje rond te krijgen: privéverhalen, brieven, dagboeken, films, kranten, historische bronnen.

In zijn jongste boek Hun beloofde land. Mijn grootouders in tijden van liefde en oorlog tapt Buruma uit een puur persoonlijk vaatje. In een metalen doos in de schuur van zijn overleden oom, de bekende filmregisseur John Schlesinger, vindt hij honderden brieven die zijn grootouders van moederskant aan elkaar schreven. Ze beslaan een periode van pakweg 1915 tot de jaren 70. Bernard Schlesinger en Winegred (‘Win’) Regensburg waren kinderen van Duitse joden, die eind negentiende eeuw naar Londen waren uitgeweken. Als effectenmakelaars verdienden ze goed geld in de City. Aan welstand hadden Bernard en Win dankzij hun goed boerende ouders dus geen gebrek. Ze behoorden tot de hogere bourgeoisie, hadden personeel, hielden van klassieke muziek, ook actief, en van hoogstaande culturele uitstapjes. Maar Bernard en Win zijn amper getrouwd of de Eerste Wereldoorlog breekt uit.

Bernard die arts is wordt naar het front in Frankrijk gestuurd. Win blijft angstig achter. Ze schrijven elkaar hartstochtelijke brieven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkast Bernard weer, nu naar de Balkan en later naar India. Ze hebben intussen vijf kinderen en Win staat er thuis alleen voor. Wat moet ze met Wendy, haar ‘luie’ dochter en de latere moeder van Buruma? En met zorgenkind John die graag in meisjeskleren defileert en toneelstukjes regisseert? Dat hij homofiel is, komt niet in haar op. Bovendien hebben ze vlak voor de Kristallnacht in 1938 een tehuis opgericht, om er twaalf joodse kinderen uit Duitsland op te vangen. Win heeft er haar handen vol mee. Ook nu weer blijven Bernard en Win via talloze brieven met elkaar in contact. De afstand lijkt hun passie alleen maar intenser te maken.

Hun beloofde land had een erg sentimenteel boek kunnen zijn, en hoewel het ook een prachtig liefdesverhaal is, is het Buruma daar niet om te doen. Hij wil vooral de worsteling van zijn grootouders met hun identiteit duidelijk maken en hun verwoede pogingen tot inburgering in Engeland. Beiden zijn overdreven dol op Engeland, ’het geweldigste land ter wereld’, aldus Win, en vooral op het Engelse platteland. Ze dwepen met het Britse gezinsleven, de cosiness, de Britse cultuur en vereren Churchill als een held. Hoe Brits kun je zijn? Om als zoon van ingeweken Duitsers zijn loyaliteit tegenover Engeland extra in de verf te zetten, meldt Bernard zich zelfs als vrijwilliger voor de militaire dienst tijdens de oorlog in Vietnam, hoewel hij dan al in de zestig is.

Ze doen er ook alles aan om hun joodse wortels te verdonkeremanen voor de buitenwereld. Win, die niet veel op heeft met welk geloof ook, bezoekt soms een kerk om zeker geen verdenking op zich te laden dat ze anders is dan de anderen. Zeer tekenend in dit verband is hoe Buruma zich herinnert hoe hij elk jaar als Haags jongetje met Kerstmis zijn grootouders in Engeland bezoekt: ‘Alles wat met kerst te maken had, leek een tikkeltje overdreven, in elk geval overdadiger dan wat wij thuis in Nederland gewend waren – de mistletoe, de alomtegenwoordige hulsttakken vooral, de grote woonkamer die uitkeek over de tuin, de kerstboom (… ) Hij hing vol gouden en zilveren versieringen, glinsterende slingers en mooie, kleine kaarsenhoudertjes waaraan engeltjes bungelden en in de top van de kerstboom stond een schitterende engel die haar armen helemaal naar het plafond uitstrekte. Deze totempaal van heidense overvloed, die uitkeek over een kleine berg van fraai verpakte cadeaus aan de voet, was niet echt ordinair (…) Hij was alleen heel erg groot.’

Dit citaat laat niet alleen zien hoe elegant, empathisch en trefzeker Buruma schrijft, maar ook hoe zijn grootouders hun uiterste best deden om goede Engelsen te zijn. Als tweedegeneratie-immigranten sloofden ze zich echt uit om te assimileren. Het woord ‘joden’ en ‘joods’ was zelfs taboe in het gezin. Daarvoor hanteerden ze het codewoord ‘vijfenveertig’. Ondanks die vurige wil tot inburgering werd Bernard als arts in vele ziekenhuizen geweigerd wegens ‘vijfenveertig’ en toen Win tijdens de Tweede Wereldoorlog niet als vrijwilligster voor het Rode Kruis mocht werken (omdat ze jood was en dus verdacht, ook in Groot-Brittannië), meldde ze haar man bitter: ‘Ik ben nogal verontwaardigd over deze hele toestand als ik bedenk dat mijn vader 53 jaar geleden Brits onderdaan is geworden.’ Ze waren Engelser dan de Engelsen en hoorden er toch nooit helemaal bij. Niet voor niets voelden ze zich het best thuis bij katholieken en bij vrijgezellen (lees: homofielen), twee andere minderheidsgroepen. Ze wilden zo sterk integreren dat ze in hun brieven zelfs bespraken of ze hun Duitse naam niet moesten veranderen, zoals een oudere broer van Win. Deze ‘Regensburg’ was nu een ‘Raeburn’. Maar dat konden ze niet over hun hart verkrijgen. Daarvoor hingen ze te sterk aan hun clan en dweepten ze te veel met Duitse muziek, vooral met Wagner. Bovendien leefden ze mee met het lot van de joden in nazi-Duitsland.

Buruma citeert, vat samen, knipt, plakt, becommentarieert, voegt historische context toe en tilt zo de inhoud van deze particuliere brieven op tot een universeel gegeven. Hij moraliseert niet, ook niet over de kleine kantjes van zijn oma en zijn opa of hun intussen achterhaalde visies. Hij laat ze steeds in hun waardigheid. Als zoon van een Nederlandse vader en een Britse moeder, is hij goed geplaatst om de keuzes die zijn grootouders destijds maakten, te respecteren. Precies dat gevecht om een eigen identiteit, maakt dit boek zeer actueel. Het geeft te denken dat zelfs leden van de geslaagde allochtone burgerij, die er echt bij wilden horen, zich voortdurend als buitenstaanders voelden behandeld en dat er een gevoel van onbehagen bleef knagen. Buruma: ‘Als je opgroeit met meer dan één cultuur, als kind van ouders die een andere nationaliteit en religieuze achtergrond hebben (ik laat etniciteit buiten beschouwing), word je gedwongen om na te denken over je plaats in de wereld. Het is het lot van alle mensen die om een of andere reden het gevoel hebben dat ze tot een minderheid behoren.’


Recensie door Leo de Haes

Ian Buruma, Hun beloofde land. Mijn grootouders in tijden van liefde en oorlog, 2016, 280 blz., Atlas-Contact

Links
mailto:ldehaes@houtekiet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be